Gemeentelijke regelgeving

Beleidsvisie Zonnevelden gemeente De Bilt

Gemeente De Bilt · geldt sinds 5 december 2023

Aanhef

Samenvatting

De gemeenteraad van de Bilt legt in deze Beleidsvisie Zonnevelden 2023 vast:

•Dat onverminderd wordt ingezet op energiebesparing en op zonnestroom opgewekt op kleine en grote daken

•Dat ruimte aan zonnevelden wordt geboden onder strenge criteria ter bescherming van de waarden van het buitengebied in de gemeente én voor optimale lokale participatie

•Dat circa 27 hectare (netto) ruimte aan zonnevelden op land wordt geboden in de eerste tranche. Behandeling van aanvragen: ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’

Dit is conform het raadsbesluit over het Biltse RES bod van 27 mei 2021. Het is mogelijk dat de 27 hectare netto net wordt overschreden als dit nodig is om de doelen te halen. Deze hectares komen in mindering op het plafond in de tweede tranche.

•Dat circa 33 hectare (netto) ruimte aan zonnevelden op land wordt geboden in de tweede tranche, vermeerderd met het restant danwel verminderd met een overschrijding uit de eerste tranche.

Dit is conform de opwekdoelen uit Coalitieakkoord 2022-2026 en Programmabegroting 2023.

Het exacte plafond voor de tweede tranche wordt in een afzonderlijk besluit door de gemeenteraad vastgelegd. Ook de behandelwijze van aanvragen wordt dan vastgelegd: een maatschappelijke tender ofwel één of meerdere gebiedsprocessen.

Bijlage A. Hoe beschermen we de waarden in het buitengebied

De waarden in het buitengebied (hoofdstuk 3) beschermen we door voorwaarden te stellen (hoofdstuk 6 en ‘Beleidsregels Zonnevelden gemeente de Bilt’). Belangrijk is dat initiatiefnemers laten zien welke maatregelen zij nemen om verstoring tegen te gaan en hoe ze voor een ‘plus’ zorgen voor de fysieke leefomgeving, de inwoners en bedrijven.

Voor ieder van deze waarden beschrijven we de aandachtspunten in relatie tot zonnevelden in De Bilt:

A1. Landschap

A2. Natuur

A3. Cultuurhistorie

A4. Archeologie

A5. Recreatie

A6. Landgebruik, landbouw, bodem en water

De kaarten komen van achterliggende, aanklikbare kaartlagen uit de online Kansenkaart: https://tinyurl.com/zonnevelden2021-debilt

A1. Landschap

Een zonneveld heeft onmiskenbaar invloed op het landschap. Een initiatiefnemer voor een zonneveld laat door een landschapsarchitect een landschappelijk inpassingsplan opstellen. Dit moet passen binnen de omgeving, zoals een meer open (veenweide)landschap, coulisselandschap of Kromme Rijnlandschap. De initiatiefnemer spant zich in om de wensen van omwonenden, nabije bedrijven en overige gebiedsgebruikers en van de gemeente mee te nemen.

De impact op het landschap (inclusief het uitzicht) wordt bepaald door:

•Aandeel van een gebied dat getransformeerd wordt: in een kleinschaliger landschap kan een zonneveld een groot deel van het gebied transformeren. In meer open en grootschalig landschap heeft dezelfde omvang zonneveld een kleinere impact op het totale landschapsbeeld.

•Landschappelijke structuur: een zonneveld voegt een structuur toe. De gemeente kijkt mee met een initiatiefnemer hoe het beeld zo dicht mogelijk bij het oorspronkelijke beeld kan blijven en hoe de bestaande beeldkwaliteit versterkt kan worden. Bij een zonneveld in open gebied, verandert het uitzicht. Verkaveling, hoogte en afscherming staan in een sterke relatie tot elkaar:

•Verkaveling: een zonneveld moet passen in de natuurlijke verkavelingsstructuur, infra- en/of andere grote lijnen in het landschap volgen en rekening houden met bestaande zichtlijnen

3Zie o.a. ’Kwaliteitsgidsen landschappen (Provincie Utrecht, 2011)’.

•Hoogte: een reguliere opstelling is vaak tussen de 1,50 en 3 meter hoog. Waar geen sprake is van bestaande bebouwing en beplanting, is het de hoogte van de zonnepanelen installatie die bepaalt hoeveel het achterliggende landschap zichtbaar blijft. De hoogte bepaalt (vanwege de schaduwvorming) vaak ook de afstand tussen de rijen, of er multifunctioneel landgebruik mogelijk is en de toetreding van zonlicht en verspreiding van regenwater over de bodem.

