Bijlage 1: Beschrijving risicomodel
In deze bijlage wordt per onderdeel van het risicomodel beschreven wat het inhoudt, hoe ze wordt bepaald en wat de samenhang is met de andere variabelen. De algemene beschrijving van het model staat in hoofdstuk 3.2. De uiteindelijke score per bedrijf wordt bepaald door de drie hoofdvariabelen (milieu relevantie, naleefgedrag en laatste controle) met elkaar te vermenigvuldigen.
Milieurelevantie
Bij milieurelevantie weegt de aard en het effect van de milieubelastende activiteit (hierna: mba) het zwaarst. Aan mba’s met de zwaarste milieueffecten en de grootste omgevingsrisico’s zijn door toezichthouders de hoogste scores toegekend. Verder spelen factoren als energieverbruik, de afgegeven afvalstoffen, PRTR-verplichtingen, vergunningplicht, externe veiligheid, stookvolume van stookinstallaties en de aanwezigheid van tanks en vloeistofdichte vloeren een rol bij het bepalen van de milieurelevantie. De scores per onderdeel worden opgeteld en dit vormt de milieurelevantie score.
In de tabel hieronder wordt weergegeven wat de onderlinge verhoudingen van de factoren zijn die samen de milieurelevantie score bepalen.
Variabele
Percentage van bedrijfslocatie dat hier op scoort
Gemiddelde score per bedrijfslocatie dat hier op scoort
Percentage van totaal aantal vergeven punten
mba/branche
100%
3,3
86,78%
Type bedrijf
1,1%
1,2
0,36%
Afgegeven afval
10,8%
0,9
2,66%
Totale stookvolume
8,5%
1,5
3,28%
Energieverbruik
14,7%
1,7
6,60%
Tanks
1,1%
1,0
0,28%
Vloeistofdichte vloeren
0,1%
1,0
0,04%
Milieubelastende activiteit/branche
De mba’s van het BAL, aangevuld met de mba’s uit de bruidsschat, geven de beste indruk van de milieurelevantie van de bedrijfslocatie. Per mba is een risicoscore vastgesteld o.b.v. een risico inschatting van toezichthouders. De maximale score van een mba is 10 punten, de minimale score is 1.
Voor de zwaarste mba die hoort bij de bedrijfslocatie wordt 100% van de punten toegekend. Voor elke extra mba (na de zwaarste) wordt 25% van de punten toegekend. Zo houden we rekening met de complexiteit per locatie.
De transitie vanuit de Omgevingswet is nog in volle gang dus bij veel bedrijfslocaties zijn nog geen mba’s vastgesteld. Hierdoor hebben we besloten om eerst bij alle bedrijven uit te gaan van de branche en als bij meer bedrijven mba’s zijn vastgesteld daarna de mba scores te gaan toepassen.
Type bedrijf
Er zijn diverse type aanduidingen voor bedrijfslocaties die iets zeggen over de milieurelevantie. Aan die typen hebben we een score gehangen. Voor niet meldingsplichtig, meldingsplichtig en vergunningplichtig geldt dat slechts één waar kan zijn. Externe veiligheid en PRTR kunnen daarop aanvullend zijn.
Deze variabele heeft overlap met mba’s. Daar hebben we rekening mee gehouden in de puntentoekenning. Vandaar dat meldingsplichtige bedrijfslocaties geen punten krijgen en dat een vergunningsplichtige bedrijfslocaties ‘slechts’ 1 punt krijgt.
Type bedrijf
Punten
Niet meldingsplichtig (voorheen type A)
0
Meldingsplichtig (voorheen type B)
0
Vergunningsplichtig (voorheen type C)
1
Externe veiligheid
1
PRTR
1
Afgegeven afval
Het afgegeven afval geeft een goede indicatie van de milieurelevantie van een bedrijfslocatie. Niet alleen is het goed opslaan en afgeven van (gevaarlijk) afval belangrijk vanuit milieu oogpunt. Maar de afgifte van (gevaarlijk) afval zegt ook iets over de bedrijfsprocessen waar dit afval uit voort is gekomen.
Voor dit onderdeel van het risicomodel wordt de data uit het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA) gebruikt.
