Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels Geluid Schieoevers Noord

Gemeente Delft · geldt sinds 22 maart 2025

1 Beleidsregels

1.1 Algemene regels

Artikel 1.1 Toepassingsbereik

Deze beleidsregels zijn van toepassing op het plangebied van het bestemmingsplan ‘Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)’.

Artikel 1.2 Begripsbepalingen

1Afwijkende bedrijfssituatie (ABS): bedrijfssituatie met activiteiten die met enige regelmaat (vaker dan incidenteel) voorkomen en meer geluid veroorzaken dan de RBS (representatieve bedrijfssituatie).

2Bestemmingsplan: het bestemmingsplan ‘Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2’;

3Dove gevel:

a.Onder een dove gevel die wordt toegepast in verband met overschrijding van de grenswaarden uit de Wet geluidhinder wordt verstaan: gevel of deel van een gevel van een woning, die bestaat uit:

i.een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn, met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB (weg- en rail-verkeerslawaai) onderscheidenlijk 35 dB(A) (industrielawaai), of

ii.een bouwkundige constructie, waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte.

b.Onder een dove gevel die wordt toegepast in verband met overschrijding van:

i.een geluidbelasting van 55 dB(A) door de samenloop van geluid van inrichtingen en industrieterreinen of

ii.de waarden voor de maximale geluidniveaus door bedrijven (piekgeluiden) wordt verstaan een dove gevel (Wet geluidhinder) als bedoeld in lid a, of:

a.een gevel met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting van die constructie en 33 dB weg- en railverkeerslawaai onderscheidenlijk 35 dB(A) industrielawaai ; en

b.met bouwkundige maatregelen die borgen dat het geluid op de te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie die direct grenzen aan een verblijfsgebied niet hoger is dan de grenswaarde toelaatbare geluid van samenloop geluid van inrichtingen en industrieterreinen en de maximale geluidniveaus LAMax.

1.2 Geluidgevoelige functies

1.2.1 Dove gevels

Artikel 2.1 Voorwaarden

1Er kan alleen een dove gevel worden toegepast als er redelijkerwijs en aantoonbaar geen andere oplossingen mogelijk zijn. In de vergunningaanvraag moet dit worden onderbouwd.

2Er zijn maximaal 2 dove gevels per woning toegestaan.

3Het is toegestaan de dove gevel te onderbreken door een gemeenschappelijke doorgang, mits deze zich buiten de thermische schil bevindt. De gemeenschappelijke doorgang geeft toegang tot de woningtoegangsdeur. Ter plaatse van de woningtoegangsdeur wordt voldaan aan de vastgestelde hogere waarde volgens de Wet geluidhinder of de tijdelijke grenswaarde als bedoeld in artikel 2.3, zevende lid, van de Crisis- en herstelwet.. In de vergunningaanvraag moet dit worden onderbouwd.

4Het onderbreken van een dove gevel is tevens toegestaan door geveldelen als verglaasde balkons, loggia’s en serres of vergelijkbare voorzieningen. Op de aldus afgeschermde gevel wordt de geluidbelasting teruggebracht tot de wettelijke grenswaarde(n) onderscheidenlijk de maximale waarden als genoemd in het bestemmingsplan ‘Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)’, zodat in dat deel van de gevel te openen ramen en deuren kunnen worden geplaatst. In de vergunningaanvraag moet dit worden onderbouwd.

5De in het vorige lid bedoelde verglaasde balkons, serres en loggia’s moeten buiten de thermische schil van de woning liggen.

6Wanneer een woning wordt uitgevoerd met een dove gevel moet deze beschikken over een geluidluwe zijde en - als dat niet mogelijk is - een geluidluw geveldeel.

Artikel 2.2 Geluidluw geveldeel in plaats van geluidluwe zijde

1Indien het onderbreken van de dove gevel noodzakelijk is om een geluidluw geveldeel te realiseren, bedraagt de oppervlakte van de verglaasde balkons, serres en loggia’s minimaal 9 m².

2Het college kan van deze oppervlakte-eis afwijken als naar het oordeel van het college op een andere wijze wordt voorzien in een compensatie voor de hoge geluidbelasting in combinatie met de afwezigheid van een geluidluwe zijde van de woning, mits de oppervlakte ten minste 6 m² bedraagt en er een gezamenlijke geluidluwe buitenruimte is. Deze gezamenlijke geluidluwe buitenruimte heeft een oppervlakte van 1 m² per persoon met een minimum van 100 m² per gemeenschappelijke buitenruimte.