•Afscherming: soms is er afscherming gewenst vanaf bepaalde zichtlijnen. Positief is dat afscherming de panelen uit het zicht onttrekt. Nadeel is vaak dat ook het zicht op het achterliggende landschap verandert. Van belang is daarom de hoogte van de opstelling, het hekwerk (eis diverse verzekeraars) en van de afscherming. Nieuwe beplanting moet passen binnen het landschapstype zoals houtsingels, geriefhoutbosjes, solitaire bomen, een haag. De omwonenden en landschapsdeskundige van de gemeente hebben invloed op de mate en wijze van afscherming. Een keuze kan zijn om voor minimale afscherming te kiezen om juist zoveel mogelijk zicht op het huidige landschap te behouden achter en naast de panelen.

•Intensieve versus extensieve opstelling: in sommige gebieden heeft het de voorkeur om zonnepanelen zo compact mogelijk te plaatsen. Er wordt dan relatief veel energie opgewekt op weinig oppervlak. Er blijft meer ruimte voor het oorspronkelijke of nieuwe vormen van grondgebruik. Op andere locaties past een meer open opstelling met grotere afstanden tussen de rijen, waar het groene karakter zichtbaar blijft en het zonlicht/regenwater de bodem beter bereikt. Dit is gunstig voor toekomstig agrarisch gebruik. De afstand tussen de rijen heeft ook invloed op de wijze van beheer en onderhoud van het terrein. Meer ruimte tussen de rijen geeft kansen voor voeder- of bloemrijke gewassen.

•Toevoeging van functies: dit is met name langs de randen mogelijk, soms tussen de rijen zonnepalen. Denk aan grazende schapen, bloemrijke of voedselgewassen.

A2. Natuur

Zonnevelden hebben impact op de natuur. Voorkomen wordt dat een directe impact waarbij een natuurgebied wordt verkleind voor een zonneveld. Ook een indirecte impact is mogelijk doordat soorten het gebied mede als hun leefgebied gebruiken

4Zie o.a. ‘Zonneparken natuur en landbouw (WUR, 2019)’

. Soorten die de open ruimte zoeken (zoals weide- en akkervogels, licht-minnende plantsoorten) kunnen last hebben van een zonneveld. Een positieve impact is mogelijk voor soorten die bescherming vinden onder de zonnepanelen (voor nestelen of foerageren). In gebieden die nu heel intensief gebruikt worden, kan een zonneveld rust en ruimte bieden voor de natuur.

Omdat er nog weinig onderzoeksresultaten beschikbaar zijn specifiek voor zonnevelden, maakt de gemeente gebruik van de inschatting van deskundigen. De beoordeling hangt samen met de huidige situatie (welke soorten komen voor, hoe wordt de grond op dit moment beheerd (bewerkt, bemest, eventuele onkruidbestrijding), de gewenste situatie (welke soorten verdienen hier extra bescherming?)

Een zonneveld heeft vrijwel altijd invloed op de natuur. Lokaal ‘maatwerk’ is nodig om te beslissen of de veranderingen aanvaardbaar zijn, of er voldoende maatregelen genomen kunnen worden ter voorkoming van negatieve effecten, eventuele mogelijkheden tot compensatie. De gemeente beoordeelt ook of er een ‘plus’ voor de natuur mogelijk is in het gebied.

Verplicht natuuronderzoek

De initiatiefnemer onderzoekt het gebied, maakt een nulmeting van de aanwezige soorten en geeft de mogelijke effecten aan van het zonneveld op:

•beschermde soorten (Wet Natuurbescherming)

•beschermde gebieden (Natuur Netwerk Nederland en de ecologische verbindingszones)

De gemeente bepaalt op basis van het onderzoeksrapport of er nadere onderzoeken en/of een ontheffing of vergunning nodig zijn (vaak van de provincie).

De gemeente ontvangt naast de effecten op beschermde soorten, ook informatie en geplande maatregelen gericht op andere soorten van belang in het gebied.

Natuurgebieden in De Bilt inclusief ecologische verbindingszones en groene contouren

De Bilt heeft een Natura2000 gebied en ganzenrustgebied binnen haar grenzen. De provincie legde in haar interim omgevingsvisie (POVI) vast dat hier geen zonnevelden toegestaan zijn. Deze vormen samen een groot deel van de westelijke zijde van de gemeente en zijn daarom rood op de kansenkaart.

Daarnaast is er sprake van een significante oppervlakte aan Natuurnetwerk Nederland (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur). De NNN bestaat uit samenhangende natuurgebieden. Hierdoor zijn ze beter bestand tegen negatieve milieu-invloeden zoals verdroging. Ze zijn gevarieerder en er kunnen meer soorten planten en dieren leven. Door verschillende natuurgebieden met elkaar te verbinden (ecologische verbindingszones en stepping stones) kunnen planten en dieren zich makkelijker verspreiden. Landbouwpercelen binnen NNN zetten zoveel mogelijk agrarisch natuurbeheer in.

