Aanhef
“Armoede en schulden samen aanpakken van preventie tot nazorg”
Oktober 2020
Samenvatting
Een plan voor de komende vijf jaren
In dit beleidsplan wordt het fundament, de aanpak en de daarbij horende prioriteiten voor de komende vijf jaar gepresenteerd. Het fundament bestaat uit drie uitgangspunten:
1Een laagdrempelige en brede toegang;
2Een integrale werkwijze;
3Werken van uit het gedachtegoed van Positieve Gezondheid, Netwerkversterking en Mobility Mentoring.
Deze uitgangspunten vormen de basis van de uitvoering.
De aanpak voor de uitvoerig bestaat uit vijf pilaren
Vijf pilaren die een structuur vormen voor eenheid en verbondenheid en ruimte creëert voor de uitvoering om zowel in vrijheid als gezamenlijkheid aan de slag te gaan. De vijf pilaren zijn:
1Preventie
2Inkomensondersteuning
3Dienstverlening
4Het platform ‘Samen tegen armoede en schulden’
5Ondersteunende processen
Daar waar de uitgangspunten vast staan, is de invulling van de uitvoering dynamisch. De prioriteiten sluiten aan op de knelpunten en wensen van betrokken organisaties, professionals en vrijwilligers. Wat betreft focus en de uitvoering van de pilaren is van alles mogelijk. Het plan kan de komende jaren aangevuld worden met nieuwe projecten en werkwijzen. In deze doorontwikkeling spelen de uitvoerders en inwoners een cruciale rol.
Wat is nieuw?
Het nieuwe beleid voegt het beleid voor minima, bijzondere bijstand en schuldhulpverlening samen. De oude beleidsstukken worden hiermee vervangen. Daarnaast wordt er veel energie wordt gestoken in het voorkomen en (vroeg)signaleren van armoede en schulden. Hieraan gerelateerd wordt ook meer vorm gegeven aan nazorg om herhaling te voorkomen. Verder is er in dit beleidsplan aandacht voor het versterken van de samenwerking tussen netwerkpartners en wordt geïnvesteerd in nieuwe methoden om een integrale aanpak mogelijk te maken. Voor alle inwoners is een plan van aanpak op maat mogelijk.
Inleiding
Armoede en schulden met elkaar verbinden
Wat is armoede?
Armoede is het niet kunnen voorzien in primaire en secundaire levensbehoeften. Primaire levensbehoeften zijn nodig om een menswaardig bestaan te hebben. Het gaat hierbij om toegang tot schoon en drinkbaar water, voedsel, kleding, huisvesting en gezondheidszorg. Secundaire levensbehoeften zijn bijvoorbeeld het deelnemen aan onderwijs, sport en andere sociale activiteiten.
Wat zijn (problematische) schulden?
Schulden zijn openstaande bedragen die nog betaald moeten worden. Er zijn veel soorten schulden, zoals, een studieschuld, het achteraf betalen van je bestelde kleren, rood staan op je bankrekening, het te laat betalen van een verkeersboete, of het hebben van een hypotheek. Niet alle soorten schulden zijn een probleem. Schulden worden problematisch als inwoners langere tijd niet aan hun financiële verplichtingen kunnen voldoen, er meerdere betalingsachterstanden zijn, de betalingsachterstand van vaste lasten (zoals huur, energie of verzekering) meer is dan twee maanden, er geen eigen geld is om schulden mee af te lossen of als een inwoner niet weet hoe zonder hulp aan betalingsverplichtingen te voldoen.
Door de thema’s, krachten en energie te bundelen rondom een plan van aanpak gaan wij armoede en schulden bestrijden en ervoor zorgen dat inwoners geen financiële belemmeringen ervaren en mee kunnen doen in de samenleving.
