2 Beleidskader Vergunningen, Toezicht en Handhaving
2.5 Uitgangspunten
2.5.1 Prioriteitstelling op basis van vastgestelde visies, programma’s, plannen en analyses
De VTH-taken zijn instrumenten om de veiligheid, gezondheid en leefbaarheid in onze gemeente te borgen en duurzaamheid te stimuleren. Bij het uitvoeren van VTH-taken moeten we keuzes maken. Er moeten antwoorden komen op vragen zoals: waar liggen onze prioriteiten, wat willen we bereiken en hoe strikt willen we activiteiten regelen en controleren en waar liggen eventuele (bestuurlijke) risico’s?
Onze prioriteitstelling en doelen zijn hierbij gebaseerd op de volgende afwegingen:
•De opgaven in de Omgevingsvisie (zie 3.5.2.), het collegeprogramma en het Integraal Veiligheid- en Zorgplan (IVZP). We geven een hogere prioriteit aan onderwerpen wanneer we met VTH-instrumenten kunnen bijdragen aan de ambities en doelen die hierin zijn vastgesteld;
•De resultaten van de omgevingsanalyse (hoofdstuk 4). Het gaat hierbij om de omvang van de risico’s van activiteiten en van het ongewenste gedrag. We kennen een hogere prioriteit toe aan activiteiten met een groot risico;
•De beschikbare ambtelijke capaciteit. Deze wordt zo effectief en efficiënt ingezet. De nadere uitwerking van deze afweging vindt plaats in het uitvoeringsprogramma.
2.5.2 De omgevingsvisie als kompas
De Omgevingswet kent nieuwe instrumenten zoals de omgevingsvisie, programma’s en het omgevingsplan. In de Omgevingswet staat de kwaliteit van de leefomgeving centraal, waarbij initiatieven uit de samenleving bepalend zijn voor die kwaliteit. Uitvoering betreft de activiteiten van inwoners, ondernemers of overheden als initiatiefnemer. De zorg van de overheid is erop gericht de leefomgeving te verbeteren waar deze tekortschiet en kwaliteiten te behouden waar deze goed zijn.
Nieuwe instrumenten zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan worden sterk leidend. Voor dit beleidsplan is aansluiting gezocht bij de op 21 december 2022 vastgestelde Omgevingsvisie gemeente De Fryske Marren. Vanuit deze visie zijn een aantal opgaven geformuleerd. Zo is voor het thema ‘Bebouwd gebied’ de opgave “Goed wonen en leven voor iedereen” beschreven, inhoudende:
•Goed wonen mogelijk maken voor iedereen;
•cultuurhistorie een nieuwe toekomst geven;
•de dorpen en de stad leefbaar en vitaal houden, en;
•een gezonde leefomgeving creëren.
Voor het thema ‘Landelijk gebied’ is de opgave “Naar een gezond en vitaal platteland” beschreven, inhoudende:
•Het unieke landschap te behouden en te ontwikkelen;
•Een toekomstbestendige agrarische sector;
•Perspectief voor het veenweidegebied;
•Een gezond en leefbaar landelijk gebied, en;
•Recreatie en toerisme: het hele jaar.
Voor het thema ‘infrastructuur, bedrijvigheid en energie’ is de opgave “Naar een duurzame energie en mobiliteit in een toekomstbestendige economie” beschreven, inhoudende:
•Duurzame energie en een energie-neutrale gemeente;
•Een toekomstbestendige economie;
•Goede en veilige bereikbaarheid over land en water.
Mede aan de hand van de bovenstaande opgaven zijn in dit beleid de prioriteiten bepaald en worden de VTH-instrumenten zodanig ingezet zodat deze opgaven worden nagestreefd. In hoofdstuk 4 gaan we hier verder op in.
2.5.3 Ontwikkelingen Openbare Orde en Veiligheid (OOV)
Naast dat het landschap binnen het Omgevingsrecht aan verandering onderhevig is, staan er ook meerdere ontwikkeling op stapel wat betreft de VTH-taken op het gebied van openbare orde en veiligheid. De laatste jaren zijn de taken voor de gemeente op het gebied van OOV uitgebreid. Hierbij valt te denken aan personen met onbegrepen gedrag (‘verwarde personen’), geweld in afhankelijkheidsrelaties (huiselijk geweld), mensenhandel, jeugdoverlast, drugsoverlast, georganiseerde criminaliteit, cybercriminaliteit, ondermijning e.d. De toename van de genoemde taken heeft ook z’n weerslag op de inzet van de toezichthouders en de Boa’s. Onder andere ook omdat de politie zich steeds meer gaat richten op haar kerntaken en verwacht wordt dat de gemeente zelf meer inzet pleegt op de bovenstaande taken. Daarnaast is gemeente De Fryske Marren een waterrijke gemeente, waarbij het steeds drukker wordt op de meren en vaarten binnen de gemeente. Dit vraagt ook om meer aandacht voor de veiligheid op het water en daarmee het toezicht en de handhaving. Al met al zal aan de hand en op basis van de speerpunten in het Integraal Veiligheids- en Zorgplan (IVZP) en de prioriteiten in het VTH-beleid de aankomende jaren worden uitgewerkt op welke wijze zo goed mogelijk de VTH-taken kunnen worden ingezet op de bovengenoemde OOV-taken.
2.5.4 Hanteren van de beleidscyclus
Met het VTH-beleid geven we invulling aan eisen die voor de beleidscyclus zijn vastgelegd in de Wabo en het Besluit omgevingsrecht (Bor) en, na inwerkingtreding, in de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit.
De VTH-beleidscyclus (BIG 8) gaat over het meerjaars opstellen van een beleidsplan (omgevingsanalyse, prioriteiten, doelen), een 1- of 2-jaarlijks uitvoeringsprogramma met een planning van instrumenten en in te zetten capaciteit, de feitelijke uitvoering en tenslotte monitoren (verslaglegging en evalueren). Deze combinatie van een meer jaarlijks beleidsplan met een 1- of 2-jaarlijks uitvoeringsprogramma maakt het mogelijk om flexibel in te spelen op actualiteiten. De vervlechting van de beleidscyclus voor de VTH taken en de instrumenten en werkwijze van de Omgevingswet gaat de komende jaren verder vorm krijgen.
2.5.5 Eigen verantwoordelijkheid en ruimte voor initiatief onder de Omgevingswet
Een uitdaging ligt in een ‘kanteling’ bij de inzet van VTH-instrumenten zoals de Omgevingswet beoogd. Dit betekent dat corrigerend optreden om naleefgedrag te bevorderen meer plaatsmaakt door inwoners en ondernemers op hun eigen verantwoordelijkheid aan te spreken en om met eigen oplossingen te komen.
Onze rol is meer faciliterend. Bij ruimtelijke initiatieven ligt dat met name in het stimuleren van de participatieprocessen. De vastgestelde Participatiewijzer, een uitvloeisel van ons Wikselwurkbeleid, speelt hierin een belangrijke rol. Initiatiefnemers worden aangeraden deze wijzer te gebruiken. In andere gevallen speelt preventie door bijvoorbeeld vooraf goede informatie te verstrekken een belangrijke rol.
