Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dalfsen;
gelezen het voorstel d.d. 11 augustus 2026, nummer 96528
overwegende dat het leerlingenvervoer de volgende uitgangspunten kent:
•leerlingen reizen zo zelfstandig mogelijk naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school;
•niet de beperkingen, maar de mogelijkheden van de leerling en de ouder(s)/verzorger(s) staan centraal. Leerlingenvervoer draagt zo mogelijk bij aan de groei naar zelfstandigheid/ zelfredzaamheid van leerlingen;
•een zo goedkoop mogelijke passende voorziening;
•stimuleren gebruik van fiets, openbaar vervoer en eigen auto.
overwegende dat voor de uitvoering van het leerlingenvervoer beleidsregels zijn vastgesteld;
gelet op de Verordening leerlingenvervoer gemeente Dalfsen 2025;
gelet op noodzakelijke aanpassingen in verband met systematiek drempelbedrag en autokostenvergoeding;
b e s l u i t:
vast te stellen “beleidsregels leerlingenvervoer” en in te trekken “beleidsregels leerlingenvervoer”
Artikel 1 Dichtstbijzijnde toegankelijke school
Voor de toekenning van een vergoeding wordt uitgegaan van de kosten van het vervoer naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school.
1.1 Afstand
Om voor een vergoeding in aanmerking te komen gelden er afstandscriteria:
•voor het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs geldt een afstandsgrens van zes kilometer en;
•voor een leerling met een ‘structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap’ die een school voor regulier basis- of voortgezet onderwijs bezoekt, geldt geen afstandscriterium.
Voor het meten van de afstand wordt gebruik gemaakt van ANWB routeplanner (www.anwb.nl/verkeer/routeplanner). Bij vervoersmiddel wordt gekozen voor kortste afstand per fiets.
1.2 Onderwijssoorten
Op grond van de verordening leerlingenvervoer kennen wij de volgende onderwijssoorten:
•basisonderwijs (openbaar en bijzonder);
•speciale scholen voor basisonderwijs;
•speciaal en voortgezet (speciaal) onderwijs (onderverdeeld in vier clusters zoals omschreven in de WEC).
Artikel 2 Soort vervoer/vergoeding
Bij de beoordeling van de aanvraag wordt aan de hand van onderstaand overzicht bepaald welk soort vervoer/vergoeding wordt toegekend:
Basisonderwijs
Speciaal basisonderwijs
Speciaal onderwijs
Voortgezet speciaal onderwijs
4– 10 jaar
> 10 jaar
4– 10 jaar
> 10 jaar
6–10 km
Onder begeleiding
Fiets-
vergoeding
(alternatief openbaar vervoer (OV).
Zelfstandig
Fiets-
vergoeding
(alternatief OV)
Onder begeleiding
Fiets-
vergoeding
(alternatief OV/ vergoeding auto of aangepast vervoer (AV)
Zelfstandig
Fiets-
vergoeding
(alternatief OV, vergoeding auto of AV)
Onder begeleiding
Vergoeding auto
(alternatief (AV)
Zelfstandig
Fiets-
vergoeding (alternatief OV/ vergoeding auto of AV)
10–15 km
Onder begeleiding
Fiets-
vergoeding
(alternatief OV/AV)
Zelfstandig
Fiets-
vergoeding
(alternatief OV)
(alternatief (in winter) vergoeding auto of AV)
Onder begeleiding
OV
(alternatief vergoeding auto of AV)
Zelfstandig
Fiets-vergoeding
(in winter vergoeding auto of AV)
(alternatief OV, vergoeding auto of AV)
Onder begeleiding
Vergoeding auto
(alternatief AV)
Zelfstandig
Fiets-
vergoeding (alternatief OV/ vergoeding auto of AV)
> 15 km
Onder begeleiding OV
(alternatief: vergoeding auto of AV)
Zelfstandig
Fiets-vergoeding/OV
(alternatief: vergoeding auto of AV)
Onder begeleiding
OV
(alternatief: vergoeding auto of AV)
Zelfstandig
Fiets-
vergoeding
(alternatief OV/ vergoeding auto of AV)
Onder begeleiding
vergoeding auto
(alternatief AV)
Zelfstandig
Fiets-
vergoeding
(alternatief OV/ vergoeding auto of AV)
2.1 Eigen vervoer per fiets of openbaar vervoer
Uitgangspunt is eigen vervoer per fiets of openbaar vervoer.
