Aanhef
Het college besluit:
1De Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2026.1 vast te stellen.
1. Inleiding
1.1 Waarom een U&H-strategie?
1.1.1 Waarom versneld een nieuwe U&H-strategie?
In de beleidsperiode 2023-2024 heeft Interbestuurlijk Toezicht (hierna: IBT) van de provincie Utrecht het beleid en het hierop gebaseerde jaarlijkse uitvoeringsprogramma en evaluatierapportage als ‘voldoet niet’ beoordeeld.
Op basis van deze beoordeling is eind 2024 een verbeterplan opgesteld. Dit verbeterplan beschrijft gedetailleerd de acties die zijn uitgevoerd gedurende 2025. Het richt zich vooral op het inrichten van processen, het opstellen van uitvoerings- en handhavingsdoelen, samenwerking met partners en de borging van de uitvoerings- en handhavingstaken binnen de organisatie.
Bovenstaande ontwikkeling maakt het opstellen van een nieuwe U&H-strategie noodzakelijk.
5. Doelstellingen
5.1 Doelstellingen uit de evaluatierapportage
5.1.1 Frequentie van outcome-gerichte evaluatie
Binnen één maand na afloop van ieder kwartaal wordt een outcome-gerichte evaluatie uitgevoerd.
Deze evaluatie richt zich op:
•bijzonderheden in het reguliere werk;
•het aantal ontvangen, lopende en afgehandelde zaken in het zaaksysteem;
•de voortgang van de projectplannen.
De betrokken uitvoerders, rollen en tijdsinvesteringen zijn weergegeven in onderstaande tabel.
Uitvoerder
Rol
Tijdsinvestering
VTH-beleidsadviseur
Coördinator rapportage
8uur
Cluster coördinatoren
Leveren van input
1uur
VTH-uitvoerders
Leveren van input
0.5 uur
Deze weergave is per kwartaal
5.1.2 Borging betrouwbare data
In 2026 wordt een systeem ingericht om de betrouwbaarheid van data te borgen. Op basis van de invoerfouten in 2026 worden discrepanties tussen processen en uitvoerbaarheid geanalyseerd. Deze analyse vindt plaats via een GAP-analyse, waarmee verbeterpunten voor werkwijzen en processen worden vastgesteld.
Daarnaast wordt een monitoringsysteem opgezet om invoerfouten tijdig te signaleren. Tot slot wordt een verantwoordelijke functie aangewezen voor de controle van datakwaliteit.
Q1
Wat?
Uitvoerder
Tijdsinvestering
KPI
Analyse van de invoerfouten
VTH-beleidsadviseur
8Uur
Uitgevoerde analyse van 20% per zaaktype
Cluster coördinator
8Uur
Interviews voor GAP-analyse
VTH-beleidsadviseur
8Uur
5uitgevoerde gesprekken Afgeronde GAP-analyse
Cluster coördinator
8Uur
Toezichthouder
1Uur
Handhavingsjurist
1Uur
Q2
Wat?
Uitvoerder
Tijdsinvestering
KPI
Inrichten zaaksysteem
VTH-beleidsadviseur
2Uur
Ingericht monitoringsysteem
Cluster coördinator
2Uur
Functioneel beheer
36Uur
5.1.3 Onderhouden regionale contacten
Op basis van het convenant Regionale Samenwerking Regio Utrecht wordt een actieve bijdrage geleverd aan de regionale opgaven op het gebied van VTH en RO. Dit gebeurt door deelname aan het ambtelijke en bestuurlijke Provinciebreed Samenwerkingsoverleg VTH (PSO-VTH).
7. Borging van de uitvoering
7.1 U&H-organisatie
7.1.1 Intern
Met interne capaciteit worden de U&H-medewerkers bedoeld die het gemeentehuis in Mijdrecht als standaard werklocatie hebben.
Juristen
FTE
Beschikbaar
Benodigd
Balans
Toezicht en Handhaving
1.56
2106
3862
-1.756
Vergunningverlening
2.66
3591
2058
1.533
Vergunningverlening
FTE
Beschikbaar
Benodigd
Balans
Casemanagers
5.61
7574
8022
-448*
*De negatieve balans wordt opgevangen middels een flexibele schil, waarvoor 1 FTE beschikbaar is.
Toezicht
FTE
Beschikbaar
Benodigd
Balans
Toezichthouders
2*
2.700
2.143*
557
*Uren toezicht (238) voor project Buitenborgh en Buitengebied-West (486) zitten hierbij.
Projecten
FTE
Beschikbaar
Benodigd
Balans
Jurist Buitengebied-West
1
1350
1212
138
Jurist Buitenborgh
1
1350
630
720
Bedrijventerrein Mijdrecht
n.v.t.
€100.000
€93.744
€6.256
7.1.2 GR ODU
Beschikbaar
Benodigd
Balans
€3.250.000
€3.250.000
€0
7.1.3 GR VRU
Beschikbaar
Benodigd
Balans
€3.383.000*
€3.383.000*
€0
*De VRU voert naast VTH-taken ook taken uit op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing.
7.2 Kwaliteitsverordening
7.2.1 Dienstverlening
Doelstelling
Indicatoren
100% van de terugbelverzoeken zijn binnen 2 dagen na registratie afgerond.
-Aantal geregistreerde terugbelverzoeken.
-% afgerond binnen 2 dagen.
Bij de terugbelverzoeken waarin dit niet is gerealiseerd wordt de reden geanalyseerd.
7.2.2 Uitvoeringskwaliteit
Doelstelling
Indicatoren
100% van de genomen besluiten blijven juridisch in stand bij bezwaar, beroep en hoger beroep.
-Aantal genomen besluiten.
-% gegronde besluiten.
Doelstelling
Indicatoren
100% van de gevraagde adviezen worden binnen het termijn van 2 weken beantwoord.
-Aantal adviesverzoeken.
-Aantal gegronde meldingen van te laat aangeleverd advies.
7.2.3 Financiën
Doelstelling
Indicatoren
100% van de verleende vergunningen worden direct toegezonden naar de VRU en ODU.
-Aantal gegronde meldingen vanuit VRU en ODU.
9. Uitgeschreven uitwerkingsstrategie
9.1 Vergunningenstrategie
9.1.1 Prioritair toetsen
De bedoeling van de Ow is dat initiatiefnemers meer ruimte krijgen voor hun initiatieven, maar ook zelf meer verantwoordelijkheid dragen voor deze initiatieven. Overheden, ondernemers én inwoners zijn samen verantwoordelijk voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving, en dus niet alleen de overheid. Het prioritair werken sluit aan bij deze gedachtegang.
Bij het toetsen op basis van prioriteiten wordt ingezet op aspecten die als belangrijk worden gekenmerkt. Dit leidt tot de volgende toetsintensiteit (elk volgend toetsniveau is een aanvulling op het vorige toetsniveau):
Prioriteit
Diepgang van toetsen
Laag
Toets op betrouwbaarheid
Middel
Toets op basisniveau
Hoog
Zaak-specifieke aandachtspunten
Zeer hoog
Grondige toetsing
Een verdere uitwerking van hoe deze strategie in de praktijk worden toegepast is te vinden onder 10.1.8.
9.1.2 Vaste toetsingskaders
Voor de behandeling en beoordeling van aanvragen worden vaste toetsingskaders gehanteerd. Dit betreft zowel wettelijke kaders als lokale en regionale verordeningen en beleidsregels zoals vastgelegd in bijlage 13.2.
9.1.3 Intrekken ongebruikte vergunningen
Hiervoor wordt de beleidsregel Intrekking omgevingsvergunningen De Ronde Venen 2023 gehanteerd.
9.2 Nalevingsstrategie
9.2.1 Persoonlijk gesprek
De gemeente hecht waarde aan het (persoonlijke) contact met inwoners, ondernemers en belanghebbenden. De gesprekken worden gebruikt om een goed beeld te krijgen van de initiatieven en activiteiten die men binnen de gemeente wil realiseren. Tijdens de gesprekken wordt open, duidelijk en transparant gecommuniceerd over de wenselijkheid en haalbaarheid van plannen. De gemeente denkt mee over mogelijke problemen en probeert hierbij een faciliterende houding aan te nemen. Daarbij worden de Dienstverleningsprincipes in acht genomen.
In handhavingszaken tracht de gemeente ook in persoonlijk overleg met de overtreder, tenzij er sprake is van bijzondere en/of spoedeisende omstandigheden. Dit heeft als doel om:
•De juiste verwachtingen te wekken.
•Mogelijke knelpunten (inhoudelijk en/of in het proces) te bespreken.
•Duidelijkheid te geven over het gevoerde beleid.
•Duidelijkheid te geven over legalisatiemogelijkheden.
•Partijen bij elkaar te brengen (bij verzoeken om handhaving).
•Juridische procedures te voorkomen.
9.2.2 Eenvoud
Eenvoud moet ervoor zorgen dat de werkwijze en processen van de gemeente helder en toegankelijk zijn. Dit betekent bijvoorbeeld dat wetten en regels niet onnodig ingewikkeld worden gemaakt. Het gebruik (waar kan) van begrijpelijke taal (B1) speelt hierin een cruciale rol. Daarnaast is het belangrijk dat producten en diensten gemakkelijk te vinden zijn op de website, zodat inwoners zonder moeite hun weg kunnen vinden.
9.3 Toezichtstrategie
9.3.1 Controleren met elkaar
Waar mogelijk wordt integraal toezicht uitgevoerd. Dit betekent dat bij controles gebruik wordt gemaakt van andere actoren om expertises te bundelen en complexe situaties minder complex te maken. De gemeente speelt hierin een actieve rol door vooraf te beoordelen of andere belanghebbenden kunnen aansluiten bij de uitvoering van het toezicht.
