Dit hoofdstuk bevat een algehele toelichting op de belangenafweging.
7. Handhavingsarrangement
I. Drugshandel
Artikel 1. Woningen of daarbij behorende (bebouwing op) erven
1Bij drugshandel in woningen of daarbij behorende erven, in de zin van artikel 13b, eerste lid onder a, van de Opiumwet, wordt in beginsel het regime toegepast zoals opgenomen in de onderstaande matrix:
Regime softdrugs
Regime harddrugs
1eovertreding (geen ernstig geval)
Last onder dwangsom
17Artikel 13b van de Opiumwet verschaft de burgemeester de bevoegdheid in geval van een overtreding een last onder bestuursdwang op te leggen. Op grond van artikel 5:32 van de Awb kan een bestuursorgaan dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.
Last onder dwangsom*
1eovertreding (ernstig geval)
Sluiting voor periode van 3 maanden
Sluiting voor periode van 6 maanden
2eovertreding binnen 5 jaar
Sluiting voor periode van 6 maanden
Sluiting voor periode van 12 maanden
3ee.v. overtreding binnen 5 jaar
Sluiting voor periode van 12 maanden
Sluiting voor periode van 24 maanden
* De hoogte van de last wordt bepaald door het aantal aangetroffen hennepplanten:
Hoeveelheid
Hoogte dwangsom
Van 6 tot 50 planten
€ 12.500
Van 50 tot 200 planten
€ 25.000
Van 200 tot 750 planten
€ 50.000
Vanaf 750 planten
€ 75.000
* De hoogte van de last wordt bepaald door het aantal aangetroffen grammen softdrugs:
Hoeveelheid
Hoogte dwangsom
5- 30 gram
€ 1.275
30- 50 gram
€ 3.500
50- 100 gram
€ 7.000
100- 150 gram
€ 10.500
150- 200 gram
€ 14.000
200gram – 6 kilogram
€ 25.000
6kilogram – 22,5 kilogram
€ 50.000
Vanaf 22,5 kilogram
€ 75.000
2Er is sprake van een volgende overtreding (de 2e of 3e overtreding) als deze binnen een termijn van vijf jaar na de daaraan voorafgaande overtreding plaatsvindt. Dit geldt ook als bij de 1e overtreding sprake is van een waarschuwing.
18Toelichting: als dus binnen vijf jaar na een overtreding in dezelfde woning of daarbij behorend lokaal een volgende overtreding wordt geconstateerd geldt het regime voor deze volgende overtreding. Het is niet noodzakelijk dat een volgende overtreding door dezelfde overtreder of rechthebbende op de woning of het bijbehorend erf wordt begaan.
3Is bij één van de opvolgende overtredingen (de 1e, 2e of 3e overtreding) sprake van harddrugs, dan geldt het regime voor de eerstvolgende overtreding overeenkomstig de matrix voor harddrugs.
19Toelichting: als dus de 1e overtreding verband houdt met softdrugs maar bij de 2e overtreding sprake is van harddrugs geldt de voorgeschreven maatregel bij de 2e overtreding van harddrugs. Ook als de 1e overtreding harddrugs betrof maar de 2e overtreding softdrugs wordt bij de 2e overtreding de matrix voor harddrugs aangehouden.
4Bij de 3e en volgende overtredingen wordt bij softdrugs de woning of het daarbij behorende erf gesloten voor de duur van 12 maanden en bij harddrugs voor de duur van 24 maanden.