Waar de eigen verantwoordelijkheid onvoldoende leidt tot het gewenste effect, zullen we onze regulerende en corrigerende rol nemen. Daarbij zien we bij onze toezichthouders en Boa’s dat er een grotere rol van de gemeente wordt gevraagd. Naast maatschappelijke ontwikkelingen - toenemende polarisatie in de samenleving, waarbij hulpverleners en toezichthouders vijandig worden bejegend en zelfs worden bedreigd – zien we, zoals hierboven al is aangegeven, dat de politie minder inzet pleegt op lokale overlast in de openbare ruimte en dat we als gemeente daar een grotere taak in krijgen.
2.5.6 Vergunningverlening en toezicht onder de Wkb
Op 1 januari 2024 treedt tegelijkertijd met de Omgevingswet ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna te noemen Wkb) in werking. Vanaf 1 januari 2024 vindt namelijk het bouwtechnische toetsen van en toezicht op gebouwen en bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1 plaats door private kwaliteitsborgers en ligt dit dus niet meer bij de gemeenten. Voor aanvragen met betrekking tot gebouwen en bouwwerken vallende onder gevolgklasse 2 en 3 wordt de bouwtechnische toets wel uitgevoerd. Zoals het nu lijkt zal dit per 1 januari 2029 overgaan naar de private kwaliteitsborgers. Deze overgang vindt gestaffeld plaats.
Wat blijft er wel bij de gemeente? In plaats van de bouwtechnische toets zullen we meldingen beoordelen op volledigheid. Dit betekent onder meer dat gekeken wordt of er bijvoorbeeld een borgingsplan aanwezig is. Daarnaast zal bij calamiteiten en misstanden, bijvoorbeeld wanneer de kwaliteitsborger een dossier niet positief afrond omdat er tijdens de bouw fouten zijn gemaakt en de borger er niet met de bouwer uitkomt, de gemeente voor eventuele handhaving aan de lat staan.
Vanaf het in werking treden van de Wkb is het uitgangspunt dat we geen toezicht meer houden op de bouwtechnische kwaliteit van de te bouwen gebouwen en bouwwerken, die vallen onder gevolgklasse 1. Indien we menen dat de risico’s in of rondom een bouwwerk onvoldoende worden geborgd, dan kunnen we tijdens de uitvoering van (een bepaald onderdeel van) de bouw over gaan tot risicogericht toezicht. Er moet in een dergelijk geval dan wel sprake zijn van gerede vermoedens van ontoelaatbare risico’s voor de omgevingsveiligheid en veiligheid van het bouwwerk en/of risico op schade voor de volksgezondheid en/of de leefomgeving.
2.5.7 Verantwoordelijkheid leggen waar deze hoort
We nemen onze verantwoordelijkheden en werken binnen de kaders van de geldende wet- en regelgeving. Vergunningen worden door het college van Burgemeester en Wethouders verleend. Conform onze mandaatregeling is de uitvoering daarvan laag in de organisatie neergelegd, veelal bij de behandelend ambtenaar. Zij kunnen deze verantwoordelijkheden dragen, maar schalen op indien zij daartoe de noodzaak zien. Dit kan zijn door middel van het inbrengen van een betreffende casus in een integraal overleg of door deze casus bespreekbaar te maken bij de betreffende portefeuillehouder.
Daarnaast benaderen we inwoners, ondernemers, instellingen en overheden vanuit het principe dat iedere partij vertrouwen verdient. Om die reden verwachten we ook dat bedrijven, instellingen en particulieren hun eigen verantwoordelijkheid voor de naleving van regels oppakken door bijvoorbeeld goede en volledige informatie te leveren ten behoeve van vergunningaanvragen en meldingen.
Voor toezicht en handhaving handelen we vanuit de beginselplicht tot handhaving. Dit principe geldt ook voor de eigen werkzaamheden en die van medeoverheden.
2.5.8 Betrouwbaar zijn: ‘doe wat je zegt en zeg wat je doet’
We zijn betrouwbaar voor onze inwoners, ondernemers, instellingen en overheden. Dat gebeurt bijvoorbeeld door het werk te standaardiseren, door toepassing van eenduidige vergunningsvoorschriften en een uniforme strategie. Dit bevordert rechtsgelijkheid, het zogenaamde ‘gelijk speelveld’.
De leidende principes voor de dienstverlening van De Fryske Marren spelen een rol bij het uitvoeren van de VTH-taken. Deze leidende principes zijn binnen de gemeente neergelegd in onze Visie “Tsjinstferliening De Fryske Marren”.
2.5.9 Transparant zijn
Naast betrouwbaarheid is het belangrijk dat de uitvoering van VTH-taken transparant verloopt. Hierbij denken we aan het publiceren van ingekomen, ingetrokken, verleende of geweigerde vergunningen en meldingen. Tegelijkertijd zijn we terughoudend in het publiceren van namen van overtredende bedrijven. Dat doen we alleen als het publiceren het algemeen maatschappelijk belang ten goede komt, bijvoorbeeld bij grote onrust in verband met de overtredingen bij de omgeving.
We maken de afhandeling van zaken reproduceerbaar, dat wil zeggen dat in het dossier het procesverloop en de beslissingen die in het belang van de omgeving genomen zijn, ook goed terug te vinden zijn.
2.5.10 Professioneel zijn: kwaliteit, kennis en kunde
De uitvoering van VTH-taken moet minimaal voldoen aan de (landelijke en regionaal) gestelde proces- en kwaliteitscriteria. Dit betekent aan de ene kant dat de organisatie qua personeel op orde moet zijn en blijven. Hierop wordt actief gestuurd door middel van jaarlijkse monitoring waaraan trajecten zoals opleidingen en trainingen zijn gekoppeld.
Daarnaast dienen ook onze processen voldoende kwalitatief te zijn. Richting de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt hier nadrukkelijk de aandacht op gelegd en wordt in het kader van Procesmanagement organisatie breed de processen in kaart gebracht in Engage en waar mogelijk verbeterd.
Ons organisatieprogramma bevat de leidende principes en thema’s voor de gehele gemeentelijke organisatie. Deze leidende principes, waaronder samenwerken, klantgericht, resultaatgericht en ondernemend, vormen een rode draad voor dit VTH-beleid en komen dus ook zoveel mogelijk in onze processen en werkwijze terug.
Naast het hanteren van de eigen leidende principes is op basis van landelijke eisen aandacht voor de organisatie en kwaliteit van gemeentelijke VTH-taken
2.5.11 Preventie in plaats van handhaving
Ontwikkelingen die zorgen voor problemen en/of negatieve effecten worden zo veel mogelijk voorkomen of wordt hierop bijgestuurd. Door alert te zijn op belangen kunnen we inzet vanuit handhaving voorkomen. Dit kan door meer aandacht te geven aan participatie van belanghebbenden, omgevingstafel bij ontwikkelingen, voorlichting en waar nodig bemiddeling tussen belanghebbenden.
We kunnen onbewuste overtredingen en klachten voorkomen als onze inwoners en ondernemers inzicht hebben in de regels en risico’s. Het landelijk digitaal stelsel omgevingswet (DSO) is behulpzaam om regels inzichtelijk te maken. Daarnaast kent het omgevingsplan straks een overzichtelijke bundeling van gemeentelijke regels in de fysieke omgeving en is onze omgevingsvisie makkelijk toegankelijk en letterlijk ‘beeldend’.
