Gemeentelijke regelgeving

Beleidskader Diffuus lood Gemeente De Ronde Venen

Gemeente De Ronde Venen · geldt sinds 5 juni 2025

Aanhef

Samenvatting

Dit gemeentelijk beleidskader diffuus lood geeft invulling aan de bestuurlijke afwegingsruimte voor de stof lood die de Omgevingswet biedt. Het beleidskader geeft input voor de gemeentelijke omgevingsvisie om daarin de opgave voor lood als problematiek te verwoorden en voor het omgevingsplan om de kwaliteit van de leefomgeving te borgen als het gaat om de stof lood. Waarom specifiek lood? Lood komt in de bodem van de gemeente De Ronde Venen in verhoogd gehalte voor. Met name in het deel waar toemaakdek aanwezig is. Op het toemaakdek bevat de bodem plaatselijk hoge loodgehalten die kunnen leiden tot risico’s voor het leervermogen van kinderen in de leeftijd van 0 tot 6 jaar. Om deze risico’s weg te nemen of te voorkomen is de gemeente in 2022 samen met de provincie Utrecht gestart met een programma voor particuliere tuinen in de gemeente. Dit programma wordt gefinancierd uit een Rijkssubsidie (de Specifieke uitkering bodem, SPUK). Deze aanpak is gebaseerd op onderzoek en indien nodig te nemen maatregelen in overleg met de bewoners en loopt door tot in 2025. Het is van belang om het behaalde projectresultaat goed te borgen en voor nieuwe ontwikkelingen regels te hanteren die het behaalde resultaat behouden en die ervoor zorgen dat de bodemkwaliteit in de gemeente verder verbetert.

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De regels die in dit beleidskader zijn uitgewerkt maken gebruik van de ruimte die de Omgevingswet biedt. De regels die in dit beleidskader staan moeten nog wel worden verwerkt in de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Daarmee wordt een betere juridische borging verkregen en dat maakt ook een efficiëntere uitvoering van de maatregelen mogelijk (kortere procedures). Vertrekpunt voor het beleid dat in dit kader wordt uitgewerkt is het “Handelingskader voor Diffuus lood in de bodem, provincie Utrecht vastgesteld 24 september 2019, referentienummer 81F8FFB6”, de vastgestelde Nota bodembeheer (ODRU 23 mei 2022) en het “Handelingskader bodembeheer toemaakgronden, Landelijk gebied december 2010”.

In dit beleidskader wordt ingegaan op:

•Omgevingswaarden op te nemen in het omgevingsplan.

•Mogelijkheden om andere onderzoeksmethoden te gebruiken.

•De uitbreiding van de definitie “bodemgevoelige locatie” met plekken waar kinderen spelen en moestuinen.

•Regels voor plekken waar kinderen spelen

•Regels voor moestuinen.

•Regels voor hergebruik van loodhoudende grond boven de interventiewaarde.

•Regels om af te kunnen wijken van de standaard leeflaagdikte van 1 meter.

•Een goede informatievoorziening en adviezen rondom de aanwezigheid van lood in de bodem.

Bijlage 1 Tabel gezondheidskundige advieswaarden

Bron: Landelijke GGD-projectgroep bodem 18 april 2016. Aanvullend advies Lood in bodem en gezondheid – Toelichting

Bijlage 3 Kaart met beperkingengebieden (aandachtgebied zijn gebieden met een loodverwachting van meer dan 390 mg/kg).

Loodverwachtingskaart (bron: provincie Utrecht 2017)

Op basis van de 95-percentielwaarde.

Of

Kaart met beperkingengebieden (aandachtgebieden zijn gebieden met de kwaliteitsklasse industrie).

Ontgravingskaart bovengrond (bron: bodemkwaliteitskaart ODRU 2022).

