Algemeen
Artikel 1. Begripsbepalingen
1Alle begrippen die in deze beleidsregels gebruikt worden en die niet nader worden omschreven worden hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en Algemene wet bestuursrecht.
2In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
a.Belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken;
b.Woonkosten: de kale huur of de rente- en aflossing van een hypotheek;
c.De wet: de Participatiewet.
Artikel 2. Toepasselijkheid
1De bepalingen van deze beleidsregels gelden alleen voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder maar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd. In geval van gehuwden gelden de bepalingen van deze beleidsregels alleen als beide echtgenoten 21 jaar of ouder maar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd zijn.
2De bepalingen van deze beleidsregels gelden niet voor belanghebbende die een uitkering ontvangen naar de norm van een verblijf in een inrichting (artikel 23 Participatiewet).
3De bepalingen van de artikelen 3 tot en met 4 laten de toepassing van artikel 18, eerste lid van de wet onverlet.
Artikel 3. Woonsituatie
De verlaging als bedoeld in artikel 27 van de Participatiewet bedraagt:
115% van de gehuwdennorm indien een woning wordt bewoond waaraan voor belanghebbende geen of minder woonkosten verbonden zijn. Indien belanghebbende inwonend is bij (pleeg)ouders vervalt de verlaging zoals genoemd in dit lid;
215% van de gehuwdennorm indien geen woning wordt bewoond.
Artikel 4. Schoolverlaters
De verlaging als bedoeld in artikel 28 van de Participatiewet bedraagt 15% van de gehuwdennorm voor gedurende zes maanden, gerekend vanaf het tijdstip van de beëindiging van de aanspraak op studiefinanciering of tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten.
Indien de norm na de verlaging lager zijn dan het norminkomen op grond van de WSF 2000, dan wordt de verlaging zo vastgesteld, dat de bijstandsnorm gelijk is aan dit norminkomen op grond van de WSF 2000, vermeerderd met de waarde van een reisproduct.
Artikel 5. Hardheidsclausule
Het college is bevoegd, in gevallen waarin de toepassing van deze beleidsregels naar zijn oordeel tot een bijzondere en onvoorzienbare hardheid leidt, ten gunste van de belanghebbende af te wijken van deze beleidsregels.
Artikel 6. Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking één dag na bekendmaking.