Bijlage A
Visie op de (VTH-)Dienstverlening
12Dienstverlening onder de Omgevingswet
Dit document beschrijft de consequenties van de Omgevingswet voor de (VTH-)dienstverlening van onze gemeente. De Omgevingswet stelt de initiatiefnemer centraal en legt de lat voor de dienstverlening hoog. Werken vanuit de leefwereld van mensen; de overheid in de rol van partner en adviseur; inspelen op nieuwe technologie en trends. Dat zijn de fundamenten van de stevige verandering die vraagt om een transformatie in de dienstverlening.
In dit document beschrijven we wat de Omgevingswet vraagt van onze dienstverlening (1.1), wat de drivers zijn voor verandering (1.2) en welke ontwerpprincipes van de nieuwe dienstverlening we onderscheiden (1.3). De komst van de Omgevingswet vraag om een radicaal andere aanpak, namelijk vanuit het perspectief van de initiatiefnemer. Daarom zijn klantreizen gekozen als instrument voor analyse, cocreatie en het verkrijgen van draagvlak voor de vernieuwing (1.4). Deze klantreizen hebben geresulteerd in serviceformules die de basis vormen van onze dienstverlening.
13Hoger niveau dienstverlening
Onder de huidige wet- en regelgeving worstelen inwoners en ondernemers met dienstverlening in het fysieke domein. Er zijn veel verschillende wetten met elk hun eigen procedure, planning en regels. De uitvoering is versnipperd. De Omgevingswet stelt de initiatiefnemer centraal en legt daarmee de lat voor dienstverlening hoog. Het op een hoger niveau krijgen van de dienstverlening in het fysieke domein, bepaalt daarmee in belangrijke mate het succes van de Omgevingswet.
Daarbij worden de doelstellingen van de Omgevingswet nadrukkelijk betrokken; we streven naar het inzichtelijker, voorspelbaarder en gemakkelijker maken van het omgevingsrecht; we streven naar meer samenhang in beleid, besluitvorming en regelgeving; we streven naar het gemakkelijker bereiken van doelen en het sneller en beter maken van de besluitvoering.
14Andere rol overheid
De Omgevingswet heeft een maatschappelijke doelstelling, namelijk samenwerken aan een betere leefomgeving. De rol van onze gemeente verschuift daarbij: de overheid trek zicht terug en faciliteert, de verantwoordelijkheid en de zeggenschap wordt teruggegeven aan de gemeenschap. Dit biedt kansen om de creativiteit van bewoners en ondernemers in te zetten voor het ontwikkelen van een prettige, veilige leefomgeving. De energie die nu vooral gericht is op reguleren en toetsen, kan ingezet worden voor creatie. Onze gemeente kan zich meer als partner, meedenker en adviseur gaan opstellen. Ook dit betekent een belangrijke wijziging in de dienstverlening. De rol van de overheid verschuift ook op een andere wijze: het rijk trekt zich meer terug en laat meer over aan lokale overheden.
15Transformatie naar leefwereld
Gemeenten zijn op dit moment sterk georganiseerd vanuit wetten, systemen en processen, de systeemwereld. De aansluiting met de leefwereld van de inwoners en ondernemers wordt wel steeds meer gezocht, maar de systeemwereld is nog erg dominant. De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om deze obstakels te slechten. Deze transformatie betekent grote veranderingen in processen, systemen, in houding en gedrag van de medewerkers en de communicatie met de inwoners en ondernemers. Kortom, de dienstverlening verandert ingrijpend.
16Dienstverlening is meer dan digitaal tenzij
Onze dienstverlening rondom de Omgevingswet richt zich natuurlijk op digitale dienstverlening, via de website, sociale media, het Omgevingsloket Online en het digitale stelsel Omgevingswet (DSO). Het gaat ook om persoonlijke contacten met onze casemanagers en ruimtecoaches, om eerstelijnscontacten met het KCC, telefonische, online of schriftelijke contacten met ambtenaren in het fysieke domein, om handhaving in de openbare ruimte, informatieavonden en overleg met het gemeentebestuur. Het gaat tevens over snelheid, servicenormen en de manier van bejegenen. Van groot belang is ook de rol die inwoners en ondernemers steeds nadrukkelijker vragen en nemen. Ze willen bij planvorming betrokken worden via cocreatie en participatie of hierbij zelf regie voeren. Ze verrichten zelf metingen naar geluidsniveaus of luchtkwaliteit en of ontwikkelen technologie (open data, 3D etc). De scope van dienstverlening rond de Omgevingswet is dus heel breed.
17De drivers van de verandering in de dienstverlening
Als de Omgevingswet in werking treedt in 2022 kunnen inwoners en ondernemers meer zaken zelf regelen en afhandelen. Voor elke initiatiefnemer moet glashelder zijn wat wel en niet mag. Ook worden toezicht & handhaving en monitoring steeds belangrijker.
18Integratie van wetten en regels geeft meer inzicht en meer vragen
De Omgevingswet zorgt voor een integratie van wetten en regels en deze worden inzichtelijker voor inwoners en ondernemers. Het aantal wetten, AMvB’s en ministeriële regelingen wordt drastisch teruggebracht. Ook bij gemeenten zal het aantal bestemmingsplannen en verordeningen verminderen doordat deze allen geïntegreerd worden in het omgevingsplan. Hierdoor komt meer samenhangende (en begrijpelijke) informatie voor inwoners en ondernemers beschikbaar. Meer inzicht van de initiatiefnemers betekent mogelijk ook meer vragen aan gemeenten.
19Transparante (geografische) informatie
De Omgevingswet beoogt dat initiatiefnemers en belanghebbenden sneller en toegankelijker inzicht hebben in wat er op een bepaalde plek wel of niet kan, welke regels er gelden en welke onderzoeken er nodig zijn. Daartoe moeten informatie, gegevens, regels en besluiten goed (digitaal) worden ontsloten en gemakkelijker getoond kunnen worden (zoals via 3D). De kwaliteit, betrouwbaarheid en vindbaarheid dient te worden geborgd, en regels en onderzoeksdata moeten voor eenieder te begrijpen zijn. Die openheid en transparantie zorgt er onder meer voor dat initiatiefnemers en belanghebbenden en de gemeente beschikken over dezelfde informatie. Die transparantie in informatie en gegevens zal ook leiden tot meer en ook tot complexere vragen.
20Van toetsen naar adviseren
Gemeenten gaan inwoners en ondernemers veel beter uitleggen wat de gemeentelijke strategie is waar nieuwe ontwikkelingen aan moeten bijdragen. Nu worden ruimtelijke initiatieven beperkt door regels, straks wordt meer ruimte geboden aan initiatieven. Dit meedenken en samen werken aan een prettige, veilige leefomgeving die gelijkwaardig recht doet aan verschillende belangen, vergt meer van de dienstverlenende medewerkers. Het vraagt creatief denken in mogelijkheden, met minder houvast aan vaste regels. En het vraagt empathisch vermogen om zich in te leven in verschillende belangen, om te werken vanuit de bestuurlijke strategie én nog steeds vanuit onpartijdigheid.
21Integrale behandeling
De inwoner of ondernemer ontvangt bij een complexe aanvraag een integrale intake en afhandeling van diens vraag. Dit gebeurt in de huidige praktijk al, maar zal door de Omgevingswet verder uitbreiden, omdat er samenwerking nodig is over de grenzen heen van gemeenten, provincie, waterschap en Rijk. Om dit te bewerkstelligen zal het initiatief in een oriënterend vooroverleg of omgevingstafel besproken worden met daarin een integrale planning, communicatie en afhandeling van alle noodzakelijke vergunningen. Ook kan in dit stadium al sneller duidelijk worden of iets niet kan. Er is sprake van een uniforme kwaliteit in het gehele proces ook al werken er verschillende afdelingen en organisaties samen.
22Meer lokale afwegingsruimte betekent diversiteit in dienstverlening
Gemeenten krijgen met de Omgevingswet meer eigen verantwoordelijkheid om te kiezen wat voor een gemeente ze willen zijn en hoe ze met inwoners en ondernemers willen omgaan. Ze kiezen voor een meer regulerende rol, een participerende rol of juist het initiatief meer bij de inwoner en ondernemer laten. Het doel van de Omgevingswet is dat de overheid zich terugtrekt en faciliteert. Voor de dienstverlening betekent dit verschillen in dienstverlening: controleren betekent immers een geheel ander klantproces dan facilitereren.
23Snelle en duidelijke procedure
De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om procedures inzichtelijker te maken en de doorlooptijd te verkorten. Voor de meeste complexere vergunningen gaat de doorlooptijd van 26 naar 8 weken.
1.3 Ontwerpprincipes dienstverlening
Onder invloed van bovengenoemde drivers, zal de dienstverlening sterk moeten veranderen om de bedoeling van de Omgevingswet te realiseren. Bij deze veranderingen hanteren we de onderstaande ontwerpprincipes.
1‘Houd het simpel’ als leidend principe
De Omgevingswet heeft als doel inwoners en ondernemers te helpen om gemakkelijker hun wensen in de fysieke omgeving in te brengen. Als leidend principe in de dienstverlening kiezen we voor de intentie van de Omgevingswet: houd het simpel. Overal zetten we het principe van eenvoud en gemak steeds voorop en toetsen we of inwoners en ondernemers de dienstverlening ervaren als gemakkelijk en eenvoudig. Er zijn diverse bronnen van nieuwe complexiteit waar we rekening mee moeten houden:
•Digitaliseren betekent niet automatisch dat het voor een gebruiker eenvoudiger wordt. Digitalisering slaagt alleen als de vaardigheden en verwachtingen van de inwoner en ondernemer uitdrukkelijk en continu worden meegenomen;
•Gelijkwaardige én eenvoudige informatie. Inwoners en ondernemers beschikken over dezelfde informatie als het bevoegd gezag (voor zover privacy dat toelaat). Natuurlijk is het dan de taak van de overheid deze informatie niet zonder meer aan te bieden, maar deze vraaggericht te ontsluiten zodat de informatie eenvoudig en zo begrijpelijk mogelijk is. Vooral waar het gaat om juridische en technische informatie of om besluiten/adviezen die ‘geautomatiseerd’ worden gemaakt. De overvloed aan bronnen in een digitale omgeving mag de klant niet verwarren, maar moet juist helpen. Maximale eenvoud en transparantie is een belangrijke voorwaarde;
•Snelle én eenvoudige procedure. Kortere procedures kan in de praktijk betekenen dat er zwaardere eisen worden gesteld aan de ontvankelijkheid van de aanvraag. Daarmee wordt het mogelijk minder eenvoudig voor de indiener. Extra aandacht voor eenvoudig indienen is dus wenselijk. Door gegevensbronnen zoveel mogelijk te koppelen met als doel vooringevulde formulieren en toetsing van gegevens door bijvoorbeeld certificering overbodig te maken. Inwoners en ondernemers komen gemakkelijk te weten hoe de procedures werken;
•Oog voor juridisering. De Omgevingswet voegt wetten samen en daardoor neemt het aantal wetten sterk af. Toch is het samenvoegen van wetten niet per definitie een garantie op afname aan complexiteit. Bovendien zal, als eventueel de keuze gemaakt wordt door de raad om meer vergunningvrij toe te laten, helder moeten worden afgebakend onder welke condities iets dan vergunningvrij is – dat kan weer complex zijn;
•Oog voor toename lokale verschillen. Gemeenten krijgen met de Omgevingswet meer eigen verantwoordelijkheid om te kiezen. Deze lokale afwegingsruimte geeft ons de vrijheid om te kiezen wat voor een gemeente we willen zijn en hoe met inwoners en ondernemers om te gaan. Mogelijk ontstaat hierdoor een grote diversiteit met andere gemeenten en wordt de regelgeving hierdoor voor de initiatiefnemer juist complexer;
•Goede communicatie over de wetswijziging. Voor inwoner en ondernemer moet goed op de hoogte worden gebracht van alle wijzigingen door de omgevingswet.