Bijlage 4 Toelichting op artikel 4.1273 (maatwerk kwaliteitseisen) BAL

In het artikel zijn enkele specifieke voorwaarden en beperkingen opgenomen voor het stellen van maatwerkregels en maatwerkvoorschriften waar kwaliteitseisen waaraan grond of baggerspecie bij het toepassen moeten voldoen, worden versoepeld. Er kan slechts gebruik worden gemaakt van soepelere eisen als de grond of baggerspecie afkomstig is uit een aangewezen bodembeheergebied.

In artikel 2.12 van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn algemene bepalingen opgenomen over het stellen van maatwerkregels en in artikel 2.13 over het stellen van maatwerkvoorschriften. Hieruit blijkt dat maatwerkregels en maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld, waarin wordt afgeweken van de hoofdstukken 3 tot en met 5, tenzij in die hoofdstukken anders is bepaald. De eisen kunnen bijvoorbeeld worden aangescherpt als het wenselijk is om lokaal verdergaande bescherming te bieden. Het is echter niet wenselijk dat kwaliteitseisen zonder meer – binnen de kaders van artikel 2.11 en 2.12 – kunnen worden versoepeld. Daarom zijn hiervoor in artikel 4.1273 specifieke voorwaarden en beperkingen opgenomen. Dit zijn «andere bepalingen» in de zin van artikel 2.12, respectievelijk 2.13.

Er mogen met maatwerk alleen soepeler kwaliteitseisen aan toegepaste grond of baggerspecie worden gesteld in een op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving aangewezen beheergebied. De grond of baggerspecie moet ook afkomstig zijn uit dit gebied. Op deze manier zal de bodemkwaliteit in dat beheergebied niet verslechteren. Dit wordt ook wel «standstill» genoemd. Met de mogelijkheid tot het stellen van maatwerk kunnen specifieke problemen die zich in een bodembeheergebied voordoen worden opgelost door binnen het gebied toepassingsmogelijkheden voor grond en baggerspecie toe te staan die buiten het gebied niet worden geboden.

De aanleiding voor locatie specifieke regels is meestal dat de vraag naar en het aanbod van grond en baggerspecie in een bepaald gebied beter op elkaar kunnen worden afgestemd. Als er sprake is van verontreinigde grond of baggerspecie die op een bepaalde locatie in overeenstemming met de algemene regels van paragraaf 4.124 niet kan worden toegepast, omdat voor een of meer stoffen niet wordt voldaan aan de kwaliteitseisen die daarvoor gelden op grond van artikel 4.1272, eerste lid, kan dit door versoepeling van de kwaliteitseisen voor die stoffen alsnog mogelijk worden gemaakt. In veel binnensteden is bijvoorbeeld sprake van te hoge gehalten aan lood en cadmium, die niet voldoen aan de kwaliteitseisen die op grond van het Besluit bodemkwaliteit voor die stoffen zijn gesteld. Wanneer dergelijke verontreinigde grond of baggerspecie die in het gebied vrijkomt, ook weer binnen dat gebied wordt toegepast, kan dit uit het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen wenselijk zijn. Zo wordt voorkomen dat de grond of baggerspecie over grotere afstanden moet worden vervoerd om elders wel volgens de regels te kunnen worden toegepast of om op een andere (lager in de voorkeursvolgorde voor afvalverwerking) wijze moeten worden verwerkt. Ook wordt door het toepassen van deze grond of baggerspecie het gebruik van primaire grondstoffen beperkt. Doordat de grond of baggerspecie uit het gebied afkomstig is en ook weer binnen het gebied wordt toegepast, is er op gebiedsniveau sprake van «standstill».

