Gemeentelijke regelgeving

Financieringsstatuut gemeente Coevorden 2016

Gemeente Coevorden · geldt sinds 20 juli 2016

Hoofdstuk 4 Financieringsfunctie

Artikel 4.1 Doelstellingen

De financieringsfunctie van de gemeente dient tot:

1het beschermen van het gemeentelijk vermogen en de vermogensresultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s;

2het verzekeren van een duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;

3het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en de externe kosten bij het beheren van de geldstromen en de financiële posities;

4het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de richtlijnen en de limieten van dit statuut;

5waarborging van een duidelijke regeling van taken en verantwoordelijkheden op het gebied van financiering.

Artikel 4.2 Algemene uitgangspunten

De financieringsfunctie van de gemeente wordt uitgevoerd binnen de volgende algemene randvoorwaarden:

1het aangaan van leningen, het uitzetten van financiële middelen en het verlenen van garanties is alleen toegestaan in het kader van de uitoefening van de publieke taak;

2uitzettingen hebben een prudent karakter en zijn niet gericht op het genereren van inkomsten door het aangaan van meer dan normale risico’s;

3van uitzettingen waarbij sprake is van koersrisico’s wordt geen gebruik gemaakt;

4financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken teneinde de renterisico’s te beperken en het renteresultaat te optimaliseren;

5er worden geen financieringsmiddelen aangetrokken met het enkele doel deze middelen tegen een hoger rendement uit te zetten;

6het gebruik van derivaten is niet toegestaan.

Artikel 4.3 Richtlijnen en limieten

Naast de interne richtlijnen en limieten, vastgelegd in dit statuut, is de volgende wet- en regelgeving van toepassing:

· de Gemeentewet;

· het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV);

· de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof) en de hieruit voortvloeiende Regeling schatkistbankieren decentrale overheden;

· de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido);

· de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo);

· het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden;

· de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden;

· de Financiële verordening gemeente Coevorden.

Hoofdstuk 5 Risicobeheer

Artikel 5.1 Renterisicobeheer

Wij geven als volgt invulling aan het renterisicobeheer:

a.bij het voor langere tijd aantrekken van gelden streven wij naar een stabiel rentelastniveau door de looptijd van op te nemen leningen af te stemmen op de looptijden van de in de leningenportefeuille reeds aanwezige leningen;

b.het risico van de vaste schuld bedraagt maximaal de renterisiconorm;

c.het renterisico op de vlottende schuld beperken wij door de netto vlottende schuld in principe te beperken tot de kasgeldlimiet. Slechts indien een overschrijding van de kasgeldlimiet niet structureel is blijft deze conform de bepalingen van de Wet fido beperkt tot twee achtereenvolgende kwartalen.

Artikel 5.2 Kredietrisicobeheer

Liquiditeitsoverschotten mogen uitsluitend worden belegd bij ’s Rijks schatkist en bij medeoverheden. Hierdoor kan het kredietrisico op nihil worden gesteld.

Artikel 5.3 Liquiditeitsrisicobeheer

Ter beperking van het intern liquiditeitsrisico gelden de volgende uitgangspunten:

· de financieringsactiviteiten worden gebaseerd op een liquiditeitenplanning;

· de liquiditeitenplanning omvat minimaal een periode van twaalf maanden;

Artikel 5.4 Valutarisicobeheer

Omdat het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden voorschrijft dat geldleningen door gemeenten slechts kunnen worden aangegaan of verstrekt in Euro’s loopt de gemeente geen valutarisico’s.

