Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel aanpak overlast

Gemeente Dalfsen · geldt sinds 5 oktober 2011

Beleidsregel aanpak overlast

Artikel 1 Groepsverbod

1Een overlastgever krijgt het bevel zich niet op te houden in of in de omgeving van één of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in één of meer bepaalde delen van de gemeente met meer dan drie personen.

2Het groepsverbod wordt opgelegd voor het gebied waar de overlast heeft plaatsgevonden. Indien het, gelet op de druk op openbare orde in een ander gebied noodzakelijk wordt geacht, wordt ook dit gebied aangewezen.

3Het groepsverbod wordt opgelegd voor de duur van drie maanden.

4De maatregel wordt uitgebreid ten nadele van de overlastgever of verlengd indien nieuwe feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven.

5In beginsel wordt een groepsverbod verlengd indien de maatregel voor de eerste keer wordt overtreden.

6De maatregel kan worden ingetrokken indien uit nieuwe feiten en omstandigheden er voldoende garanties aanwezig zijn dat herhaling is uitgesloten.

7Indien sprake is van een persoon onder de 24 jaren wordt een groepsverbod alleen opgelegd indien minder vergaande middelen én de hulpverlening als integrale persoongebonden aanpak zijn ingezet.

8De termijn kan drie keer worden verlengd voor telkens drie maanden.

Artikel 2 Gebiedsverbod

1Een overlastgever krijgt het bevel zich niet te bevinden in of in de omgeving van één of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in één of meer bepaalde delen van de gemeente. Indien dit noodzakelijk is wordt een route aangegeven waarlangs de overlastgever zich dient te begeven van en naar huis, werk, school of vrijetijdsbesteding.

2Het gebiedsverbod wordt in beginsel opgelegd voor het gebied waar de overlast heeft plaatsgevonden. Indien het, gelet op de druk op openbare orde in een ander gebied noodzakelijk wordt geacht, kan ook dat gebied worden aangewezen.

3Het gebiedsverbod wordt opgelegd voor de duur van drie maanden.

4De maatregel kan worden uitgebreid ten nadele van betrokkene of verlengd indien nieuwe feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven.

5In beginsel wordt een gebiedsverbod verlengd indien de maatregel voor de eerste keer wordt overtreden.

6De maatregel kan worden ingetrokken indien uit nieuwe feiten en omstandigheden er voldoende garanties aanwezig zijn dat herhaling is uitgesloten.

7Indien sprake is van een persoon onder de 24 jaar wordt een gebiedsverbod alleen opgelegd indien minder vergaande middelen én de hulpverlening als integrale persoonsgerichte aanpak zijn ingezet.

8De termijn kan drie keer worden verlengd voor telkens drie maanden.

Artikel 3 Meldingsplicht door de burgemeester van Dalfsen

1Aan de persoon die voor de eerste keer een gebiedsverbod overtreedt met ordeverstorend gedrag, een persoon die bij de eerste overtreding van het groepsverbod een leidende rol heeft gehad, kan een meldingsplicht worden opgelegd. De tijdstippen en plaats worden nader, per individueel geval, en indien nodig in overleg met de burgemeester van de gemeente waar de persoon woonachtig is, bepaald.

2De meldingsplicht wordt opgelegd voor drie maanden, dan wel de duur van het evenement.

3De meldingsplicht wordt zoveel mogelijk opgelegd in de gemeente waar betrokkene woonachtig is, tenzij de aard van de omstandigheden zich hier tegen verzet. Hiervan is onder meer sprake indien de burgemeester van de plaats waar de persoon woonachtig is geen toestemming heeft gegeven voor de melding. Het oordeel van de burgemeester van die gemeente wordt verkregen door de afdeling Bestuurszaken en Communicatie. De nader te bepalen plaats van melding wordt geregeld in de werkafspraken.

4De burgemeester legt niet eerder een meldingsplicht op dan er vooraf afstemming heeft plaatsgevonden met de politie IJsselland.

Artikel 4 Intergemeentelijke meldingsplicht (verzoek andere gemeenten)

De burgemeester van Dalfsen geeft niet eerder toestemming aan de burgemeester van de verzoekende gemeente, om een ordeverstoorder in de gemeente Dalfsen zich te laten melden, voordat de politie over het ingediende een positief advies heeft gegeven. De toestemming kan mondeling worden gegeven.