2. Uitgangspunten beleid armoede en schulden
2.1 Beleidsuitgangspunt 1: Laagdrempelige en brede toegang
Laagdrempelige toegang
Een laagdrempelige toegang betekent dat inwoners gemakkelijk hulp kunnen vragen en geholpen kunnen worden. Hierbij houden we rekening met laaggeletterdheid: informatie wordt kort, krachtig en waar het kan beeldend verwoord. Daarnaast kan de inwoner met één simpele stap (een telefoontje of digitale aanmelding) terecht bij de dienstverlenende organisaties om daarna meteen geholpen te worden. Tot slot betekent dit dat vrijwilligers en hulpverleners naast de inwoner staan en het gevoel van autoriteit in de eerste plaats opzij zetten. Een laagdrempelige toegang leidt tot een situatie waarin inwoners en dienstverleners (vrijwilligers en professionals) elkaar vinden vóórdat financiële problemen uit de hand lopen. Daarnaast bereiken we met een laagdrempelige toegang een grotere groep inwoners.
Brede toegang
Een brede toegang betekent dat inwoners via verschillende organisaties toegang krijgen tot de dienstverlening. Op deze manier bereiken wij samen met alle partnerorganisaties een grotere groep inwoners. Iedere inwoner heeft namelijk een andere voorkeur van hulp vragen. De één gaat liever naar de gemeente en de ander benadert hiervoor liever Sociaal Werk De Kear, een vrijwilligersorganisatie of een digitale vorm van dienstverlening.
De combinatie van een laagdrempelige en brede toegang vinden wij ontzettend belangrijk voor dit thema. Naast de complexiteit en de impact van armoede, geldzorgen en geldproblemen, is het ook een onderwerp waar een groot taboe op rust. Een toegankelijk netwerk van organisaties zorgt ervoor dat inwoners toch een (eerste) stap naar hulp zetten. Om dit te bereiken gaan wij nauwer samenwerken met alle betrokken organisaties in het netwerk.
2.3 Beleidsuitgangspunt 3: Positieve gezondheid, Mobility Mentoring en Netwerkversterking
Positieve gezondheid
Gezondheid is meer dan ‘niet ziek zijn’. Deze ‘nieuwe’ definitie van gezondheid - Positieve Gezondheid -gaat over het mee doen in de maatschappij, over het verrichten van betekenisvol werk of andere activiteiten en gaat over de omgeving waarin je leeft. Mensen zijn hier in beginsel zelf verantwoordelijk voor, waarbij valt te denken aan gezond eten, goed voor jezelf zorgen, het onderhouden van sociale contacten en regelmatig bewegen. Maar het gaat ook om bijvoorbeeld het naar school of werk gaan, voldoende financiële middelen hebben, culturele activiteiten kunnen ondernemen, zingeving te ervaren en het hebben van een goede woning. Voor iedereen geldt dat een gezonde omgeving, fysiek én sociaal, gezond gedrag stimuleert. We leggen de focus op de mogelijkheden die mensen hebben om met ziekten, beperkingen en tegenslagen om te gaan en minder op de aanwezigheid van ziekten en aandoeningen.
Het is belangrijk inwoners, professionals en vrijwilligers te wijzen op de kracht van deze brede blik op gezondheid, met aandacht voor wat mensen zelf belangrijk vinden. Deze brede blik wordt positieve gezondheid genoemd. ‘Positieve Gezondheid’ wordt zichtbaar gemaakt in een spinnenwebmodel, dat zes pijlers bevat.
De zes pijlers van Positieve Gezondheid zijn:
•Lichaamsfuncties - Ik voel me gezond en fit
•Mentaal welbevinden - Ik voel me vrolijk
•Zingeving - Ik heb vertrouwen in mijn eigen toekomst
•Kwaliteit van leven - Ik geniet van mijn leven
•Meedoen - Ik heb goed contact met andere mensen
•Dagelijks leven - Ik kan goed voor mezelf zorgen
Het web ziet er als volgt uit:
Figuur 1: Model Positieve gezondheid
Het spinnenweb helpt bij gesprekken tussen een inwoner en professional of vrijwilliger om te bepalen wat voor de inwoner belangrijk is. Tevens zorgt het invullen van het spinnenweb door inwoners voor bewustwording over de eigen situatie.
