Gemeentelijke regelgeving

VTH-beleidsplan 2023-2027 gemeente Coevorden

Gemeente Coevorden · geldt sinds 21 juni 2023

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van Coevorden maakt bekend dat in zijn vergadering van 23 mei 2023 het ‘ VTH-beleidsplan 2023-2027 (hierna beleidsplan) heeft vastgesteld. Met de vaststelling van het beleidsplan vervalt het beleidsdocument ‘Beleidsplan vergunningverlening, toezicht en handhaving 2019-2023, Ruimte om te doen: werk in uitvoering’.

De wettelijke grondslag waarop het beleidsplan is gebaseerd is artikel 7.2 van het Besluit omgevingsrecht. Het beleidsplan treedt in werking met terugwerkende kracht vanaf 23 mei 2023. Het beleidsplan is bekend gemaakt in het elektronisch gemeenteblad. Voor nadere informatie kunt u terecht bij het team Omgevingsontwikkeling, telefoonnummer 14 0524.

Bijlage I – Evaluatie IBT

Verbeterpunt IBT

Uitleg

Maatregel

2022: Er is nog een duidelijke verbeterslag te maken. Het jaarverslag zal tijdig en meer in afstemming met het nieuwe programma dienen te worden opgesteld.

Het jaarverslag van 2021 is te laat aangeleverd. De begeleiding van Antea Group was destijds nog niet gestart.

Samen met Antea Group wordt gewerkt aan een nieuw jaarverslag dat aan de eisen van het IBT voldoet.

2022: Er is nog een verbeterslag te maken inzake het programma. In samenwerking met een extern bureau zullen de doelen, risico's, prioriteiten en capaciteit het komende jaar beter in beeld en in overeenstemming moeten worden gebracht.

Het uitvoeringsprogramma voor 2022 is te laat aangeleverd. De begeleiding van Antea Group was destijds nog niet gestart.

Samen met Antea Group wordt gewerkt aan een nieuw uitvoeringsprogramma dat aan de eisen van het IBT voldoet.

2021: Het uitvoeringsprogramma en jaarverslag (tijdig) aanleveren.

Ten tijde van het opstellen van het jaarverslag van 2021 van het IBT was er nog niets aangeleverd. De gemeente Coevorden is dan ook onder verscherpt toezicht gesteld.

Uiteindelijk zijn de documenten aangeleverd. Om de VTH-beleidscyclus goed op orde te krijgen is Antea Group ingeschakeld om de VTH-beleidsmedewerkers te coachen en ondersteunen bij het opstellen van het nieuwe beleid, uitvoeringsprogramma en jaarverslag.

Bijlage II – Uitkomsten risicoanalyses

Bouw

Ruimtelijke ordening

Bestaande Bouw

Openbare ruimte en veiligheid

Bijlage III – Toetsings- en toezichtsstrategieën

Toetsingsstrategie bouw

Toezichtsstrategie bouw constructie

Toezichtsstrategie bouw

Toetsingsstrategie APV

Toezichtsstrategie APV

Toetsingsstrategie RO

Toezichtsstrategie RO

Toezichtsstrategie bestaande bouw

Bijlage V – stappen LHSO voor interventiematrix

Stap 1: positionering bevinding in de interventiematrix

De handhaver beoordeelt de (mogelijke) gevolgen van de overtreding voor milieu, water, natuur, veiligheid, gezondheid en/of maatschappelijke relevantie door in de interventiematrix een segment te selecteren. Vervolgens doet de handhaver dit ook voor het tweede element: gedrag van de overtreder. Hierdoor wordt de positie in de interventiematrix bepaald. Indien de handhaver niet in staat is om het gedrag van de overtreder te typeren, dan is typering B (onverschillig/reactief) het vertrekpunt.

Wanneer er verzachtende argumenten zijn, zoals legalisatie, wordt in de interventiematrix één segment naar links en één segment naar onder verplaatst. Als er verzwarende argumenten, zoals recidive, wordt in de interventiematrix één segment naar rechts en één segment naar boven opgeschoven. Bij meerdere verzwarende of verzachtende argumenten wordt er maar één keer verplaatst in de interventiematrix.

Stap 2: bepalen verzwarende aspecten

Na het positioneren in de interventiematrix dient de handhaver de verzwarende aspecten te beoordelen. Het gaat hier om de toets aan zeven criteria om naast bestuursrechtelijk optreden ook eventueel strafrechtelijk handhaven in te stellen.

•Onomkeerbare gevolgen/geen herstelsanctie mogelijk

•Recidive

•Verkregen financieel voordeel (winst of besparing)

•Combinatie met andere relevante strafbare feiten

•Medewerking van malafide deskundigen (“facilitators”)

•Waarheidsvinding

•Normbevestiging

Stap 3: Optreden aan de hand van de interventiematrix

De LHSO heeft als uitgangspunt om de meest effectieve interventie neer te zetten. Hierbij wordt uitgegaan van het principe zo licht mogelijk starten met interveniëren gericht op herstel en het vervolgens snel inzetten van zwaardere interventies als naleving uitblijft.

