Aanhef
Welstandsnota De Fryske Marren
versie: 9 februari 2024
Vastgesteld: 10 april 2024
BIJLAGEN
Bijlage A.
Begrippen
De gemeente wil de welstandsnota zo toegankelijk mogelijk maken voor iedereen. Daarom is geprobeerd zoveel mogelijk de vaktermen en architectuurbewoordingen te vermijden. Toch lukt dat nooit volledig.
Daarnaast kunnen in het contact met de gemeente en/of de welstandscommissie (bijvoorbeeld in het verslag van de beoordeling) termen voorkomen die men niet direct kan plaatsen. Daarom zijn hiernaast een aantal links opgenomen naar websites die op een heldere, toegankelijke wijze vaktermen uitleggen.
Op de volgende pagina staat een Begrippenlijst.
Op de site van Architectenweb kunt u een handige architectuur-encyclopedie raadplegen. Veel van de termen worden met plaatjes of foto's toegelicht:
Archipedia, de architectuur encyclopedie
Wikipedia:
Overzicht van de meest voorkomende dakvormen
A
Aanbouw: Grondgebonden toevoeging van één bouw- laag aan een gevel van een gebouw
Aardtinten: Rood/bruine tinten
Achterkant: De achtergevel, het achtererf en het dak- vlak aan de achterzijde van een gebouw; de zijgevel, het zijerf en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde (zijdelings) niet gekeerd is naar de weg of het openbaar groen.
Afdak dak dat is aangebracht tegen een muur of gebouw om tegen neerslag te beschermen.
Afstemmen in overeenstemming brengen met.
B
Bebouwing Eén of meer gebouwen en/of andere bouwwerken.
Bedrijfsbebouwing gebouwen ten behoeve van bedrijven zo- als hallen, werkplaatsen en loodsen.
Behouden handhaven, in stand houden, bewaren.
Belendende naastgelegen, (direct) grenzend aan.
Beschermd stadsgezicht gebied dat vanwege de ruimtelijke of cultuur-historische waarde is aangewezen tot beschermd gebied krachtens de Monumentenwet,
Beschotting houten gevelbekleding
Bestemmingsplan / Omgevingsplan door de gemeenteraad vastgesteld plan waarin gebruik van grond en bebouwingsvoorschriften zijn geregeld.
Bestrating verharding zoals straatstenen of tegels. Bijgebouw gebouw dat bij een hoofdgebouw hoort en los van het hoofdgebouw op het erf of ka- vel staat; meestal bedoeld als schuur, tuinhuis of garage.
Blinde muur, wand of gevel gevel of muur zonder raam, deur of andere opening.
Boeiboord opstaande kant van een dakgoot of dak- rand, meestal uitgevoerd in hout of plaat- materiaal.
Boerderij gebouw of gebouwen of een erf met een (oorspronkelijk) agrarische functie en het daarbij horende woonhuis waaronder de stolp, kop-hals-romp en andere typen
Borstwering lage dichte muur tot borsthoogte. Bouwblok een aan alle zijden door straten, wegen of groen begrensde groep gebouwen, die een stedenbouwkundige eenheid vormt
Bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen of het vergroten van het bouwwerk.
Bouwlaag verdieping van een gebouw.
Buitengebied buiten de bebouwde kom gelegen gebied, ook wel landelijk gebied genoemd.
Bungalow meestal vrijstaande woning waarvan alle vertrekken op de begane grond zijn gesitueerd.
C
Carport afdak om de auto onder te stallen, meestal bij een woning.
Conformeren zich voegen naar, gelijkvormig maken, aanpassen aan, afstemmen op.
Context omgeving, situatie, geheel van de omringende ruimtelijke kenmerken. Contrasteren een tegenstelling vormen.
D
Dak afdekking van een gebouw, vlak of hellend.
Dakafdekking vlak of hellend vlak van een gebouw, waarop dakbedekking is aangebracht.
Dakhelling de hoek van het dak.
Dakkapel ondergeschikte toevoeging aan een dakvlak, vooral bedoeld om de lichttoevoer te verbreden en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten.
Dakopbouw een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok van het dak, die het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert.
Dakraam raam in een dak.
Detaillering uitwerking/weergave van de verschillende onderdelen c.q. aansluitingen.
Diversiteit verscheidenheid, afwisseling, variatie.
(Dwars)profiel omtrek van een gebouw of bouwdeel (bijvoorbeeld kozijn) of een doorsnede daarvan.
E
Ensemble architectonische en stedenbouwkundige compositie van meerdere panden.
Erf onbebouwd stuk grond behorende bij een boerderij of huis. Voorerf gedeelte van het erf dat aan de voorzijde van een gebouw is gelegen; Zijerf gedeelte van het erf dat aan de zijkant van het gebouw is gelegen; Achtererf gedeelte van het erf dat aan de achterzijde van het gebouw is gelegen.