2.5.12 Zicht op zaken
Het benoemen van risico’s, het stellen van prioriteiten en het gericht en doeltreffend inzetten van VTH-instrumenten is gemakkelijker als we goed inzicht hebben in activiteiten en ongewenst gedrag. Vooral door gebruik te maken van bestaande informatie, signalering, inzet van nieuwe technologie én de bereidheid van inwoners en bedrijven om te melden. Ook zijn er ontwikkelingen die ons inzicht gaan verbeteren en die de gegevensregistratie en data-analyses vereenvoudigen zoals Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), Centric Leefomgeving (CLO) en het Boa Registratiesysteem (BRS).
2.5.13 Integraal werken is ons uitgangspunt
De Wabo (en straks de Omgevingswet) vergen een integrale, omgevingsgerichte beoordeling van vergunningaanvragen en meldingen. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de doelstellingen van deze nieuwe wet en komt terug in wettelijke voorschriften over de coördinatie- en doorzendplichten en de verplichte integrale omgevingsgerichte belangenafweging. Dit betekent dat we plannen en initiatieven al in een zo vroeg mogelijk stadium zo integraal mogelijk beoordelen met als doel een samenhangende besluitvorming. Waar nodig betrekken we hierin ook onze externe samenwerkingspartners zoals de Veiligheidsregio (Brandweer Fryslân, Ghor en GGD), welstandscommissie Hûs en Hiem en de Fumo maar ook andere betrokken bevoegde gezagen zoals Provinsje Fryslân en Wetterskip Fryslân. Omgevingstafels kunnen ons hierbij helpen.
Een belangrijk instrument bij integraal werken is casemanagement. We werken als 1- loket en zorgen voor een integrale beoordeling van vergunningaanvragen en meldingen met als doel:
•Verbeteren van de (integrale) dienstverlening;
•Goede en tijdige participatie van inwoners en bedrijven bij besluitvorming;
•Korte doorlooptijden van besluitvormingsprocessen;
•Transparantie en inzicht in procedures en processen;
•Integrale en samenhangende besluiten.
Het uitgangspunt van integraal werken en de 1-loket gedachte vraagt om goed “casemanagement”. We passen dit toe bij zowel vergunningverlening als ook bij toezicht en handhaving. Zij zijn van a tot z verantwoordelijk voor het aanvraagproces, iets wat de betrokkenheid bij een aanvraag of een verzoek bevorderd. Daarnaast is de casemanager vanuit dienstverleningsoogpunt eerste en in principe enige aanspreekpunt voor de initiatiefnemer. Dat biedt duidelijkheid richting een aanvrager maar ook naar de omgeving waar de aanvraag op ziet. Casemanagement wordt dus toegepast bij zowel het informele als het formele traject. Daarmee voorkomen we dat we op één onderdeel correct handelen, maar vanwege strijdigheid of samenloop met andere regelgeving geen integraal besluit hebben genomen.
We kiezen ervoor om de integrale afweging uit te breiden met de autonome taken Algemene Plaatselijke Verordening (APV) , de Alcoholwet en de andere Bijzondere Wetten.
2.5.14 Samenwerken
Bij de uitvoering van VTH-taken werken we zowel intern als extern samen. Wat betreft intern is dit zowel met collega’s binnen het team als met collega’s van andere teams. Daarnaast werken we samen met onder andere collega’s van buurgemeenten, Omgevingsdienst (FUMO), Veiligheidsregio (VRF), de provincie Fryslân, It Wetterskip Fryslân, Rijkswaterstaat, Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), politie, Openbaar Ministerie, het RIEC, de douane, Inspectie Leefomgeving en Transport en Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Door bundeling van kennis en capaciteit zorgen we voor een betrouwbare dienstverlening.
De samenwerking gebeurt:
•Strategisch: afstemming van beleid en uitvoering, gezamenlijke projecten opzetten;
•Tactisch: delen van informatie en analyses, gezamenlijk probleemformulering en aanpak, benutten van elkaars VTH-instrumenten en capaciteit;
•Operationeel: casusbesprekingen, gezamenlijk acties, projectuitvoering.
2.5.15 Ondermijning tegengaan (Bibob toets)
We faciliteren niet dat middelen (waaronder geld) verkregen uit misdrijven, worden gebruikt om vergunde activiteiten uit te voeren. Ook is het niet wenselijk dat door een vergunning van het bevoegd gezag de mogelijkheid tot het plegen van misdrijven wordt gefaciliteerd. We toetsen daarom, conform het vastgestelde Bibob-beleid , de integriteit van aanvragers.
We zetten de instrumenten van preventie, toezicht en handhaving actief in om ondermijnende activiteiten te signaleren en te beëindigen. Activiteiten die vallen onder de term ‘ondermijning’ worden niet gedoogd en komen ook niet in aanmerking voor een gedoogconstructie.
2.5.16 Politiek-bestuurlijk
Vergunningverlening vindt plaats in een politiek-bestuurlijke omgeving. Aan politiek-bestuurlijke speerpunten geven we prioriteit. Bij (potentieel) maatschappelijke onrust communiceren we goed naar de omgeving. Hierin wordt het bestuur ook betrokken. Ook vindt er wekelijks overleg plaats tussen het vakinhoudelijk team met de portefeuillehouder(s) waarbij actuele casuïstiek worden doorgenomen, maar komen ook de lange-termijn zaken op tafel.
8 Handhavingsstrategie
8.4 Stappenplan handhaving
8.4.1 “Stap 0” - Casemanagement handhaving
Bij overtredingen gaan we na of er een belang is of raakvlakken zijn met andere overheidspartijen of ketenpartners. Als dit het geval is, infomeren we elkaar. We werken samen bij overtredingen waar meerdere teams of instanties bij betrokken zijn. We passen de LHSO toe en wisselen informatie uit over de aanpak en afhandeling. Als dat efficiënt en/of effectief is, voeren we gezamenlijk (her)controles uit.
Overeenkomstig de LHSO worden de onderstaande 5 stappen toegepast
8.4.2 Stap 1 – Positionering van de bevinding (overtreding) in de basisinterventiematrix
Een toezichthouder bepaalt in eerste instantie in welk segment van de basisinterventiematrix (figuur 1) een bevinding (overtreding) wordt gepositioneerd. De beoordeling vindt plaats aan de hand van de negatieve gevolgen van de overtreding voor de fysieke leefomgeving (veiligheid, gezondheid, milieu, natuur, water, fysieke inrichting, erfgoed e.d. en het gedrag van de (vermeende) overtreder. Deze beoordeling en de conclusie ervan wordt afgestemd met een collega-toezichthouder en/of een handhavingsjurist.
