Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel Wet Bibob gemeente Cranendonck 2025

Gemeente Cranendonck · geldt sinds 17 januari 2025

Aanhef

De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Cranendonck;

gelet op de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Besluiten:

Vast te stellen de Beleidsregel Wet Bibob gemeente Cranendonck 2025.

3. Algemeen

3.1 Definities

1De definities zoals omschreven in de Wet Bibob zijn van overeenkomstige toepassing op deze beleidsregel;

2in deze beleidsregel wordt verstaan onder:

a.Gemeente Cranendonck: waar in deze beleidsregel ‘gemeente Cranendonck’ wordt genoemd, wordt hiermee zowel het bestuursorgaan als – wanneer van toepassing – de gemeente als publiekrechtelijke rechtspersoon met een overheidstaak bedoeld;

b.LBB: het Landelijk Bureau Bibob;

c.RIEC: het Regionaal informatie- en expertisecentrum;

d.semioverheidsinstanties: een bedrijf, instelling of organisatie die in overwegende mate, dat wil zeggen in beginsel voor twee derde of meer, door publiek geld is gefinancierd (het financiële vereiste) en waarbij de inhoudelijke criteria voor het verstrekken van geldelijke uitkeringen of voorzieningen in beslissende mate wordt bepaald door de overheid (het inhoudelijke vereiste);

3.2 Aanleiding eigen Bibob onderzoek

1De gemeente Cranendonck zal een eigen onderzoek uitvoeren naar een aangevraagde, reeds verleende beschikking, subsidie, voorgenomen, overeengekomen overheidsopdracht of vastgoedtransactie als hiertoe een aanleiding bestaat op grond van:

a.Een tip verkregen vanuit het OM zoals omschreven in artikel 26 Wet Bibob en/of ander bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van de Wet Bibob (artikel 26 Wet Bibob);

b.informatie verkregen van het landelijk Bureau Bibob (artikel 11 en/of 11a wet Bibob);

c.informatie verkregen van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC;

d.informatie verkregen uit de eigen ambtelijke organisatie;

e.informatie verkregen uit het Bibob-register;

f.andere relevante signalen.

3.3 Geen eigen Bibob-onderzoek

1De uitvoering van een Bibob-onderzoek blijft, tenzij sprake is van een aanleiding als bedoeld in artikel 3.2, achterwege indien aan de orde is dat:

a.De betrokkene een (semi)overheidsinstantie betreft;

b.de betrokkene een rechtspersoon met een overheidstaak betreft;

c.de betrokkene een woningcorporatie betreft die op grond van de Woningwet is aangewezen als toegelaten instelling voor volkshuisvesting;

d.De betrokkene een terrein beherende organisatie zoals Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten of Brabants Landschap betreft bij een vastgoedtransactie.

e.het gaat om een partij die binnen een periode van 12 maanden meerdere vastgoedtransacties binnen eenzelfde project aangaat met de gemeente. Deze partij zal bij ongewijzigde omstandigheden ten opzichte van de eerdere vastgoedtransactie (bedrijfsstructuur, financiering, zakelijke partners, etc.) kunnen volstaan met een verwijzing naar de reeds eerder aangegane overeenkomst en het daarbij ingevulde Bibob-formulier. Bij gewijzigde omstandigheden dient de partij slechts de gewijzigde omstandigheden aan te geven.

3.4 Weigeren of niet volledig invullen Bibob-vragenformulier

1In geval van een Bibob-onderzoek bij een aanvraag van een beschikking zal deze aanvraag buiten behandeling worden gesteld indien het Bibob-vragenformulier en/of de gevraagde documenten niet (volledig/tijdig) worden aangeleverd. Het buiten behandeling stellen is mogelijk op grond van artikel 4:5 Algemene wet Bestuursrecht;

2in geval van een Bibob-onderzoek bij een verleende beschikking zal een weigering om het Bibob-vragenformulier en/of de gevraagde documenten (volledig/tijdig) aan te leveren (artikel 4 lid 1 van de Wet Bibob) worden aangemerkt als een ernstige mate van gevaar (artikel 3 van de Wet Bibob). De verstrekte beschikking kan als gevolg daarvan worden ingetrokken;

3in het geval van een Bibob-onderzoek bij een overheidsopdracht of vastgoedtransactie die wordt aangegaan, zal geen overeenkomst tot stand komen, indien het Bibob-vragenformulier of de gevraagde documenten niet (volledig/tijdig) worden aangeleverd;

4in het geval van een Bibob-onderzoek bij een overheidsopdracht of vastgoedtransactie die reeds is aangegaan, zal een weigering om het Bibob-vragenformulier en/of de gevraagde documenten (volledig/tijdig) aan te leveren (artikel 4 lid 1 van de Wet Bibob) worden aangemerkt als een ernstige mate van gevaar (artikel 3 van de Wet Bibob) en zal de overeenkomst worden ontbonden.