2.1.a. eigen vervoer per fiets
Getoetst wordt of de leerling in staat is om zelfstandig of onder begeleiding met de fiets de school te bezoeken:
•van kinderen vanaf 10 jaar verwachten wij dat zij oplopend tot en met groep 8 al dan niet onder begeleiding 15 kilometer kunnen fietsen. Dit wordt gezien als voorbereiding op het voortgezet (speciaal) onderwijs;
•voor leerlingen van het voortgezet (speciaal) onderwijs wordt een tegemoetkoming in de kosten van het vervoer per fiets verstrekt. Pas als dit niet mogelijk is, komen zij in aanmerking voor een andere tegemoetkoming in de kosten van het vervoer.
Bij de beoordeling wordt in overweging genomen: de handicap van de leerling, de veiligheid van de route en de afstand. Indien nodig kan een medisch advies betrokken worden bij de beoordeling.
2.1.b. openbaar vervoer
Getoetst wordt of de leerling in staat is om zelfstandig of onder begeleiding met het openbaar vervoer te reizen. Bij de beoordeling wordt in overweging genomen: de handicap van de leerling, de veiligheid van de route en de afstand. Indien nodig kan een medisch advies betrokken worden bij de beoordeling.
2.2 Aangepast vervoer
Ouders/verzorgers komen in aanmerking voor een vergoeding van kosten van aangepast vervoer, indien:
1de reistijd met het openbaar vervoer meer bedraagt dan anderhalf uur en de reistijd met het aangepast vervoer tot 50% minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht;
2de leerling alleen onder begeleiding met het openbaar vervoer kan en met de begeleiding meer dan drie uur gemoeid is;
3openbaar vervoer tussen huis en school ontbreekt, tenzij de leerling zelf gebruik kan maken van het vervoer per fiets;
4de leerling, gelet op zijn geestelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, niet in staat is – ook niet onder begeleiding – van het openbaar vervoer gebruik te maken.
Ad 4. Ouders/verzorgers moeten in dit geval recente medische informatie (niet ouder dan twee jaar), diagnose(s) en verklaring(en) van een specialist/behandelend arts (niet de huisarts) en/of orthopedagoog/psycholoog/psychiater toe te voegen ter onderbouwing.
2.2.1 individueel vervoer
Uitgangspunt aangepast vervoer is gecombineerd vervoer met andere leerlingen. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan een leerling tijdelijk individueel vervoerd moeten worden, waarbij voldaan moet zijn aan de volgende voorwaarden:
a.er is een medische noodzaak;
b.voldoende begeleiding in gecombineerd vervoer is niet mogelijk en;
c.de leerling wordt de rest van de dag ook individueel begeleid.
2.3 Eigen vervoer
Daarnaast is het mogelijk, dat ouders/verzorgers in aanmerking komen voor een vergoeding als zij hun kind(eren) zelf wensen te vervoeren.
2.4 Vergoeding kosten vervoer
Bij vergoeding kosten vervoer wordt uitgegaan van 200 dagen per schooljaar en wordt de vergoeding berekend als volgt berekend:
•vergoeding fiets: met als instelling ‘fiets’ en via de kortste route berekend;
•vergoeding auto: met als instelling ‘auto’ en via de kortste route berekend.
Artikel 3 Drempelbedrag
Er wordt van ouders/verzorgers een drempelbedrag verlangd wanneer hun belastbaar verzamelinkomen over het peiljaar meer bedraagt dan de, door de VNG jaarlijks geïndexeerde, inkomensgrens. Voor het schooljaar 2026-2027 bedraagt de inkomensgrens € 33.750 (peiljaar 2024).
