Aanhef
De raad van de gemeente Coevorden,
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
3december 1999, bijlage no.162;
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de artikelen 12, 14 en 15 van de Monumentenwet 1988;
b e s l u i t
vast te stellen de volgende:
Monumentenverordening gemeente Coevorden 1999
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
Deze verordening verstaat onder:
a.Vervallen;
b.Vervallen;
c.Vervallen;
d.beschermd rijksmonument:
onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers;
e.Vervallen;
f.monumentencommissie:
de door de raad ingestelde commissie of aangewezen instantie, met als taak burgemeester en wethouders op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de
Monumentenwet 1988, de verordening en het monumentenbeleid;
g.bevoegd gezag:
bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene
bepalingen omgevingsrecht.
Artikel 2 Het gebruik van het monument
Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het gebruik van het monument.
Hoofdstuk 2 Beschermde gemeentelijke monumenten
Paragraaf 1 De aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument en de registratie op de gemeentelijke monumentenlijst
Artikel 3 De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument
Vervallen
Artikel 4 Termijn advies en aanwijzingsbesluit
Vervallen
Artikel 5 Mededeling
Vervallen
Artikel 6 Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst
Vervallen.
Artikel 7 Wijzigen van de aanwijzing
Vervallen.
Artikel 8 Intrekken van de aanwijzing
Vervallen.
Paragraaf 2 Vergunningen tot wijziging of afbraak van beschermde gemeentelijke monumenten
Artikel 9 Verbodsbepaling
Vervallen.
Artikel 10 De aanvraag
Vervallen.
Artikel 11 Advies van de monumentencommissie en beslissing op de aanvraag
Vervallen.
Artikel 12 Kerkelijk monument
Vervallen.
Artikel 13 Intrekken van de vergunning
Vervallen.
Hoofdstuk 3 Beschermde rijksmonumenten
Artikel 14 Vergunning voor beschermd rijksmonument
1Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om
vergunning voor een beschermd rijksmonument aan de monumentencommissie.
2De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift.
3Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn wordt de monumentencommissie geacht geadviseerd te hebben.
Hoofdstuk 4 Schadevergoeding
Artikel 15 Schadevergoeding
Vervallen.
Hoofdstuk 5 Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 16 Strafbepaling
Vervallen.
Artikel 17 Opsporingsbevoegdheid
Vervallen.
Artikel 18 Binnentreden
Vervallen.
Artikel 19 Inwerkingtreding
1Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde gemeentelijke monumenten treedt zij in werking op de dag dat bekendmaking plaats vindt.
2De monumentenverordening, vastgestelde bij besluit van de gemeenteraad van Dalen
d.d. 25 juni 1991 en van de gemeenteraad van Oosterhesselen d.d. 9 maart 1993, voor zover het betreft bepalingen over gemeentelijke monumenten, vervalt op de dag dat bekendmaking plaats vindt.
3Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde rijksmonumenten, treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, tweede lid, van de Monumentenwet 1988.
4De monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van Dalen
d.d. 25 juni 1991 en de gemeenteraad van Oosterhesselen d.d. 9 maart 1993, voor zover het betreft bepalingen over beschermde rijksmonumenten, vervalt op de datum waarop het derde lid toepassing vindt.
Artikel 20 Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als 'Monumentenverordening gemeente Coevorden 1999'.