Aanhef
De raad van de gemeente Castricum:
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 9 mei 2023;
gezien het advies van de algemene raadscommissie d.d. 25 mei 2023;
gelet op het bepaalde in;
b e s l u i t:
1Het Programma Water en Riolering (PWR) 2023-2026 voor Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo vast te stellen;
2Budget over te hevelen naar de BUCH ter dekking van de uitbreiding van de personele capaciteit met 2,5 fte aan toezichthouders en één auto;
3Voor het jaar 2023 een subsidieplafond vast te laten stellen op €34.710;
4De financiële kostendekkingsvariant B vast te stellen;
5De bijgevoegde begrotingswijziging vast te stellen;
6Kennis te nemen van de concept subsidieregeling "Klimaatadaptieve maatregelen Castricum 2023".
Samenvatting
Programma Water en Riolering
Het Programma Water en Riolering is een uitwerking van de ambities uit de Omgevingsvisies van de BUCH-gemeenten om de gemeentelijke watertaken stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater vorm te geven. Het gaat om de doelen beschermen van de gezondheid, beschermen van de leefomgeving waaronder ook milieu en waterkwaliteit, en, bijdragen aan een klimaatbestendige en waterrobuuste omgeving. Daarbij wordt integraal samengewerkt en meegewerkt aan andere doelen zoals de energietransitie en circulaire economie. Het programma is net als de Omgevingsvisies zelfbindend, dus het bindt alleen het gemeentebestuur zelf.
Het Programma Water en Riolering is de opvolger van de Gemeentelijke Rioleringsplannen. Dit Programma laat zien hoe we naast de invulling van onze zorgplichten afvalwater, hemelwater en grondwater samen met onze waterpartners de komende jaren ook een bijdrage leveren aan het behalen van andere gemeenschappelijke doelen via een integrale en wijkgerichte aanpak. Het gemeentelijke waterbeheer staat niet op zich, maar is continu in beweging door diverse uitdagingen en ontwikkelingen.
Regionale samenwerking
De gemeenten Alkmaar, Bergen, Dijk & Waard, Uitgeest, Castricum en Heiloo, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) en Provinciaal Waterbedrijf Noord-Holland (PWN) werken samen op het gebied van stedelijk waterbeheer en geven het water- en rioleringsbeleid vorm. Als doelstelling is opgenomen om het beheer van de afvalwaterketen uit te voeren tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten, betere kwaliteit van dienstverlening en verminderde (personele) kwetsbaarheid.
Omdat de gemeenten in historisch, geografisch en organisatorisch van elkaar verschillen bevat dit PWR ook een gemeentespecifieke uitwerking voor de BUCH-gemeenten. In het uitvoeringsprogramma staan activiteiten die zowel gezamenlijk als regio, als BUCH en gemeentespecifiek worden opgepakt. Kortom, van oorspronkelijk vier Gemeentelijke rioleringsplannen (GRP’s) naar één Programma Water en Riolering (PWR) voor de BUCH met uniform beleid rekening houdend met de actuele ontwikkelingen.
Terugblik
De afgelopen planperiode zijn veel activiteiten op basis van de lopende GRP’s uitgevoerd. We hebben bijvoorbeeld een actueel beeld van de toestand van de rioleringssystemen. Al het huishoudelijke en bedrijfsmatige afvalwater wordt ingezameld en naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) afgevoerd of lokaal gezuiverd. Tijdens hevige neerslag wordt een deel van het afvalwater via overstortvoorzieningen op het oppervlaktewater geloosd volgens de afspraken met het hoogheemraadschap. De gevolgen voor het oppervlaktewater zijn dan beperkt door de verdunning met het regenwater. Afkoppelen van het regenwater van de riolering heeft voor een sterke verbetering gezorgd van het oppervlaktewater.
Daarnaast is door de uitgevoerde simulatieberekeningen met hevige neerslag, de zogenaamde klimaatstresstesten, een duidelijk beeld gemaakt van de gevolgen van de verwachte klimaatontwikkeling. Hierbij is ook gebruik gemaakt van de wateroverlastmeldingen van de zware buien van het weekend van 18-20 juni 2021. Ook is veel grondwateronderzoek verricht, zodat de knelpunten duidelijk zijn.