Hoofdstuk 6 Gemeentefinanciering

Artikel 6.1 Aantrekkingen

Het aantrekken van financieringsmiddelen heeft uitsluitend als doel het uitvoeren van het beleid binnen de door de gemeenteraad aangegeven kaders van de begroting en de begrotingswijzigingen. Bij het aantrekken van vreemd vermogen voor een periode van één jaar of langer gelden de volgende uitgangspunten:

· het voorzien in de vermogensbehoefte tegen zo laag mogelijke kosten;

· het aantrekken van vreemd vermogen tegen aanvaardbare risico’s;

· het aantrekken van gelden geschiedt op basis van ten minste twee offertes, tenzij het een verlenging of omzetting betreft; dit mag geschieden op basis van één offerte;

· de beslissingen tot financiering worden genomen op basis van de totale financieringspositie (integrale financiering);

· het aantrekken van vreemd vermogen is alleen toegestaan indien:

o er sprake is van een structureel financieringstekort, vastgesteld op basis van een liquiditeitsprognose;

o er sprake is van concrete financiële voordelen door het converteren van bestaand vreemd vermogen;

· alleen onderhandse leningen zijn als instrument toegestaan;

Artikel 6.2 Uitzettingen

Bij het uitzetten van overtollige financiële middelen gelden wettelijke voorschriften waaronder de regels zoals die voor het Schatkistbankieren zijn vastgesteld.

Artikel 6.3 Leningen en garanties

Geldleningen aan derden en garanties voor het aangaan van geldleningen door derden worden slechts verstrekt voor zover dit past binnen het gemeentelijk beleid en de publieke taak van de gemeente. In bijlage 1 bij dit statuut hebben wij nadere bepalingen opgenomen met betrekking tot het begrip “publieke taak” en het verstrekken van leningen en garanties.

Artikel 6.4 Relatiebeheer

De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten en het zorgdragen voor een permanente beschikbaarheid van bancaire en financiële diensten tegen vooraf overeengekomen condities. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten:

1bankrelaties en hun bancaire condities worden tenminste eens in de vijf jaar beoordeeld;

2bankrelaties dienen voor wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal te voldoen aan de eisen die zijn gesteld aan een AA-rating;

3financiële instellingen dienen in Nederland of in een andere EER-lidstaat op basis van geharmoniseerde wet- en regelgeving onder toezicht te staan;

4tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben ontvangen.

Hoofdstuk 7 Kasbeheer

Artikel 7.1 Geldstromenbeheer

Het geldstromenbeheer wordt uitgevoerd binnen de volgende randvoorwaarden:

· het liquiditeitsgebruik wordt beperkt door de geldstromen op organisatieniveau op elkaar en op de liquiditeitenplanning af te stemmen;

· er wordt op toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen van de gemeente tijdig worden nagekomen;

· het betalingsverkeer wordt zoveel als mogelijk elektronisch uitgevoerd bij één bank.

Artikel 7.2 Saldo- en liquiditeitenbeheer

Bij het aantrekken en uitzetten van gelden voor een periode tot één jaar streven wij de volgende doelstellingen na:

· het concentreren van liquiditeiten binnen één rentecompensabel stelsel bij één bank;

· het optimaliseren van de gemiddelde debiteuren- en crediteurentermijn;

· bij een korte liquiditeitsbehoefte kunnen kortlopende financieringsmiddelen worden aangetrokken; hierbij worden de bepalingen betreffende de kasgeldlimiet in acht genomen;

· het dagelijks zorgdragen voor voldoende liquiditeiten om aan de korte- termijnverplichtingen te kunnen voldoen.

Artikel 7.3 Debiteuren- en crediteurenbeheer

Het debiteuren- en crediteurenbeheer richt zich op de verwachte inkomende geldstromen uit hoofde van vorderingen en de verwachte uitgaande geldstromen uit hoofde van verplichtingen. Doelstellingen van dit beheer zijn:

· het optimaliseren van de gemiddelde debiteuren- en crediteurentermijnen;

· het doelmatig beheren van de debiteuren en de crediteuren;

· het minimaliseren van de kosten van het betalingsverkeer en de incassokosten.