3In het verglaasde balkon, serre of loggia heerst continu buitenluchtkwaliteit, waardoor spuien of ventileren van de daaraan grenzende geluidgevoelige ruimte hierop mogelijk is, volgens eisen die volgen uit het Bouwbesluit 2012 (gelijk aan de eis bij de ruimte tussen vlies en gevel).

4Bij de berekening van de ventilatie wordt ervan uitgegaan dat eventueel te openen delen in de loggia/serre/verglaasd balkon gesloten zijn. Deze eis geldt niet voor het spuien, bij het spuien mogen de te openen delen geopend zijn, ook al leidt dat tot een tijdelijk hogere geluidbelasting.

Artikel 2.3 Studentenwoningen

1Bij studentenwoningen kan van het bepaalde in artikel 2.1, lid 6 worden afgeweken.

2Bij studentenwoningen moet op gebouwniveau ten minste 50% van de woningen niet aan de hoogst geluidsbelaste zijde liggen.

Artikel 2.4 Advies ODH

Als dove gevels worden toegepast in verband met industrielawaai, wordt advies gevraagd aan de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) voordat de vergunning wordt verleend. Het advies wordt bij het besluit betrokken.

1.2.2 Geluidluwe zijde

In deze paragraaf zijn de voorwaarden ten aanzien van geluidluwe zijdes en geluidluwe gevels uitgewerkt.

Artikel 3.1 Wat is een geluidluwe zijde?

Van een geluidluwe zijde is sprake als voldaan is aan de volgende voorwaarden.

1Indien de gecumuleerde geluidsbelasting op de hoogst belaste zijde 65 dB of minder is, bedraagt de gecumuleerde geluidbelasting op de geluidluwe zijde of geveldeel maximaal 55 dB (exclusief aftrek art 110 Wgh), waarbij de (ongewogen) geluidbelasting:

a.door wegen met geluidproductieplafonds niet hoger is dan 50 dB;

b.door geluidgezoneerd industrielawaai niet hoger is dan 50 dB(A);

c.door railverkeer niet hoger is dan 55 dB;

d.per bedrijf buiten een industrieterrein niet hoger is dan 50 dB(A).

2In het geval dat de gecumuleerde geluidbelasting op de hoogst belaste zijde op grond van het bestemmingsplan ‘Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven’ hoger dan 65 dB mag zijn, bedraagt de geluidbelasting op de geluidluwe zijde cumulatief niet meer dan 60 dB (exclusief aftrek artikel 110g Wgh).

Artikel 3.2 Geluidluw geveldeel in plaats van geluidluwe zijde

1Als de woning géén geluidluwe zijde heeft, dan kan, ook aan de hoog geluidbelaste zijde, een geluidluw geveldeel gerealiseerd worden met verglaasde balkons, loggia’s en serres of vergelijkbare voorzieningen. De verglaasde balkons, serres en loggia’s, moeten geheel buiten de thermische schil van de woning liggen en zodanig worden uitgevoerd dat het achterliggende geveldeel geluidluw is, met een gecumuleerde geluidbelasting van maximaal 55 dB.

2De oppervlakte van de verglaasde balkons, serres en loggia’s bedraagt minimaal 6 m².

3In het verglaasde balkon, serre of loggia heerst continu buitenluchtkwaliteit, waardoor spuien of ventileren van de daaraan grenzende geluidgevoelige ruimte hierop mogelijk is, volgens eisen die volgen uit het Bouwbesluit 2012 (gelijk aan de eis bij de ruimte tussen vlies en gevel) of (na inwerkingtreding van de Omgevingswet) het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Bij de berekening van de ventilatie wordt ervan uitgegaan dat eventueel te openen delen in de loggia/serre/verglaasd balkon gesloten zijn. Deze eis geldt niet voor het spuien, bij het spuien mogen de te openen delen geopend zijn, ook al leidt dat tot een tijdelijk hogere geluidbelasting.

Artikel 3.3 Studentenwoningen

1Bij studentenwoningen kan van het bepaalde in artikel 3.1 en 3.2 worden afgeweken.

