Gemeentelijke regelgeving

Verordening vertrouwencommissie benoemingsprocedure burgemeester

Gemeente De Marne · geldt sinds 8 mei 2009

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.De minister: de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. De commissaris: de commissaris van de Koningin in de provincie Groningen;

c.De commissie: de vertrouwenscommissie.

Artikel 2 Taak commissie

1De commissie heeft tot taak een door de commissaris aan te reiken selectie van kandidaten te beoordelen.

2De commissie voert daartoe gesprekken met de door de commissaris geselecteerde kandidaten.

3Indien de commissie gesprekken wenst te voeren met eventueel andere op de lijst van sollicitanten voorkomende kandidaten, die hetzij zich uit eigener beweging tot de commissie hebben gewend, hetzij door de commissie worden uitgenodigd, doet zij daarvan onverwijld mededeling aan de commissaris.

4Indien de commissie besluit een door de commissaris geselecteerde kandidaat niet te ontvangen, worden de commissaris en de kandidaat door haar schriftelijk, met vermelding van de redenen, van de beslissing op de hoogte gesteld.

5De gesprekken met en de oordeelsvorming over de sollicitanten vinden plaats in aanwezigheid van de leden van de commissie, aangevuld met de adviseurs en de raadsgriffier.

Artikel 3

1Nadat de commissie haar standpunt over de geschiktheid van de door haar ontvangen kandidaten heeft bepaald, brengt zij schriftelijk en gemotiveerd verslag uit aan de raad en aan de commissaris.

2De commissie brengt haar in artikel 3 lid 1 bedoeld verslag uit op basis van de door de commissaris verstrekte informatie over de kandidaten en op basis van de informatie ontleend aan het gesprek met de door haar ontvangen kandidaten, zulks na weging van een en ander.

3De commissie doet het verslag aan de raad vergezeld gaan van een conceptaanbeveling van tenminste twee kandidaten die naar haar oordeel voor de benoeming in aanmerking komen. De commissie vermeldt daarbij ten aanzien van iedere kandidaat de motieven die tot haar oordeel hebben geleid.

Artikel 4

1Het verslag aan de raad en de commissaris, bedoeld in artikel 3 lid 1 en de concept-aanbeveling aan de raad, bedoeld in artikel 3 lid 3, worden bij meerderheid van stemmen vastgesteld.

2In het verslag aan de raad en de commissaris kunnen leden van de commissie van minderheidsstandpunten blijk geven.

3Bij staking van stemmen over het uit te brengen verslag aan de raad en de commissaris, wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot de volgende vergadering.

4Is uitstel van de beslissing niet mogelijk of staken de stemmen ook in die volgende vergadering, dan worden in het verslag de verschillende meningen binnen de commissie ter kennis van de raad en de commissaris gebracht.

5De commissie kan de commissaris vragen in de gelegenheid te worden gesteld de op schrift gestelde opvattingen mondeling toe te lichten.

Artikel 5 Geheimhoudingsplicht

1De leden van de commissie hebben volstrekte geheimhoudingsplicht omtrent hetgeen direct of indirect aan hen als lid van de commissie ter kennis is gekomen.

2De geheimhoudingsplicht van de commissie geldt ook ten opzichte van raadsleden die geen lid van de commissie zijn of lid van de commissie zijn geweest.

3Deze geheimhouding geldt zowel tijdens het bestaan van de commissie als na ontbinding van de commissie.

4De leden een tot en met drie van dit artikel zijn op overeenkomstige wijze van toepassing op degene die op grond van artikel 7 de commissie ambtelijke bijstand verleent en de adviseurs van de commissie.

5De geheimhouding brengt onder meer met zich mee dat, anders dan door tussenkomst van de commissaris, geen inlichtingen –schriftelijk of mondeling- kunnen worden ingewonnen over de sollicitanten en dat overleg met derden is uitgesloten.

6De commissie treft een voorziening met betrekking tot de wijze waarop de privacybelangen van de sollicitant verder worden beschermd, bijvoorbeeld bij de bepaling van plaats en tijdstip van de gesprekken en bij het voeren van de correspondentie.

Artikel 6 Samenstelling commissie

1De commissie bestaat uit 5 leden, te benoemen door en uit de gemeenteraad.

2Plaatsvervangende leden worden niet benoemd.

3De commissie kiest uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.

Artikel 7

1De vertrouwenscommissie wordt ambtelijk ondersteund door de raadsgriffier, die fungeert als secretaris van de commissie.

2Een wethouder en de gemeentesecretaris worden uitgenodigd als adviseur van de vertrouwenscommissie. Adviseurs kunnen zich niet laten vervangen.

3De raadsgriffier en de adviseurs zijn géén lid van de commissie en hebben géén stemrecht.

Artikel 8 Werkwijze commissie

1De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter of twee leden dit noodzakelijk achten. De eerste maal wordt de commissie bijeen geroepen door het oudste lid in jaren.

2Van elke vergadering wordt door de voorzitter tenminste 24 uur van te voren aankondiging gedaan aan de leden van de commissie.

Artikel 9

1De voorzitter van de commissie treedt op als contactpersoon naar buiten.

2Alle stukken voor de commissie worden aan zijn adres gericht en op zijn adres bewaard.

3Alle stukken die van de commissie uitgaan worden door de voorzitter vanaf zijn adres of door de griffier verzonden.

Artikel 10

De voorzitter nodigt de kandidaten uit voor een gesprek met de commissie.

Artikel 11

De commissie wordt geacht te zijn ontbonden met ingang van de dag volgende op die, waarop aan het gemeentebestuur bekend is gemaakt dat in de vacature is voorzien.

Artikel 12

1De voorzitter en de griffier, fungerend secretaris van de commissie dragen er zorg voor, dat op het in artikel 11 bedoelde tijdstip alle archiefbescheiden die de commissie zelf heeft opgemaakt, onverwijld in een verzegelde envelop en gerubriceerd als 'geheim' worden overgebracht naar de krachtens de wet door de raad aangewezen archiefbewaarplaats. Zij dragen er eveneens zorg voor dat uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde in de volgende leden van dit artikel.

2Van de in het eerste lid bedoelde overbrenging wordt een verklaring van overbrenging als bedoeld in artikel 9 van het Archiefbesluit 1995 opgemaakt. In deze verklaring wordt melding gemaakt van de met toepassing van artikel 15, lid 1 sub a en c van de Archiefwet 1995 gestelde beperkingen aan de openbaarheid, geldende voor een periode van 75 jaar.

3Originele bescheiden die de commissie van derden heeft ontvangen worden onmiddellijk aan dezen teruggezonden.

4Alle overige bescheiden van de commissie en alle kopieën van de in dit artikel bedoelde bescheiden worden onmiddellijk vernietigd.

Artikel 13

In alle gevallen waarin deze verordening dan wel de procedureregels niet voorzien beslist de commissie.

Artikel 14

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van haar vaststelling

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.