Gemeentelijke regelgeving

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Culemborg houdende regels omtrent Standplaatsenbeleid 2020

Gemeente Culemborg · geldt sinds 2 december 2020

3. Juridisch kader

3.1 APV

-Artikel 1:6 APV Intrekkingsgronden

Op het moment dat een vergunning verstrekt is, kan deze op grond van de in dit artikel genoemde gronden worden ingetrokken.

-Artikel 1:7 Duur vergunning

In dit artikel staat dat vergunningen voor onbepaalde tijd te worden verleend. Hier zijn echter uitzonderingen op. Bij beleidsregels en naar aanleiding van jurisprudentie

3ECLI:NL:RVS:2017:994

mag het college geen nieuwe standplaatsvergunningen meer voor onbepaalde tijd verlenen, aangezien dat een oneerlijk voordeel oplevert voor de vergunninghouder.

-Artikel 5:17 Definitie

In dit artikel wordt de een definitie van een standplaats gegeven. Onder een standplaats wordt verstaan: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de open lucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Hier onder vallen geen vaste plaatsen op een jaarmarkt of markt en vallen niet de kraampjes op een evenement. Deze vallen onder andere bepalingen in de APV.

-Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden

Dit artikel stelt dat het verboden is een standplaats in te nemen of te hebben zonder vergunning van het college. Het college weigert de vergunning bijvoorbeeld als er sprake is van strijd met een geldend bestemmingsplan of in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of de bescherming van het milieu. Aan de vergunning kunnen op grond van artikel 1:4 van de APV aanvullende voorschriften worden verbonden.

-Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende

Ook op privaatrechtelijk terrein mag pas een standplaats ingenomen worden als het college een vergunning heeft verleend.

-Artikel 5:20 Afbakening

De APV niet geldt voor zover het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door onder andere de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Woningwet of de Wegenverordening Gelderland.

3.2 Overige regelgeving

Naast de APV zijn er ook andere regels van toepassing op standplaatsen. Deze stellen vanuit andere motieven eisen aan standplaatsen. Voorbeelden hiervan zijn:

-Wet ruimtelijke ordening

De Wet ruimtelijke ordening geeft de gemeente een aantal instrumenten om gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van gronden binnen de gemeente te regelen. Het belangrijkste instrument daartoe is vooralsnog (tot 1 januari 2021) het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is gericht op verwezenlijking van het ruimtelijk beleid en heeft daarmee een ander doel dan de APV.

-Omgevingswet

De nog in werking te treden Omgevingswet (naar verwachting op 1 januari 2021) bundelt en moderniseert in één wet alle wetten voor de leefomgeving. Met invoering van de Omgevingswet zullen de verschillende bestemmingsplannen, regels uit gemeentelijke verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving en de ‘bruidsschat’ (door het rijk overgehevelde regelgeving) in één omgevingsplan worden vormgegeven. Het omgevingsplan zal, net als de hiervoor genoemde bestemmingsplannen, gericht zijn op de verwezenlijking van het ruimtelijk beleid.

-Warenwet

Op het drijven van handel in waren (waaronder etenswaren) is de Warenwet van toepassing. De Warenwet stelt regels met betrekking tot de hygiëne en degelijkheid van producten. Het toezicht op de naleving van de bepalingen van de Warenwet wordt uitgevoerd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. De voorschriften die uit de Warenwet voortvloeien gelden naast de voorschriften die door het college gesteld kunnen worden op basis van een standplaatsvergunning.

-Wet milieubeheer

De Wet milieubeheer stelt vanuit het oogpunt van het milieu diverse regels aan inrichtingen. In bepaalde gevallen kunnen standplaatsen worden aangemerkt als een inrichting, bijvoorbeeld bij de verkoop van gebakken vis / snacks vanaf een vaste standplaats die enkele dagen per week in bedrijf is. Op dergelijke inrichtingen zijn dan de regels uit het aan de Wet milieubeheer vasthangende Activiteitenbesluit van toepassing.

-Legesverordening

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een standplaatsvergunning zijn legeskosten verschuldigd. De tarieven daarvoor staan vermeld in de Legesverordening.