9.3.2 Controleren na elkaar:
Wanneer controles na elkaar worden uitgevoerd dient er op een integrale manier een vorm van informatiedeling plaats te vinden. Dit heeft als voordeel dat toezicht verspreid wordt over een langere periode. De gemeente speelt hier een actieve rol in door het hebben van afstemmingsgesprekken met partners die een toezichthoudende rol uitvoeren.
9.3.3 Controleren voor elkaar
Wanneer de situatie zich hiervoor leent, kan één toezichthouder een integrale rol op zich nemen om bijvoorbeeld ook het toezicht van een andere instantie uit te voeren. Dit geldt uitsluitend voor de minder complexe dossiers.
9.3.4 Signaleren voor elkaar
De toezichthouder neemt tijdens de controle een actieve rol op zich om ook de ogen en oren te zijn voor andere beleidsvelden en/of bestuursorganen. Op deze manier kunnen signalen worden doorgegeven aan partners, die deze vervolgens vanuit hun expertise verder kunnen oppakken.
9.3.5 ‘Slim’ toezicht
De slimme toezichthouder binnen de gemeente maakt gebruik van innovatieve programma’s, handreikingen en hulpmiddelen die beschikbaar zijn. Daarnaast vervult de toezichthouder de taak met inachtneming van de prioritering om dossiers te creëren die (bestuurlijk) draagvlak hebben. Zo blijft toezicht effectief en efficiënt wat moet resulteren in dat de toezichthouder betere resultaten kan behalen.
9.3.6 Routinematig toezicht
Onder routinematig toezicht wordt verstaan het periodiek en planmatig controleren van naleving van wet- en regelgeving bij organisaties, bedrijven of locaties. Routinematig toezicht wordt gehouden indien er een omgevingsvergunning aanwezig is. De controlefrequentie wordt bepaald aan de hand van de prioritering. Onderstaande tabel beschrijf de controlefrequentie tijdens de bouwfase van de vergunning. De bouwfase is de periode nadat er een start bouwmelding is ingediend. Onderstaande tabel beschrijft de controlefrequentie, wanneer er een omgevingsvergunning is verleend:
Prioriteitsklasse
Controlefrequentie
Laag
Steekproefsgewijs
Gemiddeld
3tot 5 controles
Hoog/zeer hoog
5tot 10 controles
De toezichtsmatrix voor vergunninggebonden toezicht is opgenomen in bijlage 13.3.
Voor een melder is iedere melding of ieder handhavingsverzoek belangrijk. Om deze reden streeft de gemeente ernaar om elke melding of elk handhavingsverzoek binnen één week in behandeling te nemen. Soms is dit door een groot aantal meldingen tegelijkertijd niet mogelijk, en moeten er meldingen en handhavingsverzoeken in de werkvoorraad blijven staan. In dat geval worden de volgende termijnen gehanteerd:
Prioriteit
Termijn
Laag
Binnen 4 weken
Matig
Binnen 3 weken
Hoog
Binnen 2 weken
Zeer hoog
Binnen 1 week
De frequentie van toezicht naar aanleiding van meldingen is, zowel bij vergunninggebonden als niet-vergunninggebonden toezicht, ongeacht de prioritering, minimaal eenmaal. Wanneer er sprake is van een handhavingsverzoek, wordt de toezichtfrequentie verhoogd naar driemaal. Afhankelijk van de bewijslast kan er meer of minder toezicht plaatsvinden.
9.4 Sanctiestrategie
9.4.1 Aanspreken/informeren:
De dienstverleningsprincipes gelden ook tijdens het handhaven. Een belangrijke stap is het aanspreken van degene die een onrechtmatige daad begaat om te informeren hoe dit is ontstaan en hoe het opgelost kan worden. Daarnaast omvat het informeren ook een duidelijke beschrijving van de consequenties bij het niet herstellen van de onrechtmatige situatie naar een rechtmatige situatie.
9.4.2 Waarschuwen:
Hoewel de ‘waarschuwing’ niet als instrument wordt beschreven in de Awb, wordt het wel gebruikt door de gemeente De Ronde Venen. Dit komt doordat de gemeente sterk gelooft in het herstellen van onrechtmatige situaties zonder direct gebruik te hoeven maken van de herstelsancties die in de Awb zijn opgenomen. Het waarschuwen wordt ingezet als eerste stap om de pleger van de onrechtmatige daad ‘officieel’ te laten weten dat de gemeente, indien de onrechtmatige daad binnen 1 jaar na vaststelling opnieuw plaatsvindt, wél zal overgaan tot het toepassen van de herstelsancties uit de Awb.
9.4.3 Handhaafbare regels:
Wanneer de gemeente regels, voorschriften en/of maatwerkvoorschriften stelt aan een beschikking, moeten deze concreet zijn voor de gebruiker en toepasbaar om handhavend op te treden bij overtredingen. Handhaafbare regels zijn concreet en niet vatbaar voor meerdere interpretaties. Toezicht en handhaving stemmen dit proactief en reactief af met vergunningverlening.
9.4.4 Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht:
De LHSO is een instrument dat landelijk door handhavingsorganisaties wordt gebruikt om te bepalen wanneer ingrijpen nodig is op basis van constateringen. Deze strategie zorgt voor een uniforme aanpak in de manier waarop instanties reageren op overtredingen die tijdens het toezicht worden ontdekt.
De LHSO richt zich niet op het toezicht zelf, zoals prioriteiten of de manier waarop toezicht wordt gehouden. De strategie heeft wel invloed op de gedoogstrategie. Dit betekent dat de LHSO erkent dat er situaties kunnen zijn waarin bestuursrechtelijke handhaving niet noodzakelijk is. Dit staat echter niet in de weg aan mogelijke strafvervolging door het Openbaar Ministerie (OM).
Hoe de LHSO wordt toegepast is beschreven onder 10.3.4. De inhoudelijke toelichting op de LHSO is te lezen in: Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) | Informatiepunt Leefomgeving
9.5 Gedoogstrategie
9.5.1 Landelijk kader en jurisprudentie
De nota ‘Gedogen in Nederland’ vormt het landelijke kader voor gedogen en blijft volledig van kracht binnen het omgevingsrecht. De Ronde Venen heeft zich aan dit landelijke kader gecommitteerd. Het uitgangspunt is dat overtredingen worden hersteld. Dit betekent dat er in principe geen ruimte is voor passieve of permanente gedoogsituaties. Een gedoogsituatie is doorgaans tijdelijk, omdat het handelen binnen afzienbare tijd stopt of omdat het waarschijnlijk is dat er een vergunning zal worden verleend. Er bestaan echter ook gedoogsituaties die niet tijdelijk zijn. Het landelijke kader geeft in dit verband aan dat de omvang en/of duur zoveel mogelijk beperkt moet worden.
9.5.2 Overgang en overmacht
Dit betreft onverwachte situaties (zoals calamiteiten) die niet voor legalisatie in aanmerking komen, maar waarbij de overtreder geen blaam treft. In dergelijke gevallen kan het nodig zijn om een tijdelijke gedooghouding van de overtreding in overweging te nemen, gebaseerd op een belangenafweging. Daarnaast kan er gedoogd worden wanneer er sprake is van legalisering.
10. Werkwijzen
10.1 Werkwijzen vergunningen
10.1.1 Vergunningverlening en meldingen via het Digitaal Stelsel Ow (DSO)
Vergunningaanvragen en meldingen met betrekking tot de Ow worden ontvangen via het DSO. Het VTH-systeem is gepeld aan het DSO. Milieuvergunningen en meldingen worden rechtstreeks doorgestuurd naar de ODU. Via de samenwerkingsmodule kan worden samengewerkt met ketenpartners bij aanvragen waarvoor bijvoorbeeld een advies nodig is. Initiatiefnemers kunnen verschillende soorten verzoeken indienen via het DSO. Verschillende verzoeken zijn vastgesteld voor de Ow, zoals:
•aanvraag vergunning;
•aanvraag conceptverzoek;
•melding;
•informatieverzoek;
•melding ongewoon voorval.
Voor zover niet wettelijk voorgeschreven, kan de gemeente vragen en aanvraagvereisten zelf bepalen/aanpassen met toepasbare regels in het DSO.
10.1.2 Opties initiatiefnemer voor vergunningaanvraag
Voor het aanvragen van een vergunning heeft de initiatiefnemer opties om de haalbaarheid van de aanvraag te toetsen. Dit kan in een informatievraag en vooroverleg. Het vooroverleg wordt gebruikt om gegevens en bescheiden te verzamelen die nodig zijn om de formele aanvraag voor te bereiden. Het vooroverleg ziet de gemeente De Ronde Venen als een belangrijk instrument om de formele vergunningsprocedure soepeler, sneller en efficiënter te doorlopen. Tijdens het vooroverleg kunnen potentiële knelpunten gesignaleerd en (mogelijk) opgelost worden.
Het informatieverzoek is de voorloper op het vooroverleg. Het informatieverzoek is een informele manier om zicht te krijgen of het project haalbaar is.
10.1.3 Procedure
Na het indienen van de volledige aanvraag heeft het bestuursorgaan 8 weken voor de inhoudelijke behandeling van de aanvraag. Dit is geen fatale termijn, maar een termijn van orde. De procedure kan met 6 weken worden verlengd tot maximaal 14 weken. Wanneer de aanvraag niet compleet is, kan het bestuursorgaan een verzoek om aanvulling doen, waarbij de behandelingstermijn wordt opgeschort (volgens de Algemene wet bestuursrecht) totdat de aanvulling is ontvangen. De aanvrager kan meerdere activiteiten tegelijk (meervoudige aanvraag) indienen. In principe geldt dan voor alle aanvragen de standaardprocedure van 8 weken, tenzij anders vermeld. Bij een meervoudige aanvraag bepaalt de activiteit met de zwaarste procedure de toe te passen procedure.
