Gemeentelijke regelgeving

Uitvoeringsnotitie mensenhandel 2022 Gemeente Cranendonck

Gemeente Cranendonck · geldt sinds 22 november 2022

Aanhef

In de aanpak tegen mensenhandel en uitbuiting: ondermijnende criminaliteit

Voorwoord

Voor u ligt de uitvoeringsnotitie mensenhandel van de gemeente Cranendonck. Dit stuk is gebaseerd op het beleid dat is ontwikkeld door de regionale werkgroep mensenhandel met als basis het landelijke beleidsstuk mensenhandel van de VNG. Op landelijk niveau zijn de afgelopen jaren afspraken gemaakt om mensenhandel te voorkomen en te stoppen. Eén van die afspraken is dat iedere gemeente in 2022 beschikt over beleid inzake mensenhandel.

“Mensenhandel is een onderwerp dat steeds meer op de voorgrond komt. Ook in Cranendonck ligt mensenhandel op de loer. Het is goed dat binnen District Dommelstroom hier aandacht aan wordt besteed en dat Cranendonck hieraan deelneemt.”

F.A.P. van Kessel – burgemeester gemeente Cranendonck

Mensenhandel is een vorm van criminaliteit die zich niet alleen in grote steden afspeelt. Daarnaast kan het binnen allerlei sectoren, in allerlei vormen, plaatsvinden. Om deze reden zijn gemeenten cruciaal in de aanpak. Zo hebben baliemedewerkers, toezichthouders en allerlei andere personen die contact hebben met onze inwoners een belangrijke rol in het signaleren en het tegengaan van mensenhandel.

Met deze uitvoeringsnotitie spreekt de gemeente Cranendonck uit dat we mensenhandel willen tegengaan en ons hier hard voor willen maken. Daarnaast is aansluiting gezocht bij regionaal en landelijk beleid, om waterbedeffecten te voorkomen.

2. De Gemeentelijke rol

2.2 Landelijke, regionale en lokale afspraken

2.2.1 De rollen van de gemeente

De gemeente heeft verschillende taken in de aanpak mensenhandel. De vier taken zijn:

1De gemeente als signaleerder

2De gemeente als beleidsmaker en regelgever

3De gemeente als regisseur van de integrale aanpak

4De gemeente als verantwoordelijke voor de zorg en opvang van slachtoffers van mensenhandel.

4Deze taken zijn afkomstig uit het Kompas dit is een handboek wat in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten is opgesteld, zie: www.kompasaanpakmensenhandel.vng.nl

Hoe de gemeente deze taken vervuld worden beschreven in paragraaf 2.3 'lokale visie'.

Hieronder worden verschillende functies binnen het veld benoemd die een taak/verantwoordelijkheid hebben op het thema.

2.2.2 Essentiële functies op het thema

Gemeenten zijn met al hun taken en verantwoordelijkheden de aangewezen partij om de regie in handen te nemen en partijen bij elkaar te brengen. De aandachtsfunctionaris mensenhandel, medewerkers met klantcontact, de zorgcoördinator en de ketenregisseur mensenhandel zijn belangrijke schakels in de integrale aanpak.

Aandachtsfunctionaris mensenhandel

Iedere gemeente heeft een aandachtsfunctionaris mensenhandel die als contactpersoon en aanspreekpunt fungeert voor de gemeente intern, maar ook voor partners buiten de gemeente. Deze verzamelt alle signalen en weet de signalen door te geven aan de juiste partners: ketenregisseur, zorgcoördinator, politie of Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (hierna: AVIM), Nederlandse Arbeidsinspectie (hierna: NLA), Taskforce Regionale Informatie en Expertise Centrum (hierna: Taskforce-RIEC). Daarnaast volgt de aandachtsfunctionaris de laatste ontwikkelingen. Doorgaans is deze rol belegd bij een medewerker van de afdeling veiligheid of van de afdeling zorg. Binnen de gemeente Cranendonck is de rol belegd bij een medewerker Veiligheid en in tweede instantie bij een medewerker Sociaal Domein.

Mogelijke taken van de aandachtsfunctionaris:

–creëren van bewustzijn en actieve signalering;

–meedenken over signalen, oppakken en verrijken van signalen en hierover terugkoppelen;

–opschalen van een casus naar een integrale aanpak onder het Zorg en Veiligheidsconvenant, het RIEC-convenant of het zorgconvenant slachtoffers mensenhandel;

–sturen op interne, domein overstijgende samenwerking;

–borging en inrichten van (interne) processen;

–volgen van regionale en landelijke ontwikkelingen;

–één gezicht voor mensenhandel intern en onderdeel van de interne meldroute;

–één contactpersoon voor externe partners (o.a. zorgcoördinatie, politie);

–blijvend aandacht vragen voor het onderwerp.