2Inwoners en ondernemers ervaren één toegankelijk en vindbaar loket.
•Gemeenten zijn hét aanspreekpunt voor de inwoners en ondernemers. Uit de statistieken van het Omgevingsloket Online (OLO) blijkt dat gemeenten de meeste vergunningaanvragen krijgen (91%). Van deze aanvragen is 82% enkelvoudig en is 27% van de aanvragers inwoner en 71% ondernemer. De gemeente staat het dichtst bij inwoners en ondernemers en is dus meestal het logische aanspreekpunt, aan de start, tijdens het proces en bij afsluiting. De gemeente is als bevoegd gezag ook de uitvoerder van de Omgevingswet. We versterken transparantie en eenduidigheid door zowel digitale als de persoonlijke dienstverlening vanuit de lokale situatie te organiseren;
•De gemeentelijke website is het digitale loket en logische startpunt waar achterliggende landelijke voorzieningen worden ontsloten. De interface van DSO en de informatiehuizen sluit naadloos aan op de website van de gemeente of is daarin geïntegreerd. Dit vergt mogelijk aanpassingen aan de gemeentelijke websites (Via API binnenhalen en publiceren van DSO (onderdelen). De informatie vanuit de informatiehuizen wordt via de gemeentelijke website ontsloten. Dit is de logische vindplaats voor inwoner en ondernemer;
•De overheid wordt ervaren als één instantie. Inwoners en ondernemers zien de overheid als één instantie en zij mogen geen hinder ondervinden en niets merken van de complexiteit van de noodzakelijke samenwerking tussen verschillende overheidsinstanties die achter de schermen in de keten met elkaar samenwerken, zoals de waterschappen, provincies en omgevingsdiensten;
•Uniforme afhandeling en kwaliteit. In het kader van uniformiteit en integraliteit van dienstverlening willen we dat een initiatiefnemer op een zo eenduidig mogelijke manier geholpen wordt. Doordat er gewerkt wordt volgens landelijke gestandaardiseerde serviceformules en diensten (wat we leveren), kunnen we processen (hoe we leveren) en systemen (waarmee we leveren) op hoofdlijnen standaardiseren. Gemeenten kunnen daarbinnen zelf hun 'couleur locale' bepalen;
•Standaardisatie onder de motorkap. Achter de schermen is de plek waar we als één overheid samenwerken aan standaardisatie en collectivisatie. Onder de motorkap wordt er gebruik gemaakt van landelijke gestandaardiseerde toepassingen, het DSO, het Omgevingsloket Online, Mijn overheid voor burgers, Mijn overheid voor bedrijven en andere onderdelen van de GDI. Dit gebeurt vanuit de gemeentelijke online omgeving.
3De initiatiefnemer centraal (Misschien wel het belangrijkste uitgangspunt in de Omgevingswet).
•Er is een grote diversiteit aan klantvragen (complex en eenvoudig) en in soorten initiatiefnemers (inwoners, ondernemers, groeperingen, organisaties, professionals). Om recht te doen aan deze diversiteit én om de initiatiefnemer centraal te stellen, is het nodig te differentiëren in dienstverlening. Een inwoner heeft andere vragen en behoeften dan een ondernemer. Dienstverlening wordt effectiever als zij is toegesneden op het type initiatiefnemers en het type klantvraag. Ook de lokale vrijheid van gemeenten om te kiezen voor een regulerende of meer participerende rol vraagt om differentiëren in type klantcontact en dienstverlening;
•Keuzevrijheid contactkanaal. Inwoners en ondernemers kunnen zelf kiezen op welke manier zij met de gemeenten zakendoen. De gemeente zorgt ervoor dat alle contactkanalen beschikbaar zijn (online, balie, brief, telefoon, whatsapp, e-mail, sociale media). Natuurlijk kan gestreefd worden naar kanaalsturing om zaken zoveel mogelijk digitaal af te handelen, maar de klant houdt altijd keuzevrijheid voor het kanaal dat hij/zij gebruikt om te communiceren met de gemeente. Daarom zal bij de inrichting van de dienstverlening uitgegaan worden van omnichannel toepassingen;
•In het contact met inwoner en ondernemer zal meer overleg plaatsvinden. Onze casemanagers en ruimtecoaches zullen vaker naast en met de initiatiefnemer samen zoeken naar oplossingen. Het contact tussen gemeente en initiatiefnemer zal van karakter en toon veranderen. De overheid maakt de beweging naar de leefwereld van de initiatiefnemer. Dit is noodzakelijk om meer in samenwerking te komen. Voor de dienstverlening betekent dit een andere beleving en een andere mind-set. Dit zal leiden tot nieuwe aanjagers in de dienstverlening: het gaat niet alleen meer om betrouwbaarheid en gemak, maar ook om gelijkwaardigheid en maatschappelijke motieven als duurzaamheid. Ook het huidige legesmodel is onderwerp van onderzoek. Prijsdifferentiatie is mogelijk een handig sturingsprincipe op beleving en klantgedrag;
•Gemeenten gaan meer dan voorheen gebruik maken van de kennis en informatie van inwoners en ondernemers. Dit vraagt ook van de informatiesystemen dat ze informatie van inwoners en ondernemers kan verwerken;
•De initiatiefnemer centraal betekent niet dat alles altijd mogelijk is. De rol van de overheid is toetsen of een initiatief in het algemeen belang is. Toetsen op rechtmatigheid blijft uiteraard van groot belang.
4Maximale digitale excellentie
De huidige dienstverlening is diepgeworteld in de analoge wereld en tegelijkertijd bevinden we ons in de digitale transformatie. We communiceren steeds meer via online-kanalen en innovaties staan klaar als the-internet-of-things, big data, open data, beacons, 3D visualisatie, robotisering, etc. Er zijn de landelijke digitale bouwstenen en ambities zoals Mijnoverheid, Digitaal Ondernemersplein, elektronische authentificatie, mobiel betalen, de BIM-standaard, etc. We groeien naar maximale excellente digitale dienstverlening. Daarbij staan de wensen van inwoners en ondernemers centraal; gebruikerswensen zijn belangrijker dan technologische mogelijkheden. Extra aandacht voor het Omgevingsloket Online (Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)) is zeer wenselijk: het huidige gebruik is erg lastig. Verder dient ook de niet-digitale dienstverlening maximaal excellent te zijn. Zowel inwoner, ondernemer als gemeente kunnen redenen hebben om geen gebruik te maken van digitale middelen en fysieke interactie te prefereren.
5Persoonlijke dienstverlening
We streven naar gelijkwaardige en persoonlijke dienstverlening gebaseerd op samenwerking en partnerschap. Inwoners en ondernemers krijgen het gevoel dat zij persoonlijk worden geholpen, gastvrij, vriendelijk en toegesneden op hun persoonlijke situatie. Met klantprofielen voorspellen we gedrag, interesse en behoeften. We ontwikkelen een 360 graden beeld van klantgedrag en klantdata. Deze stap is niet ver weg: via Digid en MijnOverheid laten we immers aan inwoners al zien welke gegevens bij ons bekend zijn. Met persoonlijke informatie afgestemd op de situatie, het live event en de persoonlijke behoefte, realiseren we de intentie van de Omgevingswet.
1.4 De veranderaanpak: organisatieprincipes voor ontwikkeling en realisatie
1.4.1 Het analyse-instrument: de klantreis
We beschouwen dienstverlening als een reis van een inwoner of ondernemer. Zij dromen van een plan, oriënteren zich bij vrienden, relaties, leveranciers en websites, vragen informatie op via call center of e-mail, maken gebruik van een online dienst of app, bezoeken of krijgen een vergunning per post thuis gestuurd. Iedere individuele medewerker realiseert een deel van de keten. De reis van de klant overstijgt het belang van de individuele sectoren, domeinen, organisaties en kanalen. Landelijk is er een uitgebreid onderzoek gedaan naar klantreizen; onderzocht zijn wie de initiatiefnemers en belanghebbenden zijn (persona’s) en wat hun de drijfveren, belangen, routines en wensen zijn gedurende het dienstverleningsproces (klantreis). Deze uitkomsten vormen de basis voor het ontwikkelen van de nieuwe dienstverlening onder de Omgevingswet. Hun belangrijkste pijnpunten zijn:
•ik vind het onduidelijk hoe de procedure in elkaar zit en wanneer er wat gebeurt: de overheid is voor mij een black box;
•ik vind dat het proces te lang duurt;
•ik moet mij baseren op versnipperde, ongestructureerde en tegenstrijdige informatie van veel verschillende bronnen;
•er wordt niks gedaan met mijn input;
•ik heb geen duidelijk contactpersoon, iemand die mij helpt en mijn dossier goed kent;
•tijdens het proces moet ik van alles en nog wat onverwacht veranderen;
•ik kom er veel te laat achter dat er iets gebeurt in mijn omgeving.
1.4.2 Nieuwe Dienstverlening Omgevingswet vanuit gemeenschappelijke Serviceformules
1Dienstverleningsconcept als gemeenschappelijk kader.
Landelijk wordt door KING/VNG samen met gemeenten, provincies, waterschappen, Omgevingsdiensten en het Rijk een dienstverleningsconcept ontwikkeld waarmee gemeenten op voorhand een beeld hebben van de gewenste dienstverlening rond de Omgevingswet. Het doel hiervan is te voorkomen we dat iedere gemeente zelf het wiel moet uitvinden. Dit heeft een groot positief effect voor onze gemeente op de ontwikkelsnelheid en de kwaliteit.
2Ontwikkeling van serviceformules.
Het dienstverleningsconcept Omgevingswet bestaat uit vier serviceformules die wij als gemeente zelf passend kunnen inzetten bij de diverse klantvragen en klanttypen. Een serviceformule beschrijft op inzichtelijke manier hoe de dienstverlening eruit komt te zien, wat de klant ervaart conform de eerdergenoemde ontwerpprincipes. De Serviceformules zijn ontwikkeld vanuit de klantreizen en worden momenteel in de gemeentelijke praktijk uitgewerkt en uitgeprobeerd. We kunnen dus als gemeente beschikken over de serviceformules die we kunnen invoeren passend bij onze lokale ambitie en schaalgrootte als een compleet, werkend en bewezen succesvol dienstverleningsconcept Omgevingswet. De serviceformules geven onze gemeente dus houvast en ook versnelling bij de veranderopgave.
We onderscheiden vier Serviceformules:
Snelserviceformule
De snelserviceformule zorgt ervoor dat inwoners bij eenvoudige verbouwingen in en om het huis binnen een kwartier weten of er gebouwd mag worden met of zonder vergunning. Als er een vergunning nodig is, gaat de aanvraag simpel en snel.
Ontwerpformule
Dankzij de ontwerpformule kunnen initiatiefnemers terecht bij de gemeente als één loket voor alle services. De overheid denkt mee in een nieuw integraal voortraject met participatie. Daarna ontvangt de initiatiefnemer binnen acht weken een omgevingsvergunning.
Ontwikkelformule
De ontwikkelformule is van toepassing bij gebiedsontwikkeling of het maken van een visie. Alle betrokkenen hebben invloed op het proces en het resultaat.
Toezichtformule
De toezichtformule richt zich op de belanghebbenden. Er verandert iets in de leefomgeving, de belanghebbende wordt geattendeerd op elke wijziging, kan meedenken en bezwaar maken.
1.4.3 Dienstverlening ontwikkelen als integrale serviceformule.
1Dienstverlening werkt als een integrale serviceformule.
Om dienstverlening te ontwikkelen is een integrale aanpak noodzakelijk met aandacht voor de gehele dienstverlening, de gehele keten, de complete bedrijfsvoering en het hele fysieke domein. Vanuit alle diverse perspectieven samen krijgen we deze transformatie voor elkaar; vanuit dienstverlening, vanuit informatisering, vanuit bedrijfsvoering, vanuit HR, vanuit wetgeving en vanuit organisatieverandering. In een integrale aanpak zowel lokaal als landelijk. Alles in verbinding met elkaar ontwikkeld. Dienstverlening is geen machine, maar komt tot stand door samenwerking tussen mensen.