In het tweede lid wordt onder voorwaarden toegestaan dat sterk verontreinigde grond of sterk verontreinigde baggerspecie afkomstig uit diffuus sterk verontreinigde gebieden via maatwerkregels of maatwerkvoorschriften toch wordt toegepast. Als voorwaarde wordt gesteld dat de grond of baggerspecie weer wordt toegepast op een locatie waar de bodem al voor het toepassen diffuus sterk met de stof was verontreinigd. In dat geval is er binnen de diffuse verontreiniging sprake van «standstill» zonder dat de sterke verontreiniging verder wordt verspreid. Juridisch frame voor het Omgevingsplan 33/79 Maatwerkregels of maatwerkvoorschriften met soepeler kwaliteitseisen mogen alleen gelden in een bodembeheergebied. Een bodembeheergebied wordt aangewezen in het omgevingsplan, als sprake is van toepassen op de landbodem, of in de waterschapsverordening, als sprake is van toepassen in een oppervlaktewaterlichaam.

Dit is geregeld in de artikelen 5.89o (omgevingsplan) en 6.3 (waterschapsverordening) van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De grond of baggerspecie die volgens de soepeler normen wordt toegepast moet afkomstig zijn uit het bodembeheergebied en ook weer binnen dat gebied worden toegepast. In het omgevingsplan of de waterschapsverordening wordt voor een stof waarvoor een afwijkende kwaliteitseis geldt de aangescherpte of versoepelde eis opgenomen.

Het bodembeheergebied is niet bij voorbaat aan de grenzen van de gemeente of het beheergebied van de waterbeheerder gebonden. Een gemeente of waterbeheerder kan een groter gebied aanwijzen, waaruit grond of baggerspecie afkomstig mag zijn. Dit betekent niet dat de grond of baggerspecie ook buiten de grenzen van de gemeente of het beheergebied mag worden toegepast. Toepassen van grond of baggerspecie uit het aangewezen bodembeheergebied is alleen toegestaan als de gemeente of waterbeheerder die daarover gaat eveneens een bodembeheergebied heeft aangewezen waarin toepassen op de voorgenomen locatie is toegestaan. Een gemeente of waterbeheerder heeft geen bevoegdheid om te bepalen wat er buiten de grenzen van de eigen gemeente of het eigen beheergebied (niet) is toegestaan.

Bijlage 5 Referenties/ literatuur

Nnummer

Titel

1

Diffuse loodverontreiniging in de bodem, Advies voor een gemeenschappelijk beleidskader, RIVM Rapport 2015-0204 P.F. Otte et al.

2

GGD GHOR Nederland/GGD-projectgroep bodem Lood in bodem en gezondheid (2016). Aanvullend advies met informatie voor GGD adviseurs gezondheid en milieu. – Definitieve versie: 29 januari 2016.

Landelijke GGD-projectgroep bodem 18 april2016. Aanvullend advies Lood in bodem en gezondheid – Toelichting

3

De relatieve orale biobeschikbaarheid van lood in diffuus verontreinigde bodems binnen de provincie Utrecht, GC 01-2024, N. Walraven, september 2024, rapportnummer GC 20230927.

4

Inventarisatie aandachtsgebieden diffuse loodverontreiniging in de provincie Utrecht, Lievense CSO, Documentcode: 17M1002.RAP001, 31 oktober 2017.

5

Nota bodembeheer werkgebied ODRU, beleidskader voorgrondverzet en bodemsanering, ODRU, 23 mei 2022.

6

Effectiviteit van gebruiksadviezen bij diffuus lood in de bodem, rapportage over een onderzoek in de gemeente Zaanstad, RIVM-rapport 2020-0123, J. Devilee/ L. Dirven/ L. Claassen

7

Bodemverontreiniging en de opname van lood in moestuingewassen : Risico's van looddoor bodemverontreiniging, RIVM Rapport 60771104, Otte P.F., Romkens PFAM, Rietsra RPJJ, Lijzen JPA, 2011

8

Handelingskader bodembeheer toemaakgronden landelijk gebied, december 2010

9

handelingskadervoor Diffuus loodin de bodem vastgesteld, Provincie Utrecht, kenmerk 81F8FFB6

Handelingskader voorDiffuus lood in de bodem,Provincie Utrecht, refnr 81F8FFB6, 24 september 2019.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.