Artikel 1 Begripsbepaling
In deze verordening wordt verstaan onder:
1belanghebbende: hij die ophoudt wethouder te zijn en in het genot is van een uitkering op grond van artikel 131 tot en met 136 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers;
2outplacementbureau: extern bureau of organisatie, bij voorkeur aangesloten bij een brancheorganisatie voor outplacement en loopbaanbegeleiding.
Artikel 2 Toekenning outplacementfaciliteiten
1Burgemeester en wethouders besluiten op schriftelijke aanvragen omtrent de toekenning van outplacementfaciliteiten.
2De kosten van de outplacementfaciliteiten bedragen maximaal 20% van het laatstelijk per jaar genoten jaarinkomen of van het gemiddelde jaarinkomen van de gewezen wethouder toen deze wethouder was, inclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering en komen voor rekening van de gemeente. Burgemeester en wethouders sluiten daartoe een schriftelijke overeenkomst met het outplacementbureau.
3Eventuele reis-, verblijf- en verwervingskosten komen voor rekening van belanghebbende.
Artikel 3 Maximale toekenningsduur
De outplacementfaciliteiten worden toegekend voor de periode van ten hoogste één jaar.
Artikel 4 Uitleg verordening
In de gevallen waarin deze verordening niet of niet in redelijkheid voorziet zijn burgemeester en wethouders bevoegd een voorziening te treffen.
Artikel 5 Slotbepalingen
Deze verordening kan worden aangehaald als: 'Verordening outplacement gewezen wethouders 2011'.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na publicatie en is van toepassing met ingang van 1 januari 2011.