10.1.4 Uitgebreide procedure
In een aantal gevallen kan de uitgebreide procedure van toepassing zijn. Dit betreft:
1In de Ow aangewezen gevallen;
•Activiteiten die betrekking hebben op internationaalrechtelijke en Europese verplichtingen, en milieubelastende activiteiten waarvoor de IPPC-richtlijn geldt;
•Situaties waarbij sprake is van een m.e.r.-plichtig besluit of waarvoor een passende beoordeling noodzakelijk is;
•Een rijksmonumentenactiviteit;
•Een Natura 2000-activiteit.
2Activiteiten die aanzienlijke gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. In dat geval kan het bevoegd gezag de uitgebreide procedure van toepassing verklaren (artikel 16.65, lid 4 Ow), of kan de initiatiefnemer verzoeken om de toepassing van de uitgebreide procedure (artikel 16.65, lid 1, onder a Ow);
3Op verzoek of met instemming van de aanvrager.
Los van de wettelijk vastgelegde gevallen waarbij de uitgebreide procedure van toepassing is, heeft de gemeente ook de bevoegdheid om in bepaalde gevallen de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren (punt 2). Op basis van artikel 16.65, lid 1 Ow mag de gemeente op verzoek of met instemming van de aanvrager deze procedure toepassen. Op basis van artikel 16.65, lid 4 Ow mag het college dit ook zelf doen als het plan aanzienlijke gevolgen heeft en er naar verwachting meerdere bedenkingen zijn. Voorafgaand aan dit besluit mag de aanvrager hierover zijn zienswijze kenbaar maken. Afhankelijk van de beantwoording van deze zienswijze wordt uiteindelijk besloten welke procedure van toepassing is.
Binnen de gemeente heeft de uitgebreide procedure de voorkeur bij vergunningen waarvoor raadsadvies verplicht is (volgende ). Dit is echter niet in alle gevallen af te dwingen. De gevallen waarbij raadsadvies binnen onze gemeente vereist is, betreffen vaak aanvragen met maatschappelijke en ruimtelijke impact. Alle partijen zijn in zo’n geval gebaat bij een goede voorbereiding. De gemeente bespreekt dan de voordelen van de uitgebreide procedure met de aanvrager. Als de indiener instemt met de uitgebreide procedure, zal deze procedure gevolgd worden.
10.1.5 Raadsadvies
Op basis van artikel 16.15a, lid b, onder 1 van de Ow mag de gemeenteraad gevallen van BOPA’s aanwijzen waarvoor het college (bindend) advies moet vragen aan de gemeenteraad. Dit heeft de gemeenteraad van De Ronde Venen op 27 januari 2022 gedaan door de "Lijst van gevallen waarin advies van de gemeenteraad verplicht is" vast te stellen.
Het advies van de gemeenteraad is in deze gevallen bindend. Dit betekent dat het college het advies van de raad moet opvolgen. Het college legt dus voor vergunningverlening het initiatief voor aan de gemeenteraad. De raad geeft vervolgens een gemotiveerd advies over het wel of niet verlenen van de omgevingsvergunning.
10.1.6 Advies bij ander bevoegd gezag
Bij meervoudige aanvragen kan sprake zijn van magneetactiviteiten. Deze activiteiten hebben als het ware een magnetische werking en bepalen welk bestuursorgaan het bevoegd gezag is. Dit geldt in situaties waarbij één van de activiteiten niet door de gemeente kan worden behandeld. De andere activiteiten in de vergunningaanvraag worden dan meegestuurd naar het andere bevoegde gezag (de provincie of het Rijk).
Bij activiteiten waarvoor de provincie of het Rijk bevoegd gezag is, wordt het college om advies gevraagd. Dit betreft activiteiten waarvoor het college oorspronkelijk bevoegd gezag zou zijn geweest.
Bij meervoudige aanvragen wordt het college dus om advies gevraagd met instemming. Het college ontvangt hiervoor een voorgenomen beslissing (ontwerpbesluit) en moet daarover binnen vier weken advies uitbrengen.
Bij enkelvoudige aanvragen geldt dit niet, omdat dan het bevoegd gezag (de gemeente) zelf beslist op de aanvraag.
10.1.7 Werkwijze vooroverleg
Een vooroverleg komt binnen via het zaaksysteem en wordt daar geregistreerd. De casemanager controleert of de aangeleverde gegevens volledig en correct zijn. Vervolgens wordt een ontvangstbevestiging verstuurd aan de initiatiefnemer. Vooroverleggen worden niet gepubliceerd.
Daarna beoordeelt de casemanager de inhoud van het vooroverleg en bepaalt of het initiatief eenvoudig kan worden afgehandeld, door bijvoorbeeld een telefoontje. Indien het complexer is, wordt het initiatief geagendeerd voor de intaketafel. De intaketafel is een eerste moment van gezamenlijke beoordeling, waarin wordt gekeken of het initiatief kansrijk is.
Tijdens de intaketafel worden opmerkingen verzameld en wordt bepaald wie bij het vervolg betrokken moet worden. De intaketafel bestaat uit vertegenwoordigers van Ruimtelijke Ordening (RO) en vergunningverlening, en beoordeelt het initiatief op inhoudelijke en bestuurlijke haalbaarheid.
Na de intaketafel zet de casemanager adviesvragen uit bij relevante disciplines. Zodra alle adviezen en aanvullende informatie zijn verzameld en het plan voldoende duidelijk is, beoordeelt de casemanager of het initiatief kansrijk is. Bij een positieve beoordeling wordt een brief verstuurd waarin staat dat het plan kansrijk en mogelijk is, inclusief voorwaarden en aandachtspunten.
Een vooroverleg kan plaatsvinden op basis van een schetsontwerp en dient als eerste toetsmoment. Als het plan voldoende informatie bevat, stelt de casemanager een afrondingsbrief op. Hoe vollediger het plan, hoe beter het plan besproken kan worden. Na afhandeling worden de leges geaccordeerd en wordt de afrondingsbrief verstuurd. In deze brief staan de voorwaarden, en aandachtspunten voor de initiatiefnemer, om de vergunningaanvraag in te dienen.
Indien sprake is van bestuurlijke gevoeligheid, kan er een Raadsinformatiebrief (RIB) worden opgesteld. In alle gevallen bevat het vooroverleg de kanttekening dat het uiteindelijke plan niet gegarandeerd gerealiseerd kan worden.
10.1.8 Prioritair werken
Zoals beschreven in hoofdstuk 9.1 vergunningstrategie wordt de werkwijze waarop aanvragen worden beoordeeld bepaald aan de hand van de prioritering. In de prioritering worden de scores; laag, middel, hoog en zeer hoog gebruikt. Hoe dit van impact is op de wijze van toetsen zal hieronder verder toegelicht worden:
Laag: Toetsen op uitgangspunten (toetsen op de aanwezigheid en compleetheid van de technische informatie). Gecontroleerd wordt of de globale uitgangspunten op de aangeleverde stukken in voldoende mate en in samenhang zijn weergegeven. De vergunningverlener bepaalt op basis van ervaring het oordeel over de betreffende aspecten. Constructie- en brandveiligheid worden volledig getoetst.
Middel: Toetsen op ‘Middel’ (toetsen of de uitgangspunten van de betreffende aspecten conform de daarvoor gestelde normen zijn aangevraagd). Gecontroleerd wordt of de uitgangpunten op de aangeleverde stukken voor het betreffende aspect de juiste vorm hebben en of de uitkomsten plausibel zijn. Van deze aspecten worden de uitgangspunten gecontroleerd. Constructie- en brandveiligheid worden volledig getoetst.
Hoog: Het toetsen van een aspect op ‘Middel’ aangevuld met een inhoudelijke toets van de belangrijkste representatieve onderdelen door middel van een controle van de berekeningen of het zelfstandig narekenen ervan (Laag). Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten de juiste vorm hebben en of de uitkomsten plausibel zijn. Tevens worden de belangrijkste berekeningen gecontroleerd, dan wel nagerekend. De vergunningverlener bepaalt op basis van zijn ervaring welk aspecten inhoudelijk volledig worden getoetst, bijvoorbeeld door een schaduwberekening uit te voeren of het geheel doorlopen van ingediende berekening(en). Constructie- en brandveiligheid worden volledig getoetst.
Zeer hoog: Grondig toetsen (volledige toetsing op alle onderdelen). Alle aspecten van de aanvraag worden volledig getoetst en beoordeeld.
Belangrijk op te merken is dat er los van de prioritering en afhankelijk van de aanvraag extra aspecten getoetst kunnen worden. Dit alles wordt gedaan met oog op het beschermen van de fysieke leefomgeving.
10.1.9 Werkwijze bij intrekken ongebruikte vergunningen
Indien het termijn van een jaar is verstreken controleert de toezichthouder of de bouw nog niet is gestart, in uitvoering is, of reeds gereed. Indien er nog niet gestart is of het nog bezig is. Dan neemt de toezichthouder contact op met de vergunningverlener om te achterhalen of er nog gebruik gemaakt gaat worden van de vergunning.
Als de vergunninghouder aangeeft in de toekomst alsnog gebruik te willen maken van de vergunning, kan de toezichthouder instemmen met een verlenging van de instandhouding. Deze verlenging wordt alleen verleend als er voldoende objectieve informatie, zoals bouwplannen beschikbaar zijn waaruit blijkt dat de uitvoering binnen de verlengingstermijn zal plaatsvinden. De maximale verlenging bedraagt één jaar en wordt schriftelijk bevestigd.