Daarbij wordt uitgegaan van de volgende redenering:
-De hoeveelheid afgegeven afval is een indicatie voor de milieurelevantie
-Afgifte van gevaarlijk afval is een betere indicator voor milieurelevantie dan niet gevaarlijk afval
-Het aantal verschillende afgegeven afvalstoffen (euralcodes) is een indicator voor de complexiteit van de bedrijfsprocessen en daarmee een indicator voor de milieurelevantie.
We kijken naar de bij ons beschikbare LMA data van het afgelopen jaar.
Aantal kg gevaarlijk afval
Punten
0
0
1t/m 500
0,5
501t/m 3.000
1
>3.000
2
Aantal kg niet gevaarlijk afval
Punten
0
0
1t/m 10.000
0,25
10.001 t/m 50.000
0,5
>50.000
1
Aantal euralcodes
Vermenigvuldigingsfactor
0- 5
1
6- 10
1,3
>10
1,6
De score per bedrijfslocatie is de punten van het aantal kg gevaarlijk afval opgeteld bij de punten voor het aantal kg niet gevaarlijk afval vermenigvuldigd bij de factor voor het aantal euralcodes. Er kan dus maximaal 4.8 punten worden gescoord per bedrijfslocatie ((2 + 1) * 1.6).
Totale stookvolume (stookinstallaties)
In het SCIOS-register kunnen we zien welke stookinstallaties er op een bepaalde bedrijfslocatie staan en wat hun respectievelijke vermogen is. Stookinstallaties zijn (vanaf een bepaald vermogen) milieurelevante bedrijfsonderdelen. Daarnaast is een groot stookvermogen ook een indicator voor de omvang van de bedrijfsactiviteiten. Er is dus een bepaalde overlap met de indicator energieverbruik. Een groot stookvermogen zal zich namelijk logischerwijs meestal uiten in veel gasverbruik.
Voor de uitwerking van deze indicator tellen we het stookvermogen van alle aanwezige stookinstallaties bij elkaar op.
Totale stookvermogen aanwezige stookinstallatie(s)
Punten
1t/m 99 kw
0
100t/m 399 kw
0,5
400t/m 999 kw
1
1.000 t/m 4.999 kw
2
5.000 t/m 14.999 kw
3
15.000 kw en meer
4
We zien het verbranden van vaste stof als een extra risico, dan wel indicator voor milieurelevantie.
Verbranden van vaste brandstof
Punten
Ja
1
Nee
0
Uit de puntentelling blijkt dat maximaal 5 punten kunnen worden toegekend op dit onderdeel.
Energieverbruik
Het energieverbruik van een bedrijfslocatie is een indicator van de omvang van de bedrijfslocatie en zegt daarmee ook iets over de milieurelevantie. Of anders gesteld: als twee bedrijfslocaties met dezelfde bedrijfsactiviteiten worden vergeleken dan zal degene met het meeste energieverbruik waarschijnlijk ook het meest milieurelevant zijn.
Type verbruik
Punten Gas
Punten Elektra
Kleinverbruiker (<25.000m3 gas, <50.000 kWh)
0
0
Middenverbruik (25.000 t/m 75.000 m3 gas, 50.000 t/m 200.000 kWh)
1
0,5
Grootverbruiker (>75.000m3 gas, >200.000 kWh)
2
1
Zeer groot verbruiker (>170.000 m3 gas, >1.000.000 kWh)
4
2
Uit de puntentelling blijkt dat maximaal 6 milieurelevantie punt gescoord kunnen worden op dit onderdeel.
Tanks
Bij dit onderdeel gebruiken we gegevens vanuit het KIWA portaal (een portaal waar wij voor het werkgebied van ODH kunnen inzien welke certificaten er zijn afgegeven voor vloeistofdichte vloeren en tanks) om te bepalen of er een of meerdere tanks aanwezig is. De aanwezigheid van een tank is milieurelevant, nadelige gevolgen zijn vooral verontreiniging van de bodem en gevolgen voor de externe veiligheid door de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen. De aanwezigheid van een of meerdere tanks krijgt 1 punt als score bij milieurelevantie. Een tank is ook een mba, als we meer gebruik gaan maken van mba’s wordt deze score heroverwogen.
Vloeistofdichte vloeren
We gebruiken de gegevens uit het KIWA portaal ook om te bepalen of er een of meerdere vloeistofdichte vloeren aanwezig zijn. Een vloeistofdichte vloer is een indicatie van de milieurelevantie van werkzaamheden van een bedrijf. De aanwezigheid van een of meerdere vloeistofdichte vloeren krijgt 1 punt als score bij milieurelevantie.