4. Publiekrechtelijke beschikkingen

4.1 Toepassingsbereik bij nieuwe beschikkingen Bijzondere Wetten

De toepassing van de wet zal door de gemeente Cranendonck op de hieronder aangeduide beschikkingen op de volgende wijze plaatsvinden:

1De uitvoering van het Bibob-onderzoek zal plaatsvinden bij elke aanvraag voor een beschikking als bedoeld in:

a.De Alcoholwet voor de uitoefening van het horecabedrijf en de wijziging van leidinggevenden in het geval een nieuwe bestuurder toetreedt met uitzondering van de para commerciële rechtspersoon of slijtersbedrijf of wijziging dagleidinggevende(n);

b.de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor het exploiteren van een openbare inrichting (exploitatievergunning openbare inrichting);

c.de APV voor het uitoefenen van een seksinrichting of escortbedrijf (exploitatievergunning seksinrichting of escortbedrijf);

d.de APV voor het exploiteren van een smartshop of headshop (exploitatievergunning voor smart- of headshop);

e.de APV voor het organiseren van een evenement (evenementenvergunning). De toepassing van de Wet Bibob blijft beperkt tot de bij afzonderlijk besluit van de burgemeester aangewezen categorieën;

f.de APV voor het exploiteren van een bedrijf zonder benodigde vergunning (exploitatievergunning aangewezen vergunningplichtig bedrijf);

g.de Wet op de kansspelen voor het aanwezig hebben van kansspelautomaten (vergunning kansspelautomaat);

h.de APV voor het exploiteren van een speelautomatenhal (exploitatievergunning speelautomatenhal).

2De uitzondering voor paracommerciële instellingen, het slijtersbedrijf of wijziging in leidinggevende(n) zoals genoemd in sub a van het eerste lid geldt niet:

a.Indien sprake is van een aanleiding als bedoeld in artikel 3.2 van deze beleidsregel.

4.2 Toepassingsbereik bij nieuwe beschikkingen Omgevingswet

1De uitvoering van het Bibob-onderzoek zal plaatsvinden bij aanvragen:

a.Voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit als bedoeld in de Omgevingswet. Het Bibob-onderzoek blijft beperkt tot aanvragen zoals die zijn opgenomen in bijlage 1 behorende bij deze beleidsregel;

b.voor een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in de Omgevingswet. Het Bibob-onderzoek blijft beperkt tot de aanvragen die vallen onder één van de in bijlage 2 bij deze beleidsregel genoemde risicocategorieën en/of gebieden.

c.voor een omgevingsvergunning voor het verrichten van een omgevingsplanactiviteit bouwen als bedoeld in de Omgevingswet. Het Bibob-onderzoek blijft beperkt tot aanvragen zoals die zijn opgenomen in bijlage 1 behorende bij deze beleidsregel;

d.voor een omgevingsvergunning voor het verrichten van een omgevingsplanactiviteit gebruik als bedoeld in de Omgevingswet. Het Bibob-onderzoek blijft beperkt tot aanvragen die vallen onder één van de in bijlage 2 bij deze beleidsregel genoemde risicocategorieën en/of risicogebieden.

2In geval dat in het kader van een omgevingsvergunning als bedoeld in sub a tot en met d een Bibob-onderzoek wordt uitgevoerd en omgevingsvergunning is overgedragen en op naam van een ander is gesteld (artikel 5.37, tweede lid Omgevingswet) zal de nieuwe rechthebbende van deze vergunning aan een Bibob-onderzoek worden onderworpen.