Het onderhoud aan het oppervlaktewatersysteem in het binnenstedelijk gebied voeren we met het hoogheemraadschap in samenwerking uit. Gezamenlijk worden knelpunten geïdentificeerd en aangepakt, bijvoorbeeld door baggeren en het vergroten van watergangen.
Ambitiedocument Programma Klimaat 2021-2025
Het Ambitiedocument Programma Klimaat 2021-2025 vormt een belangrijk kader voor de BUCH-gemeenten. De ambities uit het PWR, gericht op de waterketen en de openbare ruimte, leveren een bijdrage aan en hebben een relatie met elke pijler uit dit ambitiedocument: Energietransitie, Duurzame Mobiliteit, Klimaatadaptatie, Circulaire Economie en Duurzame Bedrijfsvoering.
Beleidsplan Klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen
Een belangrijk document voor de hemelwatertaak is het beleidsplan Klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen. Dit plan onderbouwt de (met het PWR gedeelde) ambities om de gemeente bestendig te maken tegen extreme neerslag, droogte en hitte. In de kostenberekening van het PWR is rekening gehouden met de benodigde budgetten voor klimaatadaptatie, omdat de kosten voor een groot deel onder de rioolheffing vallen.
Rioolstelsels
Vanwege de afvalwatertaak is het noodzakelijk om jaarlijks een bepaalde hoeveelheid beschadigde riolen te vervangen en beheer en onderhoud uit te voeren. Bij voorkeur combineren we rioolvervanging met het wegbeheer en andere opgaven in de openbare ruimte. Het schoon houden en scheiden van schone en vuile waterstromen voor een betere waterkwaliteit is een van de uitdagingen.
Grondwater
Gemeenten hebben als regisseur van grondwaterprocessen een grondwatertaak. Aandachtspunt is dat door de klimaatverandering (extreem natte en droge perioden) en bodemdaling de grondwaterproblematiek meer aandacht vraagt. Het grondwaterpeil willen we zoveel als mogelijk op natuurlijke wijze laten fluctueren. De bodemgesteldheid en waterdoorlatendheid kunnen regionaal en lokaal sterk verschillen. Om wateroverlast door hoge grondwaterstanden te voorkomen en droogte in andere periodes, geven we daarom gebiedsspecifiek invulling aan de ontwateringsnormen.
Door kennisdeling en samenwerking geven gemeenten en het hoogheemraadschap gezamenlijk invulling aan het grondwaterbeheer. In de Waterwet is de taakverdeling tussen de gemeente en het hoogheemraadschap vastgelegd.
Financiering en Rioolheffing
De kosten van de activiteiten uit het PWR worden gedekt uit de rioolheffing, die de gemeenteraad jaarlijks vaststelt. De maatregelen in de planperiode 2023 tot en met 2026 zijn vrij nauwkeurig bekend. De periode daarna is globaler in beeld, maar bepaalt wel de resultaten van de kostendekkingsberekeningen. De berekening van de rioolheffing in het PWR geeft dus alleen een indicatie, de trend aan. Met een beperkte stijging kunnen de geprognosticeerde uitgaven worden opgevangen. De rioolheffing die bewoners en bedrijven betalen, is specifiek bedoeld voor het dekken van de kosten van de gemeentelijke watertaken: afvalwater, hemelwater en grondwater.
Er zijn meerdere manieren om de investeringen te verwerken:
1Activeren en afschrijven gedurende de tijd dat een bepaald rioleringsonderdeel gebruikt wordt, dus geld lenen en over een afschrijvingsperiode afbetalen. De rentestand is belangrijk voor de hoogte van de kosten.
2Sparen vanuit de rioolheffing: de jaren vóór de investering (dus voordat de maatregel wordt uitgevoerd) vanuit de rioolheffing sparen in een spaarvoorziening (een spaarpot) en de investering voor een deel of in een keer afboeken.
3Een mengvorm van de eerste twee manieren.