Mobility Mentoring
Positieve Gezondheid is een breed begrip, en is belangrijk om in te zetten bij armoede en schulden. Mobility Mentoring is een methode die voortkomt uit de visie van Positieve gezondheid en specifiek gericht is op het werkveld armoede en schulden. Mobility Mentoring houdt rekening met wat armoede en schulden met het brein en gedrag van mensen doet. Geldtekort levert mensen veel stress op, waardoor het brein in de overlevingsstand gaat. Het gevolg is blikvernauwing: mensen hebben moeite om goede beslissingen te nemen, vast te houden aan hun plannen voor de langere termijn of verleidingen te weerstaan. Voor kinderen die opgroeien in een gezin met chronisch geldgebrek geldt dat zij op latere leeftijd minder vaak goed in staat zijn om doelen en prioriteiten te stellen en door te zetten als het tegenzit. Daarnaast geeft dit ook een verhoogde kans om ook zelf langdurig arm te worden.
Bij de aanpak van armoede en schulden, en ook in de preventie hiervan, vinden wij het belangrijk om vanuit Mobility Mentoring te werken. Dit betekent dat we ons niet alleen richten op het oplossen van schulden, maar ook op de mogelijkheden tot gedragsverandering, om zo de kans op herhaling te verkleinen.
Netwerkversterking
Sociale netwerkversterking is een methodiek gericht op het activeren van het sociale netwerk van een volwassene, kind of gezin. Binnen onze gemeente wordt deze methode toegepast door de medewerkers van welzijnswerk De Kear. Zij helpen individuele hulpvragen (groepsgewijs) in kaart brengen en bespreekbaar te maken. Het uiteindelijke doel is dat de ondersteuning vanuit naasten en betrokkenen is versterkt en hiermee de zelfredzaamheid van de inwoner wordt vergroot. Is er maatschappelijk werk, meer specialistische hulp of een voorziening nodig? Dan wordt dit door de integrale samenwerking tussen De Kear en het Sociaal Wijkteam besproken.
Wij vinden het belangrijk dat er aandacht is voor de relaties van cliënten. Dit verbetert de kwaliteit van zorg, ondersteuning en binding met de (lokale) omgeving, en creëert een sterke basis. Het verlegt de focus van een (financiële) zorg of hulpvraag, en de technische oplossing ervan, naar de mens en zijn omgeving. Dat is belangrijk om twee redenen.
1Allereerst staan mensen bijna nooit alleen: ze delen lief en leed met elkaar. Het verkennen van probleemsituaties wordt een stuk gemakkelijker als je het netwerk van relaties meeneemt. Dat helpt om de situatie te begrijpen én om mogelijke oplossingen te vinden.
2Daarnaast is de professional niet alleen zelf verantwoordelijk zijn voor de oplossing van de vraag van de cliënt. Mede door de complexiteit van armoede en schuldenproblematiek moet de professional zich ook richten op het toerusten van de cliënt en zijn netwerk om met de eigen hulpvragen aan de slag te gaan.
De titel van het beleidsstuk is helder, met dit beleidsplan gaan we armoede en schulden gezamenlijk aanpakken van preventie tot nazorg. Op basis van deze uitgangspunten gaan wij hier mee aan de slag. Het volgende hoofdstuk legt uit hoe we dit gaan doen.
3. Onze aanpak: vijf pilaren met ambities en acties
3.1 Preventie
3.1.1 Generatie armoede en kinderarmoede: voorlichting gericht op de nieuwe generatie
Wat betreft armoede is hier de grote uitdaging om generatie armoede te doorbreken. Hierbij zetten wij in op de jonge en nieuwe generatie. Wij gaan de samenwerking aan met consultatiebureaus, kinderopvang, peuteropvang, basisscholen, middelbare scholen en de MBO instellingen in onze regio om armoede en schulden bespreekbaar te maken. Een concreet voorbeeld is de Week van het Geld. Door aan te sluiten bij dit landelijke initiatief, willen we bereiken dat alle basisschoolleerlingen minimaal één keer per jaar klassikaal les/voorlichting krijgen over het onderwerp Geld.
