Aanhef
De Gemeenteraad van de gemeente Culemborg;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 november 2025;
gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 225 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
“Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelasting 2026”
Artikel 1 Definities
Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
-autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan een huishouden;
-centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Culemborg een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een mobiele telefoon of webbrowser;
-houder: degene op wiens naam het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden kentekenregister,;
-motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990;
-parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;
-parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor parkeren: en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
-vergunning: een door of namens het college van burgemeester en wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen
Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam parkeerbelasting worden de volgende belastingen geheven:
a.een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op en bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen, plaats, tijdstip en wijze;
b.een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.
Artikel 3 Belastingplicht
1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.
2Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd, wordt mede aangemerkt:
a.degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;
b.zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat:
1eals een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overlegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd;
2eals blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.
3De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, van dit artikel als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig gebruik heeft gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
4De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.
Artikel 4 Vrijstelling
De belasting wordt niet geheven ter zake van:
1motorvoertuigen voorzien van een geldige Europese gehandicaptenparkeerkaart, mits deze parkeerkaart met de daartoe bestemde zijde op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats direct achter de voorruit van het motorvoertuig is geplaatst;
2motorvoertuigen van huisartsen en verloskundigen die visites maken, mits deze motorvoertuigen als zodanig herkenbaar zijn;
3ambulances, motorvoertuigen van politie en brandweer voor zover deze motorvoertuigen voor het uitoefenen van de dienst worden gebruikt, mits deze motorvoertuigen als zodanig herkenbaar zijn.
Artikel 5 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak
De maatstaf van heffing en het belastingtarief zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel. De belastingtijdvakken zijn vermeld in het vigerende Aanwijzingsbesluit betaald- en vergunninghoudersparkeerplaatsen Culemborg.
Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld
1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur dat geschiedt door het inloggen op de centrale computer via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel.
2De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
Artikel 7 Wijze van heffing
1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.
2De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.
3Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de vergunning geldt worden opgegeven.
Artikel 8 Termijnen van betaling
1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.
2In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het eind van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.
3De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
4Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Artikel 9 Ontheffing van parkeerbelasting
1Ontheffing van parkeerbelasting wordt uitsluitend op schriftelijke aanvraag verleend.
2Indien een vergunning wordt ingetrokken of vervalt, wordt op aanvraag ontheffing van parkeerbelasting verleend over de nog niet ingetrokken volle maanden waarop de vergunning betrekking heeft.
3Indien als gevolg van maatregelen getroffen door of met instemming van het college van burgemeester en wethouders de vergunninghouder over een gedeelte van het tijdvak waarvoor de vergunning geldt, geen gebruik kan maken van de vergunning, wordt de ontheffing van parkeerbelasting verleend over het aantal volle maanden gedurende welke dat niet mogelijk is geweest.
4Indien voor een motorvoertuig parkeerbelasting als genoemd in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel naar een jaartarief is geheven en aannemelijk is dat niet of slechts gedurende een gedeelte van de desbetreffende periode van de parkeermogelijkheid gebruik kan worden gemaakt, wordt op aanvraag ontheffing van parkeerbelasting verleend. Het bedrag van de ontheffing wordt berekend door bij het jaartarief het aantal verstreken en aangevangen maanden tegen het maandtarief daarop in mindering te brengen.
5Ontheffing van parkeerbelasting wordt niet verleend indien het bedrag daarvan minder zou bedragen dan 2 maal 1/12 deel van het voor de betreffende vergunning geldende jaarbedrag.
Artikel 10 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen
De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd, geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.
Artikel 11 Kosten
De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 82,00.
Artikel 12 Kwijtschelding
Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 13 Overgangsrecht
De “Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2025” vastgesteld op 12 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 14 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 15 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening parkeerbelasting 2026”.
Bijlage: Tarieventabel parkeerbelastingen 2026 conform artikel 5.
Tarieventabel horend bij de Verordening Parkeerbelastingen 2026 Culemborg
De tarieven voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Verordening Parkeerbelastingen 2026 Culemborg bedragen:
Tariefsoort
Tarief
Locaties
Starttarief (minimum inworp/ betaling)
€ 0,30 euro
Alle parkeerapparatuur plaatsen in Culemborg*
Uurtarief
€ 1,60 euro
Dagkaart
€ 4,40**
Het Voorburg, Jodenkerkstraat (ook wel ‘Abdij’, gelegen bij het stadskantoor), Lange Meent &
Sint Janskerkhof
De tarieven voor parkeervergunningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Verordening Parkeerbelastingen 2025 Culemborg bedragen:
Type parkeervergunning
Tarief vanaf
01-01-2026
Informatie
Eerste bewonersvergunning
€ 66,75
Gelieerd aan categorie I. uit de Parkeerverordening 2025
Tweede bewonersvergunning
€ 128,00
Gelieerd aan categorie I. uit de Parkeerverordening 2025
Bedrijfsvergunning
jaar
€ 462,00
Gelieerd aan categorie II. uit de Parkeerverordening 2025
Bedrijfsvergunning maand
€ 79,60
Gelieerd aan categorie II. uit de Parkeerverordening 2025
Functionele vergunning jaar
€ 236,00
Gelieerd aan categorie III. uit de Parkeerverordening 2025
Functionele vergunning
Maand
€ 43.65
Gelieerd aan categorie III. uit de Parkeerverordening 2025
Mantelzorg vergunning
€ 84,75
Gelieerd aan categorie III. uit de Parkeerverordening 2025
Autodatevergunning
€ 236,00
Gelieerd aan categorie IV. uit de Parkeerverordening 2025
Bezoekersvergunning
€ 0,25 per uur
Gelieerd aan categorie V. uit de Parkeerverordening 2025
Door bewoners aan te vragen, om hun bezoek te laten parkeren, voor een gereduceerd tarief.