Wanneer blijkt dat de vergunninghouder geen gebruik meer zal maken van de vergunning, of wanneer de verlengingstermijn is verstreken zonder dat de bouw is gestart, draagt de toezichthouder het dossier over aan de casemanager. De casemanager stelt vervolgens een ontwerpbesluit tot intrekking op en stuurt dit naar de vergunninghouder. Deze krijgt vier weken de gelegenheid om een zienswijze in te dienen. Na afloop van deze termijn stelt de casemanager een definitief besluit op, waarbij eventuele zienswijzen worden meegenomen in de afweging.
Indien er geen zienswijze is ingediend, of als de zienswijze geen aanleiding geeft tot wijziging van het besluit, wordt het ontwerpbesluit omgezet in een definitief besluit tot intrekking. Mocht de zienswijze wel aanleiding geven tot verlenging van de instandhouding, dan wordt dit schriftelijk bevestigd aan de vergunninghouder, met een nieuwe termijn van maximaal één jaar.
Tot slot wordt het definitieve besluit verzonden aan de vergunninghouder en bekendgemaakt op de voorgeschreven wijze.
10.1.10 Vaste toetsingskaders voor meldingen en vergunningen
Aangevraagde vergunningen en ingediende meldingen worden binnen het proces van vergunningverlening (hoofdstuk 11.1) getoetst aan wet- en regelgeving. Bij het beoordelen van meldingen betreft dit het proces ‘inhoudelijk behandelen’ en bij vergunningsaanvragen betreft dit ‘toetsen op regelgeving’. Het toetsen aan wet- en regelgeving wordt gedaan aan de hand van verschillende landelijke, regionale en lokale wet- en regelgevingen.
De landelijke wet- en regelgeving bestaat uit de Ow en de Ob, waarin onder andere regels zijn opgenomen over bij welke activiteiten een vergunning moet worden aangevraagd of een melding moet worden ingediend.
De provincie Utrecht kan daarnaast wet- en regelgeving opstellen waaraan aanvragen en meldingen moeten worden getoetst. Dit betreft de regionale wet- en regelgeving.
Lokaal kan de gemeente eveneens verschillende verordeningen en beleidsregels vaststellen die als toetsingskader gelden voor het beoordelen van aanvragen en meldingen.
In beginsel worden meldingen beoordeeld volgens de toetsintensiteit die hoort bij een lage prioriteit. Indien een melding wordt ingediend of informatie wordt verstrekt over een activiteit die in de prioriteitenlijst een andere prioriteit heeft, dan wordt dat onderdeel beoordeeld conform de bijbehorende toetsintensiteit.
Deze wet- en regelgevingen vormen gezamenlijk het kader met criteria die worden gebruikt bij het beoordelen van -en beslissen op- aanvragen om omgevingsvergunningen en bij het beoordelen van meldingen. Een uitwerking van dit toetsingskader is opgenomen in bijlage 10.1.
10.2 Werkwijzen toezicht
10.2.1 Voorbereiden en uitvoeren van toezicht
Het voorbereiden van toezicht is als procedure opgenomen in het zaaksysteem. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen vergunninggebonden toezicht en niet vergunninggebonden toezicht. Beide vragen om een andere voorbereiding en uitvoering. Door wie de controle is uitgevoerd, datum, tijd en de gesproken betrokkene zullen altijd worden opgenomen.
•Vergunninggebonden:
Wanneer een vergunning is verleend, wordt hiervoor een controlezaak aangemaakt. De eerste stap van de toezichthouder is het doornemen van de vergunning en de bijbehorende documenten, zoals bouwtekeningen. Indien aanvullende gegevens of bescheiden nodig zijn, neemt de toezichthouder contact op met de betrokken persoon.
Bij een startbouwmelding beoordeelt de toezichthouder, op basis van de risicomatrix, welke onderdelen gecontroleerd moeten worden en met welke diepgang op basis van de prioritering. Tijdens de controle worden de bevindingen vastgelegd in de betreffende zaak. Hierbij worden de datum vermeld en foto’s toegevoegd met de bijbehorende bevindingen. Indien er afwijkingen worden geconstateerd, wordt dit besproken met de afdeling Vergunningverlening. Afhankelijk van de mogelijkheden tot legalisatie wordt of een bouwstop opgelegd of worden aanvullende bescheiden opgevraagd.
Verplichtingen worden altijd schriftelijk vastgelegd, gedeeld met de aanvrager en als bijlage toegevoegd in het zaaksysteem.
Indien hercontrole nodig is, wordt deze altijd uitgevoerd.
Wanneer alles gereed is en conform de vergunning is uitgevoerd, wordt dit gemeld bij de BAG en wordt het bouwwerk vrijgegeven voor gebruik. Indien er niet conform de vergunning is gebouwd zal er gehandhaafd worden.
•Niet vergunninggebonden toezicht:
Indien toezicht wordt uitgevoerd op een niet-vergunninggebonden situatie, start de toezichthouder met een gedegen voorbereiding van de controle. Hierbij worden relevante gegevens geanalyseerd, waaronder (eventuele) eerdere meldingen, (eventuele) lopende procedures en (eventuele) informatie vanuit andere disciplines.
De toezichthouder beschikt over diverse instrumenten om voorafgaand aan de controle informatie te verzamelen. Hierbij wordt gebruikgemaakt van systemen zoals luchtfoto’s, Basisregistratie Personen (BRP), Kamer van Koophandel (KvK), GIS-Stroomlijn en andere relevante bronnen.
De toezichthouder toetst vooraf de feitelijke situatie aan de geldende wettelijke kaders, zoals vastgelegd in het omgevingsplan, de Ow en overige relevante regelgeving.
De verzamelde informatie wordt verwerkt in de controlezaak, aangevuld met constateringen, onderbouwd met bevindingen, visuele ondersteuning (zoals luchtfoto’s) en toepasselijke regelgeving. Als laatste stap van de voorbereiding worden de belanghebbende(n) geïnformeerd.
Tijdens het locatiebezoek voert de toezichthouder de controle uit. Hierbij worden de eerder geformuleerde constateringen systematisch doorlopen en afgehandeld. Indien de controle zonder medewerking van de betrokkene kan plaatsvinden, wordt deze doorgaans onaangekondigd uitgevoerd. De toezichthouder streeft ernaar om de betrokkene op locatie of achteraf te spreken over de controle.
Na afloop van het controlebezoek worden de bevindingen geformaliseerd, zodat waarnemingen, notities en constateringen aan de hand van foto’s overzichtelijk zijn opgenomen in de rapportage. Hierbij worden tevens eventuele verzwarende omstandigheden vastgelegd die aanleiding kunnen geven tot een zwaardere sanctie. Op basis van deze gegevens wordt de handhavingsstrategie (LHSO) bepaald.
Wanneer de controle volledig is afgerond, vindt een collegiale toetsing plaats door de handhavingsjurist. Afhankelijk van de gekozen handhavingsstrategie wordt de zaak, indien nodig, overgedragen aan de handhavingsjurist voor verdere afhandeling binnen het handhavingstraject.
10.2.2 Zaak overdragen aan de jurist
Uitvoeren van toezicht en handhaving zijn vaak processen die in elkaar verweven zijn. Dit is niet in alle gevallen want het kan ook separaat van elkaar worden uitgevoerd. Hoe de verwevenheid in elkaar zit is als volgt:
•Een melding of handhavingsverzoek komt binnen bij de jurist.
In het zaaksysteem van de jurist wordt een deelproces aangemaakt dat op naam van de toezichthouder komt te staan. Wanneer de toezichthouder de controle heeft uitgevoerd en dit rapporteert in het zaaksysteem, wordt de zaak automatisch terug overgedragen aan de jurist.
•De toezichthouder doet een ambtshalve melding.
Eén keer per week vindt er een clusteroverleg plaats met de toezichthouders en handhavingsjuristen. Tijdens dit overleg bespreekt de toezichthouder de zaken die ambtshalve zijn geconstateerd. Er wordt dan ook besproken of het een zaak is voor de juristen of voor de toezichthouders. Hoewel deze scheiding niet altijd scherp te maken is, worden zaken doorgaans overgedragen aan juristen wanneer een bestuursrechtelijke maatregel, zoals een LOD, moet worden opgelegd.
•Indien er niet conform de vergunning is gebouwd en handhaving noodzakelijk is, vult de toezichthouder een standaard sjabloon in. Hierin worden zaken als datum, foto’s, constateringen en juridische bepalingen opgenomen, zodat de jurist de handhavingsprocedure kan starten.
10.2.3 Afstemming VRU en gemeente bij handhaving
De VRU voert periodieke controles uit op bestaande bouwwerken binnen de gemeente.
Indien bij deze controles overtredingen worden geconstateerd, geeft de VRU een waarschuwing. Daarbij wordt vermeld dat bij herhaalde constatering de gemeente wordt ingeschakeld om handhavend op te treden.
Het advies van de VRU wordt als zwaarwegend betrokken bij de besluitvorming, maar is niet bindend. De gemeente behoudt, als bevoegd gezag, de verantwoordelijkheid om een zelfstandig besluit te nemen over het al dan niet inzetten van handhavende maatregelen. Daarbij vindt een belangenafweging plaats, waarbij onder meer de toepasselijke algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het evenredigheidsbeginsel, worden betrokken en bijvoorbeeld de gedoogstrategie zoals opgenomen in deze U&H-strategie. Op basis van deze afweging kan in bijzondere gevallen gemotiveerd worden afgezien van handhavend optreden.
De samenwerking verloopt via de samenwerkingsmodule in het zaaksysteem.
10.2.4 Rapportage
De resultaten van een controle worden gedocumenteerd in een uniform constateringsrapport via de uniforme werkprocessen in het zaaksysteem. In dit rapport wordt, afhankelijk van het type controle, doorgaans vermeld wie de controle heeft uitgevoerd, waar en wanneer deze plaatsvond, wat de aanleiding was, met wie is gesproken, welke bevoegdheden zijn ingezet, wat er feitelijk is waargenomen, bevindingen o.b.v. stappenplan LHSO of er sprake is van een overtreding en welke vervolgstappen eventueel nodig zijn. De Coördinator Toezicht en Handhaving ziet toe op uniforme registratie hiervan.
