2. Aantreffen foutief of hinderlijk geparkeerd voertuig/motorrijtuig
Is wegslepen in deze situatie aangewezen?
A. de veiligheid op de weg en vrijheid in het verkeer
Als gevallen waarin verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen als primair belang voor de veiligheid op de weg en de vrijheid van het verkeer (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder a en b WVW 1994) noodzakelijk zijn, kunnen worden genoemd.
Plaats op de weg
a.een voertuig is tot stilstand gebracht op een trottoir, voetpad of fietspad, tenzij het een fiets, bromfiets, of invalidenvoertuig betreft (zie artikel 10 en artikel 5 tot en met 7 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990)
Laten stilstaan
b.een voertuig is tot stilstand gebracht:
1op een kruispunt, rotonde of een overweg;
2op een fietsstrook, of de rijbaan langs een fietsstrook;
3op een oversteekplaats of binnen een afstand van 5 meter daarvan;
4in een tunnel;
5bij een bord “bushalte”, ter hoogte van de geblokte markering of, indien die markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van het bord, tenzij het stilstaan dient voor het onmiddellijk in- en uitstappers van passagiers;
6op de rijbaan langs een busstrook;
7op een busbaan of een busstrook met uitzondering van een lijnbus;
8langs een gele doorgetrokken streep of in strijd met bord E2 van bijlage 1 RVV 199;
9op de rijbaan, inclusief de invoeg- en uitrijstrook , van een autosnelweg of autoweg, of – behoudens in noodgevallen – op de vluchtstrook, de vluchthaven of de berm van zo’n weg. (Zie artikel 23, artikel 43 tweede en derde lid en artikel 81 RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij het RVV 1990.)
Parkeren
c.een voertuig is geparkeerd:
1bij een kruispunt op een afstand van minder dan 5 meter daarvan;
2voor een inrit of een uitrit;
3buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg;
4langs een gele onderbroken streep of in strijd met bord E1 van bijlage RVV 1990;
5op een wijze waardoor er sprake is van dubbel parkeren;
6binnen een erf waarbij – voor zover het een motorvoertuig betreft – geen gebruik is gemaakt van de parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangewezen;
7op een weg waarvoor een geslotenverklaring geldt;
8zonder dat de voorgeschreven voertuigverlichting in werking is gesteld (Zie artikel 24, 25, 38 ev. En 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 van het RVV 1990.)
Bevel of aanwijzing
d.een voertuig is tot stilstand gebracht in strijd met een bevel of een aanwijzing, gegeven door een daartoe bevoegd en als zodanig herkenbare medewerker of ander persoon. (Zie artikel 82 RVV 1990.)
Gevaarlijk of hinderlijk gedrag
e.een voertuig is overigens zodanig tot stilstand gebracht of geparkeerd dat gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt of kan worden gehinderd (zie artikel 5 WVW 1994.)
B. Vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen
Verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang van het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c WVW 1994 en artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen) kunnen noodzakelijk zijn in het geval dat een voertuig geparkeerd is:
a.op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E1 van bijlage 1 van het RVV 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld in artikel 24, lid 1 onder e RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een parkeerverbod geldt;
b.op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E2 van die bijlage of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 23, lid 1 onder 9 RVV 1990 wordt aangegeven dat er ter plaatse een verbod stil te staan geldt;
c.op een parkeerplaats nader aangeduid door bord E4 van die bijlage (al dan niet met onderbord) voor zover:
-het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep voertuigen;
-het voertuig op een andere dan de aangegeven wijze is geparkeerd;
-het voertuig op andere dagen of uren dan aangegeven is geparkeerd.
d.op een taxistandplaats, nader aangeduid door bord E5 van die bijlage, tenzij het parkeren gebeurt met een taxi;
e.op een invalidenparkeerplaats, nader aangeduid met bord E6 van die bijlage;
-tenzij het parkeren gebeurt met een invalidenvoertuig;
-tenzij gebruik wordt gemaakt van een geldig en duidelijk zichtbaar aangebrachte invalidenparkeerkaart (zowel bestuurders- als passagierskaart).