Verordeningen
Verordeningen zijn juridisch bindende regels die aan activiteiten worden gesteld. Eind 2022 hebben we de volgende verordeningen vastgesteld om de regels eenduidig, toekomstbestendig en zo veel mogelijk BUCH breed gelijk te maken:
•Aansluitverordening: regels met betrekking tot de rioolaansluiting en wijzigingen daaraan.
•Verordening eenmalig rioolaansluitrecht: kosten voor een nieuwe aansluiting op de riolering.
•Verordening afvoer hemel- en grondwater: regels over het verplicht afkoppelen van hemelwater en grondwater in gebieden waar het riool of het drukrioolgemaal niet bedoeld is voor hemelwater en grondwater
•Verordening hemelwaterberging: als bij nieuwbouw op het particuliere terrein op basis van het klimaatadaptatiebeleid hemelwaterberging met een bepaald aantal liters per m2 bebouwd oppervlak is aangelegd, moet de grootte ook minimaal zo blijven om daarmee de kans op wateroverlast in de leefomgeving te verminderen. In Uitgeest, Castricum en Heiloo geldt 40 liter per m2 bebouwd oppervlak, in Bergen 60 liter per m2 bebouwd oppervlak.
Na inwerkingtreding van de Omgevingswet (per 1 januari 2024) gaan deze verordeningen automatisch over in de nog op te stellen omgevingsplannen.
De vervanging van de Verordening Rioolheffing door de Verordening Riool- en Waterzorgheffing vraagt nog meer voorbereiding en afstemming en volgt later. Deze verordening biedt mogelijkheden om de kosten van de afvoer van afvalwater en de zorg voor hemelwater en grondwater te scheiden.
Tenslotte
Het college geeft in het PWR de gemeentelijke watertaken vorm en werkt zo mee aan de ambities uit de omgevingsvisies voor een duurzame, gezonde en leefbare stad.
5 Uitvoeringsagenda
5.2 Gemeentelijk programma
5.2.1 Planvorming en onderzoek
Planvorming is onmisbaar voor doelmatig rioleringsbeheer. Om inzicht te behouden en verkrijgen in de staat en het functioneren van het rioleringssysteem is onderzoek noodzakelijk. De plannen en onderzoeken die de gemeente tijdens de planperiode opstelt, zijn opgenomen in de exploitatie.
Tijdens de planperiode willen we nader analyseren waar we maatregelen tegen wateroverlast en droogte nodig vinden op locaties waar geen rioolvervanging gepland is. Ook de thema’s hitte, overstroming en natuurinclusief bouwen worden hierbij betrokken. Voor deze analyse gebruiken we de informatie van de rioolvervangingskaarten en de klimaatatlas.
5.2.2 Cyclisch onderhoud
Onderhoudsinspanningen zijn afgestemd op het behoud en goed laten functioneren van het systeem, waarbij risico’s optimaal worden vermeden. De activiteiten bestaan uit regulier onderhoud en (reactieve) reparaties. De onderhoudskosten maken een significant deel uit van de totale exploitatie. Deze kosten bestaan grotendeels uit het jaarlijks onderhoud van rioleringen, gemalen en rand en hemelwatervoorzieningen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het reinigen, inspecteren en onderhouden van de (pers)leidingen, putten, kolken, gemalen, randvoorzieningen, het vegen van straten en baggeren van watergangen. Het beheer en onderhoud wordt zo uitgevoerd dat maximaal effect wordt bereikt.
Rioolreiniging
De doelstelling voor reiniging blijft ongewijzigd ten opzichte van de vorige planperiode. Er wordt volgens een strategisch jaarplan reiniging gewerkt. Dit plan ziet er globaal als volgt uit:
•Voordat camera-inspecties (alleen met rijdende camera’s in de buizen) worden uitgevoerd, wordt gereinigd
•Actief reinigen op basis van meldingen en klachten rond vervuiling en/of verstoppingen.