Erker kleine toevoeging van ten hoogste één bouwlaag aan de gevel van een gebouw, meestal uitgevoerd in hout en glas.
G
Gebouw elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijk, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
Geleding onderverdeling van de gevel in kleinere vlakken. Verticale, horizontale of figuratieve indeling van de gevel door middel van gevelopeningen, metselwerk, verspringingen of andere gevelkenmerken en detailleringen.
Gevel buitenmuur van een gebouw.
Gradatie De mate waarin de woningen in het gebied het aangegeven beeldcomponent uitdrukken (bepalend, overwegend, gevarieerd) . Hiermee wordt de mate van samenhang of juist verscheidenheid in het straatbeeld bepaald.
H
Hoofdvorm/-massa voornaamste vorm
I
Ingetogen onthouden van buitensporigheden of uitspattingen
K
Kap samenstel van houten, ijzeren of betonnen onderdelen dat de dakbedekking draagt.
Kavel grondstuk, kadastrale eenheid.
Kern veelal kleinschalig stedelijk gebied, ook wel centrum van dorp of stad.
L
Lessenaarsdak dak met één hellend, niet onderbroken dakvlak.
Lichtkoepel raamconstructie meestal in een plat dak, in de vorm van een koepel.
Lijst een meestal versierde en geprofileerde rand als bekroning van de bovenzijde van een gevel.
Lineair rechtlijnig, langgerekt.
Lint (bebouwing) langgerekte weg met daarlangs bebouwing
Luifel een plat uitgebouwd afdak, vaak boven een deur.
M
Makelaar verticale balk op de kopse kant van een zadeldak, die oorspronkelijk ter ondersteuning was maar vanaf de negentiende eeuw vooral decoratief is.
Mansardekap dakvorm waarbij het onderste deel van het dak steiler is dan het bovenste deel waardoor een geknikte vorm ontstaat.
Massa volume van een gebouw of bouwdeel.
Materialisering gebruik van materiaal
Monument aangewezen onroerend goed als bedoeld in artikel 3 van de Monumentenwet 1988.
N
Nok horizontale snijlijn met twee dakvlakken, de hoogste lijn van een dak.
O
Oorspronkelijk overeenstemmend met het origineel, eigen kenmerken dragend, authentiek.
Ondergeschikt voert niet de boventoon.
Ontsluiting de toegang tot een terrein of een gebouw
Oriëntatie de hoofdrichting van een gebouw.
Ornamentiek versiering die in schilder- of bouwkunst wordt aangebracht op gebouwen.
P
Paneel rechthoekig vlak, geplaatst in een omlijs-ting.
Parcellering indeling in percelen.
Piramidedak dak gevormd door vier driehoekige dakschilden die in één punt bijeenkomen.
Plaatmateriaal bouwmateriaal dat in plaatvorm geleverd wordt, zoals hout (triplex en multiplex), kunststof (onder andere trespa) of staal (vlak of met profiel). Meestal ten behoeve van gevelbekleding.
Plint een duidelijk te onderscheiden horizontale lijn aan de onderzijde van een gebouw.
Profiel omtrek van een gebouw of bouwdeel (bijvoorbeeld kozijn) of een doorsnede daarvan.
Pui onderste deel van een gevel, veelal grotendeels van glas.
R
Respecteren met eerbied behandelen, eerbiedigen, waarderen.
Rijtjeshuis huis als onderdeel van een reeks aaneengebouwde, gelijkende woningen.
Ritmiek regelmatige herhaling
Rooilijn lijn die in het bestemmingsplan / omgevingsplan of bouwverordening de grens aangeeft waarbinnen gebouwd mag worden.
S
Samengesteld dak dak, bestaand uit verschillende delen.
Schilddak dak, gevormd door twee driehoekige schilden aan de smalle en twee trapeziumvormige aan de lange zijde.
Situering de plaats van een bouwwerk in zijn omgeving.
Sober bescheiden, eenvoudig.
T
Thema Sfeerbeschrijving per straat, zone of bebouwingsgroep
Textuur de waarneembare structuur van een materiaal (bij metselwerk dus de oneffenheden van de steen en het voegwerk)
Toetsingskader kader, bestaande uit criteria, dat gehanteerd wordt om een oordeel te kunnen vormen over de juistheid, waarde van een bouwwerk.
Topgevel driehoekvormig, in een punt uitlopend deel van een gevel.
Trendsetter (eerste) bouwwerk dat de trend bepaalt.
U
Uitbouw aan het gebouw vastzittende bouwwerk dat rechtstreeks vanuit het gebouw toegankelijk is.
V
Voorgevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een bouwwerk.
W
Windveer plank aan weerskanten van een pannendak, bevestigd langs de buitenste rij pannen.