4.3 Toepassingsbereik bij verleende beschikkingen

1De gemeente Cranendonck kan een Bibob-onderzoek starten bij verleende beschikkingen indien:

a.De verleende beschikking betrekking heeft op een activiteit in een gebied, dat op basis van een daartoe genomen besluit van de gemeente Cranendonck na de verstrekking van de beschikking is aangewezen als risicogebied;

b.de verleende beschikking onderdeel uitmaakt van een categorie of branche of onderdeel daarvan, die op basis van een door de gemeente genomen besluit na de verstrekking van de beschikking is aangewezen als risicocategorie.

2In geval van een verleende beschikking zal een Bibob-onderzoek worden gestart indien sprake is van een aanleiding als bedoeld in artikel 3.2 van deze beleidsregel.

4.4 Toepassingsbereik bij subsidies

1De gemeente Cranendonck kan een Bibob-onderzoek starten met betrekking tot een aanvraag om een subsidie dan wel een verleende subsidie zoals bedoeld in de algemene subsidieverordening, indien de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd valt onder één of meer van de in bijlage 2 genoemde risicocategorieën en/of risicogebieden;

2In geval van een aanvraag om een subsidie of een verleende subsidie zal een Bibob-onderzoek worden gestart indien sprake is van een aanleiding als bedoeld in artikel 3.2 van deze beleidsregel.

5. Privaatrechtelijke transacties

5.1 Toepassingsbereik bij vastgoedtransacties

1De gemeente Cranendonck kan de wet in beginsel toepassen bij vastgoedtransacties (inclusief kettingbeding) waarbij de gemeente Cranendonck partij is. Bij de start van de onderhandelingen daartoe, zal de gemeente Cranendonck de wederpartij ervan uitdrukkelijk in kennis stellen dat een Bibob-onderzoek deel kan uitmaken van de procedure;

2in de overeenkomst wordt een Bibob-integriteitsclausule opgenomen, op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst;

3de uitvoering van het Bibob-onderzoek zal plaatsvinden bij vastgoedtransacties met betrekking tot:

a.De aan- of verkoop van gebouwen met een koopsom van €500.000,- of meer (excl. belastingen);

b.de aan- of verkoop van grond met een koopsom van €500.000,- of meer (excl. belastingen);

c.de aan- of verkoop van grond en/of gebouwen met een koopsom van €50.000,- of meer (excl. belastingen) waarbij sprake is van een of meerdere risicocategorieën zoals opgenomen in bijlage 2 behorende bij deze beleidsregel;

d.de huur of verhuur van gronden en/of gebouwen, waaronder ook in de plaats stellingen, waarbij sprake is van een of meerdere risicocategorieën zoals opgenomen in bijlage 2 behorende bij deze beleidsregel, in beginsel met uitzondering van huur en verhuur met een korte duur (maximaal 1 jaar);

e.de uitgifte van gronden in pacht waarbij sprake is van een of meerdere risicocategorieën zoals opgenomen in bijlage 2 behorende bij deze beleidsregel, in beginsel met uitzondering van pacht met een korte duur (maximaal 1 jaar);

f.het vestigen, vervreemden of wijzigen van een zakelijk recht op vastgoed met een taxatiewaarde van €500.000,- of meer (excl. belastingen);

g.het vestigen, vervreemden of wijzigen van een zakelijk recht op vastgoed met een taxatiewaarde van > €50.000,- (excl. belastingen) of < €500.000,- (excl. belastingen) waarbij sprake is van een of meerdere risicocategorieën zoals opgenomen in bijlage 2 behorende bij deze beleidsregel;

h.toestemming voor vervreemding van erfpacht (artikel 91, eerste lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek) of opstal (artikel 104, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek).

4In geval van een vastgoedtransactie zal gemeente Cranendonck tevens een Bibob-onderzoek starten indien sprake is van een aanleiding als bedoeld in artikel 3.2 van deze beleidsregel.