3.1.2 Stille armoede
Met het voorkomen van armoede zijn we er nog niet. Er is namelijk een grote groep inwoners die moeite heeft met rondkomen maar boven de bijstandsgrens zitten. Deze groep staat ook wel bekend als de ‘werkende armen’, ondanks dat ze werken komen zij wel in aanmerking voor inkomensondersteuning. Wij gaan hier samen met het netwerk, werkgevers en banken een vernieuwende aanpak voor ontwikkelen. Hierbij onderzoeken we waar in de gemeente deze inwoners zitten. We gaan actief de omgeving inzetten om dit te bereiken. Hierbij wordt de schijf van 5 ingezet: bedrijven, maatschappelijke organisaties, overheid, inwoners en onderwijs (hierover meer in paragraaf 3.5). Wij willen hen aanzetten tot samenwerking en tot vernieuwing te komen met particuliere (vrijwilligers)initiatieven: het voorkomen en inzetten van het sociale netwerk gaat vóór professionele ondersteuning. Daarnaast onderzoeken we ook de inzet van ervaringsdeskundigen. Gebleken is dat dit een effectieve manier is om stille armoede bespreekbaar te maken.
Door in te zetten op het doorbreken van het taboe en schaamte rond armoede en schulden, richten wij ons expliciet op stille armoede.
3.1.3 Schulden en problematische schulden voorkomen
Het voorkomen van schulden en ervoor zorgen dat beginnende schulden niet problematisch worden vraagt om een andere aanpak. Om schulden te voorkomen is het belangrijk dat inwoners zicht hebben op hun inkomsten en uitgaven. Een goede administratie is hierbij van belang. In de gemeente zijn er al verschillende organisaties die (tijdelijke) ondersteuning bieden bij het ordenen en bijhouden van de administratie. Vanuit het netwerk van betrokken organisaties is hiervoor de Administratie Map ontwikkeld. Deze gaan we de komende jaren verbeteren zodat deze voor zowel de dienstverleners (vrijwilligers en professionals) en inwoners nog meer ondersteuning kan bieden. Naast de Administratie Map gaan wij inzetten op adviesgesprekken en coaching gericht op activering, het werken aan een (groter) sociaal netwerk, persoonlijke ontwikkeling en het verhogen van inkomsten.
3.1.4 Vroegsignalering
Uit onderzoek is gebleken dat gemiddeld vijf jaar na het ontstaan van de eerste schuld mensen zich melden bij schuldhulpverlening. Vaak denken inwoners dat het zelf nog wel lukt en een deel weet niet waar ze hulp kunnen krijgen. Hulp is niet alleen belangrijk voor de persoon zelf, ook de samenleving is gebaat bij het vroegtijdig aanpakken van schulden. De financiële kosten van een huishouden met risicovolle schulden, bedragen meer dan €10.000 per huishouden per jaar. Bovendien kunnen beginnende schulden vaak veel eenvoudiger worden opgelost. Daarom gaan wij proactief inwoners met betaalachterstanden en schulden benaderen. Dit doen we samen met woningcorporaties, zorgverzekeraars, nutsbedrijven en Sociaal Werk De Kear. In samenwerking met deze partijen maken wij een plan over het uitwisselen van signalen en de acties die hieruit voorkomen. Hierbij worden alle betrokkenen getraind zodat zij de kennis en vaardigheden hebben om met deze inwoners het gesprek aan over de gelzorgen aan te gaan en deze vanuit een brede kijk (Positieve Gezondheid en Mobility Mentoring) aan te pakken.
