Gemeentelijke regelgeving

APV negentiende uitvoeringsbesluit

Gemeente Delft · geldt sinds 8 mei 2012

Aanhef

Het college van de gemeente Delft;

Gelet op artikel 5:16, achtste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening voor Delft;

b e s l u i t :

Tekst

Nadere regels vast te stellen voor standplaatsen en uitstallingen op de weg.

1De uitstalling mag langs de breedte van de (zij)gevel van het gebouw maximaal 1,00 meter diep van de gevel worden geplaatst.

2Staat de winkeluitstalling direct tussen twee diepe gevelterrassen, dan mag de winkeluitstalling verder naar voren geplaatst worden maar niet verder dan de diepte van het gevelterras met een maximum tot 2,50 meter.

3Staan er bij een winkelgevel veel vaste objecten (boom, bank, prullenbak) die samen met de winkeluitstalling een goede doorstroming van het verkeer blokkeren? Dan mag de winkeluitstalling in de lijn van deze objecten geplaatst worden. Direct voor de winkelgevel staat dan geen uitstalling. (Voorbeeld: Choorstraat)

4De maximale hoogte van de uitstalling is 1,80 meter.

5Hulpverlenende diensten moeten altijd ongehinderd kunnen passeren. De vrije doorgang moet minimaal 3,50 meter breed zijn.

6Voor voetgangers, rolstoelen en kinderwagens moet er op de stoep een vrije doorgang in een rechtdoorgaande lijn zijn van minimaal 1,50 meter breed. In drukke winkelgebieden is dit minimaal 2,00 meter.

7De winkeluitstalling is inclusief één reclamebord of –object.

8De uitstalling moet zo stabiel, weerbestendig en solide zijn dat deze niet om- of wegwaait;

9De uitstalling moet op de bestaande ondergrond geplaatst worden. De bestrating mag niet opengebroken worden.

10Nutsvoorzieningen, brandkranen, bluswatervoorzieningen, straatputten, bomen, straatmeubilair en dergelijke objecten moeten altijd onbelemmerd bereikbaar zijn. Niets mag hier aan bevestigd worden.

11Ingangen, (nood)uitgangen, trappen, poorten en doorgangen moeten altijd onbelemmerd bereikbaar en bruikbaar zijn.

12De uitstalling moet passen in het straatbeeld.

13De winkeluitstalling mag alleen tijdens de openingstijden van de winkel op de openbare weg staan.

14De zone voor de uitstalling mag niet worden gebruikt als opslagruimte.

15De zone van de winkeluitstalling en de onmiddellijke omgeving daarvan moeten na sluitingstijd van de winkel veegschoon en heel zijn. Als dit niet gebeurt, wordt het schoonmaken of herstellen door de gemeente uitgevoerd. De kosten worden bij de gebruiker in rekening gebracht.

16De uitstalling (of een deel daarvan) moet op eerste aanwijzing van de gemeente onmiddellijk, al dan niet tijdelijk, worden verwijderd of verplaatst op kosten van de gebruiker om

a.overlast voor weggebruikers en andere belanghebbenden te voorkomen of te verminderen;

b.het aanzien van de omgeving te beschermen;

c.overlast bij grootschalige evenementen te voorkomen of te verminderen;

d.op of bij het in gebruik genomen deel van de openbare weg werkzaamheden uit te voeren door of namens de gemeente of een leidingbeheerder.

De gebruiker kan in principe geen aanspraak maken op schadeloosstelling of schadevergoeding.

Delft, 10 april 2012

Het college voornoemd,

mr.drs. G.A.A. Verkerk , burgemeester.

mr.J. Krul ,secretaris.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.