Artikel 5 Dossiervorming en verslaglegging

1Voor het opleggen van een maatregel levert de politie IJsselland een dossier aan bij de afdeling Bestuurszaken en Communicatie van de gemeente Dalfsen. Dit dossier dient in ieder geval te bevatten:

a.het verzoek tot het nemen van een bestuurlijke maatregel;

b.de contactgegevens van de behandelend politieambtenaar;

c.de contactgegevens van de ordeverstoorder en bevat ten minste de naam, leeftijd, woonplaats (adres) en telefoonnummer en indien nodig de gegevens van de persoon die het gezag over de minderjarige uitoefent;

d.de registraties van minimaal twee ordeverstorende gedragingen;

e.de registraties (of sfeerrapportages) en eventuele informatie waaruit de vrees voor de verstoring van de openbare orde blijkt;

f.een duidelijke omschrijving van het gebied waarvoor het verbod zou moeten gelden en indien van toepassing de tijdstippen en plaats voor een meldingsplicht;

g.indien sprake is van een verzoek tot verlening van de maatregel, de registraties waaruit de hernieuwde vrees voor de verstoring van de openbare orde aannemelijk blijkt.

Artikel 6 Zienswijzen

1De betrokkene aan wie mogelijk een maatregel wordt opgelegd wordt in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze schriftelijk kenbaar te maken binnen een week na ontvangst van het voornemen.

2Indien sprake is van een minderjarige wordt ten minste de ouders of voogd van de minderjarige uitgenodigd voor een zienswijzengesprek.

3Gelet op artikel 4:11 Algemene wet bestuursrecht wordt van de mogelijkheid tot het horen van belanghebbende afgeweken indien de vereiste spoed zich hiertegen verzet en het beoogde doel niet wordt bereikt indien de belanghebbende van tevoren in kennis is gesteld. Dit kan het geval zijn bij evenementen.

Artikel 7 Bekendmaking besluit

1Het besluit wordt aan de betrokkene aangetekend per post toegezonden of in persoon uitgereikt. Indien sprake is van een minderjarige wordt het besluit ten minste aan de ouders of voogd van de minderjarige uitgereikt.

2Het verbod treedt in werking op het moment dat het besluit bekend is gemaakt. De gedragingen en aanwijzingen waarop de beschikking is gebaseerd worden in het besluit opgenomen.

3Bij een meldingsplicht worden de tijden en de plaats waar de betrokkene zich moet melden vermeld.

4Bij de meldingsplicht wordt een kopie van het besluit verzonden aan politie of een instantie waar de persoon in kwestie zich moet melden.

Artikel 8 Informatieplicht

1De burgemeester informeert het Openbaar Ministerie als hij voornemens is een maatregel voor te bereiden en op te leggen. Het Openbaar Ministerie informeert de burgemeester als zij voornemens is een gedragsaanwijzing op te leggen.

2In de reguliere (halfjaarlijkse) driehoek worden (indien nodig) de casussen besproken. Zonodig wordt de driehoek eerder bij mekaar geroepen. Jaarlijks wordt in de driehoek(2) een rapportage besproken met het aantal opgelegde maatregelen door de burgemeester en de (hoofd)officier. Ook wordt gerapporteerd over de eventuele bezwaarschriften en/of gerechtelijke procedures en de uitkomsten daarvan.

3De burgemeester informeert de instantie die de bestuurlijke maatregel tegen een betrokkene heeft verzocht binnen 5 werkdagen over het voorgenomen besluit.

4Indien een andere instantie dan de politie overweegt een maatregel te verzoeken tegen een persoon, dient de politie om advies te worden gevraagd op haalbaarheid en handhaafbaarheid.

(2) De driehoek bestaat uit de burgemeester van Dalfsen, de officier van justitie en de teamchef van politie Dalfsen-Ommen

Artikel 9 Relatie burgemeester en Officier van Justitie

1Op grond van artikel 509hh Wetboek van Strafvordering is de Officier van Justitie (OvJ) bevoegd een gedragsaanwijzing te geven indien tegen betrokkene tegen wie ernstige bezwaren bestaan in geval van verdenking van een strafbaar feit waardoor de openbare orde ernstig wordt verstoord en waarbij grote vrees bestaat voor herhaling. Dit betekent dat indien sprake is van ordeverstorend gedrag, zijnde een strafbaar feit en vervolging is ingesteld de OvJ als eerste bevoegd is een maatregel te treffen. Indien sprake is van ordeverstorend gedrag, niet zijnde een strafbaar feit, treedt de burgemeester op.