Artikel 2. Indicatoren ernstig geval
1Uitgangspunt is dat bij een eerste overtreding nog niet tot sluiting van de woning dient te worden overgegaan, maar moet worden volstaan met een waarschuwing of soortgelijke maatregel, doch dit moet worden beschouwd als een uitgangspunt waarvan in ernstige gevallen mag worden afgeweken. Is sprake van een ernstig geval, dan is volgens deze beleidsregels in beginsel ook de noodzaak tot sluiting gegeven. Van een ernstig geval is in ieder geval sprake als een of meer van de hieronder staande indicatoren van toepassing is/zijn. Daarbij is geen sprake van een limitatieve opsomming:
a.de hoeveelheid aangetroffen middelen als bedoeld in lijst I en/of lijst II van de Opiumwet. Bij harddrugs geldt dat sprake is van een ernstig geval als ten minste 2 gram (of voor zover dit de 2 gram niet overschrijdt twee pillen, twee tabletten, twee ampullen, twee bolletjes of twee wikkels, etc.) wordt aangetroffen. Bij softdrugs wordt een ernstig geval aangenomen bij het aantreffen van minimaal 20 gram of minimaal 6 cannabis/hennepplanten;
b.een combinatie van handelshoeveelheden soft- en harddrugs overeenkomstig de Aanwijzing Opiumwet. Wordt er een combinatie van meer dan 0,5 gram harddrugs en meer dan 5 gram softdrugs aangetroffen, dan is sprake van een ernstig geval;
c.ongeacht de indicator genoemd onder a, worden naast handelshoeveelheden soft- en harddrugs overeenkomstig de Aanwijzing Opiumwet, tevens attributen aangetroffen die te relateren zijn aan drugshandel, zoals een weegschaal, verpakkingsmaterialen, een grote hoeveelheid contant geld en/of wapens, versnijdingsmiddelen;
d.de mate waarin de woning betrokken is bij, dan wel bekend staat als pand waar drugshandel of drugsbezit aanwezig is. Dit kan onder andere blijken uit politiewaarnemingen, meldingen en verklaringen van omwonenden of betrokkenen, (waarnemingen van) aanloop van personen die met drugshandel en/of drugsgebruik in verband kunnen worden gebracht, of het aantreffen van attributen die op handel in verdovende middelen wijzen, zoals weegschalen, grote hoeveelheden contant geld, versnijdingsmiddelen of verpakkingsmaterialen in de woning;
e.er is sprake van (andere) strafbare feiten, zoals geweldsdelicten, wapenbezit in de zin van de Wet wapens en munitie, diefstal van stroom, etc., of er is sprake van openbare ordeverstoringen gerelateerd aan de woning. Hierbij kan gedacht worden aan gerelateerde feiten in de zin dat in de woning personen worden aangetroffen met antecedenten op het gebied van geweld, drugs of wapenbezit, of zich ten aanzien van dergelijke feiten recidivist hebben getoond;
f.er is sprake van recidive als in dezelfde woning binnen een periode van vijf jaar opnieuw drugs worden aangetroffen;
20Vgl. ABRvS 14 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:851.
g.er zijn vermoedens van verwijtbaar gedrag van de betrokkene. Dit geldt als de betrokkene zelf betrokken is bij de aangetroffen drugs of dat hij/zij op de hoogte is dan wel redelijkerwijs op de hoogte kon zijn van de aanwezigheid van de aangetroffen drugs in de woning en/of van het gebruik van de voorwerpen of stoffen ter voorbereiding van de handel in drugs. Hierbij kan meewegen of sprake is van antecedenten, relaties van de betrokkene met personen die bij de politie bekend staan als drugsdelinquenten, al dan niet in georganiseerd verband, of die bekend staan in verband met georganiseerde criminaliteit, of als de betrokkene zelf als zodanig bij de politie bekend staat. Ook speelt in dit verband mee de mate waarin degene die een woning verhuurt of anderszins aan anderen in gebruik geeft zich in voldoende mate en tot op zekere hoogte heeft geïnformeerd over het gebruik dat van het pand wordt gemaakt. Woningeigenaren en hoofdhuurders moeten concreet toezicht houden op het gebruik van hun pand. Het is niet genoeg als zij het pand alleen maar bezoeken. Zij moeten ook controles uitvoeren die zijn gericht op het gebruik van het pand;
21Vgl. ABRvS 19 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2774.
