Aanhef
Het college van de gemeente Delft;
Gelet op artikel 5:16, achtste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening voor Delft;
b e s l u i t :
Tekst
Nadere regels vast te stellen voor uitstalling ter verfraaiing van de entree van woonhuizen, bedrijfs- of kantoorpanden.
1Het voorwerp mag langs de breedte van de (zij)gevel van het woonhuis of kantoorpand maximaal 1 meter van de gevel worden geplaatst.
2De maximale hoogte van het voorwerp is 1,80 meter.
3Hulpverlenende diensten moeten altijd ongehinderd kunnen passeren. De vrije doorgang moet minimaal 3,50 meter breed zijn.
4Voor voetgangers, rolstoelen en kinderwagens moet er op de stoep een vrije doorgang in een rechtdoorgaande lijn zijn met een breedte van minimaal 1,50 meter. In drukke winkelgebieden is dit minimaal 2,00 meter.
5Het voorwerp moet zo stabiel, weerbestendig en solide zijn dat het niet omwaait;
6Het voorwerp moet op de bestaande ondergrond geplaatst worden. De bestrating mag niet opengebroken worden.
7Nutsvoorzieningen, brandkranen, bluswatervoorzieningen, straatputten, bomen, straatmeubilair en dergelijke objecten moeten altijd onbelemmerd bereikbaar zijn. Niets mag hieraan bevestigd worden.
8Ingangen, (nood)uitgangen, trappen, poorten en doorgangen moeten altijd onbelemmerd bereikbaar en bruikbaar zijn.
9De zone mag niet worden gebruikt als opslag (voor bijvoorbeeld een vuilcontainer).
10Het voorwerp moet op eerste aanwijzing van de gemeente onmiddellijk, al dan niet tijdelijk, worden verwijderd of verplaatst op kosten van de gebruiker om
a.overlast voor weggebruikers en andere belanghebbenden te voorkomen of te verminderen;
b.het aanzien van de omgeving te beschermen;
c.overlast bij grootschalige evenementen te voorkomen of te verminderen;
d.op of bij het in gebruik genomen deel van de openbare weg werkzaamheden uit te voeren door of namens de gemeente of een leidingbeheerder.
De gebruiker kan in principe geen aanspraak maken op schadeloosstelling of schadevergoeding.