Rioolinspectie
De inspectiecyclus voor de vrijvervalriolen wordt voor de komende jaren als volgt ingevuld:
•Riolen worden 20 jaar na aanleg voor het eerst geïnspecteerd
•Incidenteel wordt geïnspecteerd bij klachten
•Riolen ouder dan 20 jaar worden met een gemiddelde frequentie van 1 keer per 10 jaar geïnspecteerd. In detail wordt afhankelijk van bijvoorbeeld ligging, materiaal en knelpunten, bepaald hoe vaak en waar inspectie plaatsvindt.
Gemalen, pompen en persleidingen
We willen de drukriolering zo betrouwbaar mogelijk houden en de hoeveelheid en duur van storingen in het systeem zoveel mogelijk beperken. Hiertoe worden standaard reinigings- en inspectiefrequenties bijgesteld op basis van een klachten- en risicogestuurde aanpak. Op basis van de praktijkervaringen van het serviceteam en risicoafwegingen kunnen de frequenties bij specifieke installaties worden aangepast.
We hanteren het meest doelmatige scenario van telemetrie in het buitengebied. Hierbij worden niet alleen de kosten afgewogen tegen de voordelen of de risico’s op langer durende storingen. Ook wegen we mee in hoeverre we de betrokken inwoner(s) ontzorgen.
Kolkenreiniging
We hanteren vaste frequenties voor het reinigen van de kolken, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen drukke en rustige gebieden. Zo worden bijvoorbeeld boulevards aan zee na elke storm door het serviceteam aangepakt.
Verhelpen van storingen
Ook het verhelpen van storingen gaat volgens een strategie. De werkzaamheden zijn verdeeld tussen het serviceteam en een aannemer. Wie in actie komt, hangt af van de aard van de storing en het tijdstip.
De beheer en onderhoudskosten zijn onderdeel van de exploitatie.
5.2.3 Vervangings- en verbeteringsmaatregelen
Voor de drie wettelijke zorgplichten van de gemeente is het van belang dat het rioleringssysteem optimaal functioneert. Het is dus zaak dat oude leidingen tijdig vervangen worden, voordat deze een risico kunnen vormen. Het moment van vervangen wordt gebaseerd op de inspectieresultaten en/of optredende problemen. Om de afvoercapaciteit te verbeteren en de vuiluitworp te verminderen worden verbeteringsmaatregelen uitgevoerd.
We werken zo veel mogelijk wijkgericht. Zo kunnen we de inwoners en bedrijven goed betrekken en uitleg geven. Ook kunnen wij hen een overzicht bieden van de verschillende opgaves die we op dat moment in de wijk aanpakken. In 2023 actualiseren we ons Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR), zodat de algemene inrichtingseisen voor de openbare ruimte worden opgenomen. De eisen hebben betrekking op zowel het proces als bijvoorbeeld het ontwerp, materiaalkeuze, beheersaspecten en het eindresultaat.
In herinrichtingsprojecten worden klimaatadaptieve maatregelen meegenomen. Het gaat dan ook om situaties waar geen rioolvervanging plaatsvindt.
Strategie op schaalniveaus volgens het Beleidsplan Klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen & Uitvoeringsprogramma 2023-2026
Een klimaatadaptieve en natuurinclusieve (her)inrichting van tuinen, de straat, wijken en gebieden heeft een direct effect op de inwoners en op de werkvelden van de BUCH werkorganisatie. Voor de klimaatadaptieve aanpak onderscheiden we daarom drie schaalniveaus:
1Huis en pand
2Straat, wijk en gebied
3Regio
De gemeenten zijn in de uitvoering vooral aan zet op de schaalniveaus straat, wijk en gebied en in samenwerking met de regio. Twee derde van de bebouwde omgeving is echter particulier terrein. Dit betekent dat inwoners een belangrijke rol spelen in de ambitie om in 2050 klimaatbestendig en natuurinclusief ingericht te zijn. Activiteiten in dit uitvoeringsprogramma zijn gericht op deze verschillende schaalniveaus en de gemeenten vervullen hierin verschillende rollen. De gemeenten werken integraal samen vanuit het Ambitiedocument Programma Klimaat. Dit doen we omdat we daardoor het meest effectief de doelstellingen kunnen bereiken.