h.de mate van gevaarzetting of risico voor het woon- en leefklimaat in de omgeving en/of voor omwonende(n). Hierbij kan worden gedacht aan een buurt waarin de woning zich bevindt en de mate waarin deze kwetsbaar is voor drugscriminaliteit gelet op de demografische samenstelling of omdat al langer druk op de omgeving bestaat in verband met drugsoverlast, of vanwege de vermoedelijke betrokkenheid van (georganiseerde) drugscriminaliteit en daarmee verband houdende gevaren, zoals geweldpleging, de aanwezigheid of inzet van vuurwapens/explosieven, etc.;
i.de mate van risico of gevaar voor het woon- of leefklimaat in de omgeving en/of voor omwonenden. Hierbij kan gedacht worden aan een buurt die door drugscriminaliteit reeds zwaar onder druk staat of het gevaar dat een hennepkwekerij of drugslaboratorium met zich meebrengt, zoals fluctuaties op het stroomnet en (daardoor) brandgevaar of door de ontwikkeling van giftige dampen;
j.de aannemelijkheid dat naast de woning of het bijbehorende erf, nog een of meer andere locaties betrokken zijn bij de drugshandel;
k.bij hennepteelt, de inrichting, het bedrijfsmatig karakter evenals de professionaliteit van de hennepplantage/kwekerij of productiepunt. Bijvoorbeeld illegale stroom aftap, aanwezige hennep-/drugsresten van een productie en randapparatuur voor het in stand houden en onderhouden van de hennepplantage/kwekerij of productiepunt.
2Als zich een zeer ernstig geval voordoet, kunnen strengere maatregelen worden toegepast ten opzichte van, dan wel kunnen stappen worden overgeslagen in, de matrix zoals opgenomen in artikel 1, eerste lid, van deze beleidsregels. Van een zeer ernstig geval kan (in ieder geval) sprake zijn als zich minimaal vijf indicatoren in de zin van het eerste lid van dit artikel voordoen.
Artikel 3. Lokalen of daarbij behorende (bebouwing op) erven
1Bij drugshandel in lokalen of daarbij behorende erven, in de zin van artikel 13b, eerste lid onder a, van de Opiumwet, wordt in beginsel het regime toegepast zoals opgenomen in de onderstaande matrix:
Regime softdrugs
Regime harddrugs
1eovertreding
Sluiting voor periode van 6 maanden
Sluiting voor periode van 12 maanden
2eovertreding binnen 5 jaar
Sluiting voor periode van 12 maanden
Sluiting voor periode van 24 maanden
3ee.v. overtreding binnen 5 jaar
Sluiting voor periode van 24 maanden
Sluiting voor periode van 36 maanden
2Er is sprake van een volgende overtreding (de 2e of 3e overtreding) als deze binnen een termijn van vijf jaar na de daaraan voorafgaande overtreding plaatsvindt.
22Toelichting: als dus binnen vijf jaar na een overtreding in hetzelfde lokaal of daarbij behorend lokaal een volgende overtreding wordt geconstateerd geldt het regime voor deze volgende overtreding. Het is niet noodzakelijk dat een volgende overtreding door dezelfde overtreder of rechthebbende op het lokaal of het bijbehorend erf wordt begaan.
3Is bij een van de opvolgende overtredingen (de 1e, 2e of 3e overtreding) sprake van harddrugs, dan geldt het regime voor de eerstvolgende overtreding overeenkomstig de matrix voor harddrugs.
23Toelichting: als dus de 1e overtreding verband houdt met softdrugs maar bij de 2e overtreding sprake is van harddrugs geldt de voorgeschreven maatregel bij de 2e overtreding van harddrugs. Ook als de 1e overtreding harddrugs betrof maar de 2e overtreding softdrugs wordt bij de 2e overtreding de matrix voor harddrugs aangehouden.
4Bij de 3e en volgende overtredingen wordt bij softdrugs het lokaal of het daarbij behorende erf gesloten voor de duur van 24 maanden en bij harddrugs voor de duur van 36 maanden.