De aandachtsfunctionaris zorgt er dus o.a. voor dat collega’s zich goed bezig kunnen houden met signaleren. Signaleren begint met kennis over mensenhandel, zowel bij burgers als professionals. Bestuurders, ambtenaren, professionals en burgers kunnen actief worden voorgelicht over de verschillende vormen van mensenhandel om zo de ‘awareness’ te vergroten. Dit kan de aandachtsfunctionaris zelf verzorgen of collega’s doorverwijzen.

Daarnaast zorgt de aandachtsfunctionaris voor beleid binnen de gemeente.

Dit draagt bij aan een sluitende aanpak. Door een stevige samenwerking in de regio met alle betrokken ketenpartners kunnen waterbedeffecten worden voorkomen.

Gemeentemedewerkers met klantcontact

Medewerkers van de gemeente die klantcontact hebben vervullen een belangrijke rol in het herkennen van signalen van mensenhandel. Denk aan klantmanagers, toezichthouders, Buitengewoon Opsporingsambtenaren (BOA's), baliemedewerkers, en leerplichtambtenaren, maar ook aan professionals bij Veilig Thuis, Bureau Jeugdzorg, het Sociaal Team Cranendonck (STC), huisartsen en hulpverleners bij andere jeugd- en zorginstellingen.

Belangrijk is dat deze professionals zich bewust zijn van de problematiek en getraind worden in het signaleren van mensenhandel. Cruciaal is verder dat al deze professionals, het bedrijfsleven en burgers weten waar ze met eventuele signalen terecht kunnen.

Zorgcoördinator mensenhandel

5In het interbestuurlijk programma én in het programma Samen Tegen Mensenhandel is afgesproken dat de gemeenten de functie zorgcoördinatie mensenhandel landelijk dekkend gaan organiseren. Zoals commissie Lenferink al heeft aanbevolen.

Het doel van de zorgcoördinatie is belangenbehartiging en het organiseren van een samenhangend hulp en ondersteuningsaanbod aan (vermoedelijke) slachtoffers van mensenhandel. De zorgcoördinator doet dit voor slachtoffers van zijn of haar eigen regio en verzorgt de toeleiding naar de juiste organisatie.

Taken zijn:

Optimaliseren van het zorg- en ondersteuningsaanbod in de regio;

De coördinatie van de hulpverlening per (vermoedelijk) slachtoffer;

Verstrekken van informatie en advies aan professionals en cliënten;

Rapportage en terugkoppeling aan Comensha.

In Oost-Brabant is er regiodekkende zorgcoördinatie wat betekent dat er voor iedere gemeente in de regio een zorgcoördinator mensenhandel actief is. Voor de Dommelstroom gemeenten pakt Lumens

6Een organisatie die op verschillende gebieden ondersteuning verleent, https://www.lumenswerkt.nl/.

de zorgcoördinatie op.

2.2.3 Beleidsdomeinen met raakvlakken

Mensenhandel raakt allerlei facetten van de samenleving en daarmee ook uiteenlopende beleidsterreinen. Iedere professional binnen de ambtelijke organisatie kan te maken krijgen met een vorm van mensenhandel. Gemeenten spelen een belangrijke rol bij de integrale aanpak van mensenhandel. Een gemeente staat voortdurend met verschillende ketenpartners in contact en heeft de mogelijkheid om bestuurlijke middelen in te zetten om mensenhandel aan te pakken.

Zorgbeleid

De gemeenten zijn vanuit de Wet maatschappelijk ondersteuning (Wmo) én vanuit de Jeugdwet organisatorisch en financieel verantwoordelijk voor de zorg en opvang (en andere voorzieningen) voor alle slachtoffers van mensenhandel zolang zij rechtmatig in Nederland verblijven. De zorgcoördinator Mensenhandel vanuit Lumens (voor gemeente Cranendonck) draagt zorg voor de opvang van (mogelijke) slachtoffers mensenhandel en coördineert in samenwerking met betrokken partners.

Daarnaast is mensenhandel onderdeel van de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling.

Slachtoffers met rechtmatig verblijf

Mensen die slachtoffer zijn van mensenhandel en rechtmatig in Nederland verblijven, kunnen zoals beschreven op grond van de Wmo 2015 aanspraak maken op een opvangplek. Dit geldt ook voor mensen met een tijdelijke verblijfsstatus. Deze slachtoffers mogen daarnaast op grond van de Wet arbeid vreemdelingen werken of een opleiding volgen. Indien nodig hebben ze op grond van de Participatiewet recht op bijstand.