2Bij studentenwoningen moet op gebouwniveau ten minste 50% van de woningen niet aan de hoogst geluidbelaste zijde liggen.

1.3 Geluidbelasting door activiteiten

1.3.1 Hogere geluidbelasting dan 50 dB(A) in de ABS

Op grond van het bestemmingsplan ‘Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)’ is een omgevingsvergunning vereist voor een afwijkende bedrijfssituatie (ABS) die meer geluid veroorzaakt dan is toegestaan voor de representatieve bedrijfssituatie (RBS). In de planregels zijn de beoordelingsregels voor de verlening van de vergunning opgenomen. Daarin is onder meer bepaald dat aan de voorwaarden uit deze beleidsregels moet zijn voldaan. Deze voorwaarden zijn opgenomen in deze paragraaf.

Artikel 5.1 Voorwaarden

1In de aanvraag voor de afwijkende bedrijfssituatie (ABS) zal de initiatiefnemer in ieder geval het volgende inzichtelijk moeten maken:

a.aantal dagen per jaar (en het aantal opeenvolgende dagen);

b.periode van het etmaal en de tijdsduur;

c.hoogte van de geluidniveaus;

d.de (on)vermijdbaarheid (bijvoorbeeld waarom een afwijkende bedrijfssituatie (ABS) in de avondperiode nodig is);

e.de (on) mogelijkheid van het treffen van kosteneffectieve maatregelen;

f.of sprake is van een bestaande situatie.

2Bij de beoordeling van een aanvraag weegt het aspect tijd (tijdstip, tijdsduur en ook de frequentie) zwaarder mee dan het geluidsniveau. Daarnaast zal in de beoordeling ook bekeken worden of de ABS niet voor een aaneengesloten periode wordt aangevraagd. Het is namelijk wenselijk dat een aangesloten periode met een hogere geluidsbelasting wordt afgewisseld met een periode zonder afwijkende bedrijfssituatie (ABS) (bijvoorbeeld 2 weken rust na een langere aaneengesloten periode met een afwijkende bedrijfssituatie (ABS)).

1.3.2 Onevenredige belemmering

In de artikelen 25.4, 29.4 en 40.2.4 onder c is een vergunningplicht (bestemmingsplanactiviteit) opgenomen voor onder meer de vestiging, uitbreiding, splitsing en wijziging van inrichtingen. In lid 5 van deze artikelen zijn de beoordelingsregels voor de vergunningverlening opgenomen. Een van de daarbij genoemde voorwaarden is dat de oprichting, uitbreiding of wijziging van een inrichting geen onevenredige belemmering mag opleveren voor de ruimtelijke ontwikkeling van Schieoevers Noord. Dit begrip is in deze beleidsregels nader uitgewerkt.

Van een onevenredige belemmering is in ieder geval sprake in de volgende gevallen.

Ontwikkelplan en stedenbouwkundige plannen.

In 2019 heeft de gemeenteraad het Ontwikkelplan Schieoevers Noord vastgesteld. Voor de locaties Nieuwe Haven en Kabeldistrict is dit plan verder uitgewerkt in de stedenbouwkundige plannen ‘Kabeldistrict Delft’ en ‘Nieuwe Haven Delft’. Deze plannen liggen ten grondslag aan de bouw- en gebruiksmogelijkheden uit het bestemmingsplan. Het maximale programma dat is toegestaan op de locaties Kabeldistrict en Nieuwe Haven is opgenomen in artikel 52 van de planregels.

Van een onevenredige belemmering voor de ruimtelijke ontwikkeling is in ieder geval sprake als de verlening van de vergunning aan de inrichting ertoe leidt dat het Ontwikkelplan, de stedenbouwkundige plannen en het bestemmingsplan niet meer of niet meer volledig kunnen worden gerealiseerd of financieel niet langer haalbaar zijn.

Toetsingskader artikel 40.1.2 van de planregels

Van een onevenredige belemmering is ook sprake als de verlening van de vergunning aan de inrichting betekent dat niet kan worden voldaan aan de beoordelingsregels uit artikel 40.1.2 van de planregels en geen vergunning kan worden verleend voor de ingebruikname van een of meer geluidgevoelige objecten.