De gemeenten zijn partner
De gemeenten richten zich op het schaalniveau huis en pand op het aansluiten bij initiatieven van ‘koplopers’. Dit zijn inwoners die al klimaatadaptieve maatregelen toepassen in eigen huis en tuin. Tevens richten de gemeenten zich op het voorlichten en stimuleren van inwoners en bedrijven. Dit sluit aan bij het uitgangspunt: ‘faciliteren en stimuleren van lokale initiatieven’ uit het ambitiedocument programma Klimaat.
De gemeenten dirigeren en stellen kaders
De gemeenten richten zich op het schaalniveau straat, wijk en gebied op het geven van het goede voorbeeld. De gemeenten maken het eigen vastgoed en de openbare ruimte klimaatadaptief en natuurinclusief (de gemeente doet het zelf). Met betrekking tot ruimtelijke ontwikkelingen geven de gemeenten richting en stellen zij kaders met betrekking tot klimaatbestendige uitgangspunten en natuurinclusief bouwen. Dit doen de gemeenten bij de start van elk project.
De gemeenten werken kosteneffectief
De gemeenten werken onderling en binnen de regio samen aan onderzoeken, een communicatiestrategie, organisatorische activiteiten en activiteiten rondom klimaatadaptatie. Zo werken we kosteneffectief aan een klimaatbestendige regio.
5.2.4 Facilitair / overig
Om het stedelijke watersysteem goed te beheren, worden ondersteunende activiteiten verricht en diensten afgenomen. Deze worden gegroepeerd onder ‘Overig’. Ondersteunende aspecten die betrekking hebben op organisatie en financiën zijn opgenomen in de bijlage.
6 Middelen
6.2 Financiële middelen
6.2.1 Uitgangspunten
In de rapporten ‘Kostendekking’ van Arcadis (februari 2023) zijn de kostendekkingsberekeningen per gemeente uitgewerkt en toegelicht.
Startsituatie
Rente en inflatie
•De rente op nieuwe investeringen en boekwaarden bedraagt 1,0%. Deze rente wordt voor het eerst doorbelast in het jaar van investering.
•Er vindt geen toerekening van rente plaats op positieve saldi van reserves en/of voorzieningen;
•Er vindt per jaar 2,4% indexatie van de uitgaven plaats (als gevolg van inflatie).
BTW
Jaarlijks belasten we 21% aan de rioolheffing, op basis van directe exploitatiekosten (variant C) en daarnaast ook over afschrijvingen (variant A en B).
Voorzieningen
•Het saldo van de Egalisatievoorziening riolering (BBV 44.2) per 1 januari 2023
•Het saldo van de voorziening(en) mag gedurende de gehele beschouwde periode niet negatief zijn;
•Er is geen maximum gesteld aan het saldo dat gedurende de beschouwde periode in de voorziening(en) wordt begroot. Het beleidsuitgangspunt ten aanzien van de voorziening is om gemiddeld een voorziening van 1 miljoen aan te houden.
Investeringen
•De langjarige, cyclische vervangingsinvesteringen hebben we voor de hele beschouwde periode bepaald op basis van het beheersysteem en standaard levensduren.
•De onderliggende kostenkengetallen zijn een combinatie van kostenkengetallen Kennisbank en eigen kostenkengetallen. De kostenkengetallen van de Kennisbank (2015) hebben we met 2% per jaar geïndexeerd om ze op prijspeil 2023 te brengen.
•We activeren alle investeringen en hanteren hierbij de volgende afschrijvingstermijnen:
•De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor vrij verval riolering, drukriolering, persleidingen en VST’s bedraagt 60 jaar;
•De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor bouwkundige delen van gemalen en randvoorzieningen bedraagt 45 jaar;
•De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor bouwkundige delen van randvoorzieningen bedraagt 45 jaar;
•De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor elektro-/mechaniche delen van gemalen, drukriolering en randvoorzieningen bedraagt 15 jaar;
•De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor infiltratievoorzieningen en drainage bedraagt 30 jaar.
•De afschrijving vindt lineair plaats, startend aan het begin van het jaar volgend op de investering.
