Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Fryske Marren;
gelet op:
•de Participatiewet;
•de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
•de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
•de Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2023;
•de Algemene wet bestuursrecht.
besluit vast te stellen de volgende beleidsregels:
Beleidsregels persoonlijke ondersteuning Participatiewet gemeente De Fryske Marren 2023
Artikel 1. Begripsbepalingen
1Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de geldende Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ gemeente De Fryske Marren en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
a.persoon: de persoon, werknemer, kandidaat behorende tot de doelgroep zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Participatiewet alsmede de personen zoals bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel a van de IOAW en IOAZ;
b.gemeentelijke jobcoach: de jobcoach die werkzaam is bij een aan de gemeente verbonden partij;
c.interne jobcoach: de jobcoach die in dienst is bij de werkgever waar de persoon werkzaam is;
d.externe jobcoach: de jobcoach als zelfstandige of in dienst van een extern bureau of organisatie;
e.interne werkbegeleider: de werkbegeleider die in dienst is bij de werkgever waar de persoon werkzaam is;
f.werkgever: de werkgever van een persoon. Met de werkgever wordt ook die werkgever waar de persoon, door middel van een proefplaatsing of werkervaringsplaats, werkzaam is.
Artikel 2. Doel en doelgroep
Persoonlijke ondersteuning heeft als doel de persoon, zoals genoemd in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Participatiewet alsmede de personen zoals bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel a van de IOAW en IOAZ; zodanig te begeleiden dat die (uiteindelijk) zonder persoonlijke ondersteuning bij een werkgever werkzaam is en blijft. Dit betekent dat die persoon aan het einde van de periode van ondersteuning zelfstandig zijn werk kan uitvoeren en de werkgever zelf in staat is hem (verder) te begeleiden op zijn werkplek.
Artikel 3. Soorten persoonlijke ondersteuning
1Persoonlijke ondersteuning kan op één van onderstaande manieren plaatsvinden:
a.door de gemeentelijke jobcoach;
b.door de interne jobcoach;
c.door de externe jobcoach, of;
d.door de interne werkbegeleider.
Een combinatie van begeleiding door een jobcoach en een interne werkbegeleider is ook mogelijk.
2Als er een jobcoach traject wordt ingezet, heeft de gemeentelijke jobcoach voorrang.
3De keuze voor de vorm van persoonlijke ondersteuning, wordt bepaald door het college.
Artikel 4. Kwaliteitseisen aan de interne werkbegeleider
De interne werkbegeleider heeft ervaring om werknemers met beperkingen te begeleiden op de werkplek. De interne werkbegeleider wordt aantoonbaar, voor een deel van zijn werkuren, vrijgesteld om de begeleiding op zich te nemen.
Artikel 5. Voorwaarden persoonlijke ondersteuning
1Voorafgaand aan een dienstbetrekking is ook persoonlijke ondersteuning mogelijk bij een proefplaatsing of werkervaringsplaats.
2Als er sprake is van een re-integratietraject wordt jobcoaching persoonlijke ondersteuning geacht daarvan integraal onderdeel uit te maken. Daarom kan jobcoaching persoonlijke ondersteuning niet gelijktijdig met een lopend re-integratietraject worden aangevraagd.
3Het aantal uren jobcoaching dat per jaar kan worden verleend is voor het eerste jaar vastgesteld op maximaal 36 uur en voor het tweede jaar 18 uur.
4Er wordt regelmatig geëvalueerd of persoonlijke ondersteuning nog noodzakelijk is. Het college kan in uitzonderlijke gevallen binnen de toegekende periode de jobcoachintensiteit verhogen of verlagen.
5De duur en intensiteit voor de interne werkbegeleider is identiek aan de in lid 3 genoemde uren begeleiding. Verlenging is niet mogelijk.
Artikel 6. Ingangsdatum
1Subsidie voor persoonlijke ondersteuning wordt niet eerder ingezet dan:
a.vanaf de eerste dag dat het arbeidscontract in werking treedt voor de persoon, of;
b.de persoon op een proefplaatsing werkzaam is, of;
c.de persoon op een werkervaringsplaats werkzaam is.
2Het verstrekken van subsidie is niet eerder mogelijk dan dat daarvoor een aanvraag is ingediend.
Artikel 7. Subsidie voor persoonlijke ondersteuning
1De all-in subsidie voor de gemeentelijke jobcoach maakt onderdeel uit van het re-integratietraject van de inwoner uitgevoerd door een aan de gemeente verbonden partij.
2Het college kan voor interne en externe jobcoaching een maximumtarief per uur hanteren dat toereikend is voor de organisatie van jobcoaching, conform artikel 10h lid 3 re-integratieverordening.
3De all-in subsidie is inclusief administratiekosten, reiskosten en reistijd.
4De all-in subsidie voor de interne werkbegeleider is 50% van het in het tweede lid bedoelde bedrag. All-in wil zeggen inclusief administratiekosten, reiskosten, reistijd alsmede compensatie voor het productieverlies van de interne werkbegeleider.
Artikel 8. Aanvragen persoonlijke ondersteuning
a.De inzet van persoonlijke ondersteuning wordt in afstemming tussen de persoon, werkgever, jobcoach of werkbegeleider middels een aanvraag ingediend.
b.Een aanvraag wordt door een werkgever en de persoon ingediend.
c.De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een gemeentelijk aanvraagformulier.
2In afwijking van het eerste lid kan ambtshalve persoonlijke ondersteuning worden toegekend op basis van het advies bij afsluiting van het re-integratietraject.
3Voor zowel de persoon, de werkgever als de jobcoach of interne werkbegeleider geldt een informatieplicht. Dit betekent dat bij de aanvraag en nadien de hiervoor genoemde personen op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn, dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op de persoonlijke voorziening.
4Voor zowel de persoon, de werkgever als de jobcoach of interne werkbegeleider geldt een medewerkingsplicht die redelijkerwijs nodig is voor de beoordeling voor het recht op persoonlijke ondersteuning.
5Onderzoek en beoordeling vindt plaats door een door het college aan te wijzen externe deskundige.
Artikel 9. Wijze van verstrekken alsmede het verrekenen of terugvorderen van de subsidie voor persoonlijke ondersteuning
1Het college stelt de gemeentelijke jobcoach in natura beschikbaar.
2De subsidie voor de inzet van de interne of externe jobcoach of interne werkbegeleider, wordt door het college verstrekt aan de werkgever van een persoon door middel van declaratie achteraf.
3Subsidies waarop de werkgever ten tijde van de verstrekking of naderhand, geen recht had, vordert het college terug dan wel verrekent het college met nog te betalen subsidies.
Artikel 10. Hardheidsclausule
1Het college kan in bijzondere gevallen besluiten af te wijken van deze beleidsregels, indien toepassing hiervan leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
2In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.
Artikel 11. Slotbepalingen
1De beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels persoonlijke ondersteuning Participatiewet 2023 gemeente De Fryske Marren.
2Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na bekendmaking en werken terug tot en met 1 juli 2023.