Artikel 4. Combinatie woning en lokaal
Wordt drugshandel geconstateerd in een woning of een lokaal die tezamen een samenhangend geheel vormen, waardoor artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet gelijktijdig zowel op de woning als het lokaal kan worden toegepast, wordt het regime toegepast dat geldt voor woningen.
24Vgl. ABRvS 11 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1193.Toelichting: van een samenhangend geheel is sprake als een woning en een lokaal ruimtelijke en functionele samenhang vertonen, omdat zij bijvoorbeeld op hetzelfde kadastrale perceel staan, dezelfde eigenaar hebben, in elkaars nabijheid staan, etc. en daarnaast omdat zowel in de woning als het lokaal drugs dan wel aan drugs gerelateerde attributen zijn aangetroffen. Om als samenhangend geheel te kunnen worden aangemerkt is dus niet vereist dat in alle samenhangende delen drugs zijn aangetroffen. Wel zal in ten minste één onderdeel (bijvoorbeeld het lokaal) van het samenhangend geheel drugs aanwezig moeten zijn. In de andere onderdelen zullen drugs of aan drugs gerelateerde attributen aanwezig moeten worden, willen zij tot het samenhangend geheel gerekend kunnen worden.
II. Voorbereidingshandelingen
Artikel 5. Woningen of daarbij behorende (bebouwing op) erven
1Bij de constatering van voorbereidingshandelingen in woningen of daarbij behorende erven, in de zin van artikel 13b, eerste lid onder b, van de Opiumwet, wordt in beginsel het regime toegepast zoals opgenomen in de onderstaande matrix:
Regime softdrugs
Regime harddrugs
1eovertreding (incomplete opstelling of geen ernstig geval)
Last onder dwangsom
Last onder dwangsom *
1eovertreding (complete opstelling of ernstig geval)
Sluiting voor periode van 3 maanden
Sluiting voor periode van 6 maanden
2eovertreding binnen 5 jaar
Sluiting voor periode van 6 maanden
Sluiting voor periode van 12 maanden
3ee.v. overtreding binnen 5 jaar
Sluiting voor periode van 12 maanden
Sluiting voor periode van 24 maanden
* De hoogte van de last wordt bepaald door het aantal aangetroffen hennepplanten:
Hoeveelheid
Hoogte dwangsom
Van 6 tot 50 planten
€ 12.500
Van 50 tot 200 planten
€ 25.000
Van 200 tot 750 planten
€ 50.000
Vanaf 750 planten
€ 75.000
* De hoogte van de last wordt bepaald door het aantal aangetroffen grammen softdrugs:
Hoeveelheid
Hoogte dwangsom
5- 30 gram
€ 1.275
30- 50 gram
€ 3.500
50- 100 gram
€ 7.000
100- 150 gram
€ 10.500
150- 200 gram
€ 14.000
200gram – 6 kilogram
€ 25.000
6kilogram – 22,5 kilogram
€ 50.000
Vanaf 22,5 kilogram
€ 75.000
2Er is sprake van een incomplete opstelling als slechts een deel van de voorwerpen voorhanden is die nodig zijn om een beroeps- of bedrijfsmatige of grootschalige hennepplantage op te zetten, dan wel een productiepunt voor harddrugs. Er is sprake van een complete opstelling als sprake is van een in werking zijnde beroeps- of bedrijfsmatige of grootschalige hennepkwekerij, of een inwerking zijnde productiepunt voor harddrugs. Ook is sprake van een complete opstelling als met weinig handelingen de beroeps- of bedrijfsmatige of grootschalige hennepkwekerij of het productiepunt voor harddrugs in werking te brengen is, bijvoorbeeld omdat vrijwel alle benodigdheden daarvoor voorhanden zijn.