Bij het realiseren van deze doelstellingen gelden de volgende richtlijnen:

· er bestaat een vaste invorderingsprocedure voor debiteuren waarin tevens de incassoprocedure is geregeld;

· er bestaat een vaste crediteurenprocedure;

· er vindt periodiek controle plaats op de toepassing van de debiteuren- en de crediteurenprocedures;

· bij het incasseren van vorderingen en het voldoen aan verplichtingen jegens crediteuren worden de meest efficiënte instrumenten gebruikt;

· het gebruik van automatische incasso bij het innen van vorderingen wordt gestimuleerd;

· het team Advies & Middelen van de afdeling Bedrijfsvoering stuurt actief op de betaal- en ontvangstmomenten van grote geldstromen.

Artikel 7.4 Aantrekkingen

Bij het aantrekken van vreemd vermogen voor een periode korter dan één jaar gelden de volgende uitgangspunten:

· het voorzien in de vermogensbehoefte tegen zo laag mogelijke kosten;

· het aantrekken van vreemd vermogen tegen aanvaardbare risico’s;

· het aantrekken van gelden geschiedt op basis van ten minste twee offertes;

· de beslissingen tot financiering met kort geld worden genomen op basis van de totale financieringspositie (integrale financiering);

· voor het aantrekken van korte financieringsmiddelen zijn uitsluitend de instrumenten kasgeld en de kredietlimiet op de rekening-courant toegestaan.

Artikel 7.5 Uitzettingen

Bij het uitzetten van overtollige financiële middelen gelden wettelijke voorschriften waaronder de regels zoals die voor het Schatkistbankieren zijn vastgesteld.

Hoofdstuk 8 Organisatie van de financieringsfunctie

Artikel 8.1 Verantwoordelijkheden

De verantwoordelijkheden met betrekking tot de financieringsfunctie van de gemeente staan in de onderstaande tabel gedefinieerd.

Functie

Verantwoordelijkheden

Gemeenteraad

-

stelt de financieringsdoelstellingen, het financieringsbeleid, de beleidskaders en de limieten alsmede de realisering daarvan vast door middel van de paragraaf Financiering in zowel de begroting als het jaarverslag;

-

toetst de rechtmatigheid en doelmatigheid van de financieringsfunctie aan de hand van de Financiële verordening en het Financieringsstatuut.

College van burgemeester en wethouders

-

stelt de richtlijnen voor de uitvoering van de financieringsfunctie vast door middel van de vaststelling van het Financieringsstatuut;

-

draagt de formele verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het financieringsbeleid;

-

besluit over transacties die vallen buiten de gemandateerde bevoegdheden van medewerkers;

-

voert een repressieve controle uit op de transacties;

-

rapporteert aan de gemeenteraad via het jaarverslag en tussentijdse rapportages over de uitvoering van het financieringsbeleid.

Wethouder van financiën

-

draagt de politieke verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het financieringsbeleid.

Algemeen directeur

-

draagt verantwoordelijkheid voor de vormgeving en de uitvoering van de planning en control op beleidsmatig, financieel en juridisch gebied;

-

draagt verantwoordelijkheid voor het opstellen en actualiseren van het financieringsbeleid dat ter goedkeuring aan het college van burgemeester en wethouders wordt voorgelegd;

-

ziet toe op de juiste uitvoering van het beleid.

Concerncontroller

-

bewaakt de juistheid, de volledigheid en de tijdigheid van de rapportages en doet voorstellen voor beleidswijzigingen.

Concernmanager Bedrijfsvoering

-

draagt verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het financieringsbeheer;

-

rapporteert aan de directie en aan het college van burgemeester en wethouders;

-

beslist, op advies van de financieringsmedewerker, over de aan hem gemandateerde financierings- en beleggingstransacties.

Concernmanagers en Unitmanager

-

dragen zorg voor een goede kwaliteit van de informatie die hun afdelingen aanleveren aan de financieringsmedewerker met betrekking tot toekomstige uitgaven en inkomsten.