2Indien de OvJ besluit geen gedragsaanwijzing te geven (zoals een meldingsplicht, gebiedsverbod of groepsverbod) of in zijn geheel geen maatregel treft, beoordeelt de burgemeester of hij gelet op de bescherming van de openbare orde en het woon- en leefklimaat een maatregel oplegt. Gedegen afstemming tussen beide is hiervoor noodzakelijk.

Artikel 10 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 11 Citeertitel

De beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel aanpak overlast.

Aldus vastgesteld op 26 september 2011.

De burgemeester van Dalfsen

Drs. H.C.P. Noten

Bijlage

Bijlage 1: Handhavingsarrangement maatregelen bij herhaaldelijke overlast

Constatering

Politie

Burgemeester

Openbaar Ministerie

1

Bij constatering herhaaldelijk ordeverstorende gedragingen in 13 maanden

politie legt dossier over aan bgm

ordeverstorende gedragingen merendeel in groepsverband gepleegd:

·groepsverbod voor 3 maanden

merendeel ordeverstorende gedragingen individueel gepleegd:

·gebiedsverbod voor 3 maanden.

Bij evenementen en/of grootschalige samenkomsten ( al dan niet leidende rol)

·gebiedsverbod voor 3 maanden.

2

Bij 1e overtreding bevel

politie legt dossier over aan bgm en OM

Overtreden groepsverbod:

·alleen overtreding: verlenging voor de duur van 3 maanden.

·overtreding met ordeverstorend gedrag: gebiedsverbod voor de duur van 3 maanden.

Overtreden gebiedsverbod

·alleen overtreding: verlenging voor de duur van 3 maanden;

·overtreding met ordeverstorend gedrag: meldingsplicht voor de duur van 3 maanden.

Overtreding meldingsplicht

·Verlenging duur van de maatregel met 3 maanden ( met mogelijkheid om vaker te laten melden).

vervolging o.g.v. art. 184 Wsr(*)

3

Bij 2e en volgende overtredingen bevel

politie legt dossier voor aan OM

In overleg met OvJ verlengen maatregel voor de duur van 3 maanden. Alleen geen actie bij vervolging waarbij gedragsaanwijzing (meldingsplicht, groepsverbod, gebiedsverbod) kan worden opgelegd door OvJ.

vervolging o.g.v. art. 184 Wsr (*)

Bij opnieuw constateren ordeverstorende gedraging binnen 3 jaar na verstrijken maatregel

eerste stap handhavingsarrangement wordt overgeslagen

(*) Het uitgangspunt is dat het OM in beginsel overgaat tot vervolging op grond van artikel 184 Wsr als de OM- criteria in bijlage 3 in acht zijn genomen. Hierbij zal getoetst worden aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.

Bijlage

Bijlage 2: Handhavingsarrangement maatregelen bij herhaaldelijke jeugd overlast

Constatering

Politie

Burgemeester

Openbaar Ministerie

1

Bij constatering meerdere ordeverstorende gedragingen binnen afzienbare periode, dan wel een periode van 13 maanden.

politie legt dossier over aan bgm

ordeverstorende gedragingen merendeel in groepsverband gepleegd:

·groepsverbod voor 3 maanden

merendeel ordeverstorende gedragingen individueel gepleegd:

·gebiedsverbod voor 3 maanden

mits

De hulpverlening is gestart, dan wel is aangeboden. En tenminste één ordeverstorende handeling na het opstarten van de hulpverlening, dan wel het aanbieden daarvan heeft plaatsgehad.

2

Bij 1e overtreding opgelegde maatregel

politie legt dossier over aan bgm

Overtreden groepsverbod:

·alleen overtreding: verlenging 3 maanden en/of uitbreiding gebied.

tenzij jeugdige meedoet aan de hulpverlening.

·overtreding met ordeverstorend gedrag: gebiedsverbod 3 maanden

tenzij de maatregel een hulpverleningstraject in de weg staat.

Overtreden gebiedsverbod:

·alleen overtreding: verlenging voor de duur van 3 maanden en/of uitbreiding gebied

tenzij jeugdige meedoet aan de hulpverlening.

·overtreding met ordeverstorend gedrag: meldingsplicht voor de duur van 3 maanden.

tenzij de maatregel het hulpverleningstraject in de weg staat.