2Serviceformules zijn verbindend element tussen dienstverlening en bedrijfsvoering
De serviceformules maken inzichtelijk wat de nieuwe dienstverlening vraagt van de klant, de klantprocessen, de kanalen, de werkprocessen, informatievoorziening, HR, de financiering en de medewerkers. De samenhang wordt geschetst met behulp van een serviceblueprint en de formuleplaat.
3Onderdeel van de serviceformule zijn alle partners van gemeenten.
De Omgevingswet verlangt dat er meer in de keten gewerkt gaat worden met o.a. provincies, waterschappen en omgevingsdiensten. Er doen zich ook situaties voor waarbij het klantcontact en/of de afhandeling van aanvragen via andere (overheids)instanties verloopt. De inwoner of ondernemer ervaart geen verschil in de dienstverlening of de afhandeling van een aanvraag.
1.4.4 Dienstverlening ontwikkelt continu, bottom-up en in fasen.
1Ontwikkelen van dienstverlening is een continu proces.
De Omgevingswet gaat nar verwachting in op 1 juli 2022. De wereld om ons heen zal in de komende jaren evolueren en de dienstverlening zal daarop moeten aansluiten. Voor onze gemeente is daarom een continu veranderproces gewenst. Het toetsten, bijschaven, nieuw ontwikkelen en doorlopende implementatie is een continu proces.
2Serviceformules in samenspraak met inwoners en ondernemers bedacht en ontwikkeld. In samenspraak met inwoners en ondernemers en met medewerkers is elk onderdeel van de serviceformule stap voor stap ingevoerd in onze gemeente. We werken samen met inwoners en ondernemers en hebben constant zicht op hun wensen. Onze dienstverleners worden betrokken die in hun dagelijks werk met klantcontacten bezig zijn. Hun perspectief, kennis en ervaring is onmisbaar.
3Veel aandacht voor ontwikkeling van medewerkers.
De vernieuwing van de dienstverlening vraagt een belangrijke verandering in de processen en de contacten met initiatiefnemers. De Serviceformules brengen de wijzigingen in kaart gebracht. Vanuit het Kernteam Omgevingswet werken we met een veranderplan om de medewerkers goed te ondersteunen bij deze transformatie.
4Financiële consequenties in beeld.
Voor onze gemeente zijn er uiteraard kosten verbonden het wijzigen van de dienstverlening.
Deze kosten worden beperkt door met het landelijke ontwikkelde dienstverleningsconcept met werkende formules te gaan werken. Bovendien worden we ook ondersteund bij de implementatie van de serviceformules. Vanuit het kernteam Omgevingswet en met ondersteuning van een extern bureau worden de financiële consequenties van de vernieuwing van de dienstverlening en de gevolgen voor de legesverordening als gevolg van de Omgevingswet in kaart gebracht.
Bijlage J
Landelijke handhavingstrategie
Een passende interventie bij iedere bevinding
VERSIE 1.7
24april 2014
24Inhoudsopgave
24.11. Inleiding
1.1 Achtergrond en aanleiding
1.2 Beoogde brede werking, doel en positionering
1.3 Werking, implementatie en monitoring en evaluatie
24.22. Visie landelijke handhavingstrategie
2.1 Onafhankelijkheid – sterke, slagkrachtige en onafhankelijke handhavinginstanties
2.2 Professionaliteit en vakmanschap – training, opleiding, kennis- en informatie-uitwisseling
2.3 Betrouwbaarheid – beginselplicht tot handhaven en verantwoording afleggen
2.4 Eenvoud – een passende interventie bij iedere bevinding en hoe daar toe te komen
2.5 Gezamenlijkheid – overleg, afstemming en planmatig en informatiegestuurd gezamenlijk optreden
24.33. Realisatie landelijke handhavingstrategie – stappenplan
3.1 Stap 1 – Positionering bevinding in de interventiematrix
3.2 Stap 2 – Bepalen verzwarende aspecten
3.3 Stap 3 – Bepalen of overleg van het bestuur met politie en OM, dan wel van politie en OM met het bestuur, over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht geïndiceerd is
3.4 Stap 4 – Optreden met de interventiematrix
3.5 Stap 5 – Vastlegging
Bijlage 1
Begrippen
Bijlage 2
Toelichting interventies van licht naar zwaar
251Inleiding
25.11.1 Achtergrond en aanleiding
Op 11 april 2013 zijn de grondslagen van het nieuwe stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) voor de Wabo bestuurlijk vastgesteld. Het nieuwe stelsel
beoogt een robuuste professioneel werkende uitvoeringsstructuur, waarin de Omgevingsdiensten een centrale rol vervullen, die:
•knelpunten oplost, zoals die onder andere zijn vastgesteld door de Commissie Herziening Handhavingstelsel VROM-regelgeving 2;
•bijdraagt aan de realisatie van beleidsdoelen in de fysieke leefomgeving (een schoner milieu, natuur en water, veiliger leefomgeving, betere naleving);
•leidt tot vermindering van de door het bedrijfsleven ervaren regel- en toezichtsdruk en tot een gelijk speelveld voor bedrijven.
•een heldere rolverdeling regelt en ook eenvoudige en effectieve afstemming tussen het bestuurs- en strafrecht.
Het nieuwe VTH-stelsel is in 2013 en wordt gedurende 2014 verder ontwikkeld en geïmplementeerd op drie essentiële onderdelen:
1generieke condities waaronder het stelsel kan functioneren en waaronder een (verdere) verbetering van de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving kan plaatsvinden. Hierbij valt te denken aan een infrastructuur voor kennis- en informatieuitwisseling en training en opleiding van handhavers;
2onderling afgestemd en effectief handelen van alle instanties die een rol hebben in de handhaving van het omgevingsrecht, waaronder het maken van afspraken over de afstemming van landelijke en regionale prioriteiten en het zo effectief mogelijk bestuurs- en/of strafrechtelijk aanpakken ervan;
3monitoring, verantwoording en zo nodig bijsturing van het (gezamenlijke) overheidsoptreden in het nieuwe stelsel.
De onderhavige landelijke handhavingstrategie is primair uitgewerkt voor onderdeel 2, in de vorm van een instrument voor alle overheden om eenduidig te interveniëren naar aanleiding van tijdens het toezicht gedane bevindingen.
De landelijke handhavingstrategie heeft ook raakvlakken met de onderdelen 1 en 3. Met onderdeel 1 vanwege het uitwisselen van ervaringen met (het toepassen van) de landelijke handhavingstrategie, teneinde de (uitvoering van de) strategie stap voor stap te verbeteren. Met onderdeel 3 vanwege de monitoring en verantwoording van de toepassing van de landelijke handhavingstrategie en de op termijn voorziene evaluatie van het VTH-stelsel en de landelijke handhavingstrategie.
Voor het opstellen van de landelijke handhavingstrategie is gebruik gemaakt van bestaande strategieën. Met de toepassing van de landelijke handhavingstrategie komen de bestaande handhavingstrategieën, die daarin goeddeels zijn geïncorporeerd, te vervallen.
25.21.2 Beoogde brede werking, doel en positionering
Beoogde brede werking
De landelijke handhavingstrategie is ontwikkeld vanuit het milieurecht, met oog voor het bredere omgevingsrecht, en heeft in eerste instantie betrekking op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de in artikel 5.1 van de Wabo opgenomen wetten . Toepassing van de landelijke handhavingstrategie leidt tot afgestemd en effectief bestuurs- en/of strafrechtelijk handelen. Daarom is de landelijke handhavingstrategie breder toepasbaar dan alleen op het omgevingsrecht.
Doel
De overheid is verantwoordelijk voor het handhaven van de wetgeving. Voor wat het omgevingsrecht betreft ligt de basis van deze verantwoordelijkheid voor het bestuur in diverse bijzondere wetten, de Algemene wet bestuursrecht en in de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de zogenoemde beginselplicht tot handhaven . Voor het OM ligt de basis van deze verantwoordelijkheid in artikel 124 van de Wet op de rechterlijke organisatie en in de Europese richtlijn inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht . Uitgangspunt is dat bestuur en OM, elk handelend vanuit de eigen verantwoordelijkheid, hun handelen afzonderlijk en in combinatie richten op het naleven van wet- en regelgeving.
Uit het oogpunt van rechtsgelijkheid is het doel van de landelijke handhavingstrategie, voortbouwend op de hiervoor geschetste verantwoordelijkheden van bestuur en OM: uitvoering geven aan de beginselplicht tot handhaven, passend interveniëren bij iedere bevinding, in vergelijkbare situaties vergelijkbare keuzes maken en interventies op
vergelijkbare wijze kiezen en toepassen, landsbreed door het bestuurlijk bevoegd gezag / de Omgevingsdiensten, landelijke inspecties, politie en het OM. Hiertoe bevat de landelijke handhavingstrategie een duidelijke visie op handhaven (hoofdstuk 2) en een uitgeschreven en geïnstrumenteerde aanpak (hoofdstuk 3).
Positionering
Handhavinginstanties moeten op grond van het Besluit omgevingsrecht (Bor) een nalevingstrategie hebben, bevattende een toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie. De landelijke handhavingstrategie ondersteunt dit, door één lijn te brengen in hoe instanties reageren op tijdens het toezicht gedane bevindingen. In figuur 1 is de positionering van de landelijke handhavingstrategie weergegeven.
De term ‘handhavingstrategie’ drukt uit dat interveniëren breder is dan het opleggen van sancties naar aanleiding van overtredingen. Omdat interveniëren ook tijdens toezicht kan plaatsvinden, bijvoorbeeld in de vorm van aanspreken en informeren, raakt de landelijke handhavingstrategie in figuur 1 de toezichtstrategie aan. De landelijke handhavingstrategie gaat niet over het toezicht als zodanig (prioriteiten, manieren van toezicht houden, en dergelijke).
De landelijke handhavingstrategie raakt in figuur 1 ook de gedoogstrategie aan. Dit betekent dat de landelijke handhavingstrategie erkent dat er omstandigheden kunnen zijn om van (bestuursrechtelijk) handhaven af te zien. Dit laat eventuele strafvervolging door het OM overigens onverlet .
Figuur 1 toont tot slot dat er specifieke strategieën, die sporen met de landelijke handhavingstrategie, onder de landelijke handhavingstrategie kunnen hangen voor gebieden (bijvoorbeeld Natura 2000), groepen van normadressaten (BRZO bedrijven) of speciale thema’s. Indien een met de landelijke handhavingstrategie sporende specifieke strategie voorhanden en bestuurlijk vastgesteld is, wordt deze specifieke strategie gevolgd. Reeds onderkend is dat het voor bepaalde domeinen, zoals ‘water’, ‘erfgoed’ en ‘bouwen en wonen’, noodzakelijk kan zijn om spoedig een specifieke, met de landelijke handhavingstrategie sporende, handhavingstrategie te ontwikkelen.
Figuur 1: Positionering landelijke handhavingstrategie
25.31.3 Werking, implementatie en monitoring en evaluatie
Voor de Wabo en de in artikel 5.1 van de Wabo opgenomen wetten is de landelijke handhavingstrategie voor gebruik in het VTH-stelsel opgeleverd aan het Bestuurlijk omgevingsberaad.
Het overnemen en invoeren van de landelijke handhavingstrategie is onderdeel van de VTH kwaliteitscriteria voor Wabo bevoegde overheden . Dit waarborgt landelijke eenduidigheid in twee opzichten, te weten:
1dat iedere bevinding een passende interventie krijgt; en
2dat het proces om tot een passende interventie te komen overal hetzelfde verloopt.