De bijdrage is van toepassing bij bezoek aan een school voor basisonderwijs of een school voor speciaal basisonderwijs per leerling en is gebaseerd op de kosten van het openbaar vervoer. Hierbij zijn de kosten van het openbaar vervoer het gereduceerd tarief dat geldt voor personen van 4 t/m 11 jaar voor het reizen per ov-chipkaart twee keer per dag per bus gedurende 200 schooldagen over de drempelafstand van 6 kilometer. Dankzij steun vanuit het Rijk blijft dit ongewijzigd.
Voor het schooljaar 2026-2027 betekent dit een bedrag van € 639. Dit is als volgt berekend (prijspeil januari 2026):
€ 1,16 (landelijk basistarief) + (6 (drempelafstand van 6 kilometer) x € 0,21 (kmtarief ov-chipkaart) = € 2,42. Jaarkosten: € 2,42 x 2 (ritten per dag) x 200 (aantal schooldagen per jaar) = € 968,00. Rekening houdend met kortingstarief van 4 t/m 11 jarigen van 34% wordt het drempelbedrag € 638,88, afgerond € 639.
Voor het basisonderwijs en speciaal basisonderwijs geldt het drempelbedrag voor maximaal één kind per gezin. De genoemde drempelbedragen zijn op jaarbasis.
Indien ouders/verzorgers aangeven dat hun belastbaar gezinsinkomen in het peiljaar hoger ligt dan de inkomensgrens zijn zij niet verplicht een kopie van het definitieve aanslagbiljet inkomstenbelasting of een inkomensverklaring van de Belastingdienst aan ons te overleggen. Indien ouders/verzorgers aangeven dat hun belastbaar gezinsinkomen in het peiljaar lager ligt dan de inkomensgrens zijn zij verplicht een kopie van één van bovengenoemde documenten aan ons over te leggen.
Artikel 4 Aanvullende draagkrachtafhankelijke bijdrage
Indien de te bezoeken school op meer dan 20 kilometer van de woning ligt en het belastbaar gezinsinkomen van de ouders/verzorgers over het peiljaar meer bedraagt dan de inkomensgrens, moeten zij een aanvullende draagkrachtafhankelijke bijdrage betalen. Als die situatie zich voordoet, wordt het belastbaar gezinsinkomen opgevraagd.
De bedragen (schooljaar 2026-2027) van de eigen bijdrage per gezin per jaar per inkomenscategorie bedragen:
Inkomen v.a.
Tot
Eigen bijdrage
0
€ 44.000
nihil
€ 44.000
€ 52.500
€ 185
€ 52.500
€ 61.000
€ 825
€ 61.000
€ 68.500
€ 1.525
€ 68.500
€ 78.000
€ 2.240
€ 78.000
€ 85.500
€ 3.005
€ 85.500
Voor elke € 5.000,- erbij
€ 720
Artikel 5 Kilometervergoeding fiets en auto
Voor het eigen vervoer wordt bij de autovergoeding uitgegaan van de maximaal fiscaal toegestane onbelaste autovergoeding en is € 0,23 per kilometer. De vergoeding voor het gebruik van een eigen fiets bedraagt € 0,11 per kilometer. Dit is gebaseerd op 50% van de kilometervergoeding voor autogebruik, naar beneden afgerond. De bedragen worden uitgekeerd voor de kilometers die de leerling aflegt.
Artikel 6 Eenmalige fietsvergoeding
Een leerling fietst naar school. Als extra stimulans wordt na ondertekening verklaring, naast de reguliere fietsvergoeding, een eenmalige extra vergoeding toegekend. Deze eenmalige extra vergoeding is € 500 bij een afstand tot 10 kilometer en € 1.000 bij een afstand van meer dan 10 kilometer.
Artikel 7 Leerlingenvervoer naar TOP-klas Nieuwkomersschool Dalfsen
In de gemeente Dalfsen is er behoefte om leerlingen gefaseerd uit te laten stromen uit de nieuwkomersschool richting reguliere basisscholen door één dag onderwijs te volgen bij de ‘TOP-klas’ van de nieuwkomersschool. Het college erkent de centrale TOP-klas voor nieuwkomers bij de nieuwkomersschool in Dalfsen als een bijzondere onderwijsvoorziening, die noodzakelijk is voor leerlingen die uitstromen uit de nieuwkomersschool en de Nederlandse taal nog onvoldoende beheersen en ondersteunt deze voorziening.