1.4 Slotregel

Artikel 6.1 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Geluid Schieoevers Noord

2 Toelichting

2.2 Beleidsregels geluidgevoelige functies

2.2.1 Dove gevels

Dove gevels zijn niet wenselijk. Dove gevels vormen daarom een terugvalscenario. Een ontwikkelaar kan een dove gevel alleen toepassen als er redelijkerwijs en aantoonbaar geen andere oplossingen mogelijk zijn. Om een positieve impuls te geven aan de totale leefomgevingskwaliteit is als gevolg van een dove gevel een compenserende maatregel nodig. Hier is in de voorwaarden een nadere invulling aan gegeven.

Een verplichte compenserende maatregel is de aanwezigheid van een geluidluwe zijde of geveldeel. Studies tonen aan dat personen die een woning met een stille zijde hebben, minder hinder rapporteren dan personen die geen woning met een stille zijde hebben. Bij enkelzijdig georiënteerde woningen is het niet mogelijk om een geluidluwe zijde te creëren. Aan de geluidbelaste zijde kan toch een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat ontstaan door het maken van een geluidluw geveldeel (zoals een loggia).

Ter compensatie wordt als voorwaarde gesteld dat de woning een buitenruimte heeft die groter is dan wat volgens het Bouwbesluit is voorgeschreven.

Voor kleine appartementen geldt op grond van het Bouwbesluit 2012 niet de verplichting om een eigen buitenruimte te realiseren. Echter, op grond van het beleid geldt ook voor deze woningen de eis van een geluidluwe zijde of geveldeel. Als een woning geen geluidluwe zijde heeft dan kan ook bij deze woningen een geluidluw geveldeel gerealiseerd worden met verglaasde balkons, loggia’s en serres of vergelijkbare voorzieningen. Dit betekent dat deze woningen dan alsnog een buitenruimte krijgen ook al is dat op grond van het Bouwbesluit 2012 niet verplicht.

In bijlage 2 zijn voorbeelden weergegeven van dove gevels bij projecten die al zijn gerealiseerd en waar ook ervaring is opgedaan met dove gevels. Het is niet ongebruikelijk om dove gevels toe te passen in hoog geluidbelaste gebieden.

Wet geluidhinder

In een dove gevel in de zin van de Wet geluidhinder mogen geen regulier te openen delen zitten. Wel zijn met uitzondering te openen delen (zoals een nooduitgang) toegestaan. Als voorwaarde geldt dat de met uitzondering te openen delen niet grenzen aan een geluidgevoelige ruimte.

In het bestemmingsplan wordt de toepassing van dove gevels verankerd.

Binnenwaarden worden getoetst op basis van het Bouwbesluit.

Activiteitenbesluit/milieuvergunning

Indien een dove gevel wordt toegepast vanwege:

a) een cumulatieve geluidbelasting door bedrijven van 55 dB(A)

1Bij het bepalen van de cumulatieve geluidbelasting wordt alleen gerekend met bedrijven die een geluidbelasting veroorzaken van 51 dB(A) of meer, waarbij bovendien een eventuele straffactor voor muziekgeluid buiten beschouwing blijft.

b) de waarden voor de maximale geluidniveaus door bedrijven (piekgeluiden)

Is de Wet geluidhinder niet van toepassing. Het betreft dan geluidbelastingen van activiteiten buiten een industrieterrein. Het betreft tevens maximale geluidniveaus, ook bij activiteiten op een industrieterrein. Voor deze geluidbelastingen ontbreken de wettelijke kaders van de Wet geluidhinder en het Bouwbesluit. Dit betekent dat oplossingen voor deze geluidbelastingen op maat worden toegelicht en verankerd.

Juridisch hoeven het geen dove gevels in de zin van de Wet geluidhinder te zijn. Een aanwijzing als dove gevel in het bestemmingsplan kan achterwege blijven (tenzij uiteraard dezelfde gevel op grond van de wet geluidhinder doof moet zijn, bijv. vanwege wegverkeerslawaai). De gevels blijven daardoor, anders dan dove gevels in de zin van de Wet geluidhinder, geluidgevoelig voor wegverkeerslawaai en andere geluidbronnen in de zin van de Wet geluidhinder. Bovendien kunnen de gevels ook door bouwkundige maatregelen als doof kwalificeren, waardoor te openen delen nog steeds mogelijk zijn. Vandaar de verwijzing naar artikel 5.78y Bkl, waarin deze verruimde mogelijkheden zijn verwerkt.

