Gemeentelijke regelgeving

Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen De Bilt 2011

Gemeente De Bilt · geldt sinds 17 februari 2011

Aanhef

De raad van de gemeente De Bilt;

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 december 2010, met het onderwerp Beheer gemeentelijke begraafplaatsen;

Overwegende dat het gewenst is om te voorzien in actuele, duidelijke en werkbare beheersregels voor de gemeentelijke begraafplaatsen;

Gelet op het bepaalde in de artikelen 108 tweede lid, en 149 van de Gemeentewet en artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging;

Besluit:

vast te stellen de navolgende

BEHEERSVERORDENING GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN DE BILT 2011

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.begraafplaats(en):

1de gemeentelijke begraafplaats Brandenburg, gelegen aan de Eerste

Brandenburgerweg 38 te Bilthoven;

2de gemeentelijke begraafplaats Westbroek, gelegen aan de Kerkdijk

(achter de Nederlands Hervormde kerk) te Westbroek;

b.graf: een zandgraf of keldergraf;

c.grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin één of meerdere

lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen

onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand;

d.asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

e.urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;

f.particulier graf (ook wel een koopgraf genaamd): een graf waarvoor een

natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht heeft tot:

1het doen begraven en begraven houden van lijken;

2het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder

urnen;

3het verstrooien van as.

g.algemeen graf(ook wel huurgraf genaamd): een graf bij de gemeente in

beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;

h.particulier urnengraf: een graf waarvoor een natuurlijk persoon of

rechtspersoon het uitsluitend recht heeft tot:

1het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder

urnen;

2het verstrooien van as;

i.algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid

wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen;

j.particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of

rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en

bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

k.algemene urnennis: een nis bij de gemeente in beheer waarin de gelegenheid

wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen;

l.particuliere gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of

rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om overledenen te gedenken;

m.verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;

n.grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf, gedenkplaats of

verstrooiingsplaats;

o.beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de

begraafplaats(en) of degene die hem vervangt;

p.rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend

recht is verleend op een particulier graf, een particulier urnengraf of een

particuliere gedenkplaats, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan

worden in diens plaats te zijn getreden;

q.gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik

van een ruimte in een algemeen graf of een algemeen urnengraf of een

algemeen urnennis is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan

worden in diens plaats te zijn getreden.

Hoofdstuk 2. OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS

Artikel 2. Openstelling begraafplaats(en)

1Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de

toegangen tijdelijk worden gesloten.

2Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor het

publiek geopend zijn, zich zonder toestemming van de beheerder daarop te

bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging

van as.

Artikel 3. Ordemaatregelen

1Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die

werkzaamheden op de begraafplaats(en) hebben te verrichten, zijn verplicht

zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de

aanwijzingen van de beheerder.

2De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde

aanwijzing houden direct van de begraafplaats verwijderen of laten

verwijderen.

3Het is verboden zonder toestemming van de beheerder met motorrijtuigen op

de begraafplaats te rijden.

4Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats(en) te rijden:

a.elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen; motorrijtuigen zijn

buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoer van materialen;

b.sneller dan 10 km per uur.

5Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de aanhef en

onder a van het vierde lid.

Artikel 4. Plechtigheden

1Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke

plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze

ten minste zes werkdagen tevoren zijn gemeld aan de beheerder. Datum en

uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in

overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld.

2De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid zijn verplicht zich

in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van

de beheerder.

Artikel 5. Opgravingen en ruimen

1Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere

personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze

werkzaamheden zijn belast.

2Het college kan van het bepaalde in het eerste lid ontheffing verlenen.

Hoofdstuk 3. VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING

Artikel 6. Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf

1Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen

verstrooien, geeft daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk kennis aan de

beheerder, doch niet later dan 36 uur na het overlijden. Indien de

burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het

overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig

mogelijk worden gedaan.

2Het lijk, dan wel het omhulsel, danwel de asbus of urn, moet zijn voorzien

van een (duurzaam) identiteitskenmerk. De gegevens van dit kenmerk moeten overeenstemmen met de administratie van de begraafplaats.

3Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het

daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag

uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op

aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen

deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk

zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 36 uur na het

overlijden schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag

geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij

deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.

Artikel 7. Gebouwen en muziekinstallatie

1Het gebruik van de op de begraafplaats Brandenburg aanwezige aula

alsmede van de muziekinstallatie of het orgel moet uiterlijk 36 uur na

overlijden worden aangevraagd bij de beheerder.