3.1.5 Nazorg
Wanneer mensen na drie jaar schuldsanering met een schone lei beginnen, zijn zij kwetsbaar voor terugval in schulden (het recidive percentage ligt rond de 30%). Wij gaan deze inwoners nazorg bieden, zodat een terugval wordt voorkomen en mensen daadwerkelijk een schuldenvrij bestaan opbouwen. Dit nazorgtraject wordt een verplicht onderdeel van het schuldhulptraject. Een groot deel van deze groep zit in traject bij bewindvoerders en de kredietbank. Wij gaan in samenwerking met de kredietbank en het netwerk armoede en schulden extra ondersteuning bieden aan inwoners die een schuldsaneringstraject hebben afgesloten. Dit gaan we ook aanbieden voor inwoners met een uitkering. Daarnaast is de wens om ook nazorg in te zetten als bewindvoering van inwoners wordt beëindigt. Wij gaan onderzoeken in hoeverre wij hier signalen over kunnen krijgen. Het aantal inwoners waarvan wij de bewindvoeringskosten vergoed is in ieder geval bekend.
Samen met het netwerk armoede en schulden en (nieuwe) partnerpartijen gaan wij een preventieaanpak opstellen waarmee concreet invulling wordt gegeven aan deze vijf speerpunten. Onderdeel hiervan is het ontwikkelen van een aanbod met trainingen en cursussen die inwoners ondersteunen bij hun administratie en hun financiële (zelf)redzaamheid versterkt. Door middel van workshops grip op geld en budgetteren, en coaching richten wij ons op het versterken van de eigen kracht en het zelf-oplossend vermogen van de inwoner.
Daarnaast wordt de Wegwijzer Geld ook actief ingezet in de preventieaanpak. Deze gids geeft antwoord op de vraag waar je welke vraag kan stellen. De informatiegids wordt ook als middel gebruikt om het gesprek met inwoners aan te gaan over levensgebeurtenissen en financiën of hen verder te helpen (doorverwijzen).
Bijlage 1: Toelichting begrippen kernboodschap sociaal domein
Kernboodschap sociaal domein De Fryske Marren:
De inwoner draagt verantwoordelijkheid voor zichzelf en zijn omgeving. De gemeente stimuleert de samenleving om in beweging te komen, te ontwikkelen en mee te doen. We doen dit met lef!
We streven naar een inwoner die verantwoordelijkheid draagt voor zichzelf en zijn omgeving
Hierbij beginnen we met het zelf organiserend vermogen van de inwoner, zijn plan, wat hij zelf kan en wil. Waar nodig met ondersteuning vanuit zijn sociale netwerk of met ondersteuning vanuit onze gemeente. We richten ons daarbij niet op een deel van de inwoners, maar op álle inwoners.
Wat bedoelen we met in beweging komen, ontwikkelen en meedoen?
•In beweging komen: zelf actie ondernemen en een eigen plan maken in plaats van afwachten. Het betekent actief zijn, je kunnen verplaatsen en initiatief tonen.
•Ontwikkelen: ontwikkelen betekent vooruitgang, het versterken van het zelf organiserend en probleemoplossend vermogen. Ontwikkelen doe je je hele leven lang. Je past je steeds weer aan bij een veranderde situatie en verandert zelf mee.
•Meedoen: meedoen is samenwerken. Samenwerken in alle vormen: samenwerken in een dorp, samenwerken tussen professionals en vrijwilligers én samenwerken met de gemeente. Meedoen is een bijdrage leveren, er voor elkaar zijn, een plek te hebben en ertoe doen. Dit geldt voor alle contacten en activiteiten binnen het sociaal domein. De bijdrage kan per persoon en situatie verschillend zijn. Daar houden we rekening mee.
We doen dit met lef!
Dit betekent dat we goed aansluiten bij de werkelijke vraag van de inwoner en samen nieuwe mogelijkheden realiseren en oplossingen op maat vinden.
Bijlage 2: Totstandkoming van het beleidsplan
Gemeenschappelijke visie jungle overleg
Tijdens het overleg heeft iedereen aandachtpunten benoemd voor de gemeenschappelijke visie. De verschillende doelen en uitdagingen zijn onder te verdelen in twee groepen:
1Op het niveau van de inwoners.