Tenslotte is het mogelijk om in het vergunningbesluit maatwerk toe te passen, bijvoorbeeld door de noodzakelijke ´doofheid´ te beperken tot bepaalde perioden van het etmaal. Verankering van de oplossingen (inclusief karakteristieke geluidwering van gevels) vindt plaats door middel van vergunningvoorschriften (bestemmingsplanactiviteit) en ook in maatwerkvoorschriften Activiteitenbesluit (of vergunningvoorschriften in een situatie van een vergunningsplicht milieu). Dit laatste omdat in het bestemmingsplan hógere geluidwaarden worden toegestaan dan de normen in het Activiteitenbesluit voor langtijdgemiddelde of maximale geluidniveaus.

Omgevingswet/geluidproductieplafonds

Onder de Omgevingswet wordt het begrip niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen geïntroduceerd. Indien zo’n gevel nodig is in verband met overschrijding van grenswaarden weg- en railverkeer of industrielawaai, dan is artikel 5.78y Bkl van toepassing.

In het omgevingsplan moet de toepassing van artikel 5.78y worden gemotiveerd en wordt vervolgens bepaald dat een dergelijke gevel een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is. Binnenwaarden worden getoetst op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving, met een specifieke regeling voor dit type gevels.

Omgevingswet/activiteiten

Voor geluid door activiteiten búiten een industrieterrein gelden (na inwerkintreding van de Omgevingswet) de instructieregels geluid uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Voor deze geluidbelastingen ontbreken de wettelijke kaders voor industrieterreinen met geluidproductieplafonds. Dit betekent dat oplossingen voor deze geluidbelastingen op maat worden toegelicht en verankerd.

Het betreft tevens maximale geluidniveaus, ook als het om activiteiten óp een industrieterrein, voor zover het omgevingsplan daaraan geluidwaarden stelt (dat volgt namelijk niet uit de toepassing van de instructieregels uit het Bkl: die gelden niet voor activiteiten op een industrieterrein, de Bruidsschatregels bevatten deze geluidwaarden nog wel)).

Indien een ‘dove gevel’in de zin van deze beleidsregels wordt toegepast vanwege:

a) een cumulatieve geluidbelasting door bedrijven van 55 dB(A)

2Bij het bepalen van de cumulatieve geluidbelasting wordt alleen gerekend met bedrijven die een geluidbelasting veroorzaken van 51 dB(A) of meer, waarbij bovendien een eventuele straffactor voor muziekgeluid buiten beschouwing blijft.

b) de waarden voor de maximale geluidniveaus door bedrijven (piekgeluiden)

Is artikel 5.78y Bkl niet formeel van toepassing.

Een aanwijzing als niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen in het omgevingsplan kan achterwege blijven (tenzij uiteraard op dezelfde gevel wettelijke grenswaarden worden overschreden, bijv. vanwege wegverkeerslawaai).

De gevels blijven daardoor, anders dan niet-geluidgevoelige gevels in de zin van artikel 5.78y Bkl, geluidgevoelig voor wegverkeerslawaai en andere geluidbronnen in de zin van hoofdstuk 3 van het Bkl.

Verankering van de oplossingen vindt plaats door middel van vergunningvoorschriften voor een omgevingsplanactiviteit en zonodig maatwerkvoorschriften op grond van het omgevingsplan. Dit laatste omdat op de gevels hógere geluidwaarden worden toegestaan dan de standaardwaarden in het omgevingsplan voor langtijdgemiddelde of maximale geluidniveaus.

In bijlage 2 is achtergrondinformatie opgenomen over dit thema met een doorkijk naar de Omgevingswet.

2.2.2 Geluidluwe gevels

Voor kleine appartementen geldt op grond van het Bouwbesluit 2012 niet de verplichting om een eigen buitenruimte te realiseren. Echter, op grond van het hogerewaardenbeleid van de gemeente geldt ook voor deze woningen de eis van een geluidluwe zijde of geveldeel. Als een woning geen geluidluwe zijde heeft dan kan ook bij deze woningen een geluidluw geveldeel gerealiseerd worden met verglaasde balkons, loggia’s en serres of vergelijkbare voorzieningen. Dit betekent dat deze woningen dan alsnog een buitenruimte krijgen ook al is dat op grond van het Bouwbesluit 2012 niet verplicht.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.