f.op een laad- of losplaats, nader aangeduid door bord E7 van die bijlage (met uitzondering van de aangegeven dagen of uren), tenzij de bestuurder van het voertuig bezig is met laden en lossen van goederen;
g.op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E8 van die bijlage voor zover het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep voertuigen;
h.op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E9 van die bijlage, met uitzondering van plaatsen die door het college zijn aangewezen als parkeerplaatsen waar mag worden geparkeerd tegen betaling van parkeerbelasting;
i.op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E9 van die bijlage en bestemd voor vergunninghouders, tenzij het parkeren gebeurt met het voertuig waarvoor een parkeervergunning is afgegeven;
j.in een voetgangersgebied, nader aangeduid door bord G7 van die bijlage;
k.in een gebied, nader aangeduid door bord C1 van die bijlage.
Om de overtreding te constateren kan – zoals bij andere parkeerovertredingen – een waarnemingstijd nodig zijn.
6. Waarnemingstijd
Verbod om stil te staan
Voor constatering van een gedraging in strijd met een verbod stil te staan is geen waarnemingstijd nodig.
Parkeerverboden
Bij parkeerverboden is een waarnemingstijd van elf minuten (meer dan tien minuten) reëel voordat er kan worden geconstateerd dat sprake is van parkeren.
Parkeren op laad- en loshavens
Bij laad- en loshavens wordt een onafgebroken waarnemingstijd van elf minuten aanbevolen, gedurende welke geen laad- en/of losactiviteiten worden geconstateerd. Pas daarna wordt geconstateerd dat er sprake is van parkeren.
9. Slepen en kosten
Fase 2: Het wegsleepvoertuig is ter plaatse en het voertuig bevindt zich op de takelwagen.
Er is in dat geval sprake van een volledige berging. De eigenaar/houder/bestuurder dient dan zowel de voorrijkosten als de kosten van het overbrengen van een voertuig te betalen.
Fase 3: Het voertuig is/wordt weggesleept en in bewaring gesteld.
Dan zijn de kosten: voorrijkosten, kosten overbrengen van het voertuig en bewaarkosten per etmaal.
Verder zijn geen kosten verschuldigd:
1als niet tot overbrenging en inbewaringstelling had mogen worden overgegaan;
2als de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan van dien aard zijn, dat de kosten redelijkerwijs niet verschuldigd zijn, of;
3als aannemelijk is dat het voertuig tegen de wil van de rechthebbende is gebruikt en hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
Deze situaties dient de rechthebbende aan te tonen met een afschrift van het vonnis c.q. de uitspraak in bezwaar c.q. beroep.
NB: Indien de gemeente niet tot overbrenging had mogen overgaan, betaalt de gemeente de voorrijkosten, de kosten van het overbrengen van een voertuig en de bewaarkosten per etmaal.
Voor de actuele prijzen wordt verwezen naar de Tarieventabel, welke onderdeel uitmaakt van deze Regeling Uitvoering Wegsleepverordening gemeente De Fryske Marren.
10. Bewaren van voertuigen
Start van bewaren
Het tijdstip van bewaren gaat in op het moment van loskoppelen van het voertuig op de bewaarplaats. Vanaf dat moment gaan de bewaarkosten gelden.
Plaats van bewaren
Dit is het terrein van het wegsleepbedrijf overeenkomstig artikel 3 van de
Wegsleepverordening.
Procedure
1het voertuig wordt geplaatst op de bewaarplaats en eventueel aanwezige contactsleutels worden overgedragen aan de bewaarder.
2het wegsleepbedrijf zorgt ervoor dat het voertuig op de juiste wijze wordt ingeschreven in het bewaringsregister. (zie Besluit wegslepen van voertuigen)
3het wegsleepbedrijf is verantwoordelijk voor het registreren van het weggesleepte voertuig (inclusief kenteken).
4het wegsleepbedrijf maakt proces-verbaal meevoeren en opslaan op van het in bewaring stellen (en wegslepen) van het voertuig.
Het voertuig is nu overgedragen aan de bewaarder, het wegsleepbedrijf dat door het college van burgemeester en wethouders is gemandateerd.