3

Bij 2e overtreding opgelegde maatregel

politie legt dossier voor aan OM

In overleg met OvJ verlengen maatregel voor de duur van 3 maanden. Geen actie bij vervolging waarbij gedragsaanwijzing (meldingsplicht, groepsverbod, gebiedsverbod) kan worden opgelegd door OvJ.

vervolging o.g.v. art. 184 Wsr (*)

Bij opnieuw constateren ordeverstorende gedraging binnen 18 maanden na verstrijken maatregel

eerste stap handhavingsarrangement wordt overgeslagen

(*) Het uitgangspunt is dat het OM in beginsel overgaat tot vervolging op grond van artikel 184 Wsr als de OM- criteria in bijlage 3 in acht zijn genomen. Hierbij zal getoetst worden aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.

Bijlage

Bijlage 3: Instructie vervolging OM

Of het OM tot vervolging zal overgaan op grond van art. 184 WvSr wordt per zaak beoordeeld.

Onderstaande criteria dienen hierbij als richtlijn.

Bij drugsrunners en straatdealers:

-sfeerverbaal over de buurt moet aanwezig zijn (inzoomen op drugs[runner]overlast in de wijk)

-Strafrechtelijke en bestuurlijke aanpak moeten onvoldoende hebben opgeleverd (gebiedsgerichte aanpak)

-Individuele antecedenten moeten er zijn, bestaande uit:

o 2 keer veroordeling/ overtreding 184 Wsr voor drugsgerelateerd (overtreding of misdrijf) delict over afgelopen 4 jaar

o 2 keer in het afgelopen jaar (na veroordeling) mutaties in het politiesysteem betreffende drugsgerelateerde delicten.

Zwervers, alcoholisten:

· indien uit de mutaties onvoldoende duidelijk wordt wat de ernstige en herhaaldelijke overlast is in de buurt, is een sfeerverbaal noodzakelijk (inzoomen op drankgebruik en zwervers).

· strafrechtelijke en bestuurlijke aanpak van het probleem moeten niet voldoende hebben opgeleverd (gebiedsgerichte aanpak en VAV aanpak)

· de individuele hulpverlening bij deze persoon heeft de situatie niet verbeterd.

· 4 veroordelingen afgelopen 4 jaar (overtredingen)

· 2 mutaties het afgelopen jaar betreffende drank/zwerver.

Jeugd:

· sfeerverbaal over de buurt waaruit blijkt dat het een wijk/buurt betreft waar sprake is van stelselmatige ernstige overlast, tenzij er zodanige mutaties aanwezig zijn waaruit deze signalen duidelijk naar voren komen.

· er moet vastgesteld worden dat het gaat om een overlastgevende persoon; de jeugdige moet zich in elk geval 2 afzonderlijke keren zich schuldig hebben gemaakt aan overlast gerelateerde (strafbare) feiten (in de afgelopen 13 maanden) in een bepaald gebied/wijk.

· de afweging moet gemaakt zijn of handhaving op grond van APV zinvol is of niet tot het gewenste resultaat heeft geleid.

· Aanpak hulpverlening is aangeboden en/of opgestart en/of de aanpak heeft het overlastgevende/ strafbare gedrag niet doen ophouden.

Veelplegers:

· indien uit de mutaties onvoldoende duidelijk wordt wat de ernstige en herhaaldelijke overlast is in de buurt, is een sfeerverbaal noodzakelijk.

· er moet vastgesteld worden dat het gaat om een overlastgevende persoon; de veelpleger moet zich in elk geval 2 afzonderlijke keren (in de afgelopen 13 maanden) hebben schuldig gemaakt aan overlast gerelateerde strafbare feiten in een bepaald gebied/wijk.

· eerdere/andere (gedrags)interventies hebben niet geleid tot het stop zetten van overlastgevende gedragingen.

Hooligans:

· als er een eerdere persoonsgerichte aanpak heeft plaatsgehad op grond van een andere aandachtsgroep, bijv. jeugd, zijn de resultaten daarvan in het dossier neergelegd.

· duidelijk moet worden dat betrokkene zijn ordeverstorend gedrag zal voortzetten als niet wordt ingegrepen en dat deze aanwijzingen kunnen zijn gelegen in het gedrag van betrokkene in de afgelopen periode.

· indien er ernstige bezwaren bestaan tegen de verdachte (bijv. bij verdenking van een misdrijf waarop VH is toegelaten) en aanleiding bestaat voor een gedragsaanwijzing door de OvJ, volgt bespreking van de persoon in een casusoverleg waarbij gemeente, politie en OM zijn vertegenwoordigd.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.