5. Beleidsregels vanaf 2020

5.1 Weigeringsgronden APV

Zoals aangegeven in het juridisch kader zijn er een aantal weigeringsgronden opgenomen in de APV, artikel 5:18. Dit zijn weigeringsgronden:

a.in het belang van de openbare orde;

b.in het belang van de openbare veiligheid;

c.in het belang van de volksgezondheid;

d.in het belang van de bescherming van het milieu;

e.het niet voldoen aan redelijke eisen van welstand.

Hieronder worden de afzonderlijke weigeringsgronden besproken.

Ad. a t/m d Openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid en bescherming van het milieu

Het begrip openbare orde is een breed begrip en omvat in ieder geval de bescherming tegen een werkelijke en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving. Daarnaast kan het gaan om onderwerpen in verband met de menselijke waardigheid, de bescherming van minderjarigen en kwetsbare volwassenen en dierenwelzijn.

-Overlast

Voorbeelden van overlast die via de algemene gronden openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid en milieu wél kunnen worden aangemerkt als weigeringsgrond zijn bijvoorbeeld geluidsoverlast, overlast veroorzaakt door stof, afval en vuurwerk.

-Zedelijkheid

Ook het begrip zedelijkheid valt onder het begrip openbare orde. Te denken valt aan de bescherming van de menselijke waardigheid, maar ook dierenmishandeling valt hieronder kijkend naar het belang van dierenwelzijn.

Verkeersveiligheid

-Standplaatsen waar goederen te koop worden aangeboden trekken verkeer aan, waarmee mogelijk ongewenste oversteekbewegingen door voetgangers en ontoelaatbaar rijwielverkeer in voetgangersgebieden kunnen ontstaan. Ook parkerende en geparkeerde auto’s kunnen overlast in de omgeving veroorzaken. In het belang van de verkeersveiligheid is het daarom niet mogelijk overal een standplaats in te nemen.

Ad. e Redelijke eisen van welstand

Deze weigeringsgrond kan gehanteerd worden als een of meer standplaatsen worden ingenomen op een zodanige plaats dat het straatbeeld ernstig verstoord wordt. Met deze weigeringsgrond kan niet alleen verkapte marktvorming worden tegengegaan, ook wordt daarmee het aanzien van monumentale gebouwen of stedenbouwkundige ensembles gewaarborgd. Het college bepaalt zelfstandig de inhoud van deze weigeringsgrond waarbij de welstandscommissie om advies gevraagd kan worden.

Er zijn verschillende mogelijke criteria voor toepassing van de weigeringsgrond redelijke eisen van welstand (niet uitputtend). Een vergunning tot het innemen van een standplaats kan worden geweigerd als:

-het aanzien van monumentale gebouwen of stedenbouwkundige ensembles wordt aangetast;

-het uitzicht op monumenten of kunstobjecten wordt aangetast;

-de aangevraagde standplaats zich bevindt op bij de gemeente in beheer zijnde gazons of groenstroken.

Een voorbeeld voor de toepassing van deze weigeringsgrond is het niet toestaan van vaste standplaatsen op de Markt / Varkensmarkt. In ditzelfde kader worden ook incidentele standplaatsen, die voor langere tijd voor de Markt / Varkensmarkt worden aangevraagd, geweigerd.

Voorbeelden van andere weigeringsgronden treft u aan in bijlage 1.

5.2 Regulering aantal vergunningen

De bepaling dat niet meer dan twee standplaatsvergunningen per locatie per tijdseenheid worden verleend, die niet dezelfde branche mogen betreffen, blijft ook in dit nieuwe standplaatsenbeleid van kracht vanuit het belang van openbare orde en verkeersveiligheid. Hiermee wordt tevens een concentratie van in te nemen standplaatsen tegengegaan en marktvorming voorkomen.

Enige uitzondering die in de loop der jaren ontstaan is, is het Chopinplein waar op zaterdag vier standplaatsen in gebruik zijn in plaats van twee. Dit wordt in stand gehouden, recht doende aan de ondernemers die hier sinds jaar en dag staan. Wel geldt een sterfhuisconstructie, dus als er een standplaatshouder weggaat op die plaats dan wordt deze pas opnieuw ingevuld als er daarmee maximaal twee standplaatsen in gebruik zijn. Standplaats nummer 3 en 4 worden niet opnieuw ingevuld.