10.2.5 Prioritair toezicht: Meldingen/klachten
Klachtentoezicht vindt plaats naar aanleiding van een klacht of melding van burgers/bedrijven (extern) of van andere afdelingen/collega’s/bestuur (intern). Klachten en meldingen kunnen per telefoon, schriftelijk of via de website van de gemeente binnenkomen. Milieuklachten kunnen worden gemeld via de website van de ODU. Milieuklachten worden in principe door de ODU afgehandeld.
In het kader van de U&H-strategie is slechts sprake van een klacht als de klacht betrekking heeft op een taak uit het omgevingsrecht, bijvoorbeeld een klacht over illegale bouw door de buren of een klacht over stankoverlast door een bedrijf. Klachten over (het functioneren van) ambtenaren en/of klachten over de gemeentelijke organisatie vallen hier dus niet onder. Hiervoor geldt namelijk een aparte klachtenregeling op grond van de Awb.
Bij de beoordeling van een klacht wordt ten eerste vastgesteld of de betreffende klacht niet moet worden opgevat als een verzoek om handhaving. Bestaat er onduidelijkheid over de aard van de klacht, dan wordt altijd contact gezocht met de klager om vast te stellen hoe de klacht moet worden opgevat en hoe deze vervolgens moet worden afgehandeld.
De werkwijze die wordt toegepast, is dat bij het binnenkomen van een klacht of melding er tijd wordt ingepland binnen de gestelde termijn waarin de toezichthouder de controle uitvoert. Het is belangrijk om op te merken dat in bepaalde gevallen kan worden afgeweken van de prioriteit die aan het betreffende taakonderdeel is toegekend. Klachten of meldingen waarbij sprake lijkt te zijn van direct gevaar en/of een onveilige situatie worden altijd direct behandeld, ook wanneer het om een anonieme melding of klacht gaat.
10.3 Werkwijzen handhaving
10.3.1 Bestuursrecht en/of strafrecht in de LHSO
In hoofdstuk 4.3 van de LHSO is de interventiematrix opgenomen, waarin ook strafrechtelijke maatregelen zijn verwerkt. Om de samenwerking met ketenpartners goed vorm te geven, heeft de gemeente De Ronde Venen afstemmingsgesprekken gevoerd met de politie en het OM. In eerste instantie zijn gesprekken gevoerd met het basisteam Stichtse Vecht/De Ronde Venen. Naar aanleiding van deze gesprekken heeft de gemeente een memo opgesteld, die via de politie is voorgelegd aan het OM. De officier van justitie heeft vervolgens overleg gevoerd met de gebiedsofficier om te beoordelen of de door de gemeente gevraagde inzet aansluit bij de prioriteiten van het OM en de politie.
Uit deze gesprekken blijkt dat politie en OM geen prioriteit toekennen aan overtredingen van Ow-bepalingen die in de Wet Economische Delicten (WED) zijn opgenomen, maar uitsluitend aan overtredingen die zijn vastgelegd in het Wetboek van Strafrecht.
Wanneer de gemeente een onomkeerbare overtreding constateert (categorie 4 ‘gevolgen’ van de basisinterventiematrix), wordt:
•Bij heterdaad: direct de politie ingeschakeld.
•Bij niet-heterdaad: aangifte gedaan bij de politie.
Daarnaast is in het kader van het landelijke programma Veilige Publieke Taak (VPT), dat gericht is op het waarborgen van een veilige en integere taakuitvoering door medewerkers met een publieke functie, benadrukt dat de opsporing van deze daders een hoge prioriteit heeft voor de politie en OM.
Indien toezichthouders van de gemeente worden belemmerd in hun taakuitvoering, kunnen zij:
•Een last onder dwangsom opleggen (zoals opgenomen in bijlage 13.1).
•De politie inschakelen voor strafrechtelijke vervolging.
10.3.2 Handhavingsverzoek
Zodra een verzoek binnenkomt, vindt een eerste controle plaats om te beoordelen of het verzoek compleet is en voldoet aan de basisvoorwaarden, zoals: naam en adres van de indiener, ondertekening en een duidelijke omschrijving van het verzoek.
Na deze controle wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.
Vervolgens vindt een informeel overleg plaats met de verzoeker om meer inzicht te krijgen in het ingediende verzoek en om mogelijke informele oplossingsrichtingen te bespreken.
Daarna volgt een gesprek met de betrokkene tegen wie het handhavingsverzoek is ingediend.
Vervolgens wordt een controlebezoek ingepland voor de toezichthouder.
Op basis van de verzamelde gegevens kan het nodig zijn om aanvullende adviezen op te vragen bij partners, zoals Verkeer, Vergunningen, ODU, VRU, enzovoort.
Vervolgens wordt bepaald of het verzoek wordt toegewezen. Indien tijdens de behandeling blijkt dat het handhavingsverzoek niet gegrond is, wordt de indiener voorgesteld het verzoek in te trekken. Wanneer de indiener dit niet doet, wordt een besluit genomen om het verzoek niet in behandeling te nemen.
Indien het verzoek gegrond is en er geen bereidheid bestaat om het op informele wijze op te lossen, wordt een vervolgzaak aangemaakt ter voorbereiding van een handhavingsbesluit.
10.3.3 Begunstigingstermijnen
Een dwangsom wordt pas verbeurd of bestuursdwang mag pas worden toegepast nadat de overtreder de gelegenheid heeft gehad zelf de geëigende maatregelen te treffen om de overtreding ongedaan te maken.
De begunstigingstermijn moet zo worden gekozen dat de overtreder voldoende tijd heeft om de overtreding ongedaan te maken of ongedaan te laten maken. De begunstigingstermijn moet concreet omschreven zijn. ‘Zo spoedig mogelijk’ en dergelijke zijn niet toegelaten. De begunstigingstermijn moet zo kort mogelijk zijn, maar niet onredelijk kort. Dit betekent dat de begunstigingstermijn dient overeen te komen met de termijn waarbinnen het voor de overtreder fysiek, bij een voortvarende aanpak, mogelijk is de strijdigheid ongedaan te maken. Een voortvarende aanpak betekent dat sneller doorgewerkt moet worden dan bij reguliere uitvoering, vooral als de overtreding nogal wat hinder, gevaar of schade tot gevolg heeft. Een begunstigingstermijn is niet noodzakelijk indien de overtreder onmiddellijk tot naleving van de voor hem geldende verplichtingen in staat is.
Een begunstigingstermijn mag korter zijn dan de termijn voor bezwaar en beroep. Indien er mogelijk op korte termijn concreet zicht op legalisatie ontstaat, mag de termijn hier niet aan worden gepeld. De suggestie mag niet ontstaan dat de overtreder het recht krijgt om ‘nog even door te gaan’. Hierbij moet ook bedacht worden dat bij een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom in feite ook al een begunstigingstermijn is gegeven, waarmee een eventuele eerdere gedoogsituatie is afgebouwd. Tot dusver worden begunstigingstermijnen op verzoek verlengd tot na de beslissing op bezwaar en de uitspraak op beroep. Het verlengen van de begunstigingstermijn tot na de uitspraak op beroep wordt redelijk geacht. Tenzij er zeer dringende belangen zijn (zoals een brandgevaarlijke situatie), is het verstandig te wachten tot de rechtbank een uitspraak heeft gedaan over een handhavingsbeschikking. Handhavend optreden, zoals het innen van een dwangsom of het toepassen van bestuursdwang, terwijl er nog geen duidelijk rechterlijk oordeel is, brengt risico’s met zich mee. De beschikking van het college kan namelijk vernietigd worden, waardoor schadevergoeding moet worden betaald of reeds geïnde dwangsommen met rente moeten worden terugbetaald.
In gevallen waarin een overtreding niet is beëindigd tijdens een lopende hoger beroepsprocedure, kan een herhaalde last onder dwangsom worden opgelegd. Hierbij wordt de begunstigingstermijn niet meer op verzoek van de overtreder verlengd. Hoewel de Raad van State in sommige gevallen een rechtbankuitspraak vernietigt, komt dit relatief zelden voor.
Bovenstaande wordt als beleidslijn gehanteerd dat de begunstigingstermijn (op verzoek) verlengd wordt tot zes weken na de uitspraak van de rechtbank. Indien nodig kan deze termijn nog iets langer gesteld worden. Tevens wordt als beleidslijn gehanteerd om bij een verzoek om daarna – tot na de uitspraak in de bodemprocedure van de Raad van State - de begunstigingstermijn te verlengen, dit verzoek af te wijzen.
10.3.4 Werkwijze LHSO
De methode die volgens de hoofdstuk 4 LHSO beschreven staat om te komen tot een passende interventie, is in de gemeente ingebed binnen de bestaande processen en applicaties. Het zaaksysteem biedt handvatten voor de handhaver om tijdens het uitvoeren van het proces gegevens en bescheiden in te vullen die het stappenplan volgen, waardoor de gemeente de LHSO passend heeft gemaakt binnen de staande organisatie om zo de essentie van de LHSO te waarborgen. Afhankelijk van de score in de matrix van de LHSO zijn verschillende interventiemaatregelen toepasbaar.
De mogelijkheid tot bestuurlijke boete wordt niet toegepast.
10.3.5 Overtredingen (eigen)overheidsinstantie
De verwachting is dat de gemeente en andere overheidsorganen zich houden aan alle geldende regelgeving. Een publieke organisatie heeft een voorbeeldfunctie en wordt verondersteld kennis te hebben van de relevante wet- en regelgeving. Vanuit VTH wordt gebruikgemaakt van de signalerende taak om een afdeling te wijzen op een overtreding, of op een situatie waarin een overtreding mogelijk plaatsvindt. Dit geldt ook voor signalen binnen de eigen organisatie. Indien een overtreding niet wordt beëindigd, zal handhavend worden opgetreden.