Legalisatietoets
Wanneer we een overtreding constateren, wordt in eerste instantie getoetst of legalisatie mogelijk is. Dit betekent dat we nagaan of alsnog (achteraf) voor de strijdige situatie toestemming kan worden gegeven. Is dit daadwerkelijk het geval, dan stellen we de overtreder in de gelegenheid om toestemming voor de strijdige situatie te vragen (aanvraag omgevingsvergunning of het doen van een melding). Er is pas daadwerkelijk concreet zicht op legalisatie wanneer wordt voldaan aan de criteria over ‘concreet zicht op legalisatie’, zoals aangegeven in de vaste jurisprudentie. Is hiervan sprake, dan kan van (verdere) handhaving worden afgezien. Wanneer daadwerkelijk sprake is van concreet zicht op legalisatie en wij hieraan meewerken, wordt de opgestarte handhavings-procedure gedurende de legalisatieprocedure opgeschort. Als de overtreder niet wil meewerken aan de legalisatietoets, wordt de handhavingsprocedure voortgezet. Dit doen we ook wanneer uit het legalisatieonderzoek blijkt dat de overtreding niet kan worden toegestaan.
8.4.3 Stap 2 – Bepalen van verzwarende of verzachtende aspecten, die aanleiding geven voor ingrijpendere of lichtere herstelsanctie of voor strafrechtelijk onderzoek of bestraffing
In deze stap bepaalt de toezichthouder of er sprake is van verzwarende- of verzachtende aspecten die we moeten betrekken bij de afweging om het bestuurs- en/of strafrecht toe te passen. Hierbij vindt afstemming plaats met een collega-toezichthouder en/of een handhavingsjurist.
Voorbeelden van verzwarende aspecten zijn wanneer sprake is van een recidive, calculerend en welbewust gedrag, financieel gewin, bedreiging van een toezichthouder of plegen van overtredingen (criminele activiteiten) in georganiseerd verband. Bij verzachtende aspecten kan bijvoorbeeld worden gedacht aan overmacht, minderjarigheid overtreder, waarbij bestuursrechtelijke handhaving voor herstel wel doorgezet moet worden en niet strafrechtelijk wordt opgetreden dan wel dat dit geen toegevoegde waarde heeft.
8.4.4 Stap 3 – Optreden aan de hand van de interventiematrix
Bij handhaving is het uitgangspunt om de meest effectieve interventie in te zetten. Dit betekent dat we het minst zware instrument inzetten, dat is gericht op herstel van de overtreding. Brengt de situatie met zich mee dat we zwaardere instrumenten (interventies) moeten inzetten omdat een lichte interventie ontoereikend is, bijvoorbeeld wanneer een overtreding voortduurt, laten we dit zeker niet na. Per situatie wordt deze ‘interventieladder’ toegepast, waarbij we telkens de vraag stellen wat de meest effectieve interventie is in het concrete geval. hierbij speelt ook het maatschappelijk draagvlak voor handhaving een belangrijke rol.
De toezichthouder, eventueel in samenspraak met een collega-toezichthouder en/of een handhavingsjurist, gebruikt de interventiematrix (figuur2) voor het bepalen van de meest passende interventie. Dit werkt als volgt:
1De toezichthouder kijkt naar de interventies in het segment van de toepasselijke interventiematrix waarin hij de bevinding eerder met behulp van stap 1 (paragraaf 8.4.2) in de basisinterventiematrix (figuur 1) heeft gepositioneerd;
2De toezichthouder kiest vervolgens voor de minst zware (combinatie) van de bij het betreffende segment behorende interventies, tenzij de toezichthouder motiveert dat een andere (combinatie van) interventie(s) in de betreffende situatie passender is. Daarbij maakt hij gebruik van zijn bevindingen bij stap 2 (paragraaf 8.4.3);
3De handhavingsjurist, eventueel gezamenlijk met een Boa, zet(ten) de betreffende (combinatie van) interventie(s) in totdat sprake is van naleving. Als naleving binnen de door de handhavingsjurist bepaalde termijn uitblijft, pakt deze direct door via het inzetten van een zwaardere (combinatie van) interventie(s).
Figuur 2: Interventiematrix
8.4.5 Stap 4 – Bepalen of afstemmingsoverleg nodig is
Deze stap faciliteert in een goede afstemming en weloverwogen inzet van het handhavings-instrumentarium. Hierbij is sprake van tweerichtingsverkeer: bestuursrechtelijke handhavers zoeken indien nodig en volgens de (algemene of domeinspecifieke) gemaakte afspraken het overleg op met politie en OM en omgekeerd. Samen met tijdige informatie-uitwisseling is dit tweerichtingsverkeer een uitwerking van een loyale samenwerking.
Wanneer aan de hand van stap 1 en stap 2 wordt vastgesteld dat er, naast bestuursrechtelijke handhaving, aanleiding is voor het toepassen van strafrecht, gaat de handhavingsjurist na of afstemming met andere handhavende instanties, opsporingsdiensten, politie en het OM nodig is. Indien er is afgesproken dat een bestraffende interventie nodig is, wordt deze toegepast. Indien er sprake is van opzettelijk of zeer nalatig veroorzaken van gevaar aan personen en/of milieu, vindt overleg met het OM plaats. Afhankelijk van de afspraken vindt er nadere afstemming plaats of niet. De gemaakte afspraken en afstemming kunnen betekenen dat er een gezamenlijke interventie plaatsvindt.
Daarnaast wordt, ongeacht de positionering van overtreding en overtreder, in beginsel aangifte gedaan wanneer toezichthouders de volgende bevindingen doen:
•Het toezicht wordt bewust onmogelijk gemaakt, bijvoorbeeld door het onterecht weigeren van toegang, intimidatie, geweldsdreiging, fraude, vernietiging van bewijs en/of poging tot omkoping;
•De toezichthouder constateert dat er opzettelijk mensen in gevaar worden gebracht, door onder andere sabotage, vernieling of het bewust verstrekken van verkeerde informatie;
Bij deze vormen van niet-medewerking aan het toezicht wordt tevens bestuursrechtelijk opgetreden met het opleggen van een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang (artikel 5:20, derde lid, en 5:32 Awb).
8.4.6 Stap 5 – Vastlegging stappen en beslissingen
De doorgelopen stappen en genomen beslissingen leggen we gestructureerd, herleidbaar en transparant vast. Op deze wijze wordt voldaan aan de motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel, het verbod van willekeur en het verbod van misbruik van bevoegdheid. Ook wordt zo inzichtelijk op welke wijze verzwarende en verzachtende omstandigheden een rol hebben gespeeld bij de keuze van welke interventie wordt toegepast. De registraties worden gedaan in de applicaties Centric Leefomgeving (CLO), Decos Join en Boa Registratiesysteem (BRS).
Bijlage A Omgevingsanalyse per gebiedstype
Bebouwd gebied (Stads- en Dorpskernen)
Buitengebied
Natuurgebied
Recreatiegebied
Bedrijventerreinen
Bijlage C Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen
De overheid is verantwoordelijk voor het handhaven van de wetgeving. Voor wat het omgevingsrecht betreft ligt de basis van deze verantwoordelijkheid voor het bestuur in diverse bijzondere wetten, de Algemene wet bestuursrecht en in de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de zogenoemde beginselplicht tot handhaven (Geformuleerd in ABRvS 7 juli 2004, LJN AP8242). Voor het OM ligt de basis van deze verantwoordelijkheid in artikel 124 van de Wet op de rechterlijke organisatie en in de Europese richtlijn inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht. Uitgangspunt is dat bestuur en OM, elk handelend vanuit de eigen verantwoordelijkheid, hun handelen afzonderlijk en in combinatie richten op het naleven van wet- en regelgeving.