Zonnevelden worden bij voorkeur NIET in NNN geplaatst. Als er toch een initiatief in NNN wordt ingediend, moet helder worden gemaakt waarom deze locatie een logische keuze is. Daarbij beoordeelt de gemeente de impact op de natuurwaarden, de maatregelen die worden voorgesteld om nadelige effecten te voorkomen én een plus voor de natuur te creëren. Het gaat daarbij niet alleen om de kavel zelf, maar ook om de omgeving en de ecologische verbindingsfunctie.

In ‘Groene contour’ gebieden leeft de wens om natuur te ontwikkelen. Een bijzonder goed ingepast zonneveld in een ‘Groene contour-gebied’ kan toegestaan worden voor een bepaalde periode (maximaal 25 jaar) waarna de bestemming verplicht ‘natuur’ is. De opbrengsten van het zonneveld dragen op deze wijze bij aan meer natuur op termijn.

Afbeelding: Natura2000 (groen gestreept), ganzenrustgebied (blauw gestreept), Natuur Netwerk Nederland (lichtgroen), groene contouren (donkergroen), faunapassages (sterren)

Ook de provincie is terughoudend qua zonnevelden in NNN-gebieden. De provinciale regelgeving geeft aan dat de wezenlijke kenmerken en waarden niet mogen worden aangetast en dat de oppervlakte en de samenhang niet mag afnemen. Zie bijlage C over de visie van de provincie op hoofdlijnen

Afbeelding: ecologische verbindingen vanuit gemeente De Bilt richting het zuiden zijn belang voor gemeenten Zeist, Bunnik en Utrechtse Heuvelrug (uit de brochure van Natuurlijk Zeist-West getiteld ‘Natuur Verbinden en Behouden tussen De Bilt, Zeist, Bunnik, Odijk en Driebergen’)

Voor zonnevelden in alle gebieden: mitigerende en compenserende natuurmaatregelen

De initiatiefnemer beschrijft in haar ruimtelijke onderbouwing maatregelen om de negatieve effecten op natuurwaarden te minimaliseren én maatregelen die een plus bieden voor de flora en fauna van belang in dat gebied. Hierbij gaat het om alle gebieden, niet alleen natuurgebieden, en om alle soorten van belang (niet alleen beschermde soorten). De maatregelen verschillen per te beschermen soort. Algemene voorbeelden zijn:

•een zonneveld dat in zijn geheel fungeert als een ‘stepping stone’ in een ecologische verbindingszone, bijvoorbeeld tussen NNN-gebieden. Denk aan ruigtes tussen (blokken) zonnepanelen, de juiste hoogte en richting van de installatie plus afwezigheid van hekwerk.

•stroken rondom het zonneveld kunnen fungeren als extra biotoop, kleinschalige ecologische verbinding of als afscherming van naastgelegen percelen. Het gewas en beheer moeten zo worden gekozen dat ze díe soorten steunen die het moeilijk hebben in dat gebied.

•Bodemleven krijgt een kans door voldoende afstand tussen individuele panelen en tussen de rijen. Kruidige of voedselgewassen kunnen ingezaaid worden.

•aanleg: buiten het broedseizoen en zonder verstoring van nest-, rust of verblijfplaatsen.

•compensatie in de omgeving is bijvoorbeeld mogelijk door ‘modderveldjes’ voor dassen te creëren of plasdras gebieden voor weidevogels

Specifieke diersoorten in De Bilt

Naast de meer generieke soorten is er in De Bilt extra aandacht voor de historische populaties van de das. Op grotere agrarische percelen in de gehele gemeente kunnen weidevogels voorkomen. In het westelijke deel zijn de ganzen van belang. Deze soort wordt hier niet nader besproken omdat het ganzenrustgebied in de kansenkaart ‘op rood is gezet’.

Dassen

•De afgelopen decennia heeft de gemeente met diverse maatschappelijke organisaties zich met succes sterk gemaakt voor het herstel van de oorspronkelijke dassenpopulatie van enkele decennia geleden. In 2020 waren er circa 250 dieren in het gebied.

•Burchten: een zonneveld op of nabij een dassenburcht is niet toegestaan

•Foerageergebied: goed bemeste agrarische terreinen bieden de regenwormen waar dassen veelal van afhankelijk zijn. De initiatiefnemer vraagt deskundig extern advies aan en overlegt met de gemeente welke rol het beoogde gebied speelt voor de das en welke maatregelen er mogelijk zijn. Wellicht kan een ‘plus’ geboden worden door een stuk grond van voldoende oppervlakte als ‘wormen/modderveld’ in te richten. Het is ook mogelijk dat er op bepaalde kavels geen zonneveld mogelijk is vanwege de positie van de das.