Heffingseenheden
•Het aantal (equivalente) heffingseenheden per 1 januari 2023 is ingevoerd. Dit aantal eenheden is berekend op basis van de totale baten (bruto, inclusief kwijtschelding en oninbaar) en de werkelijke rioolheffing in 2023.
•Per gemeente is een stijging ingevoerd gebaseerd op een percentage van de huidige woningbouwprognose.
Rioolheffing
•Het fictieve tarief voor de rioolheffing is een gewogen gemiddelde van de inkomsten uit verschillende tariefklassen op basis van het werkelijk aantal heffingseenheden.
•Er wordt rekening gehouden met kwijtschelding en oninbaar;
•De rioolheffing mag maximaal kostendekkend zijn: de geraamde opbrengsten mogen de geraamde lasten niet overstijgen (Gemeentewet artikel 229b);
•Reserveren voor toekomstige vervangingsinvesteringen - door dotaties aan de reserves en/of (spaar)voorziening is - toegestaan;
•Reserveren enkel voor uitbreiding van het voorzieningenniveau is niet toegestaan;
•De opbrengsten van de rioolheffing mogen niet voor andere doeleinden dan voor het gemeentelijk rioolstelsel (inclusief grond- en hemelwatervoorzieningen) worden aangewend ofwel hebben een relatie met de waterhuishouding.
6.2.2 Toerekening van kosten
De gemeente bekostigt vanuit de rioolheffing voorzieningen in de buitenruimte als deze functioneel bijdragen aan een waterrobuuster watersysteem. Dit betreft dus het transport van afvalwater, hemelwater en grondwater, maar ook het vasthouden (infiltratie), bergen (waterberging) en afvoeren (voorziening of sloot) om de openbare of particuliere ruimte te beschermen tegen (grond)wateroverlast en droogte. Denk bijvoorbeeld aan verlagingen in het groen waarnaar overtollig water kan wegstromen, zoals bermen of speelweides. Andere voorbeelden zijn groene daken/gevels die water vasthouden, waterpasserende verhardingsmaterialen of waterpartijen voor de opvang van regenwater.
Aandachtspunt is nog de bijdrage van andere vakdisciplines, zoals wegen, aan integrale projectkosten. De financiële mogelijkheden verschillen vaak per vakdiscipline, per gemeente en per project.
De kosten voor baggeren worden voor 50% toegerekend aan de rioolheffing. Het jaarlijkse bedrag aan kosten voor baggeren is bepaald op basis van het gemiddelde bedrag in de periode 2022-2028. Onkruidbestrijding en straatreinigen worden niet toegerekend aan de rioolheffing
6.2.3 Kostenontwikkeling
De komende jaren verwachten we stijgende kosten van de projecten met water en riolering: In 2022 betrof het circa 7% ten opzichte van 2021. Oorzaken:
•Grondstoffen worden duurder (bijvoorbeeld zand, grind, pvc, brandstof)
•Arbeidskosten gaan omhoog
•Energieprijzen stijgen
•Klimaatadaptieve en waterrobuuste inrichting (het water gerelateerde deel) op basis van de klimaatbestendige uitgangspunten, ook buiten de geplande rioolvervanging
•Onderzoek naar en maatregelen voor kwetsbare locaties in alle gemeentes, n.a.v. wateroverlast.
De stijging van de rioolheffing door klimaatadaptatie is ongeveer 1 à 3%. Bij vroegtijdige inbreng van klimaatadaptief (en water) advies kunnen kosten worden bespaard.
6.2.4 Inkomsten
De wettelijke zorgplichten ten aanzien van de riolering en de klimaatadaptieve ambities bekostigen we uit de rioolheffing. Door klimaatverandering neemt de noodzaak om te investeren in maatregelen voor de verwerking van regenwater toe. Een groot deel van de regenwaterafvoer is afkomstig van particulier terrein. We gaan daarom de komende planperiode onderzoeken hoe we de rioolheffing kunnen gebruiken om te sturen op het verwerken van regenwater op particulier terrein. De zorgplicht hemelwater voorziet in de hiertoe benodigde wettelijke grondslag.
