Bijlage 1: Toelichting begrippen kernboodschap sociaal domein
De kernboodschap sociaal domein De Fryske Marren bevat verschillende onderdelen. Hieronder lichten we de verschillende onderdelen nader toe.
Kernboodschap sociaal domein De Fryske Marren:
De inwoner draagt verantwoordelijkheid voor zichzelf en zijn omgeving. De gemeente stimuleert de samenleving om in beweging te komen, te ontwikkelen en mee te doen. We doen dit met lef!
We streven naar een inwoner die verantwoordelijkheid draagt voor zichzelf en zijn omgeving
Hierbij beginnen we met het zelf organiserend vermogen van de inwoner, zijn plan, wat hij zelf kan en wil. Waar nodig met ondersteuning vanuit zijn sociale netwerk of met ondersteuning vanuit onze gemeente. We richten ons daarbij niet op een deel van de inwoners, maar op álle inwoners.
Wat bedoelen we met in beweging komen, ontwikkelen en meedoen?
•In beweging komen: zelf actie ondernemen en een eigen plan maken in plaats van afwachten. Het betekent actief zijn, je kunnen verplaatsen en initiatief tonen.
•Ontwikkelen: ontwikkelen betekent vooruitgang, het versterken van het zelf organiserend en probleemoplossend vermogen. Ontwikkelen doe je je hele leven lang. Je past je steeds weer aan bij een veranderde situatie en verandert zelf mee.
•Meedoen: meedoen is samenwerken. Samenwerken in alle vormen: samenwerken in een dorp, samenwerken tussen professionals en vrijwilligers én samenwerken met de gemeente. Meedoen is een bijdrage leveren, er voor elkaar zijn, een plek te hebben en ertoe doen. Dit geldt voor alle contacten en activiteiten binnen het sociaal domein. De bijdrage kan per persoon en situatie verschillend zijn. Daar houden we rekening mee.
We doen dit met lef!
Dit betekent dat we goed aansluiten bij de werkelijke vraag van de inwoner en samen nieuwe mogelijkheden realiseren en oplossingen op maat vinden.
Bijlage 2. Publicaties
1.Integratie door werk
In mei 2019 heeft de Sociaal economische raad (SER) de publicatie Integratie door werk uitgegeven. De belangrijkste aanbevelingen zijn:
•Het belang van maatwerk voor de statushouder en de werkgever. Maatwerk door onder andere de inzet van gecombineerde of duale trajecten, het bundelen van expertise en (indien nodig) langdurige ondersteuning. Er is een betere ondersteuningsinfrastructuur nodig en een aanpak die zich zowel op deze nieuwkomers als op de arbeidsorganisaties richt. Het realiseren van op maat gesneden trajecten en dienstverlening vergt voldoende beleidsmatige en financiële armslag voor gemeenten. Maatwerk zal immers vooral op lokaal niveau gerealiseerd moeten worden. Daarbij moeten ook andere partijen zoals vrijwilligersorganisaties, scholen, zorg- en welzijnsorganisaties een waardevolle rol kunnen spelen.
•Maatwerk kan invulling krijgen in de vorm van verschillende ondersteuningstrajecten. Op basis van succesvolle aanpakken in binnen- en buitenland is gebleken dat de participatie van statushouders gebaat is bij gecombineerde taal- en werktrajecten, een brede toegang tot het beroeps- en hoger onderwijs, verkorte arbeidsmarkttrajecten met aandacht voor eerder verworven competenties en ontmoetingen met werkgevers
•Maatwerk betekent ook een verbetering in de informatievoorziening op lokaal niveau door middel van een centraal en herkenbaar aanspreekpunt, van waaruit deze nieuwkomers verder ondersteund of doorverwezen kunnen worden.