Een bestuursorgaan komt bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom en het maximum van het te verbeuren bedrag een ruime mate van beleidsvrijheid toe. De hoogte van de dwangsom kan en moet op de ernst van de overtreding worden afgestemd (evenredigheid) en tot doel hebben de overtreding tegen te gaan of te voorkomen (effectiviteit). (art. 5:32 Awb).
Het bestuursorgaan stelt op grond van artikel 5.32b Awb een bedrag vast waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd, waarbij de bedragen in redelijke verhouding dienen te staan tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom.
Deze leidraad biedt medewerkers enig houvast bij het bepalen van de hoogte van een dwangsom en het maximum te verbeuren bedrag. Deze leidraad is niet uitputtend bedoeld maar bevat enkel voorbeelden. Het bestuursorgaan dient altijd zelf een deugdelijke motivering over de hoogte van de gekozen bedragen in het besluit op te nemen. De dwangsom dient voldoende prikkelend te werken, zodanig dat de overtreder de overtreding zal beëindigen. Bovendien mag de dwangsom niet zodanig hoog zijn dat deze als straf kan worden gezien.
Verlagende en verhogende factoren
Bij de hoogte van de dwangsommen in deze leidraad, moet rekening gehouden worden met de gevolgen van overtredingen, Dat kan in een gradatie als:
•Vrijwel nihil; of;
•Beperkt; of;
•Van belang – er is sprake van aanmerkelijk risico dat de bevinding maatschappelijke onrust geeft en/of milieuschade, natuurschade, waterverontreiniging en/of doden, zieken of gewonden (mens, plant én dier) tot gevolg heeft, of;
•aanzienlijk, dreigend en/of onomkeerbaar – onder andere het geval als de overtreding maatschappelijke onrust en/of ernstige milieuschade, ernstige natuurschade, ernstige waterverontreiniging en/of doden, zieken of gewonden (mens, plant én dier) tot gevolg heeft.
(bron: LHSO)
Ook de omvang van de onderneming en diens activiteiten, omvang en ernst van de (milieu)schade, mate van overlast en de vereiste investeringen maken hiervan onderdeel uit. Gekeken kan worden o.a. naar de rechtsvorm, kapitaal, draagkracht, het aantal werknemers, de omzet en de winst van de onderneming. Voor de kleinere bedrijven kunnen genoemde bedragen verlaagd worden en voor de grote inrichtingen verhoogd. De hoogte van de gekozen bedragen en het maximum te verbeuren bedrag dienen tot doel te hebben de overtreding tegen te gaan of te voorkomen, preparatoir te zijn. Een maximum te verbeuren bedrag van bijvoorbeeld 10x (mag ook 25x) is gekozen omdat de overtreding waarvoor de dwangsom wordt verbeurd wel telkens geconstateerd moet worden. De dwangsom mag niet het karakter van een straf krijgen, mag dus niet punitief zijn. Ook de begunstigingstermijn kan verlengd of verkort worden. Uitgangspunt is hoeveel tijd nodig is om de overtreding te beëindigen (ABRvS 200904625/1). Daarbij geldt dat deze niet wezenlijk langer mag worden gesteld dan noodzakelijk om de overtreding te kunnen opheffen (ECLI:NL:RBMNE:2013:3750) en niet zo (onredelijk) lang het op gedogen gaat lijken (ABRvS 200405659/1 en ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ9264). Een en ander kan bijvoorbeeld afhankelijk zijn van derden (beschikbaarheid of levertijd van leveranciers e.d.).
Wanneer het niet mogelijk is de overtreding onmiddellijk te beëindigen schrijft de Raad van State een 'redelijke' termijn voor. In een uitspraak van de ABRvS 4 september 2002, nr. 200101199/1 werd een begunstigingstermijn van 17 uur redelijk geacht omdat de ondernemer in een vergelijkbare situatie al eerder binnen korte termijn een situatie had aangepast (Korte begunstigingstermijn zie ook: 201111981/1/A4 en ECLI:NL:RBSGR:2012:BX8539).
Na het verlopen van de begunstigingstermijn wordt de beschikking effectief werkend. Als niet is voldaan aan het gestelde in de dwangsombeschikking verbeurt de overtreder rechtens de opgelegde dwangsom. Betaling van de dwangsom dient binnen 6 weken nadat deze van rechtswege is verbeurd (de overtreding is geconstateerd) plaats te vinden (art. 5.33 Awb). Alvorens aan te manen tot betaling van de dwangsom, beslist het bestuursorgaan bij beschikking omtrent de invordering van een dwangsom. (art 5.37 Awb). De bevoegdheid tot invordering van verbeurde bedragen verjaart een jaar na de dag waarop het bedrag is verbeurd (art. 5.35 Awb). Invordering zou de norm moeten zijn. Verbeurde dwangsommen komen toe aan de rechtspersoon waartoe het bestuursorgaan dat de dwangsom heeft opgelegd, behoort.
Mocht de overtreding niet ongedaan zijn gemaakt of verdere overtreding dan wel herhaling niet kunnen worden voorkomen, dan is de prikkel mogelijk onvoldoende geweest en mogelijk de hoogte van de dwangsom te laag gekozen. Er is dan een mogelijkheid na het bereiken van het maximum een nieuwe (hogere) last onder dwangsom op te leggen. Ook de hoogte van deze hogere dwangsom dient door het bestuursorgaan te worden gemotiveerd. Dat kan vaak al vrij simpel door aan te geven dat ‘uit ….. omstandigheden is gebleken dat de eerder opgelegde en verbeurde dwangsombedragen niet hebben geleid tot het beëindigen van genoemde ….’. De eerder verbeurde dwangsommen blijven natuurlijk wel verschuldigd (als binnen een jaar na de dag waarop het bedrag is verbeurd, de invordering is aangevangen).
Kernbepalingen
Kernbepalingen zijn die bepalingen die binnen het besluit, de regeling of vergunning waarvan zij deel uitmaken, de kern vormen van de bescherming van de belangen waartoe die regeling of vergunning strekt. Het Openbaar Ministerie (OM) meende (voor de totstandkoming van de LHS) dat het strafrecht in hoofdzaak dient te worden ingezet bij overtredingen van met name kernbepalingen binnen het milieurecht. Dat hield in dat vaak naast het bestuursrecht ook strafrecht ingezet kon worden door een pv op te maken. Inmiddels volgend betrokken organisaties bij de milieurecht-handhaving de LHS(O) als landelijk geldend afwegingsinstrument om van bevinding naar interventie te komen.
De LHS(O) zorgt inmiddels voor de vervlechting van het bestuursrechtelijk en strafrechtelijk optreden. Want milieuhandhaving kan alleen dan effectief zijn als bestuurlijke en strafrechtelijke handhaving in samenhang worden toegepast, op voet van gelijkwaardigheid, maar met behoud van ieders rol en verantwoordelijkheid en wederzijds respect daarvoor.
