Aanhef
Burgemeester en wethouders van Coevorden;
gelezen het voorstel van de afdeling Leefomgeving d.d. 30 januari 2020;
overwegende dat het gewenst is nadere regels te stellen voor het branden van paasvuren;
gelet op het bepaalde in artikel 4:81 van de Algemene Wet Bestuursrecht;
besluiten
vast te stellen de navolgende beleidsregel Nadere regels paasvuren Coevorden.
Tekst
1Degene die een paasvuur wil branden op een aangewezen locatie moet dit minimaal veertien dagen vooraf melden bij het college van burgemeester en wethouders.
2Alleen een persoon achttien jaar of ouder kan een melding doen.
3De melding kan op de volgende wijzen worden ingediend:
i.in persoon aan de balie vergunningen van de gemeente Coevorden aan het Kasteel 1 te Coevorden;
ii.per e-mail bij info@coevorden.nl onder vermelding van naam, geboortedatum, adres, woonplaats, mobiel telefoonnummer en de locatie waar de melder wil branden
iii.door middel van het invullen van het digitale meldingsformulier op de website
4Bij het indienen van de melding wordt een bewijs van ontvangst van de melding meegegeven.
5Bij melding per e-mail wordt deze met een e-mail bevestigd.
6Op de melding voor het branden van een paasvuur zijn de voorschriften zoals deze in het aanwijsbesluit voor de desbetreffende locatie zijn opgenomen, van toepassing.
7Een paasvuurbult mag maximaal zeven dagen voor het branden opgebouwd worden.
8De wedstrijdbulten/paasvuren, die aangemeld zijn bij en gekeurd worden door ’t Oal Volk, mogen vier weken van te voren worden opgebouwd. Dit betreft de locaties:
i.Dalen, De Vliers achter de sportterreinen
ii.Dalen, De Westert
iii.Erm, locatie nader te bepalen
iv.Noord-Sleen, Groningerweg
v.Oosterhesselen, Hoek Middelsteweg/Grevenbergweg
vi.Sleen, Tegenover Schaapstreek 46
9De paasvuurbult dient stabiel en aaneengesloten opgebouwd te zijn, met een maximaal volume van 1.000 m3
10Indien de plaats van de paasbult niet voldoet aan de in artikel 10 van de ‘’Beleidsregel aanwijzingsvoorwaarden plaatsen paasvuren’’ gestelde afstanden, wordt in overleg met of namens daartoe bevoegde personen beoordeeld of de paasvuurbult aangestoken mag worden. Het aanwijsbesluit met de daarbij behorende overzichtskaart (welke vanaf fase 2 van toepassing is) van de desbetreffende locatie, vormt hierbij het uitgangspunt.
11Een paasvuurbult mag in ieder geval niet ontstoken worden bij een windkracht van 6 Beaufort of meer.
12Indien een paasvuur niet op de oorspronkelijke branddatum en –tijd kan branden door een situatie zoals hiervoor genoemd, is het de organisator toegestaan om, in overleg met of namens daartoe bevoegde personen, de paasvuurbult alsnog te branden. Deze mogelijkheid bestaat tot en met 30 april. Indien de bult binnen deze termijn niet kan branden, dienen de resten binnen zeven dagen na het verstrijken van de termijn, afgevoerd te worden. De melder draagt zorg voor de afvoer.
13In een situatie zoals genoemd in artikel 12, dient minimaal drie werkdagen voor het branden van de paasbult, een melding hiervan gedaan te worden.
14De melder draagt zorg voor de afvoer van resten van het gebrande paasvuur binnen twee weken na het branden.
15Aanwijzingen gegeven door of namens daartoe bevoegde personen dienen stipt en onmiddellijk te worden opgevolgd.
Slotbepalingen
16De oude beleidsregel nadere regels paasvuren Coevorden van 3 januari 2012, wordt ingetrokken.
17Dit besluit kan worden aangehaald als “Nadere regels paasvuren Coevorden”.
18Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.