5.2 Toepassingsbereik bij overheidsopdrachten

1De gemeente Cranendonck kan de wet in beginsel toepassen bij overheidsopdrachten. Aangezien dit instrument een ingrijpend karakter heeft zal een besluit daartoe weloverwogen en met inachtneming van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de beginselen van het aanbestedingsrecht moeten worden gemaakt. In aanbestedingsdocumenten zal derhalve dan ook worden opgenomen dat inschrijvende partijen er rekening mee moeten houden dat de gemeente Cranendonck, alvorens tot gunning over te gaan, een Bibob-onderzoek kan starten, dan wel advies kan inwinnen bij het Landelijk Bureau Bibob als bedoeld in de wet;

2In geval van een overheidsopdracht kan een Bibob-onderzoek worden gestart indien sprake is van een overheidsopdracht die betrekking heeft op activiteiten die gerelateerd kunnen worden aan één of meer de risicocategorieën zoals benoemd in bijlage 2 dan wel plaatsvinden in een in bijlage 2 genoemd risicogebied;

3in geval van een overheidsopdracht zal een Bibob-onderzoek worden gestart indien er sprake is van een aanleiding zoals bedoeld in artikel 3.2 van deze beleidsregel.

Bijlage 1: Omgevingsvergunning bouwactiviteit en omgevingsplanactiviteit bouwen

Toepassingscriteria geldend voor de uitvoering van het Bibob-onderzoek bij de aanvraag voor een beschikking voor een bouwactiviteit of het verrichten van een omgevingsplanactiviteit bouwen (artikel 5.1 eerste lid, aanhef en onder a en artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder a van de Omgevingswet).

De uitvoering van de Bibob-onderzoek zal plaatsvinden bij aanvragen, die vallen onder één van de hierna genoemde gevallen:

A. Bouwsom: In geval van een aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit en/of omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwen, waarbij sprake is van een bouwsom van € 500.000,- of meer (exclusief btw). De bouwsom wordt door de gemeente berekend.

B. Risicocategorieën: Indien de bouwsom meer bedraagt dan € 50.000,- (exclusief btw) en minder bedraagt dan of gelijk is aan € 500.000,- (exclusief btw) en waarbij sprake is van een of meerdere risicocategorieën zoals genoemd in bijlage 2.

C. Bijzondere gevallen:

I. Cumulatie: Vanaf de 4e aanvraag op jaarbasis van dezelfde aanvrager en/of betrokkene met een bouwsom van meer dan € 50.000,- en minder dan € 500.000,-;

II. illegaal gestarte bouwactiviteiten: In geval reeds is begonnen met de realisatie van een vergunningplichtig bouwwerk, zonder dat daarvoor de vereiste vergunning is aangevraagd en de bouwsom meer bedraagt dan € 50.000,- (exclusief btw) en minder bedraagt dan of gelijk is aan € 500.000,- (exclusief btw).

D. Risicogebied: Indien de bouwsom meer bedraagt dan € 50.000,- (exclusief btw) en minder bedraagt dan of gelijk is aan € 500.000,- (exclusief btw) en de aanvraag een locatie betreft die gelegen is in een door het college aangewezen risicogebied.

Bijlage 2: Risicocategorieën

1Hotels

2Kamerverhuurbedrijven (alsmede omgevingsvergunningen voor kamerverhuur- en/ of logiespanden waarbij sprake is van vijf of meer kamers)

3Pensions

4Recreatieparken en jachthavens

5Horecabedrijven

6Coffeeshops

7Shisha-lounges

8Prostitutiebedrijven

9Escortbedrijven

10Darkrooms

11Seksbioscopen

12Sekswinkels

13(Erotische) massagesalons

14Smartshops/ Headshops

15Speelautomatenhallen

16Gamecenters

17Afvalbewerkings- en -verwerkingsbedrijven

18Afvalrecyclingbedrijven

19Inrichtingen voor het reinigen van drukhouders, insluitsystemen, ketels, vaten, mobiele tanks, tankauto's, tank- of bulkcontainers

20Autohandel (verkoop en verhuur)

21Sloopbedrijven

22Autodemontagebedrijven

23Vuurwerkbranche

24Wellnesscentra/ zonnestudio’s

25Kappers

26Nagelstudio’s

27Tattooshops

28Fitnessbedrijven

29Sporthallen/-complexen

30Religieuze instellingen

31Scholen

32Energiemaatschappijen/ producenten (w.o. vergisters, windmolens etc.)

33Zonneparken

34Zorgbureaus/ zorgaanbieders als bedoeld in de WMO 2015 en de Jeugdwet

35Aanvragen voor een gebouw dat is geplaatst op een standplaats in de zin van de APV en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst

36Reïntegratiebedrijven en/ of activiteiten

37Transformatie kantoorpanden

38Gronden en/of opstallen op woonwagenlocaties

39Categorieën die een sterke relatie hebben met bovenstaande

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.