Daarnaast is er een uitzondering op de Markt / Varkensmarkt op de vrijdag en zaterdag. 1 standplaatshouder staat al tientallen jaren op vrijdag en zaterdag op die locatie en 1 andere neemt op zaterdag sinds jaar en dag een standplaats in. Ook hierbij geldt een sterfhuisconstructie, op het moment dat deze standplaatshouders stoppen dan vervallen deze standplaatsen.

Daarnaast wordt een maximaal aantal standplaatsen gehanteerd van 40 in de gemeente Culemborg. Ten tijde van de totstandkoming van het beleid zijn 36 standplaatsvergunningen afgegeven, waarmee er op de aangegeven plaatsen (zie bijlage 2) nog ruimte voor in totaal 4 nieuwe standplaatsvergunningen is.

5.3 Standplaatslocaties en branches

Om marktvorming in de directe omgeving van een standplaatslocatie te voorkomen, wordt een straal van ca. 100 meter aan gehouden als gebied waarbinnen geen andere standplaatslocatie kan worden aangewezen.

Daarnaast wordt bij nieuw in te nemen standplaatsen bekeken of er geen oneerlijke concurrentie ontstaat. In de praktijk betekent dit dat een bloemenkraam niet voor een bloemenwinkel zal komen te staan of een viskraam niet voor een viszaak. Op het moment dat een standplaats al vergund is en er komt een winkel leeg te staan tegenover de standplaats, dan behoudt de standplaatshouder de vergunning. Ook als de winkel exact hetzelfde verkoopt als de standplaatshouder. Dit aangezien de standplaatshouder al een vergunning heeft en de eigenaar / uitbater van de winkel er op dat moment bewust voor kiest om zich daar te vestigen, terwijl de standplaats er is.

5.4 Duur vergunning

Vergunningen voor standplaatsen worden in de gemeente Culemborg met ingang van 1 januari 2020 verleend voor maximaal 5 jaar in plaats van vergunningen voor onbepaalde tijd. In de ogen van de gemeente Culemborg is dit een periode waarin de standplaatshouders hun investering terug kunnen verdienen en daarbij een redelijke winst kunnen genereren.

5.5 Persoonsgebonden karakter en overdracht

De vergunningen zijn persoonsgebonden, wat betekent dat de vergunninghouder zelf de standplaats moet innemen en hij of zij zijn/haar rechten niet aan een ander kan overdragen. Uitzondering hierop vormt de overdracht van de vergunning aan een echtgeno(o)te, partner of bloed- of aanverwant in de eerste graad. Bij overdracht in de eerst graad geldt dat de uitgangspunten van het nieuwe beleid gehanteerd worden en in dat geval de vergunning wordt verleend voor 5 jaar.

Wanneer de vergunning aan een rechtspersoon is verleend, dan moet de standplaats ingenomen worden door een natuurlijk persoon, die een overwegende invloed heeft op de bedrijfsvoering en het besluitvormingsproces binnen de rechtspersoon. De naam van deze persoon wordt vermeld in de vergunning.

Niet naleving van deze voorschriften kan ertoe leiden dat de vergunning, nadat de vergunninghouder is gehoord, wordt ingetrokken.

5.6 Tijdstippen innemen standplaatsen

De standplaatshouder is bevoegd om, vallend binnen de Winkeltijdenwet, alle tijdstippen open te zijn. In sommige gevallen maakt een standplaatshouder onderdeel uit van een evenement, in dat geval sluiten de tijdstippen aan bij de afgegeven evenementenvergunning.