Slachtoffers zonder rechtmatig verblijf

Op grond van de Vreemdelingenwet 2000 (artikel 8, onder k) wordt aan vermoedelijke slachtoffers van mensenhandel een bedenktijd van maximaal drie maanden verstrekt, om te beslissen of zij aangifte willen doen van mensenhandel of op andere wijze medewerking willen verlenen aan een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek. In deze bedenktijd schort de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) het vertrek van het vermoedelijke slachtoffer van mensenhandel uit Nederland gedurende deze periode op. Slachtoffers in de bedenktijd hebben op grond van de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb) recht op een maandelijkse toelage ter hoogte van de Nederlandse bijstandsuitkering (uitgekeerd door het COA).

Slachtoffers van mensenhandel zonder verblijfsvergunning die aangifte doen, kunnen op basis van de verblijfsregeling mensenhandel een tijdelijke verblijfsvergunning voor de duur van het opsporings- en vervolgingsonderzoek krijgen (o.g.v. de B8-regeling in de Vreemdelingencirculaire). Mocht een slachtoffer in verband met medische beperkingen, minderjarigheid of ernstige bedreiging geen medewerking kunnen verlenen aan het opsporingsonderzoek dan kan hij/zij ook voor deze verblijfsvergunning in aanmerking komen, mits dit ondersteund wordt door een verklaring van de politie, Koninklijke Marechaussee en/of een medische verklaring.

7www.wegwijzermensenhandel.nl

Slachtoffers in de asielprocedure

Slachtoffers die een asielprocedure hebben lopen, hebben recht op opvang in een asielzoekerscentrum. Het recht op opvang bestaat vanaf het moment dat de asielzoeker asiel aanvraagt, tot hij een verblijfsvergunning krijgt of Nederland moet verlaten.

Indien een slachtoffer van mensenhandel niet beschikt over de Nederlandse nationaliteit, kan hij/zij gebruik maken van de B-8 regeling uit de Vreemdelingencirculaire. Dit betekent dat het slachtoffer (die mogelijk illegaal is) een tijdelijke verblijfsstatus verkrijgt zolang het strafrechtelijk onderzoek duurt en hij/zij zich ter beschikking van het Openbaar Ministerie moet houden.

Jeugdbeleid

Op grond van de Jeugdwet zijn gemeenten verantwoordelijk voor minderjarige slachtoffers van mensenhandel. Dit wordt georganiseerd door Veilig Thuis-organisaties, waar gemeenten verantwoordelijk voor zijn op grond van de Wmo art 4.2. Veilig Thuis richt zich op ondersteuning van slachtoffers van huiselijk geweld en kindermishandeling, waaronder ook slachtoffers van mensenhandel kunnen vallen.

Opvang

De (centrum)gemeenten hebben afspraken met instellingen voor Vrouwenopvang en Maatschappelijke Opvang voor opvang van deze slachtoffers

8Commissie Lenferink; gemeenten en de opvang van en zorg voor slachtoffers van mensenhandel.

. Slachtoffers van mensenhandel worden op uiteenlopende manieren opgevangen:

➢ Voor derdelanders kan gebruik worden gemaakt van de Categorale Opvang Slachtoffers Mensenhandel (COSM) voor maximaal drie maanden (duur van de bedenktijd).

➢ Voor Nederlanders, EU-burgers en derdelanders met recht op voorzieningen is de Vrouwenopvang en/of de Maatschappelijke Opvang verantwoordelijk voor de opvang.

➢ Voor intensieve gespecialiseerde opvang bestaan een aantal gekwalificeerde gespecialiseerde instellingen.

➢ Minderjarigen komen onder voogdij van Jeugdzorg of Nidos (vreemdelingen).

Veiligheidsbeleid

In de kadernota veiligheid 2019-2022 van de gemeente Cranendonck zijn drie prioriteiten opgenomen:

De aanpak van ondermijnende criminaliteit;

Het versterken van de verbinding tussen zorg en veiligheid;

Het versterken van een veilige woon- en leefomgeving.

Deze drie doelstellingen hebben direct of indirect te maken met mensenhandel. Aan de medewerker(s) Openbare Orde en Veiligheid is het de taak om overkoepelend met dit onderwerp bezig te zijn, denk daarbij aan bewustwording bij medewerkers en samenwerkingspartners. De aandachtsfunctionaris mensenhandel is binnen cluster veiligheid belegd. Deze fungeert als meldpunt en zorgt ervoor dat mensen weten waar ze met signalen heen kunnen.

De derde pijler rondom ondermijning richt zich op de aanpak van georganiseerde criminaliteit. Als het om casuïstiek gaat rondom daders, gebeurt dit voornamelijk binnen Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) verband. Een criminele organisatie die zich bezighoudt met mensenhandel moet eerst een aantal hindernissen nemen om met de criminele activiteiten te kunnen starten. Criminele netwerken zoeken naar de plaats met de minste weerstand. Ze vestigen zich daarom graag in gemeenten die nauwelijks oog hebben voor ondermijning. In de contacten die zij hebben met ‘de bovenwereld’ liggen mogelijkheden om barrières op te bouwen en om signalen van mensenhandel te herkennen.