Weidevogels

•Deze groep wordt afzonderlijk genoemd vanwege de mogelijk grote impact van een zonneveld op weidevogels in een open (agrarisch) gebied. Het aantal weidevogels neemt sterk af. Denk hierbij aan de grutto, kievit, (tureluur) en scholekster. De afname komt door verlaging van de grondwaterstand, verdergaande intensivering van de landbouw en door natuurlijke vijanden zoals roofvogels op grote overzichtelijke grasakkers.

•Opgaande elementen in het landschap zoals bomen, huizen en hoogspanningsmasten vormen ideale broed- en uitkijkposten voor predatoren. Het broedsucces van weidevogels in de nabijheid van opgaande elementen in het landschap is lager. Weidevogels mijden deze daarom. Het vogelonderzoeksinstituut SOVON geeft aan dat diverse soorten weidevogels dan ook niet zullen broeden in een zone van 200 à 300 meter van opgaande elementen in het landschap zoals zonnepanelen. Anderen durven er wel te broeden maar er komen minder vogels uit voort.

•De initiatiefnemer moet de gemeente voorzien van informatie. Als een zonneveld nadelig is voor weidevogels, moet de initiatiefnemer maatregelen voorstellen en deze op eigen kosten uitvoeren ter compensatie.

Afschermend hekwerk

Vanwege veiligheid en/of verzekeringseisen wordt soms voor een dichte afscherming of zelfs hekwerk gekozen. De gemeente eist dat hekwerk past in het landschap en dat fauna kan passeren. De initiatiefnemer stemt dit af met de omgeving en natuur- en landschapsorganisaties. Er zijn situaties denkbaar waar een bredere sloot met natuurlijke oevers een oplossing biedt. Hiervoor is ook afstemming met het Waterschap nodig.

A3. Cultuurhistorie

Bij besluiten over initiatieven voor zonnevelden houdt de gemeente rekening met de rijke cultuurgeschiedenis van het gebied. De Bilt maakt onderdeel uit van de Stichtse Lustwarande: een lange reeks van buitenplaatsen en landgoederen langs de zuidwestelijke kant van de Utrechtse Heuvelrug. Ook de Hollandse Waterlinie en het Vechtplassengebied (o.a. de Westbroekse Zodden) maken hier deel van uit. Ook vallen monumentale gebouwen en de oorspronkelijke erven en verkaveling onder het cultureel erfgoed.

Voor ieder initiatief voor een zonneveld (dus: in alle gebieden) geldt de voorwaarde dat de initiatiefnemer aanwezige cultuurhistorie in kaart brengt waarop een zonneveld van invloed zou kunnen zijn. De initiatiefnemer moet maatregelen voorstellen om een nadelige impact tegen te gaan en levert waar mogelijk een positieve waarde aan de cultuurhistorische waarde.

Afbeelding: landgoederen en beschermde dorpsgezichten

Gebieden kunnen deel uitmaken van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) van de provincie Utrecht, waarvoor specifieke beschermingsregels van toepassing zijn. Initiatiefnemers dienen daar zelf kennis van te nemen.

Monumentale landgoederen zijn in gebruik voor uiteenlopende functies. Van belang zijn de zichtlijnen van en naar het landhuis en de diverse landschapselementen en open plekken, weides en gazons op het landgoed. Vaak hebben landgoederen ook een functie voor recreatie en voor natuur.

Op historische landgoederen gaat de gemeente terughoudend om met zonnevelden. Zonnevelden kunnen bestaande zichtlijnen en landschapselementen verstoren in dit landschap met een rijke cultuurgeschiedenis. Landgoederen bevinden zich in ‘oranje’ en ‘rood’ gebied op de kansenkaart, waar, mede om deze reden, maar beperkt ruimte is voor zonnevelden. Wel zijn er situaties denkbaar dat een kleinere zonneveldinstallatie op de grond wordt geplaatst op een landgoed om te zorgen voor een klimaatneutrale en economisch haalbare bedrijfsvoering van het landgoed. Een dergelijk klein zonneveld moet zeer goed landschappelijk worden ingepast en voldoen aan de verschillende voorwaarden.

Afbeelding: de Hollandse waterlinie maakt deel uit het landelijk militair erfgoed. Voor de getoonde blauwe zone is extra zorgvuldigheid afgesproken vanwege Unesco werelderfgoed status.

Dit betekent dat de provincie en de andere betrokken instanties zeer kritisch zullen zijn op alle ruimtelijke initiatieven die de kernwaarden zoals openheid aantasten. Een zonneveld kan denkbaar zijn wanneer dit in plaats komt van een ander bouwwerk. De provincie kan een Lokale Heritage Impact Assessment eisen.

A4. Archeologie

Sporen in de bodem

Er liggen op diverse plaatsen waardevolle sporen in de bodem. Die geven een stuk van de verre geschiedenis weer van de gemeente De Bilt. Ontgingen zijn begonnen vanaf het einde van de middeleeuwen, tot die tijd was de bodem te nat.