Naleefgedrag
Bij het naleefgedrag weegt het gedrag en de ernst van eerdere door ons geconstateerde overtredingen zwaar mee. Daarnaast spelen, overtredingen bij andere diensten, verlopen keuringen van zowel stookinstallaties (SCIOS) als vloeistofdichte vloeren (KIWA) en of er sprake is van recidive een rol bij het bepalen van de score voor het naleefgedrag. De scores per onderdeel worden opgeteld en dit vormt de milieurelevantie score.
In de tabel hieronder wordt weergegeven wat de onderlinge verhoudingen van de factoren zijn die samen de naleefgedrag score bepalen.
Variabele
Percentage van bedrijfslocatie dat hier op scoort
Gemiddelde score per bedrijfslocatie dat hier op scoort
Percentage van totaal aantal vergeven punten
Basiswaarde
100%
1,00
75,2%
Eigen controle resultaten
24,7%
0,91
17,0%
Controle resultaten andere diensten
1,9%
1,67
2,4%
Recidive
0,8%
2,00
1,2%
SCIOS verlopen keuringen
4,0%
1,39
4,2%
KIWA verlopen keuringen
0,1%
1,00
0,1%
Basiswaarde
Er is een basiswaarde nodig omdat als er niet gescoord wordt op de variabelen van het naleefgedrag de score op 0 uitkomt en de totale risicoscore dus ook. Dat zou betekenen dat het bedrijf vervolgens nooit wordt gecontroleerd, hoe hoog de milieu relevantie of laatste controle scores ook worden. Elke bedrijfslocatie krijgt daarom een basiswaarde van 1 toegekend.
Eigen controle resultaten
Voor deze variabele wordt gekeken naar alle eerste controles (dus ook bijvoorbeeld controles n.a.v. ongewoon voorval of administratieve controles) behalve controles n.a.v. klachten. We gaan uit van de zwaarste overtredingen per controle en hoe deze gepositioneerd is in de interventiematrix van de LHSO.
LHSO
Punten
Geen overtredingen (n.v.t.)
0
A1
0,5
A2, B1
1
A3, B2, C1
1,5
A4, B3, C2, D1
2
B4, C3, D2
3
C4, D3
4,5
D4
6
Er wordt niet alleen gekeken naar de laatste controle maar ook de controles daarvoor. Per overtreding wordt gekeken hoe lang deze geleden was. De score per overtreding wordt berekend door het aantal punten van de LHSO te vermenigvuldigen met de tijdscorrectiefactor in onderstaande tabel. Hoe langer een overtreding geleden is hoe minder deze dus zal meetellen.
Aantal jaar na controle datum
Tijdscorrectie factor
0– 1
1
1- 2
6/7
2- 3
5/7
3- 4
4/7
4- 5
3/7
5- 6
2/7
6- 7
1/7
7of meer
0
Daarnaast wordt gekeken naar de controledichtheid. Bedrijfslocatie die veel gecontroleerd zijn hebben nou eenmaal een grotere kans op de constatering van overtredingen. Om te voorkomen dat een bedrijfslocatie waar vaker is gecontroleerd automatisch een slechter naleefgedrag krijgt hebben we een correctiefactor opgesteld:
Correctiefactor = Aantal controle met overtredingen/totaal aantal inspecties
De score wordt dus als volgt berekent:
Optelling van (aantal punten per overtreding * tijdscorrectiefactor) * correctiefactor
De totale waarde van deze variabele is gemaximeerd op 6.
Controle resultaten andere diensten
In Inspectieview delen alle aangesloten inspectiediensten
4Omgevingsdiensten, ILT (Milieu en Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen), Nationale Politie Milieu, Rijkwaterstaat (Landelijk Meldpunt Afvalstoffen en Meldpunt Bodemkwaliteit), Samenwerkingsprogr. Waterschappen en Rijkswaterstaat, Nederlandse Arbeidsinspectie, NVWA (Consument en Dier) en Rijksinspectie Digitale Infrastructuur Metrologie en Waarborg.
hun controleresultaten (op abstract niveau). We kijken naar de controleresultaten van alle inspectiediensten afgezien van onze eigen resultaten.