(Milieu)-comparti-ment
Vergunning
overtreding
Kwalificatie
Sanctie
Hoogte
dwangsom
Begunstigings-termijn
Bodem
Keuring tank
niet (op tijd) uitgevoerd
Vrijwel nihil
Dwangsom
€350 p.w.
max. 10X
2weken
Geen vloeistofdichte
vloer of (lek)bak aanwezig
Beperkt
Dwangsom
€1750 p.w.
max. 10X
(evt. bedrag per m²)
1-3
maanden
Vloer of (lek)bak niet bestand tegen chemische inwerking van stof
Beperkt
Dwangsom
€1750 p.w..
max. 10X
1-3
maanden
Vloer niet gekeurd
Beperkt
Dwangsom
€1750 p.w..
max. 10X
1-3 maanden
Stoffen in bodem brengen
vervuilend en spoed vereist
Aanzienlijk
PV +
Bestuurs-
dwang
NVT
1week
Vloer aangelegd door een niet erkende instelling, voldoet wel
Vrijwel nihil
Dwangsom
€1000 p.w..
max. 10X
1-3 maanden
Keuring vloer door een niet erkende instelling
Vrijwel nihil
Dwangsom
€1000 p.w..
max. 10X
1-3 maanden
Geen hemelwater bescherming of gecontroleerde afvoer aanwezig
Beperkt
Dwangsom
€1750 p.w..
max. 10X
1-3 maanden
Lekbak onvoldoende gedimensioneerd in relatie op opslag
Beperkt
Dwangsom
€1750 p.w..
max. 10X
1-3 maanden
Stoffen in bodem brengen
niet of nauwelijks vervuilend, niet spoedeisend
Beperkt
Zelf laten verwijderen + Dwangsom
€500 p.o.
max 10X
1-3 maanden
Lekke leidingen veroorzaken flinke bodemvervuiling, spoedeisend
Aanzienlijk
PV+
Bestuurs-
dwang
NVT
1week
Geen vloeistofdichte vloer rondom afleverzuil
Beperkt
Dwangsom
€1000 p.w.
max. 10X
1maand
Geen certificaat vloer
Vrijwel nihil
Dwangsom
€500 p.w. max. 10X
1maand
Vaatwerk / Accu’s niet in lekbakken
Beperkt
Dwangsom
€500 p.o.
max 10X
1maand
Tank niet tegen aanrijden beschermd
Beperkt
Dwangsom
€1000 p.w.
max 10X
1maand
Ondergrondse tank niet gesaneerd
Beperkt
Dwangsom
€2500 p.w.
max 10X
3maanden
Tank niet boven lekbak
Beperkt
Dwangsom
€1000 p.w.
max 10X
2maanden
Opslag beetje vaste mest niet op mestdichte plaat
Vrijwel nihil
Dwangsom
€500 p.w.
max 10X
3maanden
Opslag veel vaste mest niet op mestdichte plaat en/of er naast
Van belang
Dwangsom
€1000 p.w.
max 10X
1maand
Water/sludge controle niet uitgevoerd
Beperkt
Dwangsom
€500 p.o. max. 10X
1maand
PGS 30 overtreden
Beperkt
Dwangsom
€1750 p.w.
max. 10X
1maand
Geen Grondwatermonitoring
Beperkt
Dwangsom
€1750 p.w.
max. 10X
1maand
Maatwerkvoorschrift niet naleven
Beperkt
Dwangsom
€1750 p.w.
max. 10X
Situationeel
Verkennend bodemonderzoek niet uitgevoerd
Beperkt
Dwangsom
€1000 p.w.
max. 10X
1maand
Nul- en eindsituatie niet uitgevoerd
Beperkt
Dwangsom
€1750 p.w.
max. 10X
3maanden
Onvoldoende toezicht en instructies
Beperkt
Dwangsom
€1750 p.w.
max. 10X
1week
Het niet of onvoldoende uitvoeren van beheermaatregelen in de bedrijfsvoering
Van belang - aanzienlijk
PV +Dwangsom (evt.
Bestuurs-
Dwang)
€1750 p.w.
max. 10X
1week
Financiële zekerheid
Beperkt
Dwangsom
€1750 p.w.
max. 10X
1maand
nieuw geval van bodemverontreiniging ikv zorgplicht Wbb niet gemeld
Beperkt
Dwangsom
€1750 p.w.
max. 10X
1maand
Lucht
Overschrijding emissie
Eisen (afhankelijk van stof)
Van belang
Dwangsom
€2500 p.d.
max.
€50.000
2weken
Metingen niet correct
Uitgevoerd
Beperkt
Dwangsom
€250 p.d.
max. 10X
1maand
Gasafvoer niet
conform BEES
Beperkt
Dwangsom
€1750 p.w.
max. 10X
1maand
Schoorsteen
niet op hoogte
Beperkt
Dwangsom
€1750 p.w.
max. 10X
1-3
maanden
Onderzoek
emissiebeperkingen niet
uitgevoerd
Beperkt
Dwangsom
€1750 p.w.
max. 10X
1-3
maanden
Voorschriften
stankhinder niet
naleven / geuroverlast veroorzaken
Beperkt
Dwangsom
€1750 p.w.
max. 10X
1maand
Stofoverlast
Veroorzaken (o.a. door ontbreken stoffilter)
Beperkt
Dwangsom
€500 p.o.
max.
€25000
1-3
maanden
Ontbreken filter installatie
Beperkt
Dwangsom
€1750 p.w.
max. 10X
€17500
1-3
maanden
Ontbreken dampretour stage II
Van belang
Dwangsom
€1000 p.w.
max 10X
2maanden
Ontbreken ontgeuringsinstallatie
Van belang
Dwangsom
€1000 p.w.
max 10X
2maanden
Maatwerkvoorschrift
Beperkt
Dwangsom
€1750 p.w.
max. 10X
Situationeel
Ontbreken CFK logboek
Beperkt
Dwangsom
€250 p.w.
max 10X
1maand
Grote stookinstallatie niet gekeurd
Beperkt
Dwangsom
€750 p.w. max. 10X
1maand
Middelgrote stookinstallatie niet gekeurd
Beperkt
Dwangsom
€500 p.w. max. 10X
1maand
Kleine stookinstallatie niet gekeurd
Beperkt
Dwangsom
€350 p.w. max. 10X
1maand
Water
Lozen afvalwater zonder of i.s.m. vergunning (vervuilingsgraad meewegen)
Aanzienlijk
PV
Bestuurs-
dwang
NVT
1dag
Lozen afvalwater zonder of i.s.m. vergunning
(vervuilingsgraad meewegen)
Beperkt – van belang
PV+
Bestuurs-dwang
NVT
1week
Olie/water/
vetscheider niet
(tijdig) legen
Van belang
Dwangsom
€500 p.w.
max. 10X
1week
Niet meten of niet aanleveren van de analyses
Beperkt
Dwangsom
€500 p.o. max.
€50.000
1maand
Monstervoorziening niet
aanwezig
Van belang
Dwangsom
€1750 p.w.
max. 10X
1maand
Overschrijding eisen emissie (parameter afhankelijk)
Van belang
Dwangsom
€500 p.o.
max.