Lokale/regionale bestuurlijke afwegingsruimte zit gezien het voorgaande in keuzes over toezichtprioriteiten en de manier van toezicht houden, maar niet in het toepassen van de landelijke handhavingstrategie. De landelijke handhavingstrategie is een landelijk geldend afwegingsinstrument dat iedereen volgt om van bevinding naar interventie te komen. Dit onderstreept dat de landelijke handhavingstrategie vooral een instrument is voor uitvoerders.
Als stelselverantwoordelijke VTH voor de Wabo, draagt de minister van IenM voor wat betreft het omgevingsrecht zorg voor het monitoren en evalueren van de toepassing van de landelijke handhavingstrategie en het zo nodig voorstellen van maatregelen naar aanleiding hiervan. Alle partijen die met de landelijke handhavingstrategie werken kunnen voorstellen voor maatregelen doen. Besluitvorming over voorgestelde maatregelen vindt voor wat betreft het omgevingsrecht plaats in het Bestuurlijk omgevingsberaad.
262Visie landelijke handhavingstrategie
Als richtinggevende visie zijn de volgende vijf uitgangspunten van het nieuwe VTH-stelsel voor de Wabo voor de handhaving geoperationaliseerd.
26.12.1 Onafhankelijkheid – sterke, slagkrachtige en onafhankelijke handhavinginstanties
Handhavinginstanties en hun medewerkers handelen consequent en vasthoudend op basis van de geldende wet- en regelgeving en de landelijke handhavingstrategie. Het belang van sterke, slagkrachtige en onafhankelijke handhavinginstanties is groot. Provincies en gemeenten dragen hier als bevoegd gezag voor de Wabo aan bij, door voor de aan hun Omgevingsdiensten opgedragen taken een duidelijk en ruim mandaat te verstrekken, op grond waarvan de directeur bevoegd is tot het toepassen van bestuursrechtelijke interventies, waaronder sancties.
26.22.2 Professionaliteit en vakmanschap – training, opleiding, kennis- en informatie-uitwisseling
Handhavers wegen de ernst van de bevinding, het gedrag van de normadressaat en de feiten en omstandigheden van de situatie. Handhavers bepalen vervolgens welke interventie in het specifieke geval passend is. Dit vereist professionaliteit en vakmanschap. Handhavinginstanties brengen en houden daarom de voor handhaven vereiste kennis en kunde op peil en ondersteunen binnen hun organisaties een cultuur waarin (elkaar aanspreken op) kennis en informatie uitwisselen, samenwerken en handhavers die zich blijven ontwikkelen vanzelfsprekend zijn.
Ook uitwisseling van kennis en leerervaringen tussen handhavinginstanties is van groot belang. De landelijke handhavingstrategie op papier is immers het begin, maar waar het vervolgens om gaat is dat alle instanties de papieren strategie op soortgelijke wijze blijven toepassen en daarover met elkaar in contact blijven en leerervaringen en beste praktijken uitwisselen. Anders zullen praktijken ongewild toch weer uit elkaar gaan lopen.
Landelijk overleg over de implementatie en uitvoering van de landelijke handhavingstrategie gebeurt tijdens de implementatieperiode voor wat het omgevingrecht betreft in het Implementatieberaad. Regionaal overleg ter zake vindt plaats in (de voorportalen van) het door de provincie geïnitieerde Bestuurlijk Handhavingsoverleg (BHO) van de bevoegde overheden en het Functioneel Parket van het OM.
26.32.3 Betrouwbaarheid – beginselplicht tot handhaven en verantwoording afleggen
Handhavinginstanties hebben een beginselplicht tot handhaven . Handhavend optreden is zowel eerlijk tegenover normadressaten uit het oogpunt van een gelijk speelveld, als tegenover de maatschappij die ervan uit mag gaan dat handhavers zodanig optreden dat haar rechtsgevoel wordt gerespecteerd en de leefomgeving veilig, schoon en gezond blijft.
In het VTH-stelsel is de primaire verantwoordingsrelatie die van het bevoegd gezag aan het eigen democratisch controlerend orgaan (bijvoorbeeld Gemeenteraad en Provinciale Staten in het geval van gemeenten respectievelijk provincies). De toepassing van de landelijke handhavingstrategie is onderdeel van deze verantwoordingsrelatie.
26.42.4 Eenvoud – een passende interventie bij iedere bevinding en hoe daar toe te komen
Met de landelijke handhavingstrategie wordt ingezet op een passende interventie bij iedere bevinding. Handhavers hanteren de landelijke handhavingstrategie bij iedere bevinding en maken daarbij gebruik van de in de strategie opgenomen instrumenten. Omwille van rechtsgelijkheid waarborgt dit passend interveniëren en eenduidig optreden, dat wil zeggen: het in vergelijkbare zaken maken van vergelijkbare keuzes en het op vergelijkbare wijze kiezen en toepassen van interventies, landsbreed.
Een passende interventie wil zeggen dat de interventie, gegeven de verzamelde feiten en de beoordeling van de aard en/of omstandigheden van de bevinding en de normadressaat, zo effectief en efficiënt mogelijk leidt tot spoedig herstel van de situatie voor de bevinding, naleving waarborgt, herhaling voorkomt en/of straft daar waar dit passend is of noodzakelijk om de normadressaat tot naleven te bewegen, dan wel de norm te bevestigen.
Dit betekent dat twee keuzen noodzakelijk zijn:
1Hoe wordt er opgetreden: alleen bestuursrechtelijk, bestuurs- én strafrechtelijk, of alleen strafrechtelijk?
2Welke interventie(s) wordt (worden) ingezet?
Ad. 1
Hoe wordt opgetreden is vastgelegd in hoofdstuk 3 van deze landelijke handhavingstrategie. Bestuursrechtelijk optreden is vooral gericht op het herstellen van de situatie, dat wil zeggen op het in overeenstemming brengen met de wet- en regelgeving, opdat vastgesteld beleid wordt geëffectueerd. Strafrechtelijk optreden is vooral gericht op het straffen van de overtreder en het wegnemen van diens wederrechtelijk genoten (concurrentie)voordeel. Bestuurs- en strafrechtelijk optreden dienen daarnaast allebei tot ontmoediging, ofwel tot individuele en algemene preventie. Omdat deze aspecten vaak tegelijk aan de orde zijn, is een weloverwogen inzet van het bestuursrecht en/of het strafrecht conform de landelijke handhavingstrategie noodzakelijk.
Ad. 2
De keuze van de in te zetten bestuursrechtelijke interventie(s) vindt plaats aan de hand van de in hoofdstuk 3 van de landelijke handhavingstrategie opgenomen interventieladder en interventiematrix, waarbij het spoedig herstellen van de situatie voor de bevinding de eerste prioriteit is.
26.52.5 Gezamenlijkheid – overleg, afstemming en planmatig en informatiegestuurd gezamenlijk optreden
Toezicht houden gebeurt op basis van door bevoegde overheden bestuurlijk vastgestelde handhavingprogramma’s, inclusief financiering en menskracht, die zijn afgestemd met alle bij het omgevingsrecht betrokken instanties. Afgestemde handhavingprogramma’s en de landelijke handhavingstrategie borgen in combinatie dat de overheden planmatig gezamenlijk optreden, bij het toezicht en bij bevindingen die tijdens dat toezicht zijn gedaan . Informatie is voor goede risicoanalyses en daarop gebaseerde handhavingprogramma’s onontbeerlijk.
273Realisatie landelijke handhavingstrategie – stappenplan
Dit hoofdstuk geeft een stappenplan voor het toepassen van de in hoofdstuk 2 opgenomen visie. Startpunt van het stappenplan is een tijdens het toezicht gedane bevinding.
27.13.1 Stap 1 – Positionering bevinding in de interventiematrix
Legenda
Figuur 2: De interventiematrix
De handhaver bepaalt ten eerste in welk segment van de in figuur 2 opgenomen interventiematrix hij de bevinding positioneert door: (1) het beoordelen van de gevolgen van de bevinding voor milieu, natuur, water, veiligheid, gezondheid en/of maatschappelijke relevantie en (2) het typeren van de normadressaat.
Ad. 1
De gevolgen van bevindingen beoordeelt de handhaver als:
1vrijwel nihil; of
2beperkt; of
3van belang – er is sprake van aanmerkelijk risico dat de bevinding maatschappelijke onrust geeft en/of milieuschade, natuurschade, waterverontreiniging en/of doden, zieken of gewonden (mens, plant én dier) tot gevolg heeft; of
4aanzienlijk, dreigend en/of onomkeerbaar – onder andere het geval als de overtreding maatschappelijke onrust en/of ernstige milieuschade, ernstige natuurschade, ernstige waterverontreiniging en/of doden, zieken of gewonden (mens, plant én dier) tot gevolg heeft.
Ad. 2
De handhaver typeert de normadressaat als:
A. goedwillend, proactief en geneigd om de regels te volgen, de bevinding is het gevolg van onbedoeld handelen; of
B. onverschillig/reactief, neemt het niet zo nauw met het algemeen belang, heeft een onverschillige houding, de bevinding en de gevolgen van zijn handelen laten hem koud; of
C. is opportunistisch en calculerend, er is sprake van het bewust belemmeren van controlerenden, er is sprake van mogelijkheidsbewustzijn, maar de gevolgen van het handelen worden op de koop toe genomen, bewust risico nemend; of
D. bewust en structureel de regels overtredend en/of crimineel of deel uitmakend van een criminele organisatie, houdt zich bezig met fraude, oplichting of witwassen.
Bij de typering van de normadressaat kijkt de handhaver dus verder dan de bevinding op zich en neemt hij diens gedrag en toezicht- en handhavinghistorie mee in beschouwing. Als de handhaver niet in staat is om de normadressaat te typeren, dan is typering B (onverschillig/reactief) het vertrekpunt.
De handhaver bepaalt tot slot of er sprake is van verzachtende of verzwarende argumenten. Bij verzachtende argumenten wordt de in de interventiematrix gepositioneerde bevinding één segment naar links en vervolgens één segment naar onder verplaatst. Bij verzwarende argumenten, waaronder recidive, is de verplaatsing één segment naar rechts en vervolgens één segment naar boven. Als er meer verzachtende of verzwarende argumenten zijn, levert dit toch maar één verplaatsing op.
Als legalisatie van de bevinding mogelijk is, is dat de aangewezen weg gelet op de hieruit voortvloeiende rechtszekerheid voor alle betrokkenen. Dit laat het toepassen van de landelijke handhavingstrategie en de interventiematrix onverlet, omdat er maatregelen nodig kunnen zijn om de overtreding te beëindigen en de gevolgen te beperken of weg te nemen. Bij het toepassen van de interventiematrix is de mogelijkheid van legalisatie een verzachtende omstandigheid.
Er kunnen tot slot omstandigheden zijn om bij een bevinding van handhaven af te zien op basis van een vastgestelde gedoogstrategie. Onder gedogen wordt verstaan het expliciete besluit van een bestuursorgaan om tegen een bepaalde overtreding niet handhavend op te treden. De nota ‘Gedogen in Nederland’ bevat het landelijke kader voor gedogen: een gedoogsituatie is van tijdelijke aard doordat het handelen binnen afziebare tijd ophoudt dan wel doordat waarschijnlijk een vergunning zal worden verleend. Ingeval tot gedogen wordt besloten dient het landelijke kader voor gedogen onverkort te worden gevolgd. Gedogen laat eventuele strafvervolging door het OM overigens onverlet.
27.23.2 Stap 2 – Bepalen verzwarende aspecten
De handhaver bepaalt of er verzwarende aspecten zijn die moeten worden betrokken bij de afweging om het bestuurs- en/of strafrecht toe te passen. Hoe meer verzwarende aspecten, des te groter de reden om naast bestuursrechtelijk ook strafrechtelijk te handhaven. Vooral voor bevindingen die na stap 1 in de middensegmenten van de interventiematrix zijn gepositioneerd (A4, B3, B4, C2 en D2), kunnen de verzwarende aspecten reden zijn om naast bestuursrechtelijk ook strafrechtelijk op te treden. De volgende verzwarende aspecten worden afgewogen:
1Verkregen financieel voordeel (winst of besparing). De normadressaat heeft door zijn handelen financieel voordeel behaald of financieel voordeel halen was het doel.