Gemeenten kunnen barrières opwerpen om ondermijnende criminaliteit, waaronder mensenhandel, tegen te gaan. Gemeenten beoordelen aanvragen voor vergunningen (Algemene Plaatselijke Verordening), stellen regels aan het aantal inschrijvingen op hetzelfde adres en hebben de mogelijkheid dwangsommen op te leggen en panden te sluiten. De inzet van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) is hierbij een belangrijk instrument. Deze wet toetst breder aan integriteit, bijvoorbeeld bij horecavergunningen, vergunningen voor seksinrichtingen, overheidsopdrachten en vastgoed. Ook deze zaken kunnen indirect te maken krijgen met mensenhandel en daarom zullen de reeds bestaande Bibob-toetsen bij kunnen dragen aan het voorkomen van mensenhandel.

Prostitutiebeleid

Mensenhandel en prostitutie zijn twee verschillende begrippen. Prostitutie is immers een legaal beroep in Nederland. De prostitutiebranche is echter wel kwetsbaar voor misstanden, waaronder mensenhandel. Het prostitutiebeleid is een belangrijk instrument voor gemeenten om misstanden te voorkomen en aan te pakken en ondersteuning te bieden aan sekswerkers. Een goed werkend vergunningensysteem kan bijdragen aan het voorkomen van misstanden. Daarnaast is het van belang om actief in te zetten op controles binnen de illegale prostitutie.

Lokaal heeft de gemeente Cranendonck in hoofdstuk 3 van de APV (reguleren prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen) voorwaarden en regels gesteld aan de exploitatie van prostitutie. Zo volgt in art. 3:5, eerste lid dat voor het uitoefenen van raamprostitutie geen vergunning wordt verleend. Uit art. 3:5, tweede lid blijkt dat ervoor ten hoogste één seksinrichting een vergunning wordt verleend. Ook is in hoofdstuk 3 van de APV aandacht voor mensenhandel. Zo volgt uit art. 3:7, eerste lid, onder aanhef c, namelijk dat een vergunning geweigerd wordt, indien de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is.

Huisvestingbeleid

Arbeidsmigranten zijn vaak afhankelijk van de werkgever of het uitzendbureau voor de huisvesting en het vervoer. Deze afhankelijkheidsrelatie kan voor een kwetsbare positie zorgen. Het is daarom belangrijk dat gemeenten toezien op de integriteit van de huisvester, de uitzendorganisatie en de werkgever. Gemeenten kunnen, bij een vergunningplicht, de integriteit van aanvragers en beheerders onderzoeken op grond van de Wet Bibob.

Ook rondom het inschrijven van arbeidsmigranten binnen de BRP en op het handhaven op woon-of verblijfsituaties die niet aan de voorschriften voldoen, hebben gemeenten een rol. Lastiger wordt het als arbeidsmigranten korter dan vier maanden verblijven. In dit geval zijn de personen niet verplicht zich in te schrijven in de BRP en kunnen zij zich inschrijven in de Registratie Niet Ingezetenen, waardoor geen zicht meer is op de verblijfplaats. In de praktijk komt het ook voor dat personen zich geheel niet laten inschrijven.

Van belang is dat er regelmatig controles worden gehouden bij signalen van excessen met betrekking tot huisvesting. Het Dommelstroom InterventieTeam kan hierin een rol spelen en staat in nauwe verbinding met de Nederlandse Arbeidsinspectie. Dit draagt bij aan het voorkomen van uitbuiting.

Economisch beleid

Gemeenten willen graag zorgen voor een goed vestigingsklimaat voor bonafide ondernemers. Tegelijkertijd willen ze tegengaan dat criminelen zich in de gemeente vestigen. Eerlijke horeca, vastgoedontwikkeling en een woningaanbod voor jongeren en arbeidsmigranten dragen bij aan de aantrekkelijkheid van de gemeente en zijn goed voor het ondernemerschap. Gemeenten kunnen ook de Wet Bibob actiever inzetten om de vestiging van malafide ondernemers tegen te houden. Er zijn verschillende ‘risico-sectoren’ waar uitbuiting voor kan komen, zoals de agrarische, bouw-, schoonmaak- en horecasector.

Inkoopbeleid

Gemeenten kunnen bij aanbestedingstrajecten of bij de inkoop van diensten en producten eisen stellen die uitbuiting kunnen voorkomen. Zoals bijvoorbeeld bij de aanbesteding van ruimtelijke projecten kunnen eisen worden gesteld aan de eerlijke inzet van arbeidskrachten (genoeg uren, werktijdenbepalingen, huisvesting) of het stellen van kwalitatieve en kwantitatieve eisen bij de aanbesteding van zorgorganisaties.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.