Aanhef
De raad van de gemeente De Fryske Marren;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 november 2025,
gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;
besluit
vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en de invordering van brug- en sluisgelden 2026
Artikel 1 Definities
Deze verordening verstaat onder een pleziervaartuig een voor sport- en vrijetijdsdoeleinden bedoeld vaartuig ongeacht het type of de wijze van voortstuwing met een romplengte van 2,5 tot 24 meter gemeten.
Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam ‘brug- en sluisgelden’ wordt een recht geheven voor het van gemeentewege openen en geopend houden van, dan wel de bediening van:
1de Flevobrug te Lemmer, hierbij inbegrepen de bediening van de Blokjesbrug en van de Lemstersluis te Lemmer, ten behoeve van de doorvaart van een pleziervaartuig komende uit westelijke richting;
2de Lemstersluis, hierbij inbegrepen de bediening van de Blokjesbrug en de Flevobrug te Lemmer, ten behoeve van de doorvaart van een pleziervaartuig komende uit zuidelijke richting.
3de Rengersbrug te Lemmer ten behoeve van de doorvaart van een pleziervaartuig;
4de Pier Christiaanbrug te Echtenerbrug ten behoeve van de doorvaart van een pleziervaartuig;
5de ophaalbrug te Sloten ten behoeve van de doorvaart van een pleziervaartuig;
6de ophaalbruggen te Balk ten behoeve van de doorvaart van een pleziervaartuig.
Artikel 3 Belastingplicht
Belastingplichtig is degene op wiens verzoek de in artikel 2 bedoelde dienst wordt verleend.
Artikel 4 Vrijstellingen
Het recht wordt niet geheven van:
1een roeivaartuig, behorende tot de uitrusting van een ander pleziervaartuig, waarvoor de brug of de sluis tegelijkertijd geopend of opengehouden is.
2vaartuigen van deelnemers en volgschepen tijdens de in de gemeente De Fryske Marren te houden kampioenschappen van de S.K.S. (Sintrale Kommisje Skûtsjesilen) en de I.F.K.S. (Iepen Fryske Kampioenskippen Skûtsjesilen).
Artikel 5 Tarief
Het recht bedraagt voor de doorvaart bij:
1De Flevobrug als bedoeld in artikel 2, lid 1 € 7,00
2De Lemstersluis als bedoeld in artikel 2, lid 2 € 7,00
3De Rengersbrug als bedoeld in artikel 2, lid 3 € 3,00
4De Pier Christiaanbrug als bedoeld in artikel 2, lid 4 € 3,00
5De ophaalbrug te Sloten als bedoeld in artikel 2, lid 5 € 3,00
6Beide ophaalbruggen te Balk als bedoeld in artikel 2, lid 6 € 3,00
Artikel 6 Abonnement
1Belastingplichtigen kunnen op aanvraag zich op het verlenen van de in artikel 2 bedoelde diensten abonneren. Het recht bedraagt per kalenderjaar voor de diensten bedoeld in:
a.artikel 2, lid 1 en lid 2 € 90,00
b.artikel 2, lid 3, lid 4, lid 5 en lid 6 € 60,00
2De abonnementen, genoemd in het voorgaande lid, zijn gekoppeld aan het vaartuig dat in eigendom of beheer is van de belastingplichtige.
Artikel 7 Wijze van heffing
1Het recht genoemd in artikel 5 wordt geheven bij wege van bekendmaking middels op de of nabij de bruggen of de sluis geplaatste publicatieborden.
2Het recht genoemd in artikel 6 wordt geheven bij wege van een gedagtekende kennisgeving.
Artikel 8 Tijdstip van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet het recht, genoemd in artikel 5, terstond op aanvraag worden voldaan.
2Het recht, genoemd in artikel 6, moet worden voldaan binnen 1 maand na de dagtekening van de kennisgeving.
3De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het vorige lid gestelde termijn.
Artikel 9 Kwijtschelding
Bij de invordering van de brug- en sluisgelden wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 10 Overgangsrecht
De Verordening brug- en sluisgelden 2024 van de gemeente De Fryske Marren, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 18 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 11 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 12 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening brug- en sluisgelden 2026.