Aanhef
De raad van de gemeente Dalfsen,
Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders dd. 11 november 2025, nummer 2043;
gelet op artikel 216 en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b van de Gemeentewet;
b e s l u i t
vast te stellen de ”Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2026”
Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2026
Artikel 1 Belastbaar feit
Onder de naam van marktgelden worden rechten geheven voor het innemen van een stand- of staanplaats ten behoeve van het uitstallen, aanbieden of verkopen van goederen op markten en andere openbare plaatsen en daarmee verband houdende handelingen en/of het gebruik van verstrekte hulpmiddelen.
Artikel 2 Belastingplicht
Het recht wordt geheven van degene aan wie de in artikel 1 bedoelde standplaats is toegewezen, dan wel van degene die de in artikel 1 bedoelde standplaats inneemt.
Artikel 3 Maatstaf van heffing en tarief
1Het tarief bedraagt voor het hebben van kramen, auto’s, verkoop- en winkelwagens, als voor goederen die op de grond ten verkoop worden uitgestald, op de wekelijkse warenmarkt, als bedoeld in de Marktverordening 2022 per strekkende meter (excl. dissel):
a.
Per dag of gedeelte daarvan
€
0,25
b.
Per week of gedeelte daarvan
€
1,35
c.
Per halfjaar of gedeelte daarvan
€
23,00
d.
Per kalenderjaar of gedeelte daarvan
€
34,25
2Voor het gebruik van een stroomaansluiting op de wekelijkse warenmarkt wordt, boven het in het eerste lid bedoelde recht, per kraam voor elke dag of gedeelte daarvan een recht geheven van:
a.Wanneer de aansluiting die uitsluitend wordt gebruikt voor elektriciteit (220 V) per standplaats:
i
Per dag of gedeelte daarvan
€
0,70
ii
Per week of gedeelte daarvan
€
3,50
iii
Per halfjaar of gedeelte daarvan
€
84,25
iv
Per kalenderjaar of gedeelte daarvan
€
168,50
b.Wanneer de aansluiting die uitsluitend wordt gebruikt voor elektriciteit (krachtstroom) per standplaats:
i
Per dag of gedeelte daarvan
€
1,40
ii
Per week of gedeelte daarvan
€
7,00
iii
Per halfjaar of gedeelte daarvan
€
168,50
iv
Per kalenderjaar of gedeelte daarvan
€
337,00
3Het tarief bedraagt voor het hebben van kramen, auto’s, verkoop- en winkelwagens, als voor goederen die op de grond ten verkoop worden uitgestald, als bedoeld in hoofdstuk 5, afdeling 4, van de Algemene plaatselijke verordening, artikel 5:17 en 5:18 waarvoor nadere regels zijn gesteld in de beleidsregels standplaatsvergunningen, per strekkende meter (excl. dissel):
a.
Per tijdvak of gedeelte daarvan
€
0,55
b.
Per dag of gedeelte daarvan
€
1,50
c.
Per week of gedeelte daarvan
€
3,00
d.
Per halfjaar of gedeelte daarvan
€
24,75
e.
Per kalenderjaar of gedeelte daarvan
€
55,00
4Voor het gebruik van een stroomaansluiting wordt, boven het in het derde lid bedoelde recht, per standplaats voor elke dag of gedeelte daarvan een recht geheven van:
a.Wanneer de aansluiting die uitsluitend wordt gebruikt voor elektriciteit (220 V) per standplaats:
i
Per halve dag of gedeelte daarvan
€
0,45
ii
Per dag of gedeelte daarvan
€
0,70
iii
Per week of gedeelte daarvan
€
3,50
iv
Per halfjaar of gedeelte daarvan
€
84,25
v
Per kalenderjaar of gedeelte daarvan
€
168,50
b.Wanneer de aansluiting die uitsluitend wordt gebruikt voor elektriciteit (krachtstroom) per standplaats:
i
Per halve dag of gedeelte daarvan
€
0,85
ii
Per dag of gedeelte daarvan
€
1,40
iii
Per week of gedeelte daarvan
€
7,00
iv
Per halfjaar of gedeelte daarvan
€
168,50
v
Per kalenderjaar of gedeelte daarvan
€
337,00
5De bedragen genoemd onder artikel 3.2 en 3.4 zijn bedragen exclusief BTW. Deze bedragen worden verhoogd met 21% omzetbelasting.
6Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een eenheid van tijd of afmeting als een geheel gerekend.
7Onder een tijdvlak in lid 3 van dit artikel wordt verstaan: een dag wordt ingedeeld in drie tijdvlakken, te weten van 08:00 uur tot 12:45 uur, van 13:15 uur tot 17:45 uur en van 18:15 uur tot 22:00 uur.
Artikel 4 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1De rechten, waarop artikel 3 van toepassing is, zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten, in zoverre in afwijking van artikel 3, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor de dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
4Het recht wordt niet geheven, indien het totale belastingbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, minder dan € 5,00 bedraagt.
5Ontheffing wordt slechts verleend, indien het bedrag van de ontheffing tenminste € 5,00 bedraagt.
Artikel 5 Wijze van heffing
1De rechten worden bij wege van aanslag geheven.
2In afwijking van het eerste lid wordt het voor een dag verschuldigde recht geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 6 Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, moet de aanslag worden betaald in één termijn die vervalt binnen 30 dagen na dagtekening van de aanslag.
2Voor rechten, die vallen binnen deze verordening, kan geen automatische incasso worden afgegeven.
3De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.
Artikel 7 Kwijtschelding
Bij de invordering van marktgelden wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 8 Nadere regels
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de marktgelden.
Artikel 9 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel
1De “Verordening marktgelden 2025” van 2 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
4Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening marktgelden 2026’.