Recente overtredingen tellen zwaarder mee dan overtredingen die langer geleden zijn begaan. We gebruiken daarvoor een tijdscorrectiefactor, zie onderstaande tabel. Hoe langer een overtreding geleden is hoe minder deze dus zal meetellen.
Aantal jaar na controle datum
Tijdscorrectie factor
0– 1
1
1- 2
6/7
2- 3
5/7
3- 4
4/7
4- 5
3/7
5- 6
2/7
6- 7
1/7
7of meer
0
Daarnaast wordt gekeken naar de controledichtheid. Bedrijfslocatie die veel gecontroleerd zijn hebben nou eenmaal een grotere kans op de constatering van overtredingen. Om te voorkomen dat een bedrijfslocatie waar vaker is gecontroleerd automatisch een slechter naleefgedrag krijgt hebben we een correctiefactor opgesteld:
Correctiefactor = Aantal overtredingen/totaal aantal inspecties
De correctiefactor is gemaximaliseerd op 1.
De score wordt dus als volgt berekent:
Optelling van (aantal punten per overtreding * tijdscorrectiefactor) * correctiefactor
De score op het onderdeel controle resultaten andere inspectiediensten is gemaximeerd op 6 punten.
Recidive
Recidive is bewust en herhaaldelijk norm overschrijdend gedrag, daarom krijgen bedrijven die hieraan voldoen een extra score van 2 punten op het naleefgedrag.
SCIOS verlopen keuringen
We kennen extra punten toe aan een bedrijf als van een of meerdere stookinstallaties bij SCIOS bekend is dat de 4-jaarlijkse keuring verlopen is of verloopt vóór 1 januari van het jaar waarin we controles plannen. Daarbij houden we rekening met het aantal verlopen keuringen.
Aantal verlopen SCIOS keuringen
Score
1
1
2- 3
2
3of meer
3
KIWA verlopen keuringen
Bij vloeistofdichte vloeren geldt dat om de 6 jaar de vloer opnieuw moet worden gecertificeerd (en dus eigenlijk gekeurd of het allemaal in orde is). Als uit de gegevens van KIWA blijkt dat een bedrijf een certificaat heeft dat is verlopen of dat certificaten verlopen vóór 1 januari van het jaar waarin we controles plannen dan kennen we 1 extra punt toe aan de naleefgedrag score van dat bedrijf.
Laatste controle
Het effect van een controletraject (inclusief eventuele hercontroles en handhaving) is ook dat bestaande overtreding worden geconstateerd en beëindigd. Aanvullend daarop heeft een controle ook een preventief effect voor het ontstaan van nieuwe overtredingen. Want door de controle komen de regels en het belang van het naleven daarvan weer onder de aandacht van de onderneming. Het is dan ook logisch dat het uitvoeren van een controle kort nadat een controletraject heeft plaatsgevonden weinig op zal leveren.
Vandaar dat de tijd sinds de laatste controle zwaar mee weegt in de bepaling van de risicoscore per bedrijf. Controles waar we niet fysiek langsgaan bij een bedrijf of waar de aspecten die gecontroleerd zijn niet vergelijkbaar zijn met aspecten die gecontroleerd gaan worden, zoals een asbestcontrole of een controle n.a.v. klachten worden hierin niet meegenomen. De logica hiervan is dat als er bij een bedrijfslocatie een geluidsmeting heeft plaatsgevonden dat er vaak niet is gekeken naar alle andere aspecten. Eventueel bestaande overtredingen buiten dat wat gerelateerd is aan de klacht is dus niet gezien en niet beëindigd.
Vanaf het moment dat een controle is uitgevoerd wordt bepaald hoeveel maanden er verstreken zijn en wordt via onderstaande tabel de laatste controle score bepaald.
Scenario
Punten
Openstaande relevante zaken
1
Datum laatste controle is 0 t/m 12 maanden geleden
1
Datum laatste controle is meer dan 12 maanden geleden
Aantal maanden/12
Dossiers zonder toezicht maar met relevante T&V zaak
10
Dossiers zonder controle of relevante T&V zaak
0
De score is gemaximaliseerd op 10. Het toekennen van een maximale waarde is een overweging en zal het effect hebben dat bedrijfslocaties met een lage milieurelevantie en goed naleefgedrag minder vaak aan de beurt kunnen komen.