2Op het niveau van samenwerken en organiseren.
1Niveau van de inwoners van De Fryske Marren
Wenselijk beeld
Uitdagingen/problemen/barrières
Duidelijk aanspreekpunt
Vereenvoudigen minimapakket
Armoede de wereld uit
Inwoners zijn bang voor de gemeente
Inwoners zo snel mogelijk in beeld krijgen
Formulieren
Inwoners ondersteunen op financieel gebied
Wie doet wat?
Iedereen krijgt waar ze recht op
Drempels verlagen
Vroegtijdig signaleren en voorkomen van schulden
Werken vanuit de eigen waarde van de burger, dingen samen met de burger oppakken
Gemeente staat naast de inwoner in plaats van er boven
Inspelen op de behoefte van de inwoner
Zelfredzaamheid bevorderen
Iedereen ontvangt juiste hulp en begeleiding
Duidelijke sociale kaart
Ontzorgen, maatwerk en budget beheer voor iedereen
2Organisatie: vrijwilligers organisaties, professionele organisatie en de Gemeente de Fryske Marren
Wenselijk beeld
Uitdagingen/problemen/barrières
Elkaar opzoeken
Hulpverlening sneller inzetten
Meer samenwerken en 1 centraal punt
Traject SHV kan alleen starten als aanmelding
Maatwerk leveren met z’n allen
Belasting vrijwilligers
Samenwerking met KCC
Samenwerking tussen professionele organisaties, vrijwilligers organisaties en de Gemeente
Na het uitspreken van de visie en doelstellingen hebben we het gehad over hoe we dit samen willen organiseren. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen drie verschillende actoren: professionele organisaties, vrijwilligersorganisatie en de gemeente. Deze zijn in een driehoeksverhouding besproken.
De vraag: hoe moeten de lijnen tussen de verschillende organisaties er uitzien? Onderlinge verwachtingen, aandachtspunten en wenselijke rolverdelingen zijn uitgesproken. Daarnaast stond samenwerking met het oog op de toekomst centraal. Per actor en lijn is het volgende besproken:
Professionele organisaties – Vrijwilligers organisaties
Professionele organisatie ondersteunt vrijwilligers organisaties dmv procesbegeleiding
Professionele organisaties – Vrijwilligers organisaties - gemeente
•Iedereen start vanuit de situatie van de inwoner
•Belangrijk om rekening te houden met de vrijwilligers, hoe ver gaat de vrijwilliger?
•Onderling korte lijnen onderhouden en overlap weghalen
•Warme overdracht
•Gebruik maken van elkaars vrijwilligers
•Laagdrempelig en preventief te werk gaan
•Belang van een goede sociale kaart
•Potentie van de administratie map om meer uniformiteit/afstemming te vinden
Workshop
Belangrijkste uitkomsten
Ronde 1
Ronde 2
Buddy Payment
Samenwerken. Overal problemen: overzicht.
Onderling kennis uitwisselen.
Testuitslagen delen
Buddy inzetten bij nazorg
Buddy payment beschikbaar stellen voor iedereen van 17 jaar en ouder.
Terugkoppeling naar hulpverlening
Beloning om Buddy te gebruiken. Een geldbedrag van €50,-?
Aanjager laaggeletterdheid
Bewustwording
Oordeel hulpverlener
Waarom niet reageren?
Niet willen, niet kunnen, verkeerd invullen.
‘lotgenoten’ groep huurdersvereniging. Keten schuldhulpverlening: gezamenlijk optrekken en veel leren van elkaar.
Interventies:
Onderzoek waar op het ketenproces ondersteuning vanuit laaggeletterdheid
Brieven
‘Algemeen verlammingsgenootschap’. Mensen de tijd geven. Schaamte, persoonlijke problemen. Vertrouwen.
‘Lotgenoten groep’: veel leren van elkaar op meerdere vlakken.