2Status verdachte / voorbeeldfunctie. De normadressaat is: een regionaal of landelijk maatschappelijk aansprekende of bekende (rechts)persoon, een overheid, een toonaangevend brancheonderdeel, een certificerende instelling, een persoon die een openbaar ambt bekleedt, de eigen organisatie.
3Financiële sanctie heeft vermoedelijk geen effect. Een bestuurlijke boete kan waarschijnlijk niet geïnd worden of is waarschijnlijk door de normadressaat als (bedrijfs)kosten ingecalculeerd.
4Combinatie met andere relevante delicten. Andere handelingen zijn gepleegd ter verhulling van de feiten, zoals valsheid in geschrift, corruptie of witwassen.
5Medewerking van deskundige derden. De normadressaat is bij zijn handelen ondersteund door deskundige derden, zoals vergunningverlenende of certificerende instellingen, keuringinstanties en brancheorganisaties. De handhaver moet onderbouwen op grond van welke aanwijzingen hij het vermoeden heeft dat de deskundige derde op de hoogte was en/of medewerking heeft verleend aan de geconstateerde bevinding(en).
6Normbevestiging. Bij dit aspect geldt dat het doel van de handhaving ligt in het onder de aandacht brengen van het belang van een bepaalde norm bij de branche of bij het bredere publiek. Strafrechtelijke handhaving vindt mede plaats in het kader van normhandhaving of normbevestiging met het oog op grotere achterliggende te beschermen rechtsbelangen. Hierbij speelt de openbaarheid van het strafproces een grote rol. Als in het openbaar, door middel van een onderzoek ter terechtzitting of de publicatie van een persbericht bij een transactie of strafbeschikking, verantwoording wordt afgelegd van gepleegde strafbare feiten krijgt de normhandhaving of normbevestiging het juiste effect.
7Waarheidsvinding. Soms kan strafrechtelijk optreden met toepassing van opsporingsbevoegdheden met het oog op de strafrechtelijke waarheidsvinding en afdoening aangewezen zijn. Bijvoorbeeld als een controle of inspectie aanwijzingen aan het licht brengt dat er meer aan de hand is, maar de bestuursrechtelijke instrumenten ontoereikend zijn om de waarheid aan het licht te brengen.
27.33.3 Stap 3 – Bepalen of overleg van het bestuur met politie en OM, dan wel van politie en OM met het bestuur, over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht geïndiceerd is
De handhaver bepaalt of overleg over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht geïndiceerd is op basis van de beoordeling van de bevinding met de interventiematrix (stap 1) en de afweging van verzwarende aspecten (stap 2). Dit overleg beoogt een weloverwogen inzet van het bestuursrecht, het bestuurs- én strafrecht of alleen het strafrecht. Dit overleg is derhalve tweerichtingsverkeer: bestuursrechtelijke handhavers zoeken indien noodzakelijk het overleg op met politie en OM en omgekeerd.
Overleg over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht is altijd noodzakelijk als de handhaver de bevinding na stap 1 heeft gepositioneerd in de middensegmenten (A4, B3, B4, C2, D2 en D1) of zware segmenten (C3, C4, D3 en D4) van de interventiematrix. Overleg kan ook zinvol zijn bij bevindingen die de handhaver weliswaar heeft gepositioneerd in de lichte segmenten van de interventiematrix (A1, A2, A3, B1, B2 en C1), maar waarbij er op grond van stap 2 sprake is van één of meer verzwarende aspecten.
In situaties waarin een handhavinginstantie een BSBm oplegt is overleg met het OM niet geïndiceerd en is strafrechtelijk optreden door het OM niet aan de orde.
Als de handhaver concludeert dat overleg over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht geïndiceerd is, wordt gehandeld op basis van vooraf tussen bestuursrechtelijke handhavinginstanties, politie en OM gemaakte algemene afspraken over hun samenspel. Alleen zo kan accuraat en effectief optreden in voorkomende gevallen worden gewaarborgd, in het bijzonder als er sprake is van spoed en heterdaad. Situaties waarin de vooraf gemaakte algemene afspraken niet voorzien, zullen apart door handhavinginstantie, politie en OM worden beoordeeld, in een regulier overleg of door middel van ad hoc overleg als snelheid vereist is. Uit het overleg volgt hoe de betreffende bevinding wordt opgepakt: alleen bestuursrechtelijk, bestuurs- én strafrechtelijk of alleen strafrechtelijk. Het laatste veelal startend met een opsporingsonderzoek onder leiding van de Officier van Justitie.
Tenslotte is, afgezien van de interventiematrix, aangifte bij het OM standaard als toezichthouders de volgende ernstige bevindingen doen:
•Situaties waarin bewust het toezicht onmogelijk wordt gemaakt, zoals het weigeren van toegang, intimidatie, geweldsdreiging, fraude, vernietiging van bewijs en poging tot omkoping.
•Situaties waarin de toezichthouder constateert dat er opzettelijk mensen in gevaar worden gebracht, door onder andere: sabotage, vernieling of het bewust verstrekken van verkeerde informatie.
27.43.4 Stap 4 – Optreden met de interventiematrix
De landelijke handhavingstrategie gaat uit van het in principe zo licht mogelijk starten met interveniëren gericht op herstel en het vervolgens snel inzetten van zwaardere interventies als naleving uitblijft. De handhaver gebruikt de interventiematrix van figuur 3 daarbij als volgt:
1De handhaver kijkt naar de interventies in het segment van deze interventiematrix waarin hij de bevinding eerder met behulp van stap 1 (paragraaf 3.1) heeft gepositioneerd.
2De handhaver kiest voor de minst zware (combinatie) van de in het betreffende segment opgenomen interventies, tenzij de handhaver motiveert dat een andere (combinatie van) interventie(s) in de betreffende situatie passender is.
De interventies in de (segmenten van de) matrix lopen van beneden naar boven op in zwaarte. In bijlage 2 staan alle interventies eveneens van licht naar zwaar toegelicht.
Waar in de matrix van figuur 3 ‘PV’ staat betreft het de middelzware en zware segmenten die in stap 3 zijn afgestemd tussen handhavinginstantie en OM. Als in overleg is besloten dat het OM niet optreedt, zijn er in deze situaties de in figuur 3 aangegeven op herstel en/of op bestraffing gerichte bestuursrechtelijke interventies om te overwegen, en ook de BSBm als strafrechtelijke interventie.
Figuur 3: De interventiematrix voor het bepalen van de eerste interventie(s) – zie ook bijlage 2
De handhaver zet de betreffende (combinatie van) interventie(s) in totdat sprake is van naleving. Als naleving binnen de door de handhaver bepaalde termijn uitblijft, pakt de handhaver direct door, door middel van het inzetten van een zwaardere (combinatie van) interventie(s). In algemene zin geldt voor termijnen het volgende:
•Gedragsvoorschriften dienen direct in acht genomen te worden. Hiervoor dient geen of hooguit een zeer korte termijn te worden gesteld om de overtreding te beëindigen en/of herhaling ervan te voorkomen.
•In alle andere gevallen – waaronder ook plannen of voorzieningen waarvoor investeringen vereist zijn – geldt: hoe urgenter de situatie des te korter de termijn. Daarbij rekening houdend met de technische en organisatorische realiseerbaarheid in die termijn.
Het optreden in stap 4, zoals tot nu toe beschreven, heeft betrekking op gedane bevinding(en) die op grond van de interventiematrix worden aangepakt. Uiteraard kunnen handhavinginstanties aanvullend ook hun toezichtstrategie bij het betreffende bedrijf als zodanig aanpassen, in de zin van bijvoorbeeld het verhogen/verlagen van de toezichtfrequentie, het initiëren van de herijking van de vergunningensituatie, et cetera.
27.53.5 Stap 5 – Vastlegging
De doorlopen stappen en genomen beslissingen worden verifieerbaar en transparant vastgelegd volgens de binnen de handhavinginstantie geldende administratieprocedures en systemen, zodanig dat hieruit kan worden afgeleid dat is voldaan aan: het motiveringsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het verbod van willekeur en het verbod van misbruik van bevoegdheid.
28Bijlage 1 – Begrippen
Begrip
Toelichting
Beginselplicht tot handhaven
Uitgangspunt dat het bevoegd gezag verplicht is om op te treden bij een geconstateerde overtreding. De term ‘beginselplicht’ impliceert dat er omstandigheden kunnen zijn om van handhaven en/of het opleggen van een sanctie af te zien. Dit is in het recht geregeld via artikel 5:5 Awb (het bestuursorgaan legt geen bestuurlijke sanctie op voor zover voor de overtreding een rechtvaardigingsgrond bestond) en artikelen 39 en verder van het Wetboek van strafrecht (strafuitsluitingsgronden). Uit de rechtspraak volgt voorts dat overwogen kan worden van handhaven af te zien als er concreet zicht op legalisatie bestaat, of wanneer handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.
Bestuurlijk handhavingoverleg
Een overleg onder coördinatie van de provincie waaraan de handhavingpartners deelnemen. Het BHO stelt uitgaande van de landelijke handhavingprioriteiten de regionale / lokale handhavingprioriteiten vast.
Bestuurlijk
Omgevingsberaad
Centraal bestuurlijk overleg over het stelsel VTH o.l.v de Minister van IenM, gericht op afstemming van de verschillende taken en verantwoordelijkheden. Aan het Bestuurlijk omgevingsberaad doen in ieder geval mee: de ministers van I&M en V&J, drie vertegenwoordigers van de omgevingsdiensten, vertegenwoordigers van de bevoegde overheden en het OM.
Bestuurlijke boete
Een boete die door een daartoe bevoegde overheidsdienst zonder tussenkomst van het OM of een rechter kan worden opgelegd. Het CJIB verzorgt de inning en incasso van bestuurlijke boetes van diverse overheidsdiensten, waaronder de NVWA, de Inspectie SZW en de Inspectie Leefomgeving en Transport.
Bestuurlijke
strafbeschikking milieu
Een strafrechtelijke boete die bij strafbeschikking wordt opgelegd ter afdoening van relatief eenvoudige overtredingen. De gevallen waarin dit instrument kan worden toegepast zijn opgenomen in het Feitenboekje Bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten.
Bevinding
Waarneming die ten aanzien van een bepaald onderwerp van onderzoek tijdens een inspectie wordt gedaan. Na beoordeling ervan kunnen bevindingen leiden tot de kwalificatie wel/geen overtreding.
Functioneel Parket
Specialistisch, landelijk opererend onderdeel van het OM, dat zich toelegt op de bestrijding van complexe fraude en milieucriminaliteit.
Fysieke leefomgeving
De fysieke leefomgeving omvat de inrichting van de woonwijk/gemeente inclusief de wegen, parken, industrieterreinen. De kwaliteit van de fysieke leefomgeving wordt deels bepaald door de milieukwaliteit.
Gedoogstrategie
Een bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd in welke situaties en onder welke condities inzet van sancties tegenover overtreders tijdelijk achterwege kan blijven.
Handhaving
Het door toezicht bewerkstelligen en zo nodig met toepassing van bestuursrechtelijke of strafrechtelijke middelen bereiken dat de regelgeving wordt nageleefd.
Handhavingprogramma
Op onderkende risico’s en vastgestelde prioriteiten gericht handhavingactiviteitenprogramma, inclusief financiering en capaciteit.
Interventie
Actieve handeling om een geconstateerd probleem op te lossen.
Legalisatietoets
Toets om na te gaan of legalisatie van een overtreding mogelijk is.