Stap 4: bepalen of afstemmingsoverleg nodig is

De handhaver bepaalt of overlegt van het bestuur met politie en OM, dan wel van politie en OM met het bestuur over de toepassing van het bestuurs-en/of strafrecht conform de interventiematrix.

Stap 5: vastlegging

De doorlopen stappen en genomen beslissingen worden verifieerbaar en transparant vastgelegd in een rapport.

Bijlage VI – Wettelijk kader

Het wet- en normenkader voor het inrichten en uitvoeren van het VTH-beleid is door de jaren heen sterk ontwikkeld. Onderstaand wordt inzicht gegeven in het huidige wet- en normenkader, met daarna een doorkijk naar de Omgevingswet.

Wabo en Bor

In 2009 hebben het Rijk, VNG en het IPO een ‘packagedeal’ gesloten. Dit is een bestuurlijk afsprakenkader met als doel het doorvoeren van een verbetering van de kwaliteit en uitvoering van de VTH-taken in Nederland. In deze deal is afgesproken een landelijk dekkend netwerk van omgevingsdiensten te creëren en om uniforme kwaliteitscriteria vast te stellen voor de VTH-taken alsmede een uniforme landelijke handhavingsstrategie (LHS).

In 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden die de basis vormt voor een groot deel van de vergunningen op het domein van de fysieke leefomgeving. Om de bestuurlijke afspraken uit de packagedeal wettelijk te borgen, is de Wabo gewijzigd door het aannemen van de Wet VTH (verbetering van vergunningverlening, toezicht en handhaving). Deze wijziging van de Wabo en het Besluit omgevingsrecht (Bor) bevat de wettelijke verplichting tot het oprichten van omgevingsdiensten. Tevens wordt bepaald dat gemeenten een zogenoemd ‘basistakenpakket’ (voor wat betreft de uitvoering) over dient te dragen aan een omgevingsdienst. Hiervoor stellen zij een verordening kwaliteit VTH vast. De gemeente blijft wel bevoegd gezag voor de uitvoering van deze basistaken. Voor de niet-basistaken bestaat de zorgplicht: zorgdragen voor de kwaliteit van uitvoering van de VTH-taken. Het interbestuurlijk toezicht (IBT) van de provincie ziet daar op toe. Het overdragen van het basistakenpakket heeft ten doel om de uitvoering van complexe VTH-taken effectief te laten plaatsvinden door specialisten met ervaring. Een ander doel is het waarborgen van de continuïteit.

Kwaliteitscriteria VTH

In de Wet VTH zijn kwaliteitscriteria opgenomen (kwaliteitscriteria 2.3). De kwaliteitscriteria vormen het fundament om tot een adequate uitvoering van de VTH-taken te komen. Deze kwaliteitscriteria bestaan uit twee sets aan criteria:

1De criteria voor de kritieke massa geven invulling aan het vakmanschap van de medewerkers VTH met betrekking tot voldoende opleiding, ervaring, kennis en het onderhouden en borgen daarvan.

2De procescriteria dragen zorg voor een sluitende beleidscyclus en de kwaliteitsborging van de verschillende stappen daarin.

Het doel van de kwaliteitscriteria is om de VTH-taken te professionaliseren en om de kwaliteit in de organisatie te borgen.

De procescriteria van de kwaliteitscriteria 2.3 zijn in het Bor geborgd. Daarmee is de beleidscyclus voor de uitvoering van de VTH-beleidstaken juridisch vastgelegd. De criteria voor de kritieke massa blijven op basis van de packagedeal een bestuurlijke afspraak en zijn niet wettelijk vastgesteld. Deze criteria kunnen dienen als referentiekader.

De gemeente Coevorden heeft in 2017 een Verordening kwaliteit VTH opgesteld. Deze verordening heeft als uitgangspunt dat de gemeente Coevorden zich conformeert aan de kwaliteitscriteria (destijds nog 2.1) voor wat betreft de basistaken. Bij afwijkingen kan worden uitgelegd waarom de gemeente niet voldoet (het zogenaamde ‘comply or explain’ beginsel). De kwaliteitscriteria zijn derhalve een cruciaal richtsnoer. Hoewel de kritieke massa niet wettelijk is geborgd, is het wel een logische keuze van gemeenten om deze te hanteren.

Omgevingswet

Op grond van de Omgevingswet (Ow) en het Omgevingsbesluit (Ob) is het aan de bevoegde gezagen om:

•Zorg te dragen voor een goede kwaliteit van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak (artikel 18.20 Ow);

•Een uitvoerings- en handhavingsstrategie in documenten te hebben waarin doelen worden gesteld en welke werkzaamheden met het oog op die doelen zullen worden verricht (artikel 13.5 Ob);

•Voor de omgevingsdiensten (in ons geval de RUDD) dienen de bestuursorganen die daarin deelnemen uniform VTH-beleid op te stellen (artikel 18:23 Ow jo 13.5 Ob).

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.