•Een meer samenhangend regionaal beleid – met voldoende afstemming, samenwerking en gemeenschappelijk gebruik van voorzieningen – draagt bij aan een meer effectieve ondersteuning van statushouders. De raad denkt daarbij aan het niveau van de arbeidsmarktregio's. Hiermee kunnen lokale zwaktes worden verminderd
•Niet in de laatste plaats staat of valt een meer succesvolle arbeidsintegratie van statushouders en andere nieuwkomers met de inzet van werkgevers en werknemers. De raad doet een appèl op arbeidsorganisaties om zich in te zetten voor een open en diverse bedrijfscultuur. Daarvoor zijn zowel bedrijfseconomische als maatschappelijke overwegingen aan te voeren. Maar ook wordt gewezen op het zelfstandig belang van het verwerven van het talent van statushouders.
2.Maatschappelijke begeleiding van grote waarde
In mei 2020 is een rapport verschenen van Significant Public over de maatschappelijke begeleiding in gemeenten waar de rol en meerwaarde van de vrijwilliger uitvoerig is beschreven. Het onderzoek van Significant is uitgevoerd in opdracht van Vluchtelingenwerk Nederland en uitgevoerd in vijf gemeenten.
Maatschappelijke begeleiding bestaat meestal uit het bieden van praktische ondersteuning bij het regelen van basisvoorzieningen zoals het regelen van de juiste verzekeringen, van onderwijs en het kennismaken met de buurt. De maatschappelijk begeleiders coachen de statushouder in zelfredzaamheid en wijzen de weg om mee te kunnen doen naar vermogen.
Uit het onderzoek van Significant Public blijkt dat de maatschappelijke begeleiding van veel grotere betekenis te zijn. Naast de praktische ondersteuning zijn de begeleiders in de praktijk ook 'bewegwijzeraar, steun en toeverlaat, signaleerder en doorverwijzer, bemiddelaar en belangenbehartiger' voor vluchtelingen. Het onderzoek concludeert dat deze rollen minder zichtbaar zijn, maar noemt ze 'de ruggengraat van de maatschappelijke begeleiding'. Het onderzoek wijst ook op het positieve effect dat lokaal gewortelde vrijwilligers kunnen hebben op het draagvlak voor de opvang van vluchtelingen in een gemeente.
Het belang van maatschappelijke begeleiding wordt volgens Significant Public breed gedragen, maar het onderzoek schetst ook randvoorwaarden voor het behoud van de kwaliteit. Het inzetten van vrijwilligers maakt dat zij 'net een stap extra kunnen zetten, veel gaten in het systeem opvullen en zich belangeloos inzetten', maar zij moeten daarvoor goede begeleiding ontvangen van een teamleider. Daarom moet de overheid blijvend voldoende investeren in de ondersteuning en scholing van vrijwilligers en stagiairs.
3.Nieuw op de arbeidsmarkt
In januari 2021 is het rapport Nieuw op de arbeidsmarkt van Regioplan en het Verwey Jonker instituut verschenen. In deze handreiking arbeidstoeleiding statushouders zijn, op basis van acht onderzoeken, tips verzameld over de begeleiding van statushouders richting werk.
•Bevorder informatieoverdracht COA: het COA verzamelt tijdens de voorinburgering informatie over de statushouder. Deze informatie wordt nog niet altijd overgedragen naar en/of gebruikt door gemeenten. Richt hiervoor een duidelijk proces in.
•Neem de tijd voor de intake: een uitgebreide brede intake is van belang om een passend traject op te stellen. Daarin moet aandacht zijn voor meerdere levensdomeinen, zoals gezondheid, financiën en gezinssituatie. Neem hier voldoende tijd voor en werk aan het opbouwen van een vertrouwensband, zodat het een open gesprek wordt.
•Manage de verwachtingen van de statushouder: de Participatiewet heeft tot doel om werkzoekenden (zo snel mogelijk) bij reguliere werkgevers aan het werk te helpen en hun afhankelijkheid van een bijstandsuitkering te minimaliseren. Dit uitgangspunt kan op gespannen voet staan met de wensen en dromen van de statushouder. Begeleiders dienen zo vroeg mogelijk in het begeleidingsproces te zorgen voor realistische verwachtingen bij de statushouder over het pad naar werk.