25Vgl. ABRvS 24 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:368 (r.o. 4.1).Toelichting: wordt een incomplete opstelling aangetroffen is minder aannemelijk, tenzij er concrete contra-indicatoren zijn, dat de woning een actuele schakel vormt in de productie of distributie van drugs. De opstelling is daarvoor (nog) niet geschikt en er zal nog het nodige moeten gebeuren om het productieproces “operationeel” te hebben. Het afgeven van een signaal door middel van een sluiting ligt hierbij minder voor de hand. Dat neemt niet weg dat er goederen en stoffen aanwezig zijn die in principe geschikt zijn voor de productie van drugs. Van de betrokkene kan onder dwangsom worden gelast dat zij deze goederen afvoeren naar een erkende afvalverwerker, zodat de goederen niet alsnog in het drugscircuit kunnen worden benut. Van een complete opstelling is wel aannemelijk dat deze een schakel vormt in de productie of distributie van drugs. Een sluiting is hierbij, tenzij geen sprake zou zijn van een ernstig geval, passend).
3Er is sprake van een volgende overtreding (de 2e of 3e overtreding) als deze binnen een termijn van vijf jaar na de daaraan voorafgaande overtreding plaatsvindt. Dit geldt ook als bij de 1e overtreding een last onder dwangsom is opgelegd.
26Toelichting: zie de toelichting bij artikel 1, tweede lid, van deze beleidsregels.
4Is bij één van de opvolgende overtredingen (de 1e, 2e of 3e overtreding) sprake van harddrugs, dan geldt het regime voor de eerstvolgende overtreding overeenkomstig de matrix voor harddrugs.
27Toelichting: zie de toelichting bij artikel 1, derde lid, van deze beleidsregels.
5Bij de 3e en volgende overtredingen wordt bij voorbereidingshandelingen in verband met softdrugs de woning of het daarbij behorende erf gesloten voor de duur van 12 maanden en bij voorbereidingshandelingen in verband met harddrugs voor de duur van 24 maanden.
Artikel 6. Indicatoren ernstig geval
1Uitgangspunt is dat bij een 1e overtreding nog niet tot sluiting van de woning dient te worden overgegaan, maar moet worden volstaan met een waarschuwing of soortgelijke maatregel, doch dit moet worden beschouwd als een uitgangspunt waarvan in ernstige gevallen mag worden afgeweken. Een last onder dwangsom kan aangemerkt worden als een soortgelijke maatregel.
28ABRvS 12 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1870 (r.o. 3.2).
Is sprake van een ernstig geval, dan is volgens deze beleidsregels in beginsel ook de noodzaak tot sluiting gegeven. Van een ernstig geval is in ieder geval sprake als één of meer van de hieronder staande indicatoren van toepassing is/zijn. Daarbij is geen sprake van een limitatieve opsomming en kunnen ook elementen – voor zover hier niet al genoemd – uit artikel 2, eerste lid van deze beleidsregels, betrokken worden:
a.de aard van de stoffen of goederen. Hierbij kan gedacht worden aan het voorhanden hebben van een chemische stof, apparatuur of aanverwante artikelen welke niet of nauwelijks anders kunnen worden toegepast dan bij de productie, handel of transport van drugs;
b.de professionaliteit van de aangetroffen goederen en stoffen. Hierbij kan bij softdrugs aangesloten worden bij paragraaf 3.2.1 van en bijlage 1 bij de Aanwijzing Opiumwet. Bij harddrugs is dit een kwestie van een bestuurlijke beoordeling die kan worden gebaseerd op de feitelijke omstandigheden zoals door de politie vastgesteld. Gedacht kan worden aan voor de productie van harddrugs geprepareerde ketels. De mate van professionaliteit van de goederen en stoffen duidt op de betrokkenheid van een drugscircuit waarin die goederen en stoffen voorhanden zijn en beschikbaar worden gesteld;