Voor het funderen van een zonneveld en de waterhuishouding is het noodzakelijk te weten wat de archeologische waarde in de bodem is. De rekken waar de zonnepanelen op staan moeten immers stevig vastgezet worden, in of op de bodem. Verder mag een zonneveld niet zorgen voor een verlaging van het waterpeil omdat grondwater helpt eventueel aanwezige archeologie te conserveren. Daarom is een nulmeting van het waterpeil voor archeologie verplicht. Bij de aanvraag beschrijft de initiatiefnemer de situatie, de mogelijke impact van het zonneveld op archeologie, gebruikmakend van de archeologische waardenkaart, en de te nemen maatregelen.

Afbeelding: archeologische beleids-/verwachtingenkaart

A5. Recreatie

Gemeente De Bilt is een groene omgeving waarin bossen, parken, landgoederen, moeras- en weidegebieden liggen. Het ideale uitgangspunt voor recreatie. Hoe verhoudt het belang van recreatie zich tot zonnevelden? Sommigen uiten hun zorgen, anderen zien ook kansen.

De kwaliteit van het landschap is van groot belang voor recreatie. De aantrekkingskracht van het gebied neemt toe als je de natuurlijke kwaliteiten van het landschap versterkt. Vanzelfsprekend neemt de aantrekkingskracht af wanneer het landschap wordt aangetast.

De bossen en het westelijke natuurgebied zijn aantrekkelijk voor recreatie en zijn als ‘niet kansrijk voor zonnevelden’ beoordeeld vanwege met name de natuurwaarde (en natuurlijk ook schaduwwerking). Een knelpunt tussen zonnevelden en recreatie had er kunnen liggen in de zone om de stad Utrecht heen. Deze strook is echter ook ‘beperkt kansrijk voor zonnevelden’ (oranje op de kansenkaart) vanwege recreatie én het belang als wereld erfgoed gezien de diverse forten, schootsvelden en inundatiegebieden van de Hollandse Waterlinie. Dit afwisselende landschap biedt diverse mogelijkheden voor wandelen en fietsen.

Verder zijn de diverse noord-zuid lopende fietspaden genoemd door stakeholders en inwoners die inbreng leverden voor deze Beleidsvisie Zonnevelden. Diverse fietspaden lopen door de ‘kansrijke’ gebieden voor zonnevelden (groen op de kansenkaart), die voor een deel van de gebruikers als recreatieve route wordt gebruikt.

Ruimte bieden aan recreatie én zonnevelden in de juiste maat en schaal

Uitgangspunt voor alle gebieden is dat de recreant vooral het oorspronkelijke landschap ziet met een beperkte hoeveelheid zonnevelden:

•zonnevelden worden op dit moment op de meeste locaties door de provincie niet toegestaan binnen de Unesco zone (zie ‘cultuurhistorie’);

•zonnevelden die zichtbaar zijn vanaf hoofdrecreatieroutes liggen liefst op enige afstand of worden aan het zicht onttrokken middels passende landschappelijke inpassing;

•zonnevelden volgen de natuurlijke verkaveling in het landschap maar liggen bij voorkeur “dwars op de recreatieve route”, zodat vooral wandelaars aan de korte zijde het veld passeren. Dit is voor fietsers in mindere mate van belang gezien de kortere tijdsduur waarin het zonneveld in zicht zal zijn;

•de installatie heeft zo mogelijk een beperkte hoogte (1-1,5 meter) als er voor de recreant sprake is van aantasting van het uitzicht;

•de initiatiefnemer bespreekt met de gebruikers van het gebied inclusief bewoners van nabijgelegen woonwijken de mogelijkheden om een plus te bieden aan recreatie voor de directe en de bredere omgeving, zie onderstaande alinea.

Hoe kunnen zonnevelden recreatie versterken

Een combinatie van een zonneveld met wandelpaden, educatie en elektrische oplaadpunten voor de fiets zijn voorbeelden. Nederland bestond vroeger uit energielandschappen, denk aan traditionele windmolens, bomen, veenwinning en dergelijke. Een zonneveld kan het begrip ‘energielandschap’ in een modern jasje zichtbaar en beleefbaar maken. Dit geldt niet voor een zonneveld in een ecologisch kwetsbaar gebied of waar een grote meerwaarde voor de natuur gecreëerd wordt. Mogelijk is daar een recreatie-aantrekkende werking juist niet gewenst.

A6. Landgebruik, bodem en (grond)water

Landgebruik en (agrarisch) karakter van een gebied

Als een grondeigenaar, en zeker als meerdere grondeigenaren in hetzelfde gebied, de keuze maken voor een zonneveld, dan heeft dit impact op het karakter van het gehele gebied. Vaak is er sprake van agrarische productie dat transformeert naar de productie van zonne-energie, voor een periode van 25-30 jaar.