In eerste instantie wordt gekozen voor korte interne routes om snel tot resultaat te komen, namelijk beëindiging van de overtreding. Indien daar aanleiding toe is, kan worden gekozen voor de bestuurlijke route.
In onderstaande tabel is weergegeven hoe de basisroute verloopt. Indien het gaat om een andere overheidsorgaan waar de samenstelling anders is, wordt gekozen voor de meest aanverwante functies dan wel personen.
#
Omschrijving actie
Product
Bijzonderheden
1
Constateren overtreding
Controle
2
Waarschuwen en afspreken vervolgstappen
Constateringsbrief met beschrijving overtreding, eventuele legalisatiemogelijkheden en begunstigingstermijn
De brief en het contact wordt gericht aan de teamleider of manager van de afdeling
3
Uitvoeren hercontrole
Controleren of de overtreding is beëindigd
4
Opnieuw afspreken
Tweede constateringsbrief met de mogelijkheid om een zienswijze te geven
5
Zienswijze horen
Zienswijze
Door betreffende teamleider of afdelingsmanager
6
Opstellen definitieve brief
Derde brief met reactie op de zienswijze
7
Uitvoeren hercontrole
Controleren of de overtreding is beëindigd
8
Rapporteren bevindingen aan gemeentesecretaris
Rapportage, informatiegesprek en vervolgstap bespreken
9
Informeren college van B&W
Rapportage
10.4 Werkwijzen gedogen
10.4.1 Wraken
Wanneer vanwege een prioriteitstelling niet direct wordt gehandhaafd en niet wordt gedoogd, wordt gekozen voor wraken. Wraken is een vorm van uitgestelde handhaving. Hierbij wordt een wrakingsbrief gestuurd, wat geen besluit is in de zin van de Awb. Met een wrakingsbrief wordt de overtreder geïnformeerd dat het college zich het recht voorbehoudt om op een later tijdstip handhavend op te treden tegen de geconstateerde overtreding als de overtreder deze zelf niet opheft. Wraking wordt vooral toegepast bij overtredingen met een lage prioriteit.
11. Werkprocessen
11.1 Vergunningverlening
11.1.1 Vooroverleg
Proces
Actie
Zaak starten
Product registreren en gegevens controleren
Intake
Zaakbehandelaar en team bepalen
Zaakbehandelende organisatie bepalen
Ontvangstbevestiging generen, definitief maken en versturen
Inhoudelijk behandelen
Voorbereiden en agenderen intaketafel
Verwerken resultaat intaketafel
Volledigheid verzoek controleren
Verzoek aanvullende informatie genereren
Advies vragen
Adviezen ontvangen
Voorbereiden en agenderen omgevingstafel
Verwerken resultaat omgevingstafel
Verzoek bespreken met portefeuillehouder
Leges berekenen, factuur klaarzetten en volgende taak toewijzen aan Frontoffice
Afrondingsbrief vooroverleg genereren
Collegiale toets
Afrondingsbrief definitief maken, versturen en invullen omgevingsdossier
Raadsinfo nota opstellen
Bespreken vervolgprocedure met initiatiefnemer
Zaak afronden
Resultaat invullen
11.1.2 Melding (activiteit) behandelen
Proces
Actie
Zaak starten
Product registreren
Behandelaar toewijzen
Beoordelen bevoegd gezag
Inhoudelijke beoordeling
Beoordelen volledigheid en inhoud
Toetsen van de inhoud
Indien nodig: verzoek tot aanvulling genereren
Indien nodig: toetsen aanvullingen
Collegiale toets
Zaak afronden
Terugkoppeling aan indiener verzenden
Omgevingsdossier koppelen
Optioneel: vervolgzaak aanmaken (controle uitvoeren)
Publicatie maken en publiceren
11.1.3 Aanvraag beschikking behandelen
Proces
Actie
Zaak starten
Product registreren en gegevens controleren
Intake
Zaakbehandelaar en team bepalen
Zaakbehandelende organisatie bepalen
Informeren BAG
Ontvangstbevestiging versturen
Juiste procedure bepalen
Aanvraag publiceren
Procedurebevestiging genereren en versturen.
Toetsen op regelgeving
Aanvraag op volledigheid controleren
Verzoek om aanvulling genereren
Bepalen coördinatie samenhangend besluit
Controleer of er een omgevingsdossier bestaat of maak er een.
Advies vragen
Adviezen ontvangen
Bepalen termijn verlengen en document genereren, definitief maken en versturen
Inhoudelijk beoordelen
Bepalen besluitvorming aanhouden
Beschikking opstellen
Zienswijzen ontvangen
Zienswijzen beoordelen
Leges berekenen, factuur klaarzetten en volgende taak toewijzen aan Frontoffice
Beschikking genereren
Beschikking vaststellen
Collegiale toets definitieve beschikking
Ondertekening teammanager indien nodig
Zaak afronden
Beschikking definitief maken en versturen
Beschikking publiceren en ter inzage leggen
BAG deelproces BAG Besluit verwerken PER DIRECT aanmaken
Bouwkosten boven 50.000: CBS gegevens invullen
Besluitregistratie invullen/bijwerken in tabblad Besluiten *
Omgevingsdossiers vigerend maken en ketenpartners informeren
Resultaat invullen
11.2 Toezicht
11.2.1 Controle uitvoeren
Proces
Actie
Zaak starten
Product registreren en pel juiste team en toezichthouder
Controleer of controlebezoek gepland is via het omgevingsdossier
Controleer tabblad Omgeving en Betrokkenen
Controle voorbereiden
Aanpak bepalen
Belanghebbenden informeren via telefoon of mail
Controle uitvoeren
Controle uitvoeren
Bevindingen opstellen
Handhavingsstrategieën kiezen (LHSO)
Controlerapport genereren
Collegiale toets door handhavingsjurist
Controlerapport definitief maken
Zaak afronden
Controlebezoek voltooien in het omgevingsdossier
Constateringen eventueel verwerken naar omgevingsdossier
Indien van toepassing BAG-medewerker informeren d.m.v. deelproces BAG intake
Vervolgzaken starten
Werk Registraties bij en vul zaakresultaat in
11.3 Handhaving
11.3.1 Handhavingsbesluit nemen
Proces
Actie
Handhavingsvoornemen voorleggen
Product registreren en zaak op behandelaar en team zetten
Adviezen uitzetten via deelproces i.v.m. legalisatie-onderzoek
Mogelijkheid legalisatie controleren a.h.v. adviezen
Belangenafweging maken
Op onevenredigheid controleren
Voornemen LOD of LOB genereren
Voornemen collegiaal toetsen
Voornemen definitief maken, bekendmaken evt. ook bij verzoeker om handhaving
Handhavingsbesluit opstellen
Zienswijzen behandelen
Verslag zienswijzegesprek genereren en eventueel versturen
Controle laten uitvoeren via het omgevingsdossier
Handhavingsbesluit genereren of handhaving stoppen en mededelen
Handhavingsbesluit of afzien van handhaving collegiaal toetsen
Handhavingsbesluit vaststellen
Handhavingsbesluit of afzien handhaving bekendmaken evt. ook verzoeker
Zaak afronden
Registraties bijwerken en ie naar BAG
Acties indien er een handhavingsverzoek aan vooraf ging
Vervolgzaken starten
Besluitregistratie bijwerken en resultaat invullen
11.3.2 Handhavingsverzoek behandelen
Proces
Actie
Zaak starten
Product registreren en zaak op behandelaar en team zetten
Controleer gegevens en pel het omgevingsdossier
Ontvangstbevestiging genereren, definitief maken en versturen
Intake
Bevoegd gezag bepalen
Behandelen
Volledigheid en ontvankelijkheid (inhoudelijke toets) bepalen
Overleg met verzoeker en belanghebbende (informeel overleg)
Genereer gespreksverslag
Verzoek om aanvulling genereren, definitief maken en versturen
Controle laten uitvoeren via het omgevingsdossier
Deelprocessen starten LET OP BAG!
Intern advies vragen
Adviezen ontvangen
Handhavingsverzoek beoordelen
Bepalen termijn verlengen, genereer document, maak definitief en verstuur
Besluit termijn verlengen registreren, pel document en pas termijn aan
Bij geen afwijzing: sla afwijzing-stappen over
Voornemen bij afwijzen verzoek genereren
Collegiale toets Voornemen bij afwijzen verzoek
Voornemen bij afwijzen verzoek definitief maken en versturen
Zienswijzen ontvangen
Zienswijzen beoordelen
Besluit bij afwijzen verzoek of mededeling genereren
Collegiale toets Besluit afwijzen verzoek
Beschikking vaststellen
Ondertekening teammanager indien nodig
Besluit afwijzen verzoek definitief maken, bekendmaken en registreren
Zaak afronden
E.v.t.: Vervolgzaak handhavingsbesluit nemen starten en wachten op resultaat daarvan
Besluitregistratie bijwerken op tabblad Besluiten en resultaat invullen
11.3.3 Melding behandelen
Proces
Actie
Zaak starten
Product registreren en zaak op behandelaar en team zetten
Volledigheid registratie controleren en vul relevante tabbladen
Intake
Bevoegd gezag bepalen
Beoordelen inhoud melding
Controleren of melding al eerder is gedaan.