•Schets een ontwikkelpad van ‘broodbaan’ naar ‘droombaan’: zoek eerst een toegankelijke baan in de sector van hun interesse, en motiveer en ondersteun de statushouder vervolgens om zich verder te ontwikkelen richting hun ‘droombaan’. Dit vergt langdurige begeleiding op maat, ook nadat iemand werk vindt.
•Bied oefening met Nederlandse werkcultuur en communicatieve en taalvaardigheden: via rollenspellen en gespreksoefeningen leren statushouders over gewoontes en verwachtingen van collega’s op de werkvloer. Door te oefenen durven ze ook makkelijker Nederlands te spreken.
•Bevorder sollicitatievaardigheden met groepstrainingen: statushouders leren veel van trainingen waarin zij leren solliciteren. Het oefenen van sollicitatiegesprekken maakt het voor hen minder stressvol om later daadwerkelijk te solliciteren.
•Weet waar je vrijwilligerswerk voor inzet: vrijwilligerswerk draagt alleen bij aan de taalvaardigheden wanneer dit plaatsvindt in een (Nederlands)talige omgeving. Om bij te dragen aan ontwikkeling richting werk, dienen de taken binnen het vrijwilligerswerk in dienst te staan van het leerproces (‘werkend leren’) en is intensieve begeleiding nodig.
•Bied geïntegreerde duale trajecten aan: door statushouders naast hun inburgeringstraject te activeren richting de arbeidsmarkt, kunnen zij de taal direct in de praktijk toepassen en wordt participatie al vroeg gestimuleerd. Het beste werkt een volledig geïntegreerd traject waarin werk- en taalactiviteiten op elkaar zijn afgestemd.
•Zorg voor een breed aanbod van werktrajecten voor alle taalniveaus: veel trajecten gericht op werk hanteren een minimaal taalniveau (veelal A2). Zorg dat er ook voor laaggeletterde analfabete statushouders die weinig Nederlands spreken een passend aanbod is.
•Laat statushouders hun wensberoep ervaren: het droomberoep van de statushouder ziet er in Nederland vaak anders uit dan ze gewend zijn. Via een ‘snuffelstage’ of ‘praktijkdag’ kunnen ze in de praktijk ervaren of het daadwerkelijk bij hen past.
•Bevorder ontmoetingen tussen werkgevers en statushouders: werkgevers hechten veel waarde aan de motivatie en soft skills van kandidaten. Een persoonlijke ontmoeting laat zien of er een klik is. Bereid werkgevers en statushouders hierop voor, zodat ze realistische verwachtingen hebben.
•Maak discriminatie bespreekbaar: statushouders kunnen op de arbeidsmarkt te maken krijgen met discriminatie. Het is van belang om die ervaringen bespreekbaar te maken. Dit vergt gevoeligheid en doortastendheid.
•Maak de route naar het onderwijs toegankelijker: veel statushouders willen studeren, en een Nederlands diploma geeft hun meer kans op de arbeidsmarkt. Schakeltrajecten, al dan niet geïntegreerd met de inburgering, maken deze route voor hen toegankelijker.
•Heb structureel aandacht voor nazorg na de plaatsing: het inwerken en op weg helpen van statushouders kost veel tijd, en ook daarna kunnen ze uitvallen vanwege bijvoorbeeld culturele verschillen of miscommunicaties. Geef in de uitvoering prioriteit aan het bieden van nazorg door het te verankeren als kerntaak van de begeleider. Houd regelmatig contact met statushouder en werkgever na plaatsing in een baan en bied ondersteuning waar nodig.
4.In uitvoering
Tot slot het op 9 september 2021 verschenen rapport In uitvoering van het Sociaal Cultureel plan bureau. Het rapport besteedt onder andere aandacht aan:
•Het belang van activiteiten tijdens het verblijf in het AZC.
•Het belang van preventie en gezondheid
•De verbetering van de arbeidsmarktpositie als belangrijke beleidsopgave