Motiveringsbeginsel
In de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd beginsel dat de overheid haar besluiten goed moet motiveren: de feiten moeten kloppen en de motivering moet logisch en begrijpelijk zijn.
Nalevingstrategie
Bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd met welke instrumenten naleving wordt gerealiseerd en welke rol handhaving daarbinnen speelt. Een nalevingstrategie bevat in ieder geval een toezichtstrategie, een sanctiestrategie en een gedoogstrategie.
Normadressaat
Natuurlijke of rechtspersoon voor wie een bepaalde norm of voorschrift geldt.
OM
Openbaar Ministerie.
Omgevingsdiensten
Diensten van provincies en gemeenten voor de uitvoering van de VTHtaken. De Omgevingsdiensten werden eerder ook wel aangeduid als Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD’s).
Rechtsgelijkheid
Rechtsbeginsel dat bepaalt dat gelijke gevallen gelijk dienen te worden behandeld en ongelijke verschillend naar de mate van het verschil.
Rechtvaardigingsgrond
Omstandigheid die de wederrechtelijkheid van een handeling bij nader inzien wegneemt. Mogelijke reden om uiteindelijk geen sanctie op te leggen.
Sanctie
Straf of maatregel die wordt toegepast als rechtsregels worden overschreden.
Sanctiestrategie
Bestuurlijk vastgesteld document, waarin de basisaanpak voor het bestuursrechtelijk en strafrechtelijk optreden bij overtredingen is vastgelegd. De sanctiestrategie omvat ten minste:
een op elkaar afgestemd bestuursrechtelijk – strafrechtelijk optreden tegen overtreding van de gestelde milieunormen;
een passende reactie op geconstateerde overtredingen;
een stringentere reactie bij voortduring van de overtreding;
een regeling voor optreden tegen overtredingen door de eigen organisatie en andere overheden;
transparantie over te stellen termijnen voor het opheffen van (standaard)overtredingen en over de zwaarte van sancties daarvoor.
Schulduitsluitingsgrond
Omstandigheid die de verwijtbaarheid van een handeling bij nader inzien wegneemt. Mogelijke reden om uiteindelijk geen sanctie op te leggen.
Strafuitsluitingsgronden
Er zijn twee categorieën strafuitsluitingsgronden: rechtvaardigheidsgronden en schulduitsluitingsgronden. Zie aldaar.
Strategische milieukamer
Overleg tussen het Functioneel Parket van het OM, de inspecteursgeneraal van de ILT, NVWA en de Inspectie SZW, de Nationale Politie, een vertegenwoordiging van de Omgevingsdiensten en het bestuurlijk bevoegd gezag. De SMK stelt de landelijke prioriteiten vast voor de strafrechtelijke handhaving en de afstemming van de strafrechtelijke handhaving op de bestuurlijke handhaving.
Toezicht
Het controleren of en in hoeverre wettelijke bepalingen worden nageleefd.
Toezichtstrategie
Bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd welke vormen van toezicht worden onderscheiden en wat de basiswerkwijze daarbij is.
VTH kwaliteitscriteria
Kwaliteitscriteria die inzichtelijk maken welke kwaliteit burgers, bedrijven en instellingen, maar ook overheden onderling en opdrachtgevers mogen verwachten bij de uitvoering of de invulling van taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH taken).
Zorgvuldigheidsbeginsel
In de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd rechtsbeginsel, dat de overheid een besluit zorgvuldig moet voorbereiden en nemen: correcte handeling van de burger, zorgvuldig onderzoek naar de feiten en belangen, procedure goed volgen en deugdelijke besluitvorming.
29Bijlage 2 – Toelichting interventies van licht naar zwaar
Bestuursrecht herstellend
29.1Aanspreken/informeren
Aanspreken/informeren is een informele interventie (geen wettelijke basis) naar aanleiding van een inspectie die ertoe moet leiden dat de normadressaat naleeft of in staat is na te leven.
Aanspreken/informeren gebeurt mondeling, door het verstrekken van schriftelijke informatie of door verwijzing naar websites. Aanspreken/informeren is vooral aan de orde bij goedwillende normadressaten die onbedoeld niet naleven en die gemotiveerd zijn de niet naleving zo snel mogelijk zelf op te lossen.
29.2Waarschuwen – brief met hersteltermijn
Waarschuwen betekent dat de normadressaat naar aanleiding van een inspectie een waarschuwingsbrief ontvangt. Daarin is opgenomen welke maatregelen of voorzieningen getroffen moeten worden om na te leven en binnen welke (redelijke) termijn. In de brief staat ook dat de handhavinginstantie verdergaande bestuursrechtelijke interventies zal nemen (LOB, LOD), als blijkt dat de in de waarschuwingsbrief opgenomen maatregelen of voorzieningen niet zijn getroffen na het verstrijken van de termijn.
29.3Bestuurlijk gesprek
Een bestuurlijk gesprek met (de leiding van) de normadressaat in kwestie is een aanvullende escalerende interventie op waarschuwen.
29.4Verscherpt toezicht
Verscherpt toezicht als interventie betreft het naar aanleiding van een inspectie meer of intensiever toezicht houden op de normadressaat. Een bestuurlijk gesprek zal hier vaak aan vooraf gaan. Verscherpt toezicht moet worden aangekondigd, als ook onder welke voorwaarden het verscherpt toezicht weer zal worden opgeheven.
29.5Last onder dwangsom – LOD
Een last onder dwangsom is een op herstel gerichte interventie voor het ongedaan maken van overtredingen en/of het voorkomen van verdere/herhaalde overtreding. De normadressaat krijgt een verplichting (een last) opgelegd om binnen een gegeven termijn de overtreding te beëindigen door iets te doen of na te laten op straffe van het verbeuren van een dwangsom wanneer de last niet tijdig wordt uitgevoerd. De op te leggen dwangsom moet voldoende hoog zijn om de overtreding te beëindigen. Een last onder dwangsom kan alleen worden opgelegd als hiervoor een wettelijke bevoegdheid bestaat.
Het opleggen van een last onder dwangsom gebeurt volgens zorgvuldig te volgen stappen. In het algemeen worden de volgende stappen doorlopen:
1Bestuurlijke waarschuwing, dat wil zeggen: het bekend maken van het voornemen om een last onder dwangsom op te leggen met een hersteltermijn plus de termijn om zienswijzen bekend te maken. Indien niet tijdig hersteld:
2Sanctiebeschikking, dat wil zeggen: het opleggen van een last onder dwangsom met een hersteltermijn. Indien niet tijdig hersteld:
3Verbeuren en innen dwangsom.
29.6Last onder bestuursdwang – LOB
Een last onder bestuursdwang is een op herstel gerichte interventie voor het ongedaan maken van een overtreding waarbij de handhavinginstantie, wanneer de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd, op kosten van de overtreder, een overtreding beëindigt door zelf daadwerkelijk in te (laten) grijpen. Een last onder bestuursdwang kan alleen worden toegepast als hiervoor een wettelijke bevoegdheid bestaat.
Voor de last onder bestuursdwang gelden dezelfde zorgvuldig te doorlopen stappen als voor de last onder dwangsom. Ook hier kan, bijvoorbeeld in spoedeisende situaties, van deze stappen worden afgeweken:
1Bestuurlijke waarschuwing, dat wil zeggen: het bekend maken van het voornemen om een last onder bestuursdwang op te leggen met een hersteltermijn plus de termijn om zienswijzen bekend te maken. Indien niet tijdig hersteld:
2Sanctiebeschikking, dat wil zeggen: het opleggen van een last onder bestuursdwang met een hersteltermijn. Indien niet tijdig hersteld:
3Uitvoeren bestuursdwang.
In spoedeisende situaties en bij ernstige overtredingen is de last onder bestuursdwang de meest geschikte bestuursrechtelijke interventie. De handhavinginstantie kan verzoeken om onmiddellijke beëindiging van de overtreding. Als blijkt dat de normadressaat niet bereid is aan dit verzoek te voldoen, kan de handhavinginstantie zelf en in spoedeisende gevallen zonder voorafgaande last feitelijk optreden. Wel moet de handhavinginstantie zo spoedig mogelijk nadien alsnog een formele sanctiebeschikking uitvaardigen.
29.7Tijdelijk stilleggen
Tijdelijk stilleggen betekent dat activiteiten of voertuigen als gevolg van de overtreding tijdelijk worden stilgelegd, tot de overtreding is hersteld en van naleving sprake is. Er kan aanleiding zijn om bij tijdelijk stilleggen beleid en/of politiek te informeren. Tijdelijk stilleggen kan onder de LOB vallen.
Bestuursrecht bestraffend
29.8Bestuurlijke boete
Een bestuurlijke boete is een bestuurlijke bestraffende sanctie die door een daartoe bevoegde overheidsdienst zonder tussenkomst van het OM of een rechter kan worden opgelegd. Het CJIB verzorgt de inning en incasso van bestuurlijke boetes van diverse overheidsdiensten, waaronder de NVWA, de Inspectie SZW en de Inspectie Leefomgeving en Transport.
Een bestuurlijke boete houdt de onvoorwaardelijke verplichting in tot betaling van een geldsom en kan naast een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang worden opgelegd. Het opstellen van het boeterapport gebeurt door de toezichthouder/handhaver, maar de kennisgeving, beschikking en inning gebeuren door het boetebureau (o.a. CJIB). De maxima en bandbreedtes van boetebedragen zijn veelal vastgelegd in de wetgeving. Een belangrijk verschil met de BSBm is dat bezwaar en beroep bij het bestuursorgaan dienen te worden aangetekend, terwijl de normadressaat tegen de BSBm in verzet kan komen bij het OM.
29.9Schorsen of intrekken vergunning, certificaat of erkenning
Als de normadressaat houder is van een begunstigend besluit (vergunning of ontheffing), dan kan het geheel of gedeeltelijk intrekken van dat besluit een passende interventie zijn. Deze interventie is met name passend als de normadressaat niet in actie komt naar aanleiding van eerdere correctieve interventies, zoals een last onder dwangsom. Het geheel of gedeeltelijk intrekken van een begunstigend besluit is een vergaande interventie die zorgvuldig moet worden voorbereid.
29.10Exploitatieverbod, sluiting
Voor niet vergunningplichtige normadressaten bestaat de mogelijkheid op basis van de Fraudewet om het bedrijf te sluiten of de exploitatie ervan te verbieden. Ook dit zijn vergaande interventies die zorgvuldig moeten worden voorbereid en waarbij het informeren van beleid en politiek noodzakelijk is.
Strafrecht
29.11Bestuurlijke strafbeschikking milieu – BSBm
De bestuurlijke strafbeschikking milieu is een op het strafrecht (artikel 257ba Wetboek van Strafvordering) gebaseerde interventie die daartoe bevoegde handhavinginstanties zonder
tussenkomst van het OM kunnen opleggen. Voor feiten uit het zogenoemde ‘Feitenboekje Bestuurlijke Strafbeschikking Milieu- en Keurfeiten’ wordt een combibon uitgeschreven (geldboete) die ter afdoening wordt gezonden aan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). De BSBm kan los van (óf óf), parallel met (én én) of volgtijdelijk aan (eerst…dan…) op herstel gerichte interventies worden ingezet.
De BSBm is bedoeld voor relatief eenvoudige overtredingen, waarbij er over de schuldvraag geen twijfel bestaat. De ‘Richtlijn bestuurlijke strafbeschikkingbevoegdheid milieu- en keurfeiten’ geeft in paragraaf 2.7 de beleidsvrijheid binnen gestelde grenzen aan en in paragraaf 2.8 de contra-indicaties voor het uitvaardigen van een BSBm. Als geen BSBm kan worden uitgevaardigd is in veel gevallen overleg met het OM noodzakelijk.