€5000
2weken
Overschrijding metaalgehalte per metaal:
Tot 25 mg/liter afvalwater
>25-50
>50-100
>100-200
>200
Vrijwel nihil
Beperkt
Van belang
Aanzienlijk
Aanzienlijk
Dwangsom
€750
€1500
€2000
€2500
€3000 p.o.
max. 10X
situationeel
Overtreding administratief voorschrift
Beperkt
Dwangsom
€250 p.d.
max. 10X
2weken
Niet melden calamiteiten / ongewone voorvallen
Van belang
Dwangsom
€2500 p.o.
max. 10X
1dag na plaatsvinden calamiteit/ongeval
Geen melding Bbk en Lozingenbesluit
Beperkt
Dwangsom
€1000 p.d.
max. 10X
1dag na start werkzaamheden
Overtreding maatwerkvoorschrift
Beperkt
Dwangsom
€1750 p.w.
max. 10X
situationeel
Illegale grondwateronttrekking (vergunbaar)
Beperkt
PV
NVT
1dag
Grondwateronttrekking
Vrijwel nihil
Dwangsom
€2,50 p. m³
1week
Grondwateronttrekking
Beperkt
Dwangsom
€2,50 p. m³
1week
Grondwateronttrekking
Aanzienlijk
PV
Bestuurs-
Dwang
NVT
1dag
Lozing Agrarisch middel
Beperkt
Dwangsom
€250 p.w. max. 10X
1maand
Lozing Agrarisch groot
Beperkt
Dwangsom
€500 p.w. max. 10X
1maand
Lozing Agrarisch matig
Beperkt
Dwangsom
€250-500 p.w.
max. 10X
1maand
Geluid en trillingen
Overschrijding
Geluidsniveau
(incidenteel)
Beperkt
Dwangsom
€500 p.o.
max. 10X
1week
Overschrijding
Geluidsniveau
(structureel)
Beperkt
Dwangsom
€1000 p.d.
max. 10X
1week
Overlast, in
werking buiten
vergunde uren
Beperkt
Dwangsom
€1000 p.o. max. 10X
1dag
Niet meten
Beperkt
Dwangsom
€150 p.d.
max. 10X
1maand
Voorzieningen
Niet aangebracht
Beperkt
Dwangsom
€1750 p.w.
max. 10X
1-3
maanden
Voorschriften
m.b.t. gedrag niet
naleven
Beperkt
Dwangsom
€500 p.o. max. 10X
1dag
Niet voldoen
Aan voorschriften
m.b.t. trilling
Beperkt
Dwangsom
€1750 p.w.
max. 10X
1-3
maanden
Maatwerkvoorschrift
Beperkt
Dwangsom
€1750 p.w.
max. 10X
situationeel
Afval
Huishoudelijk afval inzamelen zonder verg.
Van belang
Dwangsom
€2500 p.o.
max. 10X
1week
Bedrijfsafval inzamelen zonder vergunning
Van belang
Dwangsom
€5000 p.o.
max. 10 X
1week
Gevaarlijk afval inzamelen zonder vergunning
Van belang
Dwangsom
€10.000 p.o.
max. 10X
1week
Opslag niet
overeenkomstig
voorschriften
Beperkt
Dwangsom
€500 p.o.
max. 10X
1-3
maanden
BA niet
regelmatig
afvoeren
Beperkt
Dwangsom
€500 p.o.
max. 10X
1-3
maanden
GA afval niet
correct
afvoeren
Van belang
Dwangsom
€500 p.o.
max.
€50.000
1maand
Niet registreren
verwijdering GA
Beperkt/van belang
Dwangsom
€1750 p.o. max. 10X
1maand
Niet vergunde
opslag BA
Beperkt
Dwangsom
€1750 p.w.
max. 10X
1maand
Niet vergunde
opslag GA
Beperkt
Sluiting /
Dwangsom
€5000 p.w.
max. 10X
2weken
Verbranden
afval
Beperkt
Pv/dwangsom
€500 – 2500 p.o.
max. 10X
2weken
Niet scheiden
Beperkt
Dwangsom
€1000 p.o.
1maand
Zwerfafval (graderen naar hoeveelheid)
Beperkt
Dwangsom
250p.o.
1dag
Maatwerkvoorschrift
Beperkt
Dwangsom
€1750 p.w.
max. 10X
situationeel
(Externe)
veiligheid
Geen blusmiddelen of onjuist / niet aangesloten
Aanzienlijk
Dwangsom
€100 p.d. per
overtreding
max. 10X
2weken
Keuring blusmiddelen
Niet juist
Beperkt
Dwangsom
€50 p.d. per overtreding max. 10X
2weken
Opslag gev. stoffen niet
Conform voorschriften
Geen direct gevaar
Beperkt
Dwangsom
€1500 p.w.
max 10X
1maand
Opslag gev. stoffen niet
Conform voorschriften
wel direct gevaar
Van belang
Dwangsom
€2500 p.d.
max 10X
1dag
Constructie onvoldoende
Brandwerend
Van belang
Dwangsom
€2500 p.w.
max 10X
1-3
maanden
Maatwerkvoorschrift niet naleven
Van belang
Dwangsom
€1750 p.w.
max. 10X
situationeel
Ruimtelijke inrichting en bouw
Illegale steiger aangebracht
(geen overlast/gevaar)
Beperkt
Dwangsom
€50 p.w. per
meter steiger
max. 10X
1maand
Illegale bebouwing kwalificatie licht
Vrijwel nihil
Dwangsom
€1000 p.w. max. 10X
Min. 6 weken
Illegale bebouwing kwalificatie matig
Van belang
Dwangsom
€1500 p.w.
max. 10X
Min. 6 weken
Illegale bebouwing kwalificatie ernstig
aanzienlijk
Dwangsom
€2000 p.w.
max. 10X
Min. 6 weken
Bouwen in afwijking van de vergunning, kwalificatie licht
Beperkt
Dwangsom
€1000 p.w.
max. 10X
Min. 6 weken
Bouwen in afwijking van de vergunning, kwalificatie matig
Beperkt
Dwangsom
€1500 p.w.
max. 10X
Min. 6 weken
Bouwen in afwijking van de vergunning, kwalificatie ernstig
Van Belang
Dwangsom
€2000 p.w.
max. 10X
Min. 6 weken
Illegaal terras
Beperkt
Dwangsom
€50 p.d. per m²
overtreding
max. 10X
1week
Illegale standplaats
Beperkt
Dwangsom
€50 p.d. per m² per
overtreding
max. 10X
1week
Reclamebord (klein)
< 1m2
Vrijwel nihil
Dwangsom
€250 p.d. per m² bord per
overtreding
max. 10X
1week
Reclamebord (groot)
>2m2
ontsierend
Beperkt
Dwangsom
€500 p.d. per m² bord per
overtreding
max. 10X
1week
Uitstalling bij winkel (gering)
Vrijwel nihil
Dwangsom
€50 p.d. per m² per
overtreding
max. 10X
1week
Uitstalling bij winkel
(Flink-veel)
Beperkt
Dwangsom
€100 p.d. per m² per
overtreding
max. 10X
1week
Gebruik gemeentegrond
Vrijwel nihil
Dwangsom
€50 p.w. per m² per
overtreding
max. 10X
1maand
Maatwerkvoorschrift, niet directe milieugevolgen
Beperkt
Dwangsom
€1750 p.w.