Onderzoek uitvoeren
Controle uitvoeren
Evt mede bevoegde gezagen informeren
Advies vragen
Adviezen ontvangen
Zaak afronden
Betrokkenen informeren
Vervolgzaken starten en resultaat invullen op tabblad algemeen
13. Bijlagen
13.1 Richtlijn dwangsommen en termijnen
Taakveld
Overtreding
Modaliteit
Minimum
Termijn
Algemeen
Geen medewerking verlenen aan toezichthouder
Per overtreding
5.000
Direct
Ontbrekende onderzoek
zoals preventieonderzoek,
bodemonderzoek,
energiebesparingsonderzoek,
akoestisch onderzoek etc.
Ineens
3.000
8weken
Overleggen ontbrekende
gegevens, zoals logboek,
administratie, energienota,
lekdichtheid, registratie,
rapportage etc.
Ineens
1.000
4weken
Brandveiligheid
Geen melding brandveilig gebruik
Ineens
20.000
4weken
Niet naleven voorschriften of maatwerkvoorschriften brandveilig gebruik
Ineens
10.000
2weken
Niet naleven voorschrift omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik.
Ineens
10.000
8weken
Ontbreken document over adequate toepassing constructieonderdeel.
Ineens
3.000
1week
Overschrijden totaal onechte en/of ongewenste meldingen brandmeldinstallaties.
Per overtreding
5.000
direct
Aanleggen
Aanleggen, bouwen of slopen in strijd met (planregels) omgevingsplan
ineens
20.000
8weken
Aanleggen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning kwalificatie licht: zoals kabels en leidingen, ophogen etc.
ineens
10.000
8weken
Aanleggen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning kwalificatie middel: zoals heiwerkzaamheden, bodem verlagen, gronden afgraven etc.
Ineens
15.000
6weken
Aanleggen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning kwalificatie zwaar: zoals watergangen, oppervlakteverhardingen van wegen, regels t.a.v. archeologie etc.
Ineens
20.000
6weken
Bouwen
Bouwen zonder of in afwijking van omgevingsvergunning, kwalificatie licht: zoals erfafscheiding, tuinmeubilair, vlaggenmasten, schotelantennes, zonweringen etc.
Ineens
5.000
8weken
Bouwen zonder of in afwijking van omgevingsvergunning kwalificatie middel: zoals aanbouw aan bestaand hoofdgebouw, bijgebouw, overkapping, paardenbak, regels t.a.v. archeologie, afwijking van vergunning t.a.v. woning/bedrijfsgebouw etc.
Ineens
20.000
8weken
Bouwen zonder omgevingsvergunning kwalificatie zwaar: zoals een woning, bedrijfsgebouw etc.
Ineens
100.000
8weken
Bouwen in strijd met het Bbl, kwalificatie licht: zoals technische voorschriften bruikbaarheid etc.
Per week
10.000
8weken
Bouwen in strijd met het Bbl, kwalificatie middel: zoals technische voorschriften energiezuinigheid etc.
Per week
15.000
8weken
Bouwen in strijd met het Bbl, kwalificatie zwaar: zoals technische voorschriften veiligheid, gezondheid etc.
Per week
20.000
8weken
Slopen
Slopen zonder of in afwijking van omgevingsvergunning of een melding, kwalificatie licht: zoals het slopen van een bijgebouw zonder asbest etc.
Ineens
5.000
6weken
Slopen zonder of in afwijking van omgevingsvergunning of een melding, kwalificatie middel: zoals slopen zonder asbest (overig)
Ineens
10.000
6weken
Slopen zonder of in afwijking van omgevingsvergunning of een melding, kwalificatie zwaar: zoals slopen met (waarschijnlijk) asbest
Ineens
30.000
6weken
Monumenten
Verandering aan, op, in of bij een monument zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning.
Ineens
25.000
4weken
Verandering in beschermd stad- en dorpsgezichten zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning.
Ineens
20.000
4weken
Strijdig gebruik
Gebruik in strijd met omgevingsplan zoals verkeerd gebruik grond/erf, illegale handelingen buitengebied etc
Ineens
10.000
8weken
Strijdig gebruik omgevingsplan: wonen of bedrijfsmatige activiteiten waar niet toegestaan, etc.
Ineens
20.000
10weken
Voorschriften Bbl
Ontbreken voorzieningen of niet volgens eisen, kwalificatie licht: zoals rookmelder, blustoestel, vluchtrouteaanduiding, zelfsluitende deur, etc.
Per week
3.000
2weken
Ontbreken voorzieningen of niet volgens eisen, kwalificatie middel: zoals brandweeringang, brandmeldinstallatie, aankleding ruimten, verbindingsweg, etc.
Per week
6.000
4weken
Ontbreken voorzieningen of niet volgens eisen, kwalificatie zwaar: zoals ontruimingsinstallatie, bluswatervoorziening etc.
Per week
10.000
8weken
Stillegging bouw
In strijd met stillegging bouw of sloop bouwwerk – bouwen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning (cat. licht): erfafscheiding, tuinmeubilair, vlaggenmasten en soortgelijke bebouwing.
Ineens
10.000
Direct
In strijd met stillegging bouw of sloop bouwwerk – bouwen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning (cat. middel): aanbouw, bijgebouw, overkapping en soortgelijke bebouwing.
Ineens
15.000
Direct
In strijd met stillegging bouw of sloop bouwwerk – bouwen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning (cat. zwaar): nieuwe woning of bedrijfsgebouw en soortgelijke bebouwing.
Ineens
50.000
Direct
Recidive
Na het bereiken van het maximale bedrag kan besloten worden om een nieuwe last onder dwangsom, dan wel een last onder bestuursdwang op te leggen. Indien sprake is van herhaling van een overtreding – door dezelfde overtreder op een bepaald perceel – waarvoor in het verleden (binnen de afgelopen twee jaren) reeds een dwangsombeschikking is afgegeven, wordt de te stellen dwangsom verhoogd met 100%.
13.2 Toetsingskader uitvoeringstaken
De in dit hoofdstuk opgenomen toetsingskaders bij activiteiten zijn richtinggevend, maar niet uitputtend. Bij iedere aanvraag wordt bepaald welk wettelijk en beleidsmatig kader van toepassing is op de specifieke activiteit. Hierdoor kan het voorkomen dat in bepaalde gevallen wordt gewerkt met een ander of aanvullend toetsingskader dan in dit hoofdstuk is beschreven.
Beoordelingskader Omgevingswet en Omgevingsbesluit
De Ow en het Ob vormen samen het landelijke fundament voor het beoordelen en toetsen van aanvragen voor omgevingsvergunningen. Deze regelgeving beschrijft welke algemene voorwaarden gelden voor het indienen van een aanvraag en op welke wijze deze moet worden behandeld. Zo mag een vergunning bijvoorbeeld niet in strijd zijn met het omgevingsplan, moet deze passen binnen de regels voor monumenten en cultureel erfgoed en mag de activiteit geen onaanvaardbare risico’s met zich meebrengen. Deze regelgeving bepaalt daarmee het uniforme kader dat alle bestuursorganen moeten hanteren bij de vergunningverlening.
Beoordelingskader Bouwtechnische toetsing
De bouwtechnische voorschriften zijn vastgelegd in het Bbl. De gemeente beoordeelt de bouwtechnische aspecten van aanvragen voor bouwwerken die niet onder gevolgklasse 1 van de Wkb vallen. De ODU voert deze taken namens de gemeente uit. Bij bouwwerkzaamheden wordt ook de Beleidsregel emissiereductieplicht (stikstof) bij bouw- en sloopwerkzaamheden gemeente De Ronde Venen, gehanteerd ter toetsing of de initiatiefnemer adequate maatregelen treft.
Beoordelingskader Omgevingsplan
De gemeente beoordeelt iedere aanvraag voor een omgevingsvergunning aan de hand van de geldende planologische kaders. Deze kaders zijn vastgelegd in het (tijdelijke) omgevingsplan (Omgevingsplan gemeente De Ronde Venen), waarin onder meer bepalingen staan over bestemmingen, definities, gebruiksregels, bouwregels, afwijkmogelijkheden en overgangsrecht.
Wanneer een initiatief niet past binnen de bestaande planologische regels, kan in bepaalde situaties alsnog medewerking worden verleend. Dit kan bijvoorbeeld door het verlenen van een omgevingsvergunning voor een (buitenplanse) omgevingsplanactiviteit (Opa of Bopa). In dat geval wordt beoordeeld of het plan voldoet aan de uitgangspunten van een goede ruimtelijke ordening. Deze beoordeling vindt plaats aan de hand van gemeentelijk beleid of een ruimtelijke onderbouwing die door de aanvrager is aangeleverd. Wanneer een aanvraag betrekking heeft dat buiten de stedelijke contouren (ook wel ‘rode contouren’) dan wordt er getoetst aan de Omgevingsverordening Provincie Utrecht.
De Leidraad Dakopbouwen De Ronde Venen wordt gehanteerd bij de toetsing van dakopbouwen bij grondgebonden rijwoningen.
Aan het Mobiliteits- en Verkeersveiligheidsplan 2023–2030 De Ronde Venen wordt getoetst wanneer een activiteit gevolgen heeft voor mobiliteit, verkeersveiligheid of bereikbaarheid.
Aan de Landschapsnota De Ronde Venen 2030 wordt getoetst wanneer een activiteit invloed heeft op het landschap, de ruimtelijke kwaliteit of de karakteristieke openheid van De Ronde Venen.
Aan het Groenbeleidsplan De Ronde Venen 2017–2040 wordt getoetst wanneer de activiteit gevolgen heeft voor gemeentelijk groen, zoals bomen, beplanting, groenstructuren of openbare groenzones.
Het afwegingskader voor de aanleg van grootschalige zonnevelden ligt vast in het Beleidsplan Grootschalige Zonnevelden De Ronde Venen 2023.
De regels omtrent het voldoen aan de redelijke eisen van welstand zijn opgenomen in Welstand De Ronde Venen.