2De aula , de muziekinstallatie en het orgel staan voor iedere plechtigheid

gedurende een per keer vooraf te bepalen tijdsduur ter beschikking van de

aanvrager.

Artikel 8. Over te leggen stukken

1Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven is

overgelegd aan de beheerder of diens plaatsvervanger.

2Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal

plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden

overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden,

door degene die in de uitvaart voorziet.

3Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn

binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden

onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode

dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke

minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de

rechthebbende of, indien deze is overleden, door één van de andere

personen, genoemd in artikel 17, tweede lid.

4De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe

afgerond op gehele jaren.

5De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.

Artikel 9. Wijze van begraven

1Het is verboden om een lijk te begraven in een zinken of andere metalen of

kunststof (binnen)kist

2Het is verboden om in een kist of andere omhulsel voorwerpen of objecten bij

te sluiten die niet tot de kist of het lijk behoren, anders dan verteerbare

grafgiften.

3Bij het ter begraving aanbieden van de kist of een ander lijkomhulsel dient ten

minste 24 uur voorafgaand aan het tijdstip van begraving een schriftelijke

verklaring te worden overgelegd aan de beheerder volgens een door het

college vast te stellen model, omtrent de aanwezigheid van de in voorgaande

leden bedoelde materialen en voorwerpen. Indien van een lijkhoes gebruik

wordt gemaakt , zal de aanbieder tevens een afschrift van een rapport waaruit blijkt dat de gebruikte hoes voldoet aan de normen van het

Lijkomhulselbesluit 1998 moeten overleggen.

4Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in vorige leden.

Artikel 10. Tijden van begraven en asbezorging

1De tijd van begraven en het bezorgen van as is:

op maandag tot en met donderdag van 9.00 tot 15.00 uur;

op vrijdag van 9.00 tot 14.00 uur;

op zaterdag van 9.00 tot 12.00 uur.

2Het tijdstip van begraven of het bezorgen van as vereist de instemming van

de beheerder.

3Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.

Hoofdstuk 4. INDELING EN UITGIFTE VAN DE GRAVEN

Artikel 11. Indeling graven en asbezorging

1Op de begraafplaats Brandenburg kunnen worden uitgegeven:

a.particuliere graven en particuliere urnengraven;

b.particuliere urnennissen;

c.particuliere gedenkplaatsen.

2Op de gemeentelijke begraafplaats Westbroek kunnen worden uitgegeven:

a.particuliere graven;

b.particuliere gedenkplaatsen;

c.particuliere urnengraven, welke uitsluitend mogen worden opgericht

op de daarvoor speciaal bedoelde urnentuin, een en ander voor zover

die tuin daartoe nog ruimte biedt.

3Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel

asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere

graven en hoeveel verstrooiingen van as er op de particuliere graven kunnen

plaatshebben. Het college bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur

van de particuliere graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de

minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging.

4Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel asbussen met of

zonder urnen kunnen worden bijgezet in particuliere urnengraven en bepalen

tevens de afmetingen van deze urnengraven.

5Bij de vaststelling van de in het derde en vierde lid bedoelde nadere regels

kan onderscheid worden gemaakt tussen de twee gemeentelijke

begraafplaatsen.

Artikel 12. Algemene graven

1De algemene graven worden onderverdeeld in:

a.Algemene graven waarin gelegenheid wordt gegeven voor het

begraven van lijken gedurende een periode van 10 jaren;

b.Algemene graven waarin gelegenheid wordt gegeven voor het

begraven van lijken gedurende een periode van 25 jaren.

2In de algemene graven kan een door het college te bepalen aantal lijken

worden begraven.

3In de algemene urnengraven kan een door het college te bepalen aantal

asbussen met of zonder urn worden bijgezet.

4Op de begraafplaats Westbroek worden geen algemene graven opgericht.

Artikel 13. Volgorde van uitgifte

1De particuliere graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde

van ligging uitgegeven.

2Het college kan een particulier graf toewijzen anders dan voor directe

begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op

de begraafplaats(en) niet bezwaarlijk is.

Artikel 14. Categorieën

1Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en particuliere

graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt voor de

verschillende categorieën de situering en oppervlakte.

2Het bepaalde in artikel 11, vijfde lid, is overeenkomstig van toepassing

Artikel 15. Termijnen particuliere graven

1Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de

begraafplaats(en) dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen

aanvraag, voor de tijd van twintig jaar of voor onbepaalde tijd recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven.

2Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de

rechthebbende verlengd telkens met een termijn van vijf, tien, vijftien of

twintig jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn

wordt ingediend.

3Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende

worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in

artikel 17, eerste lid. Verlening van het recht ten behoeve van een ander is

slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige reden bestaan.

Artikel 16. Grafkelder

1Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning

verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een

grafkelder overeenkomstig de door het college te stellen voorwaarden.

2De bovenkant van een grafkelder mag niet meer dan 0.50 meter boven het

maaiveld uitkomen.

3Van het bepaalde in lid 2 kan het college ontheffing verlenen ten behoeve van

de bouw van een mausoleum.

Artikel 17. Overschrijving van verleende rechten

1Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende

worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel

een bloed verwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving

ten name van een rechtspersoon is slechts mogelijk , indien daar gewichtige

redenen voor bestaan.

2Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf

worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan

voorafgaand te worden gedaan.

3Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving

aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel

gestelde termijn van zes maanden, is het college bevoegd het recht op het

particuliere graf te doen vervallen.

4Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van zes

maanden kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen van een

nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf

dat inmiddels is geruimd.

Artikel 18. Afstand doen van graven

Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.

Artikel 19. Sluiting van graven

1Op aanvraag van de rechthebbende kan het college een graf gesloten

verklaren. Gedurende de tijd dat een graf gesloten is, mag daarop geen

andere grafbedekking worden geplaatst en daarin geen andere begraving

plaatshebben, of asbus worden bijgezet, dan wel as verstrooid dan die van de

stoffelijke overschotten van de personen die de rechthebbende in zijn

aanvraag met name heeft genoemd.

2Het college bepaalt in overleg met de rechthebbende de periode waarvoor de

in het eerste lid bedoelde sluiting zal geschieden. Zij stellen de bijzondere

voorwaarden vast waaraan moet zijn voldaan alvorens het graf gesloten wordt

verklaard.

Hoofdstuk 5. GRAFBEDEKKINGEN

Artikel 20. Vergunning grafbedekking

1Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig

van het college.

2De rechthebbende van een particulier graf vraagt de vergunning voor het

hebben van een grafbedekking aan. De belanghebbende van een algemeen

graf vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan.

3Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van aanvragen van

de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze

van aanbrengen. Het bepaalde in artikel 11, vijfde lid, is daarbij

overeenkomstig van toepassing.

4Het college kan de vergunning weigeren indien:

a.niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het

derde lid;

b.de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;

c.de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;

d.de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.

5Het college kan ontheffing verlenen van de door hem vastgestelde nadere

regels

6Grafbedekking wordt geacht voor rekening en risico van de rechthebbende op

het particuliere graf of de aanvrager van een algemeen graf te zijn

aangebracht. Schade als gevolg van brand, vandalisme, vorst, wateroverlast,

storm, dieren en andere van buitenkomende oorzaken, of ontstaan door het

weghalen en terugplaatsen van een gedenkteken ten behoeve van een

bijzetting, en eventuele gevolgschade voor derden is voor rekening van de

rechthebbende of aanvrager.

Artikel 21. Onderhoud door de gemeente

Het college voorziet in het één maal per jaar schoonmaken van het gedenkteken en in de zorg van een basis onderhoud aan de winterharde beplantingen. Het hiervoor verschuldigde tarief zal bij afzonderlijke verordening worden vastgesteld. Bij eventuele verzakking van het gedenkteken zal de rechthebbende of gebruiker in kennis worden gesteld op de in artikel 22, zesde lid, bedoelde wijze.

Artikel 22. Onderhoud door rechthebbende of gebruiker

1Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van

de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de

rechthebbende of de gebruiker.

2De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking behoorlijk te

onderhouden of te herstellen.

3Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking behoorlijk

te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking

komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen.

Het verwijderde blijft gedurende dertien weken ter beschikking van de

rechthebbende of de gebruiker en vervalt daarna aan de gemeente, zonder

dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

4De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de rechthebbende of

de gebruiker door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft

gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de

rechthebbende of de gebruiker niet bekend is maakt het college de verklaring

bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het

graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.

5Verwijderde beplanting wordt, in afwijking van het bepaalde in het derde lid,

direct worden vernietigd, zonder dat aanspraak gemaakt kan worden op enige

schadevergoeding.

6Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving

verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de

door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze

naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats

schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar oplevert voor

derden.