max. 10X
situationeel
Monumen-ten
Monumentaal gebouw aantasten (grotendeels herstelbaar)
beperkt
Dwangsom
€1000 p.w.
max. 10X
6maanden
Monumentaal gebouw behoorlijk aantasten (deels herstelbaar)
Van belang
Dwangsom
€2500 p.w.
max. 15X
6maanden
Monument ernstig aantasten (nagenoeg onherstelbaar)
Ernstig
Dwangsom
€5000 p.w.
max. 20X
6maanden
Archeologisch of groen monument verstoren
Beperkt
Dwangsom
€1000 p.w.
max. 10X
6maanden
Archeologisch of groen monument. behoorlijk verstoren (deels herstelbaar)
Van belang
Dwangsom
€1500 p.w.
max. 15X
6maanden
Archeologisch of groen monument ernstig verstoren (nagenoeg onherstelbaar)
Ernstig
Dwangsom
€2500 p.w.
max. 20X
6maanden
Beschermd stads- of dorpsgezicht aantasten (grotendeels herstelbaar)
Beperkt
Dwangsom
€1000 p.w.
max. 10X
6maanden
Beschermd stads- of dorpsgezicht behoorlijk aantasten (grotendeels herstelbaar)
Van belang
Dwangsom
€1500 p.w.
max. 15X
6maanden
Beschermd stads- of dorpsgezicht aantasten (nagenoeg onherstelbaar)
Ernstig
Dwangsom
€2500 p.w.
max. 20X
6maanden
Illegaal gebruik
Illegale bewoning (bij)gebouwen
Beperkt
Dwangsom
€1500 p.w.
max. 10X
Min. 6 weken
Overig Illegaal gebruik
Beperkt
Dwangsom
€1500 p.w.
max. 10X
Min. 6 weken
Permanente bewoning recreatiewoningen
Beperkt
Dwangsom
€1500 p.w.
max. 10X
Min. 6 weken
Algemeen
Onveilige
opstelling
gasflessen
Beperkt
Dwangsom
€50 per fles
p.d. max. 10X
1week
Keuringstermijn gasfles verlopen (geen gevaar)
Vrijwel nihil
Dwangsom
€100 per fles. p.w.
max 10X
Niet melden van calamiteiten/ meldingen ongewone voorvallen
(H17 Wm)
Van belang
Dwangsom/pv
€2500 p.o.
max 10X
1dag
Parkeervoorschriften niet
naleven
Vrijwel nihil
Dwangsom
€250 p.o.
max 10X
1dag
Niet indienen of tijdig indienen van rapporten (geluids-, mjv en dergelijke)
Beperkt
Dwangsom
€500 p.d. max. € 12500
1week
Wijzigingen t.a.v.
vergunning niet
gemeld
Beperkt
Dwangsom
€250 p.d.
max. €1250
1maand
Inrichting niet schoon
Beperkt
Dwangsom
€500 p.w.
max 10X
1week tot max. 1 maand
Losplaats onvoldoende gemarkeerd
Beperkt
Dwangsom
€250 p.k.
max. 10X
1maand
Verbranden (schoon) afval binnen de inrichting
Beperkt
Dwangsom
€500- 2500 p.o.
max 10X
1dag
Verbranden (vuil) afval binnen de inrichting (
Van belang
Dwangsom
€2500+
p.o.
max 10X
1dag
Niet voldoen aan onderhoud/controle stookinstallatie
Klein >20 kW en < 20 MW
Beperkt
Dwangsom
500p.w.
max. 10X
1maand
Niet voldoen aan onderhoud/controle stookinstallatie
Middelgroot 20 - <50 MW
Beperkt
Dwangsom
1000 p.w.
max. 10X
1maand
Niet voldoen aan onderhoud/controle stookinstallatie
Groot (50 MW of meer)
Beperkt
Dwangsom
1500 p.w.
max. 10X
1maand
Geen doeltreffende maatregelen tegen ongedierte
Beperkt
Dwangsom
€250 p.o.
max 10X
1week
Afleveren vuurwerk aan personen jonger dan 16 jr.
Van belang
Dwangsom
€500 p.o.
max 10X
1dag
In werking zonder vergunning, geen aanvraag maar geen opzet
Beperkt
Dwangsom (aangeven aanvraag doen)
€1.000 p.d. max €50.000
2maanden
In werking zonder vergunning, geen aanvraag en ook geen aanvraag willen doen
Aanzienlijk
Sluiting of reparatoir optreden OM
NVT
Mestbassin niet overeenkomstig de bouwtechnische richtlijnen
Beperkt
Dwangsom
€2500 p.w.
max 10X
1-3 maanden
In werking zonder vergunning met aanvraag nog niet van kracht
Beperkt
Evt. gedoog-beschikking
1
NVT
Algemeen
Geen inzage in gevraagde documenten
Van belang
Dwangsom
€1000 p.w.
max. 10X
1week
Geen inzage gevraagde documenten
Aanzienlijk
Dwangsom
€1000 p.d.
max. 10X
1dag
Energie
(bespar-ing)
Niet voldoen aan informatieplicht
Van belang
Dwangsom
1000 p.m.
Max. 3X
1maand
Totaal geen medewerking
(pure opzet)
Van belang
Dwangsom
€2500 p.w.
max. 10X
1maand
Vertragingstactieken
>6 mnd.
Per maatregel benoemen
Zo min mogelijk verschillende termijnen
Van belang / beperkt
Dwangsom
€1000 p.w per maatregel.
max. 10X
1maand
Niet afronden binnen afgesproken termijnen
Per maatregel benoemen
Zoveel min mogelijk verschillende termijnen
Beperkt
Dwangsom
€500 p.w.per maatregel
max. 10X
1maand
Verplicht onderzoek energiebesparing 2.15.3 niet (laten) uitvoeren
Van belang
Dwangsom
10% jaarlijkse energierekening p.m.
max. 3X
1maand
Cumulatie
Cumulatie van meerdere overtredingen in aantal van 4-6
Van belang
Dwangsom
€ 10.000
p.w. max. 10X
n.v.t.
Groene wetgeving
Na illegaal kappen niet herplanten
Beperkt
Dwangsom
€750 p.w.
max. 10X
1week
Na illegaal kappen niet herplanten (veel bomen)
Van belang
Dwangsom
1500 p.w.
Max 10X
1week
N.B.
Let er op dat u het aantal malen dat de dwangsom wordt verbeurd niet te groot neemt. Het bestuur heeft gemotiveerd voor een bepaalde termijn en een maximum te verbeuren totaalbedrag gekozen. Als dat 50 of meer maal wordt verbeurd, wordt daarmee impliciet aangegeven dat kennelijk óf niet voor de juiste termijn is gekozen óf dat het bestuur het niet ernstig genoeg heeft gevonden om handhavend op te treden.(het lijkt daarmee bijna op gedogen). Het is een mogelijkheid om het bestuur bij het nemen van het besluit tot het opleggen van bestuursdwang, te adviseren meteen ook het besluit tot het starten van de incasso van de te verbeuren dwangsommen voor te leggen.