29.12Proces-verbaal (PV)
BOA’s die een strafbaar feit vermoeden of constateren, kunnen een PV opmaken. Dit optreden valt onder het strafrechtelijk optreden dat in deze landelijke handhavingstrategie is geregeld. Een PV is de basis voor het verdere optreden van het OM dat kan leiden tot sancties als: een geldboete, een werkstraf, een gevangenisstraf, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, publicatie van het vonnis, stillegging van de onderneming en verbeurdverklaring.
Bijlage K
BIJLAGE Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen
Een bestuursorgaan komt bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom en het maximum van het te verbeuren bedrag een ruime mate van beleidsvrijheid toe. De hoogte van de dwangsom kan en moet op de ernst van de overtreding worden afgestemd (evenredigheid) en tot doel hebben de overtreding tegen te gaan of te voorkomen (effectiviteit). (art. 5:32 Awb).
Het bestuursorgaan stelt op grond van artikel 5.32b een bedrag vast waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd, waarbij de bedragen in redelijke verhouding dienen te staan tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom.
Deze leidraad biedt handhavers enig houvast bij het bepalen van de hoogte van een dwangsom en het maximum te verbeuren bedrag. Deze leidraad is niet uitputtend bedoeld maar bevat enkel voorbeelden. Het bestuursorgaan dient altijd zelf een deugdelijke motivering over de hoogte van de gekozen bedragen in het besluit op te nemen. De dwangsom dient voldoende prikkelend te werken, zodanig dat de overtreder de overtreding zal beëindigen. Bovendien mag de dwangsom niet zodanig hoog zijn dat deze als straf kan worden gezien.
Verlagende en verhogende factoren
Bij de hoogte van de dwangsommen in deze leidraad, moet rekening gehouden worden met de omvang van de onderneming en inrichting, omvang en ernst van de milieuschade, mate van overlast en de vereiste investeringen.
Gekeken kan worden o.a. naar de rechtsvorm, kapitaal, draagkracht, het aantal werknemers, de omzet en de winst van de onderneming. Voor de kleinere bedrijven kunnen genoemde bedragen verlaagd worden en voor de grote inrichtingen verhoogd. De hoogte van de gekozen bedragen en het maximum te verbeuren bedrag dienen tot doel te hebben de overtreding tegen te gaan of te voorkomen, reparatoir te zijn. Een maximum te verbeuren bedrag van bijvoorbeeld 10x (mag ook 25 x) is gekozen omdat de overtreding waarvoor de dwangsom wordt verbeurd wel telkens geconstateerd moet worden. De dwangsom mag niet het karakter van een straf krijgen, mag dus niet punitief zijn.
Ook de begunstigingstermijn kan verlengd of verkort worden. Uitgangspunt is hoeveel tijd nodig is om de overtreding te beëindigen (ABRvS 200904625/1). Daarbij geldt dat deze niet wezenlijk langer mag worden gesteld dan noodzakelijk om de overtreding te kunnen opheffen (ECLI:NL:RBMNE:2013:3750) en niet zo (onredelijk) lang het op gedogen gaat lijken (ABRvS 200405659/1 en ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ9264).
Een en ander kan bijvoorbeeld afhankelijk zijn van derden (beschikbaarheid of levertijd van leveranciers e.d.).
Wanneer het niet mogelijk is de overtreding onmiddellijk te beëindigen schrijft de Raad van State een 'redelijke' termijn voor. In een uitspraak van de ABRvS 4 september 2002, nr. 200101199/1 werd een begunstigingstermijn van 17 uur redelijk geacht omdat de ondernemer in een vergelijkbare situatie al eerder binnen korte termijn een situatie had aangepast. Korte begunstigingstermijn zie ook: 201111981/1/A4 en ECLI:NL:RBSGR:2012:BX8539.
Na het verlopen van de begunstigingstermijn wordt de beschikking effectief werkend. Als niet is voldaan aan het gestelde in de dwangsombeschikking verbeurt de overtreder rechtens de opgelegde dwangsom.
Betaling van de dwangsom dient binnen 6 weken nadat deze van rechtswege is verbeurd (de overtreding is geconstateerd) plaats te vinden (art. 5.33 Awb).
Alvorens aan te manen tot betaling van de dwangsom, beslist het bestuursorgaan bij beschikking omtrent de invordering van een dwangsom. (art 5.37 Awb)
De bevoegdheid tot invordering van verbeurde bedragen verjaart een jaar na de dag waarop het bedrag is verbeurd (art. 5.35 Awb). Invordering zou de norm moeten zijn.
Verbeurde dwangsommen komen toe aan de rechtspersoon waartoe het bestuursorgaan dat de dwangsom heeft opgelegd, behoort.
Mocht de overtreding niet ongedaan zijn gemaakt, of verdere overtreding dan wel herhaling niet kunnen worden voorkomen dan is de prikkel mogelijk onvoldoende geweest en mogelijk de hoogte van de dwangsom te laag gekozen. Er is dan een mogelijkheid na het bereiken van het maximum een nieuwe (hogere) last onder dwangsom op te leggen. Ook de hoogte van deze hogere dwangsom dient door het bestuursorgaan te worden gemotiveerd. Dat kan vaak al vrij simpel door aan te geven dat uit ….. omstandigheden is gebleken dat de eerder opgelegde en verbeurde dwangsombedragen niet hebben geleid tot het beëindigen van genoemde ….
De eerder verbeurde dwangsommen blijven natuurlijk wel verschuldigd (als binnen een jaar na de dag waarop het bedrag is verbeurd de invordering is aangevangen)
Let op de kernbepalingen
Kernbepalingen zijn die bepalingen die binnen het besluit, de regeling of vergunning waarvan zij deel uitmaken, de kern vormen van de bescherming van de belangen waartoe die regeling of vergunning strekt.
Het Openbaar Ministerie (OM) meent dat het strafrecht in hoofdzaak dient te worden ingezet bij overtredingen van kernbepalingen binnen het milieurecht. Dat houdt in dat vaak naast het bestuursrecht ook strafrecht ingezet zal worden door een pv op te maken!
Zie de aanwijzing handhaving milieurecht OM:
http://www.om.nl/organisatie/beleidsregels/overzicht/milieu/@151355/aanwijzing_2/
Milieucompartiment
Vergunning overtreding
Kwalificatie
Sanctie
Hoogte dwangsom
Begunstigingstermijn
BODEM
Keuring tank niet (op tijd) uitgevoerd
Licht
Dwangsom
€350 p.w. max. 10X
2weken
Geen vloeistofdichte vloer of (lek)bak aanwezig
Matig
Dwangsom
€1750 p.w. max. 10X (evt. bedrag per m²)
1-3
maanden
Vloer of (lek)bak niet bestand tegen chemische inwerking van stof
Matig
Dwangsom
€1750 p.w.. max. 10 X
1-3
maanden
Vloer niet gekeurd
Matig
Dwangsom
€1750 p.w.. max. 10 X
1-3 maanden
Stoffen in bodem brengen vervuilend en spoed vereist
Ernstig
PV +
Bestuurs- dwang
NVT
1week
Vloer aangelegd door een niet erkende instelling
Licht
Dwangsom
€1000 p.w.. max. 10 X
1-3 maanden
Keuring vloer door een niet erkende instelling
Licht
Dwangsom
€1000 p.w.. max. 10 X
1-3 maanden
Geen hemelwater bescherming of gecontroleerde afvoer aanwezig
Matig
Dwangsom
€1750 p.w.. max. 10 X
1-3 maanden
Lekbak onvoldoende gedimensioneerd in relatie op opslag
Matig
Dwangsom
€1750 p.w.. max. 10 X
1-3 maanden
Stoffen in bodem brengen
niet of nauwelijks vervuilend, niet spoedeisend
Licht
Zelf laten verwijderen +
Dwangsom
€500 p.o. max 10 x
1-3 maanden
Lekke leidingen veroorzaken bodemvervuiling, spoedeisend
Ernstig
PV+
Bestuurs- dwang
NVT
1week
Geen vloeistofdichte vloer rondom afleverzuil
Matig
Dwangsom
€1000 p.w. max. 10 x
1maand
Milieucompartiment
Vergunning overtreding
Kwalificatie
Sanctie
Hoogte dwangsom
Begunstigingstermijn
Geen certificaat vloer
Licht
Dwangsom
€500 p.w. max. 10 x
1maand
Vaatwerk / Accu’s niet in lekbakken
Licht
Dwangsom
€500 p.o. max 10 x
1maand
Tank niet tegen aanrijden beschermd
Licht
Dwangsom
€1000 p.w. max 10 x
1maand
Ondergrondse tank niet gesaneerd
Matig
Dwangsom
€2500 p.w. max 10 x
3maanden
Tank niet boven lekbak
Matig
Dwangsom
€1000 p.w. max 10 x
2maanden
Opslag vaste mest niet op mestdichte plaat
Licht
Dwangsom
€500 p.w. max 10 x
3maanden
Water/sludge controle niet uitgevoerd
Matig
Dwangsom
€500 p.o. max. 10 x
1maand
PGS 30 overtreden
Matig
Dwangsom
€1750 p.w. max. 10 x
1maand
Geen
Grondwatermonitoring
Matig
Dwangsom
€1750 p.w. max. 10 x
1maand
Maatwerkvoorschrift niet naleven
Matig
Dwansom
€1750 p.w. max. 10 x
Situationeel
Verkennend bodemonderzoek niet uitgevoerd
Matig
Dwangsom
€1000 p.w. max. 10 x
1maand
Nul- en eindsituatie niet uitgevoerd
Matig
Dwangsom
€1750 p.w. max. 10 x
3maanden
Onvoldoende toezicht en instructies
Matig
Dwangsom
€1750 p.w. max. 10 x
1week
Het niet of onvoldoende uitvoeren van
beheermaatregelen in de bedrijfsvoering
Matig -Ernstig
PV +Dwangsom
(evt.