Beoordelingskader Sloop
Beleidsregel emissiereductieplicht (stikstof) bij bouw- en sloopwerkzaamheden gemeente De Ronde Venen.
De gemeente heeft de verantwoordelijkheid om de risico’s die kunnen ontstaan bij het slopen van bouwwerken en bij het verwijderen van asbest door particulieren beheersbaar te houden. Voor deze activiteiten geldt een wettelijke meldplicht op basis van het Bbl. Voor particulieren geldt bovendien dat een melding van asbestverwijdering binnen acht dagen voor aanvang moet worden ingediend. Voor de taakuitvoering m.b.t. asbest wordt de Beleidsregel Uitvoering-en handhavingstrategie overgedragen milieutaken Regio Utrecht gehanteerd.
Wanneer sloopwerkzaamheden plaatsvinden in een gebied met een archeologische verwachting, bestaat het risico dat archeologische waarden worden aangetast. De initiatiefnemer moet daarom vooraf nagaan in het omgevingsplan of een archeologisch onderzoek nodig is, aangezien de bodem wordt verstoord. Als de geplande werkzaamheden de drempelwaarden overschrijden, moet een erkend archeologisch bureau onderzoek uitvoeren en moet het bijbehorende rapport worden meegestuurd bij de aanvraag van de omgevingsvergunning. Tijdens de uitvoering geldt daarnaast een meldplicht voor toevalsvondsten; bij onverwachte archeologische ontdekkingen moet het werk tijdelijk worden stilgelegd.
Beoordelingskader brandveiligheid
De beoordeling van meldingen voor brandveilig gebruik van alle soorten gebouwen gebeurt aan de hand van de wettelijke eisen, zoals het Bbl en Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Bgbop), waarbij zowel wordt gekeken naar de volledigheid van de melding als naar de inhoudelijke brandveiligheidsaspecten.
Beoordelingskader monumenten en archeologie
Het omgevingsplan bepaalt welke mate van bescherming geldt voor cultureel erfgoed binnen de gemeente. Rijksmonumenten hebben een wettelijke beschermde status op grond van de Erfgoedwet. Bij aanvragen die betrekking hebben op monumenten worden de bouwhistorische en cultuurhistorische aspecten beoordeeld door de gemeentelijke adviescommissie voor ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast sluit de gemeente bij de inhoudelijke toetsing aan op het reguliere beoordelingskader bouwen.
Wanneer bij rijksmonumenten sprake is van ingrijpende ingrepen—zoals reconstructies, grote wijzigingen, herbestemmingen of sloop—wordt aanvullend advies ingewonnen bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Voor vraagstukken op het gebied van archeologie wordt advies gevraagd aan de ODU.
Beoordelingskader aanlegactiviteit
Het omgevingsplan bevat de vergunningplicht en regels voor een aanlegactiviteit.
Beoordelingskader het aanleggen of veranderen van een uitrit
Het omgevingsplan bevat de vergunningplicht en regels voor het aanleggen of veranderen van een uitrit. Het afwegingskader tevens ook vastgelegd in Beleidsregels uitwegen de ronde venen 2026.
Beoordelingskader kappen van bomen en vellen houtopstand
Het omgevingsplan bevat de vergunningplicht en regels voor het kappen van bomen en vellen van houtopstand. Ook wordt de afweging voor het bepalen of een boom behouden blijft of niet wordt gedaan op basis van de Beleidsnotitie omgang met bomen en Lijst waardevolle bomen 2014.
13.3 Toezichtsmatrix
13.4 Risicoanalyse
De risicoanalyse is gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen bij de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.
In de risicoanalyse is opgenomen hoe groot de kans is dat een risico zich voordoet en wat de mogelijke effecten daarvan zijn op de fysieke leefomgeving.
Op basis van de risicoanalyse zijn de prioriteiten vastgesteld. Daarbij geldt niet automatisch het uitgangspunt: ‘een hoog risico is een hoge prioriteit’. De prioriteiten zijn door het college vastgesteld en vormen daarmee een bestuurlijke keuze. Deze prioriteiten weerspiegelen een bestuurlijke wens en kunnen daardoor afwijken van de risicoscore.
De effectscores worden berekend aan de hand van onderstaande onderdelen:
Effectscore
Thema
Fysieke veiligheid
Sociale
Natuur/
Volksgezondheid
Bestuurlijk
kwaliteit
stadschoon
imago
Uitleg
De mate waarin de veiligheid van de fysieke leefomgeving wordt aangetast voor mens en dier.
Dit effect heeft een negatieve invloed op de kwaliteit van de sociale leefomgeving. Denk aan het ontstaan van beperkte/enige/ernstige verloedering van de leefomgeving en/of een beperkte/enige/ernstige groei van het gevoel van onveiligheid.
Dit effect heeft een negatieve invloed op de kwaliteit van de natuur-/cultuurhistorische waarden.
Dit effect leidt tot situaties waarin het lichamelijk welzijn van mens en dier wordt bedreigd. Denk aan het kunnen ontstaan van tijdelijke/chronische gezondheidsklachten of ernstige ziekten met dodelijke afloop.
Imagoschade door een eventuele calamiteit of het in stand houden van een illegale situatie. Dit leidt tot afbreuk aan de geloofwaardigheid, betrouwbaarheid en integriteit van het gemeentebestuur.
0
Geen effect
Geen effect
Geen effect
Geen effect
Geen effect
1
Enige verstoring
Enige verstoring
Enige verstoring
Enige verstoring
Nauwelijks aantasting van het imago
2
Kortdurende verstoring
Kortdurende verstoring
Kortdurende verstoring
Kortdurende verstoring
Lokaal bestuurlijke imagoschade/impact
3
Langdurige aantasting
Langdurige aantasting
Langdurige aantasting
Langdurige aantasting
Regionaal bestuurlijke imagoschade/impact
4
Permanent/onherstelbare schade
Permanent/onherstelbare schade
Permanent/onherstelbare schade
Permanent/onherstelbare schade
Landelijke bestuurlijke imagoschade/impact
De kansscores worden berekend volgens onderstaand schema:
Kanscore
Uitleg
Kans dat het (V) voorkomt/kans op slecht (N) naleefgedrag
0
V: niet N: nooit
1
V: Zeer laag N: Onwaarschijnlijk
2
V:incidenteel N: matige kans
3
V: Groot N: Groot
4
V: Bijna altijd N: Vrijwel zeker
De gemiddelde effectenscore wordt vermenigvuldigd met de kansscore om een risicoscore toe te rekenen aan het geïdentificeerde risico. Hiervoor is onderstaand schema gebruikt:
Risicoscore
0
Geen risico
0
1
Laag risico
1t/m 4
2
Matig risico
5t/m 8
3
Hoog risico
9t/m 12
4
Zeer hoog risico
13t/m 16
In onderstaande risicotabel zijn de verschillende risico’s en scores afgebeeld:
Taakveld
Risico
Gem. effect
Kans
Risicoscore
Risico
Strijd zonder benodigde vergunning
Aan-/uit-/bijgebouw, dakkapel, gevelwijziging (geen achtererfgebied)
2,0
4
8
Hoog
Aan-/uit-/bijgebouw, dakkapel, gevelwijziging (achtererfgebied)
1,8
4
7
Matig
Illegale (ver)bouw maatschappelijke gebouwen; (kinder)dagverblijven, BSO, scholen, zorg
2,6
2
5
Matig
Illegale (ver)bouw bedrijfspanden
1,6
2
3
Laag
Illegale (ver)bouw grondgebonden woningen
2,0
2
4
Matig
Illegale (ver)bouw woningsplitsing, appartementen en kamerverhuur
1,2
2
2
Laag
Kappen zonder of in afwijking van de vergunning (melding)
2,2
2
4
Matig
Bouwwerken geen gebouw zijnde (airco's, schotels, reclame)
1,6
4
6
Matig
Gebruik gronden en bouwwerken
In strijd met bestemmingsplan voor wonen
1,8
3
5
Matig
In strijd met bestemmingsplan voor kantoor/detailhandel
1,4
4
6
Matig
In strijd met bestemmingsplan voor horeca/maatschappelijk
1,4
2
3
Laag
In strijd met bestemming voor bedrijf
2,0
4
8
Hoog
Strijd met verkeers-/groen-/water-/natuur bestemming
1,6
2
3
Laag
Uitvoeren van een werk/in- of uitrit/verandering weg/kap
1,4
2
3
Laag
Gebruik in strijd met vergunde afwijking van een bestemmingsplan
1,6
1
2
Laag
Staat van bestaande gebouwen en bouwwerken
Oneigenlijk grondgebruik
1,4
2
3
Laag
Brandveiligheid
2,8
3
8
Hoog
Slopen
Slopen zonder of in afwijking melding of omgevingsvergunning met asbest
3,4
2
7
Matig
Slopen zonder of in afwijking melding of omgevingsvergunning restant
1,8
3
5
Matig
Welstand, monumenten en archeologie
Wijziging of aantasting monument
2,8
2
6
Matig
Wijziging beschermd stads- en dorpsgezicht
2,4
2
5
Matig
Welstandsexcessen
2,8
3
8
Hoog
Archeologiebescherming
2,8
2
6
Matig
Aangevraagde en verleende vergunningen onderdeel: wonen, publiek en bedrijf.
Cat. I dakkapel
1,6
4
6
Matig
Cat. I <100.000 (eenvoudig)
1,8
4
7
Matig
Cat. I <100.000 (complex)
2,4
3
7
Matig
Cat. II 100.000 - 250.000
2,6
3
8
Hoog
Cat. III 250.000 - 1.000.000
3,6
2
7
Matig
Cat. IV >1.000.000
3,6
1
4
Matig
Houtstook
Overlast houtrook
1,8
3
5
Matig
Vuur stoken
1,2
2
2
Laag