5.7 Beëindiging standplaatsvergunning

De standplaatsvergunning houdt op te bestaan, zodra de oorspronkelijke exploitant of exploitanten geen deel meer uitmaakt / uitmaken van de rechtsvorm zoals genoemd op de standplaatsvergunning. Dit houdt in dat een vergunning die is aangevraagd door bijvoorbeeld een vof of een BV geldt zolang er minstens nog één eigenaar in de rechtsvorm zit die er ten tijde van de verlening al in zat. Hiermee wordt voorkomen dat vergunningen onderhands worden doorgegeven. Bij een complete overname van het bedrijf, dient er daarom een nieuwe aanvraag te worden ingediend. Wijziging van de rechtsvorm kan afgedaan worden met een wijzigingsaanvraag, mits de oorspronkelijke exploitant of exploitanten mede onderdeel blijft / blijven uitmaken van deze rechtsvorm.

5.8 Transparantie

Om te voldoen aan transparantie bij vrijgekomen plekken is gekeken naar het hanteren van een passende en transparante werkwijze die aansluit bij de lokale situatie. In het verleden is er gewerkt met een wachtlijst per standplaatslocatie. Aangezien standplaatsen zeer zelden vrijkomen in Culemborg, is de wachtlijst sterk verouderd op het moment dat een standplaats vrijkomt.

Om die reden is ervoor gekozen om geen wachtlijst meer te hanteren, maar te kiezen voor het publiceren van een vrijgekomen standplaats in de lokale krant en op de website. Gegadigden kunnen binnen de gestelde termijn reageren. Vervolgens bepaalt een loting welke gegadigde de standplaats mag innemen.

5.9 Overgangsregeling

In de gemeente zijn, zoals te zien is in het overzicht in bijlage 2, diverse standplaatsvergunningen afgegeven. Voor de huidige verstrekte standplaatsvergunningen voor onbepaalde tijd geldt een uitsterfbeleid. Dit betekent dat deze vergunninghouders hun vergunning voor onbepaalde tijd houden, totdat zij de standplaats beëindigen of de gemeente de vergunning intrekt.

Voor nieuwe standplaatshouders geldt dat zij, zoals eerder aangegeven, een vergunning krijgen voor de duur van vijf jaar.

Handhaving vindt momenteel plaats aan de hand van klachten/meldingen.

Bijlage 1 Mogelijke criteria voor weigeringsgronden

Mogelijke criteria voor toepassing van de weigeringsgronden openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid en bescherming van het milieu (niet uitputtend). Een vergunning tot het innemen van een standplaats kan worden geweigerd als:

-in de directe nabijheid een door de gemeente ingestelde markt wordt gehouden (tijdens marktdagen);

-het zicht op etalages en terrassen wordt belemmerd;

-het uitzicht vanuit woningen en kantoren wordt belemmerd;

-de toegang tot gebouwen wordt belemmerd;

-de doorgang voor hulpdiensten als politie, brandweer, ambulance wordt belemmerd. De doorgang dient ten minste 4 meter te zijn.

-geur- of geluidshinder of enige andere vorm van overlast te verwachten is voor gebruikers of zakelijk gerechtigden van in de nabijheid van de standplaats gelegen onroerende zaken en deze hinder niet afdoende kan worden beperkt door het stellen van voorwaarden;

-de rust in nabijgelegen woningen en kantoren e.d. wordt verstoord;

-de aangevraagde standplaats ligt langs een belangrijke verkeersader;

-de aangevraagde standplaats het uitzicht belemmert op kruisingen, oversteekplaatsen of uitritten e.d.;

-de aangevraagde standplaats is gelegen op een parkeerplaats waar parkeerbelasting wordt geheven;

-de aangevraagde standplaats is gelegen op een locatie, welke is aangewezen ten behoeve van parkeren voor belanghebbenden;

-de aangevraagde standplaats leidt tot een onaanvaardbare toename van de parkeerdruk;

-in de directe omgeving van de aangevraagde standplaats onvoldoende parkeergelegenheid is voor klanten met gemotoriseerd vervoer;

-de ter plaatse benodigde vrije doorgang voor het verkeer (zowel voetgangers, fietsers als gemotoriseerd verkeer) wordt belemmerd;

-de standplaats anderszins verstorend of verwarrend werkt op de verkeerskundige inrichting ter plaatse of anderszins leidt tot onveilige verkeerssituaties of onveilig verkeersgedrag.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.