* zie vigerend Aanwijzingsbesluit betaald- en vergunninghouder parkeren Culemborg
** afhankelijk van het moment van aankoop is dit het maximum dagtarief
Behorende bij het raadsbesluit van 11 december 2025
De griffier
D. van der Harst
Kosten naheffingsaanslagen Culemborg 2026 onderbouwing geraamd
Fcl.
Ecl.
Bedrag excl. BTW
BTW
Bedrag incl. BTW
Bedrag incl. BTW
A.
Vaste informatieverwerkingskosten
Verzenden van naheffingsaanslagen - o.a. checken RDW gegevens
6063100
35100
€ -
€ -
€ -
€ -
0%
Beheer en onderhoud parkeersysteem (contract beheer en onderhoud excl beheersysteemkosten) Taxameter
6220100
38510
€ 27.600
€ 5.796
€ 33.396
€ 33.396
100%
Beheer en onderhoud parkeersysteem (beheersysteemkosten) Taxameter
6220100
38510
€ 5.000
€ 1.050
€ 6.050
€ 4.538
75%
€ 32.600
€ 6.846
€ 39.446
€ 37.934
Kosten Brinks (muntgeldlediging)
6220100
38400
€ 3.300
€ 693
€ 3.993
€ 3.993
100%
Kosten pintransacties (TMC debetkaart)
6220100
38400
€ 6.200
€ 1.302
€ 7.502
€ 5.627
75%
B
Variabele verwerkingskosten
transactiekosten SHPV en verrekening betalingskorting
6220100
38400
€ 10.900
€ 2.289
€ 13.189
€ 9.892
75%
extra kosten onderhoud die buiten ovk vallen
6220100
38400
€ 500
€ 105
€ 605
€ 605
100%
Invordering naheffingsaanslagen Tobias
6220100
38400
€ 1.250
€ 263
€ 1.513
€ 1.513
100%
€ 22.150
€ 4.652
€ 26.802
€ 21.629
B.
Kosten van afschrijving
Afschrijvingen (E-loket vergunningsysteem, kaartlezer, renovatie parkeerautomaten)
6220100
73000
€ 16.800
€ 3.528
€ 20.328
€ 10.164
50%
Afschrijvingen (herinrichting autoluwe binnenstad)
6220130
73000
€ 15.941
€ 3.348
€ 19.289
€ -
0%
€ 32.741
€ 6.876
€ 39.617
€ 10.164
C.
Kosten van interest
Toegerekende rentekosten (exl gronden)
6220100
74000
€ 1.256
€ -
€ 1.256
€ 628
50%
Toegerekende rente parkeerautomaten dienstbaar aan controle proces - 50%
6220130
74000
€ 638
€ 638
€ 319
50%
€ 1.894
€ -
€ 1.894
€ 947
D.
Personeelskosten
AVRI (parkeercontroleurs) - uren handhaving parkeercontrole
6220100
38420
€ 59.500
€ 12.495
€ 71.995
€ 71.995
100%
parkeercoordinatie irt hanhaving betaald parkeren
6220100
38420
€ 2.400
€ 504
€ 2.904
€ 2.904
100%
€ -
€ -
€ -
€ -
0%
€ 61.900
€ 12.999
€ 74.899
€ 74.899
E.
Overhead max. personeelskosten
Telefonie en publiekszaken: kosten balie en kcc Culemborg parkeren, groot deel over boetes naheff
6040435
11000
€ 10.000
€ -
€ 10.000
€ 5.000
50%
Administratie en accountantscontrole (uren, systemen)
6040
€ 5.000
€ 5.000
€ 5.000
€ 2.500
50%
Kosten gemeente overhead (oa contractbeheer, kosten monitoring rapportages contractmanagement) schatting:
6040
€ 10.000
€ -
€ 10.000
€ 5.000
50%
Overheadkosten, inclusief bvowb
€ 25.000
€ 5.000
€ 25.000
€ 12.500
F.
Oninbare baten naheffingsaanslagen
Oninbare vorderingen
Geraamde inkomsten 2026
€ 75.000
€ -
€ -
€ -
€ -
% oninbaar
0,00%
€ -
€ -
€ -
€ -
€ 176.285
€ 36.372
€ 207.657
€ 158.072
Gemiddeld aantal naheffingsaanslagen
1.000
Kosten per naheffingsaanslag
€ 158
Tarief 2026
82
Kostendekking
52%
Lasten totaal
€ 158.072
Baten Totaal
€ 75.000
Percentage kostendekking
47%