Teamleider Advies & Middelen

-

beslist, op advies van de financieringsmedewerker, over de aan hem gemandateerde financierings- en beleggingstransacties;

-

treedt in overleg met budgethouders bij verschil tussen de liquiditeitsprognoses en de realisatie daarvan.

Financierings-medewerker team Advies & Middelen

-

maakt en actualiseert de liquiditeitsprognose voor zowel de korte als de lange termijn;

-

doet op basis van de liquiditeitsprognose voorstellen voor het nemen van financierings- en beleggingstransacties;

-

vergelijkt periodiek de liquiditeitsprognose met de realisatie;

-

verklaart de verschillen en bespreekt deze met de teamleider Advies & Middelen;

-

voert het cashmanagement uit, beheert de dagelijkse saldi en de liquiditeiten en onderhoudt de daaruit voortvloeiende contacten met de bank(en);

-

draagt verantwoordelijkheid voor de administratieve vastlegging van de financiële contracten in de administratie;

-

controleert of de bevestiging van financiële transacties van externe partijen overeenkomen met de interne stukken;

-

rapporteert over de werkzaamheden aan de teamleider Advies & Middelen.

Budgethouder

-

informeert actief aan de financieringsmedewerker met betrekking tot de liquiditeitsprognose;

-

informeert tijdig, volledig en betrouwbaar.

Artikel 8.2 Bevoegdheden

De bevoegdheden met betrekking tot de financiering en het uitzetten van gelden zijn opgenomen in het Algemeen mandaatbesluit Coevorden 2016 en het Algemeen ondermandaatbesluit Coevorden 2016.

Hoofdstuk 9 Informatievoorziening

Artikel 9.1 Algemeen

De kernelementen bij de financieringsfunctie zijn sturen, beheersen, verantwoorden en toezicht houden. Bij de eerste twee elementen gaat het met name om operationele informatie en bij de laatste twee elementen om verantwoordingsinformatie. De genoemde informatie wordt voorafgegaan door beleidsinformatie waarin de beleidskaders zijn opgenomen. Aan de informatieplicht wordt op de volgende wijze invulling gegeven.

Artikel 9.2 Beleidsmatige informatie

De beleidsmatige informatie bestaat uit de beleidskaders zoals verwerkt in dit statuut en in de op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) verplicht in de begroting op te nemen paragraaf Financiering. In deze paragraaf kan de informatie worden gevonden met betrekking tot concrete beleidsplannen en de uitvoering ervan. Het doel van de beleidsmatige informatie is een transparant besluitvormingsproces.

Artikel 9.3 Operationele informatie

De organisatieonderdelen stellen zowel een korte- als een lange-termijnliquiditeitsprognose op. In de korte-termijnprognose worden, voor zover daar aanleiding voor is, in ieder geval de volgende onderwerpen behandeld:

· investeringsuitgaven en te ontvangen investeringssubsidies;

· kosten van bouwrijp maken en te ontvangen koopsommen in het kader van de grondexploitatie;

· overige inkomsten en uitgaven;

· dagelijkse rekening-courantsaldi;

· geldmarktinformatie.

De lange-termijnprognose berust op:

· voorgenomen investeringen in het kader van het meerjareninvesteringsprogramma;

· renteverwachtingen;

· analyse van de leningenportefeuille;

· kapitaalmarktinformatie.

Artikel 9.4 Verantwoordingsinformatie

Met deze informatie wordt ingegaan op de vraag in hoeverre de gestelde doelen met betrekking tot het financieringsbeleid zijn gerealiseerd en of de uitvoering van de financieringsfunctie heeft plaatsgevonden binnen de daarvoor gestelde kaders. Deze verantwoordingsinformatie wordt opgenomen in de verplicht in het jaarverslag op te nemen paragraaf Financiering. Als verantwoordingsinformatie wordt onder meer aangemerkt:

· liquiditeitsprognose versus realisatie;

· geplande risicoprofiel versus realisatie;

· rapportage over de naleving van procedures, richtlijnen en limieten.