Bestuurs-
Dwang)
€1750 p.w. max. 10 x
1week
Financiële zekerheid
Matig
Dwangsom
€1750 p.w. max. 10 x
1maand
nieuw geval van bodemverontreiniging ikv zorgplicht Wbb niet gemeld
Matig
Dwangsom
€1750 p.w. max. 10 x
1maand
LUCHT
Overschrijding emissie eisen
Zwaar
Dwangsom
€2500 p.d. max. €50.000
2weken
Metingen niet correct Uitgevoerd
Licht
Dwangsom
€250 p.d. max. 10 X
1maand
Gasafvoer niet
conform BEES
Matig
Dwangsom
€1750 p.w. max. 10 X
1maand
Schoorsteen niet op hoogte
Matig
Dwangsom
€1750 p.w. max. 10 X
1-3
maanden
Onderzoek
emissiebeperkingen niet uitgevoerd
Matig
Dwangsom
€1750 p.w. max. 10 X
1-3
maanden
Voorschriften stankhinder niet naleven / geuroverlast veroorzaken
Matig
Dwangsom
€1750 p.w. max. 10 X
1maand
Milieucompartiment
Vergunning overtreding
Kwalificatie
Sanctie
Hoogte dwangsom
Begunstigingstermijn
Stofoverlast
Veroorzaken (oa door ontbreken stoffilter)
Matig
Dwangsom
€500 p.o. max. €25000
1-3
maanden
Ontbreken filter installatie
Matig
Dwangsom
€1750 p.w. max. 10 X €17500
1-3
maanden
Ontbreken dampretour stage II
Matig
Dwangsom
€1000 p.w. max 10 x
2maanden
Ontbreken
ontgeuringsinstallatie
Matig
Dwangsom
€1000 p.w. max 10 x
2maanden
Maatwerkvoorschrift
Matig
Dwangsom
€1750 p.w. max. 10 x
Situationeel
Ontbreken CFK logboek
Dwangsom
€250 p.w. max 10 x
1maand
WATER
Lozen afvalwater zonder of i.s.m. vergunning
Ernstig
PV
Bestuurs- dwang
NVT
1dag
Lozen afvalwater zonder of ism vergunning
Matig
PV
Bestuursdwang
NVT
1week
Olie/water/ vetscheider niet (tijdig) legen
Matig
Dwangsom
€500 p.w. max. 10 X
1week
Niet meten of niet aanleveren van de analyses
Matig
Dwangsom
€500 p.o. max. €50.000
1maand
Monstervoorziening niet aanwezig
Matig
Dwangsom
€1750 p.w. max. 10 X
1maand
Overschrijding eisen emissie (parameter afhankelijk)
Matig
Dwangsom
€500 p.o. max. €50.000
2weken
Overschrijding metaalgehalte per metaal:
Tot 25 mg/liter afvalwater
>25-50
>50-100
>100-200
>200
Licht
Matig
Ernstig
Ernstig
Dwangsom
€750
€1500
€2000
€2500 €3000 p.o max. 10 X
situationeel
Overtreding administratief voorschrift
Matig
Dwangsom
€250 p.d. max. 10 X
2weken
Niet melden calamiteiten / ongewone voorvallen
Matig
Dwangsom
€2500 p.o. max. 10 X
1dag na plaatsvinden calamiteit/ongeval
Geen melding Bbk en Lozingenbesluit vaste objecten
Matig
Dwangsom
€1000 p.d. max. 10 X
1dag na start
werkzaamheden
Overtreding maatwerkvoorschrift
Matig
Dwangsom
€1750 p.w. max. 10 x
situationeel
Illegale
grondwateronttrekking (Gww) (vergunbaar)
Matig
PV
NVT
1dag
Grondwateronttrekking
Licht
Dwangsom
€2,50 p. m³
1week
Grondwateronttrekking
Matig
Dwangsom
€2,50 p. m³
1week
Grondwateronttrekking
Ernstig
PV
Bestuurs-
Dwang
NVT
1dag
Milieucompartiment
Vergunning overtreding
Kwalificatie
Sanctie
Hoogte dwangsom
Begunstigingstermijn
3.4 / 3.26 loz. besl buiten inri gewasbeschermings middelen
Matig
Dwangsom
€250 p.w. max. 10 X
1maand
3.4 / 3.26 loz. besl buiten inri gewasbeschermings middelen
Ernstig
Dwangsom
€500 p.w.
Max. 10 x
kort
3.4 / 3.26 loz. besl buiten inri gewasbeschermings Middelen
Ernstig
PV
NVT
1dag
GELUID EN TRILLINGEN
Overschrijding
Geluidsniveau
(incidenteel)
Matig
Dwangsom
€500 p.o. max. 10 x
1week
Overschrijding
Geluidsniveau
(structureel)
Matig
Dwangsom
€1000 p.d. max. 10 X
1week
Overlast, in werking buiten vergunde uren
Matig
Dwangsom
€1000 p.o. max. 10 X
1dag
Niet meten
Licht
Dwangsom
€150 p.d. max. 10 X
1maand
Voorzieningen
Niet aangebracht
Matig
Dwangsom
€1750 p.w. max. 10 X
1-3
maanden
Voorschriften
m.b.t. gedrag niet naleven
Matig
Dwangsom
€500 p.o. max. 10 X
1dag
Niet voldoen
Aan voorschriften
m.b.t. trilling
Matig
Dwangsom
€1750 p.w. max. 10 X
1-3
maanden
Maatwerkvoorschrift
Matig
Dwangsom
€1750 p.w. max. 10 x
situationeel
AFVAL
Opslag niet overeenkomstig voorschriften
Matig
Dwangsom
€500 p.o. max. 10 X
1-3
maanden
BA niet regelmatig afvoeren
Licht
Dwangsom
€500 p.o. max. 10 X
1-3
maanden
GA afval niet correct afvoeren
Matig
Dwangsom
€500 p.o. max. €50.000
1maand
Niet registreren verwijdering GA
Licht/Matig
Dwangsom
€1750 p.o. max. 10 X
1maand
Niet vergunde opslag BA
Matig
Dwangsom
€1750 p.w. max. 10 X
1maand
Niet vergunde opslag GA
Matig
Sluiting /
Dwangsom
€5000 p.w. max. 10 X
2weken
Verbranden afval
Matig
Pv/dwangsom
€500 – 2500 p.o.
max. 10 X
2weken
Niet scheiden
Matig
Dwangsom
€1000 p.o.
1maand
Zwerfafval
Licht
Dwangsom
250p.o.
1dag
Maatwerkvoorschrift
Matig
Dwangsom
€1750 p.w. max. 10 x
situationeel
Milieucompartiment
Vergunning overtreding
Kwalificatie
Sanctie
Hoogte dwangsom
Begunstigingstermijn
(EXTERNE)
VEILIGHEID
Geen blusmiddelen of onjuist / niet aangesloten
Ernstig
Dwangsom
€100 p.d. per overtreding max. 10 x
2weken
Keuring blusmiddelen
Niet juist
Matig
Dwangsom
€50 p.d. per overtreding max. 10 x
2weken
Opslag gev. stoffen niet Conform voorschriften
Matig
Dwangsom
€2500 p.w. max 10 x
1maand
Bordjes (roken en vuur verboden) ontbreken
Licht
Dwangsom
€100 p.d. per overtreding max. 10 x
2weken
Constructie onvoldoende Brandwerend
Matig
Dwangsom
€2500 p.w. max 10 x
1-3
maanden
Maatwerkvoorschrift
Matig
Dwangsom
€1750 p.w. max. 10 x
situationeel
RUIMTELIJKE
INRICHTING
EN BOUW
Illegale steiger aangebracht
Matig
Dwangsom
€50 p.w. per meter steiger max. 10 x
1maand
Illegale bebouwing kwalificatie licht
Licht
Dwangsom
€1000 p.w. max. 10 x
Min. 6 weken
Illegale bebouwing kwalificatie matig
Matig
Dwangsom
€1500 p.w. max. 10 x
Min. 6 weken
Illegale bebouwing kwalificatie ernstig
Ernstig
Dwangsom
€2000 p.w. max. 10 x
Min. 6 weken
Bouwen in afwijking van
de vergunning, kwalificatie licht
Licht
Dwangsom
€1000 p.w. max. 10 x
Min. 6 weken
Bouwen in afwijking van de vergunning, kwalificatie matig
Matig
Dwangsom
€1500 p.w. max. 10 x
Min. 6 weken
Bouwen in afwijking van de vergunning, kwalificatie ernstig
Ernsitig
Dwangsom
€2000 p.w. max. 10 x
Min. 6 weken
Illegaal terras
Matig
Dwangsom
€50 p.d. per m² overtreding max. 10 x
1week
Illegale standplaats
Matig
Dwangsom
€50 p.d. per m² per overtreding
max. 10 x
1week
reclamebord
Licht
Dwangsom
€250 p.d. per m² bord per overtreding max. 10 x
1week
Uitstalling bij winkel
Licht
Dwangsom
€50 p.d. per m² per overtreding max. 10 x
1week
Milieucompartiment
Vergunning overtreding
Kwalificatie
Sanctie
Hoogte dwangsom
Begunstigingstermijn
Gebruik gemeentegrond
Licht
Dwangsom
€50 p.w. per m² per overtreding
max. 10 x
1maand
Maatwerkvoorschrift
Matig
Dwangsom
€1750 p.w. max. 10 x
situationeel
ILLEGAAL GEBRUIK
Illegale bewoning (bij)gebouwen
Matig
Dwangsom
€1500 p.w. max. 10 x
Min. 6 weken
Overig Illegaal gebruik
Matig
Dwangsom
€1500 p.w. max. 10 x
Min. 6 weken
Permanente bewoning recreatiewoningen
Matig
Dwangsom
€1500 p.w. max. 10 x
Min. 6 weken
ALGEMEEN
Onveilige opstelling gasflessen
Matig
Dwangsom
€50 per fles
p.d. max. 10
x
1week
Keuringstermijn gasfles verlopen
Matig
Dwangsom
€100 p.fles. p.w.
max 10 x
Niet melden van calamiteiten/ meldingen ongewone voorvallen (H17 Wm)
Matig
Dwangsom/pv
€2500 p.o. max 10 x
1dag
Parkeervoorschriften niet naleven
Licht
Dwangsom
€250 p.o. max 10 x
1dag
Niet indienen of tijdig indienen van rapporten (geluids-, mjv en dergelijke)
Matig
Dwangsom
€500 p.d max. € 12500
1week
Wijzigingen t.a.v. vergunning niet gemeld
Matig
Dwangsom
€250 p.d. max. €1250
1maand
Inrichting niet schoon
Licht
Dwangsom
€500 p.w. max 10 x
1week tot max. 1 maand
Losplaats onvoldoende gemarkeerd
Licht
Dwangsom
€250 p.k. max. 10x
1maand
Verbranden afval binnen de inrichting
Matig
Dwangsom
€500- 2500 p.o.
max 10 x
1dag
Niet voldoen aan onderhoud/controle stookinstallatie
Licht
Dwangsom
250p.w. max. 10x
1maand
Geen doeltreffende maatregelen tegen ongedierte
Licht
Dwangsom
€250 p.o. max 10 x
1week
Afleveren vuurwerk aan personen jonger dan 16 jr.
Matig
Dwangsom
€500 p.o. max 10 x
1dag
In werking zonder vergunning, geen aanvraag maar geen opzet
Matig
Dwangsom (aangeven aanvraag doen)
€1.000 p.d. max.
€50.000
2maanden
In werking zonder vergunning, geen aanvraag en ook geen aanvraag wil doen
Ernstig
Sluiting of reparatoir optreden OM
NVT
Milieucompartiment
Vergunning overtreding
Kwalificatie
Sanctie
Hoogte dwangsom
Begunstigingstermijn
Mestbassin niet overeenkomstig de bouwtechnische richtlijnen
Matig
Dwangsom
€2500 p.w. max 10 x
1-3 maanden
In werking zonder vergunning met aanvraag nog niet van kracht
Matig
Evt. gedoogbeschikking1
NVT
ENERGIE
Energiebesparende maatregel niet realiseren
Matig
Dwangsom
Per maatregel €250 p.w. max. 10 x
3-6 maanden
Energiebesparende
maatregel uit bijl. 10 NIET realiseren
Matig/ernstig
Dwangsom
Per maatregel €500 p.w.
Max 10x
3-6 maanden
Doelmatig Beheer en Onderhoud (DBO, voorheen good housekeeping maatregelen) NIET uitvoeren
Matig
Dwangsom
Per maatregel €250 p.w. max. 10 x
1-3 maanden
ALGEMEEN
Cumulatie
Cumulatie van meerdere overtredingen in aantal van 4-6
Matig
Dwangsom
€ 10.000
p.w. max. 10x
nvt
Groene wetgeving
Na illegaal kappen niet herplanten
Matig
Dwangsom
€750 p.w. max. 10x
1week
N.B.
Let er op dat u het aantal malen dat de dwangsom wordt verbeurd niet te groot neemt.
Uw bestuur heeft gemotiveerd voor een bepaalde termijn en een maximum te verbeuren totaalbedrag gekozen. Als dat 50 of meer maal wordt verbeurd, wordt daarmee impliciet aangegeven dat kennelijk óf niet voor de juiste termijn is gekozen óf dat het bestuur het niet ernstig genoeg heeft gevonden om handhavend op te treden.
Het is te adviseren om het bestuur bij het nemen van het besluit tot het opleggen van bestuursdwang, meteen ook het besluit tot het starten van de incasso van de te verbeuren dwangsommen voor te leggen.
Afkortingen
betekenissen
BA
Bedrijfsafval
GA
Gevaarlijk afval
Lotv
Lozingenbesluit open teelt en veehouderij
p.d
per dag (niet per werkdag)
p.o.
per overschrijding / per overtreding
p.w.
per week
p.m.
Per maand
Wm /
Activbesl
Wet milieubeheer / Activiteitenbesluit