c.de combinatie van aangetroffen stoffen. Hierbij kan gedacht worden aan het tegelijk verkopen, danwel aanwezig hebben van goederen die voor (grootschalige) verwerking, transport of bereiding van drugs bedoeld zijn (grammenweegschalen, drugsverpakkingen, versnijdingsmiddelen);
d.de hoeveelheid aangetroffen stoffen of goederen. Ook hier kunnen de Aanwijzing Opiumwet en het Opiumwetbesluit worden meegewogen;
e.de mate van bekendheid van de woning en het daarbij behorende erf waar dergelijke producten geproduceerd, verkocht, verhandeld of gebruikt kunnen worden Dit kan onder andere blijken uit politiewaarnemingen, meldingen en verklaringen van omwonenden of betrokkenen, (waarnemingen van) aanloop van personen die met drugshandel en/of drugsgebruik in verband kunnen worden gebracht, of het aantreffen van attributen die op handel in verdovende middelen wijzen, zoals weegschalen, grote hoeveelheden contant geld, versnijdingsmiddelen of verpakkingsmaterialen in de woning;
f.er is sprake van (andere) strafbare feiten, zoals geweldsdelicten, wapenbezit in de zin van de Wet wapens en munitie, diefstal van stroom, etc., of er is sprake van openbare ordeverstoringen gerelateerd aan de woning. Hierbij kan gedacht worden aan gerelateerde feiten in de zin dat in de woning personen worden aangetroffen met antecedenten op het gebied van geweld, drugs of wapenbezit, of zich ten aanzien van dergelijke feiten recidivist hebben getoond;
g.er is sprake van recidive als in dezelfde woning binnen een periode van vijf jaar opnieuw voorwerpen of stoffen ter voorbereiding van de handel in drugs worden aangetroffen;
h.er zijn vermoedens van verwijtbaar gedrag van de betrokkene. Dit geldt als de betrokkene zelf betrokken is bij de voorbereidingshandelingen of dat hij/zij op de hoogte is dan wel redelijkerwijs op de hoogte kon zijn van de voorbereidingshandelingen in het pand. Hierbij kan meewegen of sprake is van antecedenten, relaties van de betrokkene met personen die bij de politie bekend staan als drugsdelinquenten, al dan niet in georganiseerd verband, of die bekend staan in verband met georganiseerde criminaliteit, of als de betrokkene zelf als zodanig bij de politie bekend staat. Ook speelt in dit verband mee de mate waarin degene die een woning verhuurt of anderszins aan anderen in gebruik geeft zich in voldoende mate tot op zekere hoogte heeft geïnformeerd over het gebruik dat van het pand wordt gemaakt. Woningeigenaren en hoofdhuurders moeten concreet toezicht houden op het gebruik van hun pand. Het is niet genoeg als zij het pand alleen maar bezoeken. Zij moeten ook controles uitvoeren die zijn gericht op het gebruik van het pand;
i.de mate van risico of gevaar voor het woon- of leefklimaat in de omgeving en/of voor omwonenden. Hierbij kan gedacht worden aan een buurt die door drugscriminaliteit reeds zwaar onder druk staat of het gevaar dat een hennepkwekerij of drugslaboratorium met zich meebrengt, zoals fluctuaties op het stroomnet en (daardoor) brandgevaar of door de ontwikkeling van giftige dampen;
j.de aannemelijkheid dat naast de woning of het bijbehorende erf nog een of meer andere locaties betrokken zijn bij de voorbereidende handelingen, gericht op drugshandel.
2Als zich een zeer ernstig geval voordoet kunnen strengere maatregelen worden toegepast ten opzichte van, dan wel kunnen stappen worden overgeslagen in, de matrix zoals opgenomen in artikel 5, eerste lid, van deze beleidsregels. Van een zeer ernstig geval kan (in ieder geval) sprake zijn als zich minimaal vijf indicatoren in de zin van het eerste lid van dit artikel voordoen.