Hoofdstuk 10 Administratieve organisatie en interne controle

Artikel 10.1 Algemeen

De richtlijnen en limieten, de verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden en de mandatering vinden hun vastlegging en neerslag in de administratieve organisatie. In relatie daarmee zal de administratieve organisatie ook de adequate beleids-, operationele en verantwoordingsinformatie moeten kunnen leveren aan de betrokkenen. De administratie bevat daarnaast als kernonderdeel de maatregelen voor de interne controle om te bewerkstelligen dat de uitvoering van de financieringsfunctie conform de gestelde regels geschiedt.

Artikel 10.2 Preventieve administratieve maatregelen

Procedures worden vastgesteld voor de volgende activiteiten:

· het aantrekken van call- en kasgeldleningen;

· het aantrekken van langlopende geldleningen;

· het verlenen van garanties;

· het opstellen van liquiditeitsprognoses.

Hoofdstuk 11 Inwerkingtreding en citeertitel

Artikel 11.1 Inwerkingtreding

Dit statuut treedt in werking op de dag na de bekendmaking daarvan. Het Financieringsstatuut gemeente Coevorden 2013, vastgesteld bij besluit van burgemeester en wethouders van 10 december 2013, vervalt op de in de vorige zin genoemde dag.

Artikel 11.2 Citeertitel

Dit statuut wordt aangehaald als ‘Financieringsstatuut gemeente Coevorden 2016’.

Bijlage 1 bij het Financieringsstatuut gemeente Coevorden

Uitvoeringsbepalingen bij het verstrekken van leningen en garanties

Bepalingen bij het vaststellen van de publieke taak

· voor die gebieden waarvoor de gemeente geen beleidsvormende c.q. stimulerende taak voor zichzelf ziet weggelegd, verstrekt zij geen leningen en garanties;

· pas als de gemeenteraad van mening is dat het doel van de gevraagde lening of garantie voldoende past in het geformuleerde gemeentelijke beleid kan deze worden verstrekt. De mate waarin het doel van de gevraagde lening of garantie past in het gemeentelijk beleid is mede af te lezen uit de wijze waarop de gemeente tot dan is omgegaan met de desbetreffende activiteiten, voorzieningen of organisaties;

· bij de bepaling van de publieke taak speelt het belang van de eigen inwoners een belangrijke rol.

Bescheiden die moeten worden overlegd bij het aanvragen van een lening of een garantie:

· een omschrijving van de reden van de aanvraag;

· een uittreksel van de inschrijving van de aanvrager bij de Kamer van koophandel;

· een eventueel financieringsstatuut van de aanvrager;

· de bestuurssamenstelling van de aanvrager;

· een business case inclusief een meerjarige liquiditeitsprognose;

· het exploitatieoverzicht van het huidig boekjaar van de aanvrager;

· een begroting van het huidig en het komend boekjaar van de aanvrager;

· de jaarrekening van de afgelopen twee boekjaren van de aanvrager, voorzien van goedkeurende accountantsverklaringen.

Criteria voor het vaststellen van de prijsstelling (risicovergoeding):

· liquiditeit/kasstroom;

· solvabiliteit;

· rentabiliteit;

· risicoanalyse (markt, operationele, krediet- en juridische risico’s);

· te verkrijgen zekerheden en overeen te komen voorwaarden;

· voorwaarden Europese regelgeving.

Overige aandachtspunten:

· de aanvrager toont aan dat de lening zonder gemeentegarantie niet wordt verstrekt of leidt tot een te zware rentelast;

· de looptijd van de lening is afgestemd op de economische levensduur van het object waarvoor de lening wordt afgesloten;

· verplicht gestelde verzekeringen;

· het afspreken van een maximale looptijd en een aflossingswijze om te voorkomen dat garanties een min of meer eeuwigdurend karakter krijgen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.