6.2.5 Uitgaven
De beschreven uitgangspunten, voorziene planmaatregelen en jaarlijkse werkzaamheden leiden tot het uitgavenpatronen per gemeente in de periode 2023 t/m 2097.
6.2.6 Varianten
De berekende varianten:
–Voldoen aan wettelijke verplichtingen
–Voldoen aan wettelijke verplichtingen en ambities
–Voorkomen van onacceptabele schade en/of klimaatrobuust en waterbestendig inrichten
Variant A: (voor alle vier de gemeenten):
Financieringsmethodiek activeren.
BTW wordt jaarlijks toegerekend op basis van directe exploitatiekosten en afschrijvingen
Variant B (voor alle vier de gemeenten):
Financieringsmethodiek duurzaam financieren.
BTW wordt jaarlijks toegerekend op basis van directe exploitatiekosten, afschrijvingen
Variant C: (alleen Bergen)
Financieringsmethodiek activeren.
BTW wordt jaarlijks toegerekend op basis van alleen directe exploitatiekosten (conform huidige situatie)
Variant D: (alleen Heiloo)
Financieringsmethodiek duurzaam financieren. Hierbij worden spaarbedragen bepaald als sluitpost tussen inkomsten en lasten (conform huidige situatie).Er is dus geen aparte egalisatievoorziening naast een spaarvoorziening.
BTW wordt jaarlijks toegerekend op basis van directe exploitatiekosten en afschrijvingen.
6.2.7 Kostendekking
Op basis van de kostendekkingsberekeningen is het voorstel om voor alle BUCH gemeenten de variant duurzaam financieren toe te passen. Dit houdt in dat zoveel mogelijk rechtstreeks van de voorziening af wordt gehaald. Wanneer de investeringen hoog zijn en de voorziening niet toereikend is, wordt geactiveerd. Hiermee wordt de restschuld verlaagd.
In de aankomende planperiode met een doorkijk t/m 2097 sparen we dus bij voorkeur voor alle investeringen, zo lang als de voorziening toereikend is. De geactiveerde (rest)investeringen leiden tot een boekwaarde. Uit de boekwaarde volgen kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) voor een bepaalde duur. Het uitgavenpatroon in combinatie met het boekwaardeverloop en de boekwaarde van investeringen uit het verleden leiden tot het lastenpatroon. Hieruit volgen de benodigde totale baten en de benodigde rioolheffing.
Bij de interpretatie van de resultaten dient rekening te worden gehouden met de huidige, lage rentestand. Naast de renteontwikkelingen zijn er andere onzekerheden in de toekomst die de rioolheffing zullen beïnvloeden zoals kostenontwikkeling van (bouw)materialen en ontwikkelingen rondom klimaatadaptatie.
Om een kostendekkende rioolheffing te behouden, dient de rioolheffing jaarlijks te worden geïndexeerd op basis van de optredende inflatie. Ter bevordering van lastenegalisatie worden verschillen tussen totale baten en lasten verwerkt op de Voorziening Riolering (art. 44.2 BBV).
6.2.8 Subsidieverstrekking aan bewoners
In 2023 starten we met een Stimuleringsregeling klimaatadaptieve maatregelen voor particulieren. Hiervoor wordt aan de gemeenteraad een subsidieplafond voorgesteld. We adviseren, informeren, bieden subsidies en korting op heffingen om ons beleid te stimuleren. Dit geldt ook voor advies over beschikbare subsidies bij andere overheden of organisaties. Verder oriënteren we ons op de mogelijkheden om particulieren korting te geven op de rioolheffing in het geval van klimaatadaptieve maatregelen. Daarvoor willen we eerst een nieuwe vorm van rioolheffing invoeren. Zie daarvoor paragraaf 6.2.10.