Artikel 7. Lokalen of daarbij behorende (bebouwing op) erven
1Bij drugshandel in lokalen of daarbij behorende erven, in de zin van artikel 13b, eerste lid onder a, van de Opiumwet, wordt in beginsel het regime toegepast zoals opgenomen in de onderstaande matrix:
Regime softdrugs
Regime harddrugs
1eovertreding (incomplete opstelling)
Last onder dwangsom
Last onder dwangsom
1eovertreding (complete opstelling)
Sluiting voor periode van 6 maanden
Sluiting voor periode van 12 maanden
2eovertreding binnen 5 jaar
Sluiting voor periode van 12 maanden
Sluiting voor periode van 24 maanden
3ee.v. overtreding binnen 5 jaar
Sluiting voor periode van 24 maanden
Sluiting voor periode van 36 maanden
* De hoogte van de last wordt bepaald door het aantal aangetroffen hennepplanten:
Hoeveelheid
Hoogte dwangsom
Van 6 tot 50 planten
€ 12.500
Van 50 tot 200 planten
€ 25.000
Van 200 tot 750 planten
€ 50.000
Vanaf 750 planten
€ 75.000
* De hoogte van de last wordt bepaald door het aantal aangetroffen grammen softdrugs:
Hoeveelheid
Hoogte dwangsom
5- 30 gram
€ 1.275
30- 50 gram
€ 3.500
50- 100 gram
€ 7.000
100- 150 gram
€ 10.500
150- 200 gram
€ 14.000
200gram – 6 kilogram
€ 25.000
6kilogram – 22,5 kilogram
€ 50.000
Vanaf 22,5 kilogram
€ 75.000
2Artikel 5, tweede lid, van deze beleidsregels is van overeenkomstige toepassing.
3Er is sprake van een volgende overtreding (de 2e of 3e overtreding) als deze binnen een termijn van vijf jaar na de daaraan voorafgaande overtreding plaatsvindt.
29Toelichting: zie de toelichting bij artikel 3, tweede lid, van deze beleidsregels.
4Is bij één van de opvolgende overtredingen (de 1e, 2e of 3e overtreding) sprake van harddrugs, dan geldt het regime voor de eerstvolgende overtreding overeenkomstig de matrix voor harddrugs.
30Toelichting: zie de toelichting bij artikel 3, derde lid, van deze beleidsregels.
5Bij de 3e en volgende overtredingen wordt bij voorbereidingshandelingen in verband met softdrugs het lokaal of het daarbij behorende erf gesloten voor de duur van 24 maanden en bij voorbereidingshandelingen in verband met harddrugs voor de duur van 36 maanden.
Voor de beoordeling van de ernst van het geval wordt in dit artikel aangesloten bij de indicatoren zoals genoemd in artikel 2 en 6 van dit beleid.
Artikel 8. Combinatie woning en lokaal
Worden voorbereidingshandelingen geconstateerd in een woning of een lokaal die tezamen een samenhangend geheel vormen, waardoor artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Opiumwet gelijktijdig zowel op de woning als het lokaal kan worden toegepast, wordt het regime toegepast dat geldt voor woningen.
31Toelichting: zie de toelichting bij artikel 4, van deze beleidsregels.
III. Algemeen
Artikel 9. Hardheidsclausule
De burgemeester beschikt bij het gebruik van zijn bevoegdheid op grond van artikel 13b, eerste lid, onder a en b, van de Opiumwet over beleidsruimte. De uitgangspunten uit deze beleidsregels en de stappen in de matrixen terzake zowel drugshandel als voorbereidingshandelingen gelden te allen tijde als uitgangspunt. Als echter feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven, kan de burgemeester gemotiveerd van deze uitgangspunten en stappen – zowel strenger als soepeler – afwijken.
Artikel 10. Verlenging sluiting/nadere maatregelen
1Als sprake is van een gewettigde vrees voor herhaling van een overtreding op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a en/of b, van de Opiumwet, dan kan de burgemeester besluiten om de gelaste sluitingsduur van de woning, het lokaal en/of het bijbehorende erf te verlengen. Bij het bepalen van de duur van de verlenging wordt aangesloten bij de matrixen uit de artikelen 1, 3, 5 en 7 van deze beleidsregels.
2Als sprake is van een herhaalde overtreding of een gewettigde vrees voor herhaling van een overtreding op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a en/of b, van de Opiumwet, dan kan besloten worden het beheer van het pand over te (doen) nemen, een en ander op grond van de artikelen 13b en 14 van de Woningwet.