‘Bewustwording’
‘Groepen mensen elkaar ondersteunen’
Brieven screenen
Herkennen niet willen, niet kunnen, verkeerd invullen: bewustwording laaggeletterdheid.
Waarom niet reageren op brieven – oordeel hulpverleners.
Blauwe knop
De blauw knop / het ontsluiten van data
Kwijtschelding, bijvoorbeeld OZB
Schuldhulpverlening – doorlooptijden
Toeslagen
Voedselbank
Wooncorporaties
Schuldhulpverlening
Stichting Lezen en Schrijven
Bespreekbaar maken stille armoede.
Elkaar integraal helpen
Andere bril opzetten
Presentie-presentie
Tijd en ruimte om integraal te werken in de leefomgeving
Probleem gestuurd versus vindplaats gestuurd
Sociaal collectief – buurttafel
Bibliotheek, inwonersinitiatief, GGD maandagavond, Leger des Heils
De Kear
Bespreekbaar maken taboe en voorlichting op basisscholen
Ervaringsdeskundige.
Elkaar helpen
‘life-hacks’ verzamelen (mensen die in armoede/schulden leven zijn vindingrijk en innovatief).
Signaleren
Informatie
Advies en verwijzen
Ontmoeten
Verbinden (contact)
Preventief
Bespreekbaar maken
Bewust wording
Terug naar de basis
Rabobank
Snel uitgeven wegwijzer (minimagids). Aandacht voor leesbaarheid.
Blijf herhalen (up to date).
Werk op vindplaatsen. Bijvoorbeeld: zwangerschapscursus, sportclub, school, bibliotheek. Voorlichting geven op scholen.
Wees zichtbaar.
Bereik nieuwe doelgroep.
Verbinden. Life-events.
Stigma eraf. Schaduwactiviteiten (camouflage activiteiten).
Denk buiten kaders
Hoe krijg je meer ambassadeurs? Het niet leuker maar wel makkelijker maken.
Vermarkten van het aanbod én een positief frame gebruiken om het taboe eraf te halen. De hamvraag: wie wil je bereiken?
Vergroten toegankelijkheid diensten en voorzieningen.
Gemeente De Fryske Marren
Ronde 1
Na een voorstelronde van één zin per persoon, wordt door deelnemers een korte schets van de problematiek gegeven.
Er is sprake van generatiearmoede
Vluchtelingewerk signaleert ook veel problemen, die vaak gekoppeld zijn aan live-events
Hoe kunnen we armoede doorbreken?
De problematiek zit (grotendeels) vaak bij de overheid. Te weten: Het UWV, de NS het DUO enz.
Er is ook spraken van schaamte en een taboe om er openlijk over te praten.
Hierdoor ‘’altijd te laat’’ en gaat het door boetes én incassokosten van kwaad tot erger
Een deel van de problemen ontstaat ook door het gedoe rond flexwerk. Hierdoor wordt er tijdelijk iets te veel inkomen verdiend waardoor de toeslagen stopgezet worden of zelf terug betaald moeten worden.
Samenwerking
De aanwezigen willen graag samenwerken. De voedselbanken hebben te maken met inwoners met schulden. Mensen met een uitkering ‘’redden het wel’’ maar schulden is vaak het probleem.
Oplossingsrichtingen
Zorg ervoor dat het Sociaal wijkteam bij een huisbezoek ook de inkomensondersteuning regelen.
Ook de bij aanvraag van een uitkering zou de inkomensconsulent dit moeten doen
Om beter zicht te krijgen op de problematiek is het misschien wel een aardige optie om mensen van het gemeentekantoor met stichting leergeld mee te laten lopen.
Scherp aan de poort zou eigenlijk behulpzaam aan de poort moeten worden
De buurwerkers (opbouwwerker) van De Kear is een kans.
Brieven zijn (nog) te moeilijk.
Voedselbanken en anderen constateren vaak schaamte, als je bennen bent moet je inwoners niet doorverwijzen maar meteen actie: helpen dus.