De gemeente eist dat de mogelijkheid openblijft om daarna de grond weer in agrarisch gebruik te nemen. De huidige bestemming blijft gehandhaafd tijdens het gebruik als zonneveld en de bodemkwaliteit moet worden beschermd en mag niet verslechteren, zowel biologisch, chemisch als qua waterhuishouding. Uitzondering: bij een zonneveld binnen de ‘Groene contourgebieden’ moet na exploitatie de bestemming ‘Natuur’ worden.

In de voorwaarden voor procesparticipatie (H6) en bijbehorende Beleidsregels Zonnevelden is als onderdeel van een zorgvuldig gebiedsproces opgenomen dat met (agrarische) bedrijven in de omgeving afspraken worden gemaakt zodat een zonneveld hen niet stoort in hun bedrijfsvoering. De gemeente streeft ernaar de omgeving te ontlasten middels de gestelde voorwaarden, maar er kunnen zorgen resteren omtrent grondprijzen en andere commerciële belangen rond zonnevelden.

Het is goed ook te benoemen dat veranderend landgebruik ook een verbetering van de woonomgeving kan inhouden. Denk aan situaties waarin minder uitgereden wordt met mest, minder spuitnevel optreedt (met name bij boomgaarden) en minder agrarisch verkeer op kleine landwegen.

Multifunctioneel gebruik

De initiatiefnemer dient een plan in om de grond voor meerdere functies te gebruiken. Dit noemen we multifunctioneel gebruik. Dit gaat bij voorkeur om agrarische of natuurfuncties. Niet alleen de aanleg maar ook het beheerplan, met instemming van omliggende grondgebruikers, is hierbij van belang. Denk aan een extensieve vorm van beweiding, ruimte bieden aan bepaalde diersoorten (zoals de das), het telen van schaduwminnende of (vee)voedselgewassen en het plaatsen van bijenkasten. Vaak worden stroken als bufferzone aangelegd: een schuilplek voor fauna, met bloemrijke gewassen voor insecten. Meervoudig of multifunctioneel landgebruik kan ook recreatief zijn, voor waterberging en/of landschappelijk ingestoken worden.

Bodem

Zonnevelden beïnvloeden de kwaliteit van de bodem op chemisch, fysisch en biologisch vlak. Dit kan een verbetering of verslechtering zijn, afhankelijk van de startsituatie, dus de huidige bodemkwaliteit. De initiatiefnemer dient hier in haar plan zorgvuldig mee om te gaan om een negatieve impact te minimaliseren, en waar mogelijk de bodemkwaliteit juist te verbeteren.

Nadelige effecten op de bodem zijn mogelijk door verminderde lichtinval en veranderde neerslagverdeling. Hierdoor kunnen het lokale microklimaat, de opbouw van organisch materiaal en het bodemleven in het ecosysteem verslechteren. Onderzoek gepubliceerd begin 2020 toont inderdaad minder dichte vegetatie, een verschuiving van het type vegetatie, drogere toplaag, minder plantenwortels, regenwormen, een lagere bodemademhaling en daarmee minder bodemleven. Mogelijk veranderen de verdamping en temperatuur.

De initiatiefnemer moet daarom kiezen voor een opstelling, infrastructurele maatregelen en bodembeheer waarbij de verwachting is dat de bodem het snelst herstelt voor eventueel agrarisch gebruik na verwijderen van de zonne-installatie. Een gesloten opstelling (vaak oost-west) geeft naar verwachting meer schade aan de bodem dan een extensievere opstelling (vaak zuid georiënteerd). Er moet ruimte tussen de individuele zonnepanelen zijn voor regenwater om doorheen te stromen zodat de bodem zo verspreid mogelijk regenwater ontvangt.

De initiatiefnemer moet een voorstel doen voor een monitoringsplan van de bodemkwaliteit zodat de kwaliteit in ieder geval niet verslechtert en na afloop van het zonneveld de bodem geschikt blijft of wordt voor het oorspronkelijk (of toekomstig) gebruik, bijvoorbeeld agrarisch.

Bij voorkeur draagt een zonneveld bij aan het vergaren van landelijke onderzoeksresultaten naar de daadwerkelijke effecten. Voorbeelden van belangrijke indicatoren (onderzoek Wageningen Universiteit) om de gezondheid van de bodem te beoordelen zijn de zuurgraad en bodemkleur (chemie), de bodemtextuur en -structuur (fysica), de aantallen en typen regenwormen en de bodemademhaling door bacteriën (biologie). Het monitoringsplan van de initiatiefnemer is (in overleg met onder andere de ODRU) zo nodig uitgebreider dan dit aantal indicatoren. Ook wordt aangegeven welke tussentijdse maatregelen mogelijk zijn tijdens exploitatie wanneer negatieve effecten blijken uit monitoring.