Z
Zadeldak dak met twee tegenoverliggende dakvlakken die bij de nok samenkomen.
Zijgevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel van een bouwwerk tot aan de perceelsgrenzen.
Bijlage B.
Ontwikkellocaties
8.1 Balk - Boslust Zuidwest
8.2 Balk - De Volharding
8.3 Balk - Dubbelstraat 11
8.4 Balk – Havendiken
8.5 Balk – Havenfront
8.6 Balk - Op 'e golfbaan
8.7 Bantega - Jachtkamp 2e fase
8.8 Broek – Trijntjewiel
8.9 Broek Zuid
8.10 Delfstrahuizen – West
8.11 Echtenerbrug - De Splitting
8.12 Joure - Maria Goretti
8.13 Joure – Sevenwolden
8.14 Joure – Sluisdijk
8.15 Joure - Wyldehoarne 2
8.16 Joure - Wyldehoarne 3
8.17 Joure - Wyldehoarne 4 fase 1
8.18 Langweer - De Wielen
8.19 Lemmer - Aan de Rien
8.20 Lemmer - Burgemeester Krijgerplein
8.21 Lemmer - Burgemeester Krijgerplein Kiosk
8.22 Lemmer - De Polle
8.23 Lemmer - Lemsterpark fase 2
8.24 Lemmer - MFA Lemstervaart
8.25 Lemmer - Tramdijk Oost
8.26 Nijemirdum – Wytlân
8.27 Oosterzee – Molenweg
8.28 Oosterzee – West
8.29 Oudega – Uitbreiding
8.30 Sint Nicolaasga – Slotmolen
8.31 Sint Nicolaasga - Kade 5-7
8.32 Vegelinsoord – Uitbreiding
Toekomstige ontwikkellocaties
8.33 Balk – Balkon
8.34 Joure - Park Sevenwolden
8.35 Joure - Wyldehoarne 4 fase 2
8.36 Lemmer - Hof fan Lemmer
8.37 Lemmer - Tramdijk Oost Fase 3
8.38 Oudega - It Stalt 3
Bijlage C.
Wettelijke grondslag welstand
Het voeren van welstandsbeleid is gebaseerd op de onderstaande wettelijke grondslag.
De welstandsnota volgt uit artikel 12a, lid 1 van de Woningwet. Hierin staat dat bestaande en nieuwe bouwwerken niet in strijd mogen zijn met redelijke eisen van welstand. Nadat de Omgevingswet in werking is getreden, vervallen de artikelen over welstand in de Woningwet. Voor de welstandsnota geldt overgangsrecht.
In de welstandsnota staan beleidsregels die de gemeente toepast bij de beoordeling of het uiterlijk en de plaatsing van bouwwerken voldoen aan de redelijke eisen van welstand. Ook zijn er gemeenten die bepaalde gebieden hebben aangewezen, die welstandsvrij zijn. Er vindt in deze gebieden dan geen welstandstoets plaats.
Welstand in tijdelijk deel omgevingsplan
De regels voor een welstandstoets zijn opgenomen in artikel 22.7 en 22.29 van de bruidsschat. Daarmee maken deze regels deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Met de welstandstoets beoordeelt de gemeente of het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk niet in strijd is met redelijke eisen van welstand.
Daarnaast geldt specifiek voor de welstandsnota overgangsrecht. Dit staat in artikel 4.114, lid 1 van de Invoeringswet Omgevingswet. Nadat de Omgevingswet in werking is getreden, is de welstandsnota een beleidsregel, als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. Dit artikel regelt dat als regels over het uiterlijk van bouwwerken uitleg behoeven, de gemeenteraad beleidsregels vaststelt. Dit betekent niet dat bij inwerkingtreding van de Omgevingswet de beleidsregels over de plaatsing van het bouwwerk in de welstandsnota vervallen. Ook deze onderdelen van de welstandsnota worden meegenomen bij de behandeling van de bouwaanvraag (artikel 22.29 van de bruidsschat).
Ga voor meer informatie over deze beleidsregels over welstand naar de pagina Beleidsregels bij bevoegdheden op grond van de Omgevingswet.
De welstandsregels gelden uiteraard niet voor een (in het tijdelijk deel van het omgevingsplan aangewezen) gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn.
Nadat de Omgevingswet in werking is getreden, verandert er bij het tijdelijk deel van het omgevingsplan niets voor de welstandstoets van bouwplannen. Wel vervallen de taken en bevoegdheden van de huidige commissie voor welstand van rechtswege nadat de Omgevingswet in werking is getreden. De gemeente kan een nieuwe adviescommissie instellen, maar dit is niet verplicht. Ook kan de gemeente ervoor kiezen om de adviescommissie zoals bedoeld in artikel 17.9 Omgevingswet over welstand te laten adviseren.