ONTSCHOTTEN binnen de Gemeente de Fryske Marren
Ook de voorzieningengids is een mooie ontwikkeling
Bij schrijnende gevallen ook metten contact opnemen (bijvoorbeeld met inkomens consulent) om het ontstane probleem van de inwoner op te lossen
Misschien is het mogelijk dat een andere partij gezamenlijk aanvragen met de inwoners indient.
Ronde 2
Uit een voorstelronde van één zin per persoon, komen de deelnemers met woorden die zij belangrijk vinden waar wij bij de problematiek oog voor moeten hebben.
Verbeteren
Verbinding
Leefgebieden
Doorontwikkeling
Zoeken van samenwerking
De AVG
Wat zou er volgens jou veranderd/ verbeterd moeten worden?
Eigenwaarde van en de inwoner centraal stellen
Maatwerk
Straffen; niet meer doen
Kies voor een persoonlijke benadering en ga in gesprek
Gevolgen meenemen bij besluitvorming
De oorzaak zoeken bij een aanvraag, dus waarom vraagt iemand
Onderzoek hoe je mensen wel bereik en leer hiervan.
Pas wanneer inwoner worden toegelaten tot de schuldregeling komt hij tot rust. Met name de periode voorafgaand aan een schuldentraject is lang en stressvol.
We willen graag de toegang en de toegang / traject verkorten
Oplossing we gaan inzetten op voorlichting:
Laaggeletterden
Licht verstandelijk beperkten
Statushouders en anderstalige
Voorlichting bij voorkeur over onderwerpen die bij deze groepen vaak tot problemen leidt.
Kinderopvang
Multiproblematiek
En er moet ook worden ingezet om inwoners iets te leren naast een stukje ontzorgen
Dus wel er naast gaan staan en (onder)steunen maar niet alles overnemen.
Bijvoorbeeld met de cursus Eurowijzer
Samenwerking te zoeken tussen SWT-VWNN en Wurkjouwer
Inzetten op zelf leren
OPLOSSING
Ouderwetse informatiebijeenkomsten waarbij inwoners op een laagdrempelige manier informatie en ondersteuning krijgen over bijvoorbeeld gemeentelijke regelingen en financiën (inkomensondersteuning, kwijtschelding etc.)
De gemeente organiseert deze bijeenkomsten en komt daardoor ook weer (beter) in contact met kwetsbare inwoners
Deze voorlichtingsbijeenkomsten leidt tot onderstaande doelen:
Betere samenwerking
Een stukje bemoeizorg (je kunt mensen die schuldhulpverlening aanvragen erop wijzen of zelfs verplichten om te komen)
Het taboe moet eraf (van armoede en schulden)
Gedragsverandering is het uiteindelijke doel.
3 werksessies: Balk, Lemmer en Joure
Heb hebben drie werksessies gehad waarin we het idee ‘Minimagids’ hebben ingevuld tot een Wegwijzer Geld. Hieronder de belangrijkste uitkomsten per werksessie:
1Balk: Het moet een aantrekkelijke gids worden voor alle inwoners. De gids moet zowel digitaal als fysiek beschikbaar zijn. Het moet niet Minimagids gaan heten, maar wat anders. Qua inhoud indelen op levensgebeurtenissen.
2Lemmer: Hier hebben we voor alle thema’s inhoudelijk invulling gegeven. Wat moet er in en wat moet er niet in. De groep was het erover eens dat de gids vooral moet doorverwijzen. In deze sessie vooral veel aan de inhoud gewerkt.
3Joure: bij deze bijeenkomst hadden we twee gasten: de aanjager laaggeletterdheid en een vertegenwoordiger van Flow Design (verantwoordelijk voor de vormgeving). Punten van aandacht die wij hebben meegenomen: goed kijken naar de kleuren die we gebruiken, elke thema starten met ‘crisis’, aan het eind van elk thema opties voor acties en tips waar inwoners zelf mee aan de slag kunnen. Verder de boodschap meegekregen om kritisch te kijken wat er wel en niet in moet.