Er zijn geen zonne-installaties toegestaan waaruit uitloging van zware metalen mogelijk is. Bij het beheer is geen chemische bestrijding toegestaan. De bodem mag niet worden geëgaliseerd. Dit geldt overal, niet alleen bij cultuurhistorische landschappelijke waarden zoals stroomruggen. Plannen voor zonnepanelen worden zeer kritisch bekeken op plekken die ‘Aardkundig waardevol’ zijn.

(Grond)Water

Het watersysteem (en de bodem), inclusief het optreden van kwel, mogen geen nadelen van zonnevelden ondervinden. De waterschappen worden om die reden graag zo vroeg mogelijk bij een initiatief betrokken door de initiatiefnemer. De nadruk ligt op infiltratie en afwatering.

Een initiatiefnemer moet rekening houden met de volgende uitgangspunten:

•de grond mag maar minimaal verhard worden (zie ‘fundering’ hieronder)

•de bodem moet een kwaliteit behouden waarbij infiltratie mogelijk blijft

•er mag geen versnelde afvoer van hemelwater plaatsvinden

•er is voldoende afstand tot primaire en tertiaire watergangen (voor onderhoud)

•er mogen geen sloten worden gedempt (provinciale regelgeving)

•ruimte tussen individuele zonnepanelen biedt verspreidingsmogelijkheid regenwater

•waar nodig worden in overleg infrastructurele aanpassingen gedaan voor kunstmatige infiltratie

•mogelijkheden onderzoeken met waterschap voor extra waterberging bij extreme regenval

•bekeken wordt of verhoging grondwaterstand mogelijk en gunstig is voor bodem/natuur

•behoud van de kwel(druk)

Fundering van de panelen: een schroefsysteem is het beste voor de waterhuishouding. Bij oppervlakkige waardevolle archeologie, kan bovengrondse ballast de voorkeur hebben. Om het regenwater niet versneld af te laten stromen, moet het grootste deel van de bodem onbedekt blijven. Ballasten van de rekken waar de panelen op gemonteerd zijn, is dus wel mogelijk maar totale verharding onder de panelen is niet toegestaan.

Drijvende panelen: deze verschijnen op verschillende plaatsen in Nederland. De invloed van de gewijzigde lichtinval op de aquatische ecologie is het zorgpunt bij panelen boven ondiep water (ongeveer tot een meter diep). Deze zouden een veel grotere, negatieve invloed hebben op de vegetatie onder water dan panelen die boven dieper water drijven. Metingen zijn nodig aan de effecten op (blauw)algen, waterplanten, macrofauna en vissen. In de gemeente de Bilt zijn er weinig kansen voor drijvende zonnevelden.

Proces: initiatiefnemers moeten zich melden bij het Omgevingsloket van de gemeente . Overleg met het waterschap is zinvol als de gemeente de betreffende locatie geschikt vindt én het initiatief in de beschermingszone van een waterkering of watergang is gelegen. De regels van de Keur zijn van toepassing. De keur is een verordening met de regels die een waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Op de legger kun je zien of je aan de keur moet voldoen; de legger is een kaart met wateren of waterkeringen in beheer bij het waterschap waar de regels van de keur voor gelden.

De gemeente vraagt in haar ruimtelijke ordeningsprocedure advies aan het waterschap. Vervolgens brengt de gemeente de initiatiefnemer in contact met de planadviseur van het waterschap of (bij kleinere initiatieven) direct met een vergunningverlener. Verder zijn waterwingebieden (Vitens) van belang.

Met waterschappen AGV en HDSR zijn bovenstaande beleidslijnen afgestemd. AGV is met name rondom Westbroek actief en vraagt aandacht voor knelpunten in afwatering in het gebied rond Westbroek en de forten. In alle situaties (en zeker ook in dit gebied) wordt er bij een aanvraag voor een zonneveld op gelet dat sloten goed onderhouden kunnen worden (goede doorstroming moet gegarandeerd zijn) en dat er netto geen oppervlaktewater wordt gedempt.

Bijlage C. Visie van de provincie in het kort

Klimaatambitie van de Provincie Utrecht

De provincie heeft de ambitie van een energieneutraal grondgebied in 2040. Doel is energie te besparen en net zoveel duurzame energie te produceren als te gebruiken. De ruimtelijke opgave hierbij is

•het ruimte bieden voor het duurzaam opwekken van energie

•vraag naar en aanbod van warmte en andere energiedragers bij elkaar brengen

Door initiatieven ruimtelijk te faciliteren, draagt de provincie bij aan de opgave voor klimaatneutraliteit op een wijze die past bij de kerntaken van de provincie.