Artikel 23. Niet-blijvende grafbeplanting

1Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert

kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden

gemaakt op schadevergoeding.

2Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt

zijn, door de beheerder worden verwijderd.

3Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende dertien weken

ter beschikking gehouden van de rechthebbende of, wanneer het een

algemeen graf betreft, van de belanghebbende indien deze daartoe tevoren

een aanvraag heeft ingediend bij de beheerder.

Artikel 24. Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn

1De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte van het

graf door het college worden verwijderd zonder dat aanspraak gemaakt kan

worden op enige schadevergoeding.

2Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college ten

minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal

worden verwijderd per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een

algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend. Wanneer het adres

van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college

het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste

een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden

verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats bekend.

3De grafbedekking die niet binnen dertien weken na de verwijdering is afgehaald, vervalt aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is.

4Gedurende de in het tweede lid genoemde termijn kan de rechthebbende

voor eigen rekening en onder eigen verantwoordelijkheid de grafbedekking

verwijderen.

Hoofdstuk 6. RUIMING VAN GRAVEN, URNENGRAVEN EN URNENNISSEN

Artikel 25. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

1Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste een

jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden per

brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan

de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het adres van de

rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college het

voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar

voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te

plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het

mededelingenbord bekend.

2De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog

aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat

bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden

geconfronteerd.

3De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden

begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde

gedeelten van de begraafplaats(en).

4Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf

kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een

aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten, indien mogelijk,

bijeen te doen brengen voor crematie of voor herbegraving elders.

Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn

is bijgezet in een algemeen graf kunnen bij de beheerder een aanvraag

indienen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing

elders.

5De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag

indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in

dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders

opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een particulier urnengraf of

particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter

beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen

verstrooien.

Hoofdstuk 7. GEDEELTE VOOR KERKGENOOTSCHAP

Artikel 26. Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van graven

1Het bepaalde in dit artikel is uitsluitend van toepassing indien een deel van de

begraafplaats, overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 van de Wet op de

Lijkbezorging, ter beschikking is gesteld van een kerkgenootschap.

2Het college kan na overleg met het bestuur van het kerkgenootschap ten

aanzien van de openstelling van het gedeelte, de indeling van graven, de

onderverdeling van graven in categorieën en de eisen voor de grafbedekking

op het ter beschikking van het kerkgenootschap gestelde deel van de

begraafplaats nadere regels stellen die afwijken van de regels krachtens de

artikelen 3, eerste lid, 10, tweede lid, 14 en 22, derde lid, van deze

verordening.

3Het college stelt het bestuur van het kerkgenootschap schriftelijk ervan in

kennis dat de grafbedekking van een of meer graven onderhoud en herstel

behoeft, wanneer het kerkgenootschap schriftelijk om een dergelijke

kennisgeving heeft verzocht. De kennisgeving laat de bevoegdheid van het

college onverlet om de rechthebbende op de graven ervan in kennis te stellen

dat de grafbedekking moet worden onderhouden.

Hoofdstuk 8. IN STAND HOUDEN HISTORISCHE GRAVEN EN OPVALLENDE GRAFBEDEKKING

Artikel 27. Lijst

1Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of

waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.

2Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of

er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden

bijgeschreven.

3De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van

grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.

Hoofdstuk 9. INRICHTING REGISTER

Artikel 28. Voorschriften

1Het college stelt voorschriften vast voor het register van de begraven lijken.

2Het register wordt bijgehouden door de beheerder.

Hoofdstuk 10. SLOTBEPALINGEN

Artikel 29. Intrekking oude regeling

Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening, wordt de Beheersverordening begraafplaatsen Brandenburg en Westbroek, zoals vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente De Bilt gehouden op 31 oktober 2002 en in werking getreden op 1 januari 2003, ingetrokken.

Artikel 30. Overgangsbepaling

1Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de Beheersverordening

begraafplaatsen Brandenburg en Westbroek van 1 januari 2003 gelden als

besluiten genomen krachtens deze verordening.

2Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een

aanvraag om vergunning op grond van de Beheersverordening begraafplaatsen Brandenburg en Westbroek van 1 januari 2003 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

Artikel 31. Strafbepaling

1Hij die handelt in strijd met de artikelen 3, 4 en 9 wordt gestraft met een

geldboete van de eerste categorie.

2Overtreding van de artikelen 3, 4 en 9 van de verordening kan worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 32. Inwerkingtreding.

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de dag van bekendmaking.

Artikel 33. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen De Bilt 2011.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.