De Verordening leerlingenvervoer 2025 regelt vervoer naar de school van inschrijving en voorziet niet in een situatie, waarin leerlingen nog één dag per week noodzakelijk onderwijs blijven volgen op een bovenschoolse centrale TOP-klas voor nieuwkomers.
Met gebruikmaking van artikel 27 van de Verordening leerlingenvervoer Dalfsen 2025
kan voor schooljaar 2026/2027 en 2027/2028 leerlingenvervoer naar de TOP-klas bij de Nieuwkomersschool in Dalfsen voor één vaste lesdag per week toegekend worden, nadat een leerling vanuit het nieuwkomersonderwijs is uitgestroomd naar een reguliere basisschool in de eigen woonplaats in de gemeente Dalfsen.
De vervoersvoorziening wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:
•de leerling staat ingeschreven op een basisschool in de gemeente Dalfsen;
•de deelname aan de TOP-klas wordt vanuit nieuwkomersschool en de school van inschrijving als noodzakelijk gezien en/of wordt aangewezen in het onderwijsprogramma;
•de afstand tussen de woning en de locatie van de TOP-klas bedraagt meer dan 6 kilometer;
•de uitstroom vindt plaats op ‘natuurlijke’ momenten, zoals na schoolvakanties;
•de vervoersvoorziening wordt voor maximaal 12 maanden aan een leerling toegekend;
Voor het overige blijven de bepalingen van de Verordening leerlingenvervoer 2025 en de Beleidsregels leerlingenvervoer van toepassing.
Dit artikel geeft geen algemeen recht op vervoer naar andere bovenschoolse onderwijsvoorzieningen.
Artikel 8 Afwijken van bepalingen en gevallen waarin de regeling niet voorziet
In het leerlingenvervoer zal zich een aantal concrete gevallen voordoen, waarin de verordening niet voorziet. Te denken valt onder andere aan:
•varianten van het combinatievervoer (bijvoorbeeld aangepast plus openbaar vervoer);
•gemeenschappelijke afspraken met andere gemeenten;
•varianten in het gebruik van eigen vervoer.
Indien het gaat om individuele aanvragen worden deze op de gebruikelijke wijze afgehandeld.
In de hardheidsclausule is bepaald dat het college in bijzondere gevallen voor het vervoer naar het onderwijs ten gunste van de ouders kan afwijken van de bepalingen in de verordening. Voorbeelden hiervan zijn als:
•sprake is van groepsvervoer, georganiseerd door de ouders, en het college een daarop geënte bekostiging wil betalen;
•sprake is van een voor het kind onaanvaardbare onderwijsinhoudelijke dan wel onhoudbare praktische situatie op de dichtstbij gelegen toegankelijke school. Indien daarvan sprake is - de bewijslast daarvan ligt bij de ouders - kan bekostiging volgen van de kosten van vervoer naar een verder gelegen toegankelijke school;
•een leerling fietst of met het openbaar vervoer naar school gaat. Om de zelfredzaamheid en het fietsen en het openbaar vervoer te stimuleren, wordt in deze gevallen geen drempelbedrag in rekening gebracht;
•ouders/verzorgers het kind/kinderen naar school brengt/brengen. Om het eigen vervoer en grotere betrokkenheid van ouders/verzorgers bij de school te stimuleren, wordt in deze gevallen geen drempelbedrag in rekening gebracht
Artikel 9 Slotbepaling
1Deze regeling wordt aangehaald als “beleidsregels leerlingenvervoer”;
2De “beleidsregels leerlingenvervoer” in werking getreden op 1 augustus 2025 wordt bij de inwerkingtreding van deze regeling ingetrokken;
3Deze regeling treedt met terugwerkende kracht op 1 augustus 2026 in werking.