Samenvatting

In de Interim Provinciale Omgevingsvisie is het volgende opgenomen omtrent zonnevelden:

•noodzaak van zonnevelden (naast zon op dak) is aangegeven

•niet toegestaan in Natura2000 en Ganzenrustgebieden

•bij voorkeur niet in NNN en Wereld Erfgoed van Nieuwe Hollandse Waterlinie (alleen zeer goed onderbouwd, noodzaak en compensatie)

•liefst langs grootschalige infra en bebouwing

•onderkend wordt dat zonnevelden op agrarische gronden ook nodig gaan zijn: proberen de minst waardevolle gronden te benutten in overleg met andere agrariërs

Hoe kijkt de provincie aan tegen zonne-energie en zonnevelden?

Voorkeursvolgorde (deze houdt geen volgtijdelijkheid in):

•Voorkeur voor zonnepanelen op daken, gevels en infrastructurele werken boven veldopstellingen, vanwege doorgaans minder invloed op kenmerken/ identiteit van gebied.

•Om aan de gestelde energiedoelen te voldoen zijn ook zonnevelden nodig, bij voorkeur op gronden met een andere functie dan landbouw of natuur, zoals waterzuiveringsinstallaties, vuilnisbelten, binnenwateren, langs van spoor- en autowegen en kanalen.

•Ook hierbij gaat de provinciale voorkeur uit naar het zoeken van slimme functiecombinaties, waarbij met gebruikmaking van creatieve toepassingen, ruimtelijke kwaliteit kan worden gerealiseerd.

•Daarnaast ziet de provincie kansen om zonnevelden te combineren op locaties zoals als buffer rondom natuurgebieden, op sommige waterplassen en in combinatie met recreatie.

•Met al deze voorkeurslocaties binnen de provincie Utrecht is onvoldoende oppervlak beschikbaar om onze energieambities te behalen. Ook zonnevelden gecombineerd met landbouw of op gronden met lage natuurkwaliteit is nodig om aan onze energie-ambities te voldoen.

•Mocht hiervoor ook binnen het NNN gezocht worden, dan voorkeur voor agrarische gebieden hierin of andere gebieden met een lage natuurwaarde, zoals bermen en parkeerterreinen.

Gebieden & voorwaarden

De provincie stelt in de (Interim) Omgevingsvisie en - Verordening de volgende voorwaarden voor zonnevelden afhankelijk van de locatie:

1Gebieden waar algemene voorwaarden gelden:

Artikel 5.5 uit de Interim Omgevingsverordening

In deze gebieden geeft de provincie ruimte voor regionale en lokale afweging, mits structuren in het landschap herkenbaar worden gehouden en er een opruimplicht geldt.

2Gebieden met extra, gebiedspecifieke voorwaarden

Artikel 6.3; 6.9; 6.12; 7.2; 10.6f Interim Omgevingsverordening

Dit gaat om Nieuwe Hollandse Waterlinie / Stelling van Amsterdam, Natuur Netwerk Nederland, Groene Contour, Weidevogelkerngebieden, Militair oefenterrein met natuurwaarden. Deze extra voorwaarden staan in de Interim omgevingsverordening vastgelegd. Daarbij gaat het erom dat wezenlijke kenmerken en waarden niet significant aangetast mogen worden evenals de oppervlakte en de samenhang tussen de natuurgebieden.

3Gebieden waar zonnevelden niet toegestaan worden

Dit zijn Natura 2000 en Ganzenrustgebieden.

Meer over de instructieregels Zonnevelden in artikel 5.5 Interim Omgevingsverordening

In artikel 5.5 staat dat een bestemmingsplan bestemmingen en regels kan bevatten die de realisatie van de zonnevelden toestaan mits is voldaan aan voorwaarden zoals landschappelijke structuren die herkenbaar blijven, goede landschappelijke inpassing, een opstelling die ruimte biedt voor passende bodemkwaliteit en waterkwaliteit, opruimplicht.

Verder zijn ter motivering, onderbouwingen nodig zoals een beeldkwaliteitsparagraaf, beschrijving van hoe de omwonenden en andere stakeholders in de planvorming zijn betrokken, beschrijving gemeentelijk beleid inzake kavelruil en verbeteren van landbouwstructuur.

In de toelichting staat dat structuren in het landschap herkenbaar moeten blijven en er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing. De randen en afscheidingen van de zonnevelden moeten passen in het landschap. Tijdens de aanleg van de zonnevelden zijn het voorkomen van bodemverdichting, erosie en verslemping specifieke aandachtspunten. Erosie en verspoeling van de bodem kunnen een probleem zijn als panelen vlak liggen en de ruimte tussen rijen panelen nauw is. Vooral als de vegetatie slecht ontwikkeld is en het zonneveld op een helling gebouwd is, kunnen deze problemen ontstaan. Het is van belang het bodemleven en de waterkwaliteit in stand te houden en bodemdaling zo veel mogelijk te voorkomen. Uitlogen van materialen die via de bodem of rechtstreeks in het (grond)water kunnen komen, moet tegengegaan worden. Ook het wegnemen van licht of inbreng van chemische stoffen kan negatieve effecten hebben, die vermeden moeten worden.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.