6.2.9 Risico’s
Het langjarig verloop van de rioolheffing hebben we berekend op basis van de verwachte restlevensduur, gebaseerd op rioolinspecties, huidige inzichten in mogelijke ontwikkelingen en financiële uitgangspunten. Onvoorziene ontwikkelingen, calamiteiten, strengere regelgeving of bijvoorbeeld wijzigingen in financiële uitgangspunten kunnen het verloop beïnvloeden. Vooral een rentewijziging kan het verloop van de rioolheffing aanzienlijk beïnvloeden. De afgelopen jaren hebben we het voordeel gehad van een lage(re) rente op leningen ten gunste van geld lenen. Bij een stijgende rente treedt een omgekeerd effect op.
6.2.10 Verordening Riool- en Waterzorgheffing
In 2023 vervangen we de Verordening Rioolheffing door de Verordening Riool- en Waterzorgheffing. Hiermee doen we recht aan de bredere invulling van de gemeentelijke watertaken. Wateroverlast en verdroging vragen namelijk steeds meer maatregelen in de openbare ruimte. Iedereen heeft daar baat bij. Via de nieuwe verordening kunnen meer percelen in de heffing betrokken worden en kunnen we onderscheid maken tussen de heffing op de lozing van afvalwater van een perceel en de heffing op de waterzorg in het algemeen (hemelwater, grondwater).
Bijlage A Begrippen en definities
DEFINITIE VAN BEGRIPPEN
Doelmatig
Dit vullen we als volgt in:
De goede dingen doen: maatregelen dienen effectief te zijn.
Met de maatregelen voorkomen of beperken we problemen of lossen deze op.
De dingen goed doen: maatregelen dienen efficiënt te zijn.
We nemen geen maatregelen in openbaar gebied als alternatieven op een niet openbare probleemlocatie goedkoper of effectiever zijn.
Een goede verhouding tussen kosten en rendement.
De kosten van de maatregelen staan in verhouding tot de effecten.
Effectiviteit gaat over de mate waarin het resultaat aan het beoogde doel beantwoordt.
Efficiëntie gaat over het proces om tot dit resultaat te komen.
Doelmatigheid gaat over de combinatie van beide.
Redelijkerwijs
De betekenis hiervan is situatie afhankelijk en wegen we af op basis van kosten-baten, inpasbaarheid en maatschappelijke overlast.
Duurzaam
Hiermee doelen we op energie- en grondstoffengebruik, energie- en grondstoffen terugwinning en levensduur.
Afvloeiend hemelwater
Neerslag die tot afstroming komt.
Afkoppelen/niet aankoppelen
Het op de gemengde of vuilwaterriolering aangesloten afvoerend verhard oppervlak loskoppelen en aansluiten op een hemelwatervoorziening. Bij nieuwbouw: het niet aansluiten van afvoerend verhard oppervlak op een vuilwatersysteem.
Afvalwater
Al het water waarvan de houder zich - met het oog op de verwijdering daarvan - ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen.
Algemene regels
De lozingen worden tegenwoordig hoofdzakelijk geregeld via algemene regels (AmvB’s). Uitgangspunt: de lozer mag niets doen waarvan hij kan verwachten dat het problemen oplevert voor het riool, de zuivering of het (water)milieu.
Bruidsschatregels
Onder de Omgevingswet verhuizen veel regels van het Rijk naar gemeenten. Het Rijk zorgt er met het Invoeringsbesluit voor dat deze regels automatisch in het omgevingsplan komen. Dit heet ook wel de 'bruidsschat'. De bruidsschat is een tijdelijke oplossing om te voorkomen dat regels vanuit het Rijk komen te vervallen voordat de gemeente vergelijkbare of vervangende regels heeft kunnen stellen.
Circulaire economie
Economie gericht op en maximaal hergebruik van (afval)stoffen.
Drukriolering
Een mechanisch rioleringssysteem waarbij het afvalwater via kleine pompjes en persleidingen wordt verpompt naar een ontvangstput. Drukriolering wordt vaak toegepast in het buitengebied. Het systeem is niet geschikt voor het transporteren van regenwater.
Gemeentelijk rioleringsplan / Programma Water en Riolering
Een strategische nota waarin op hoofdlijnen de visie van het gemeentebestuur voor de komende planperiode is neergelegd met betrekking tot aanleg en beheer van het rioleringssysteem. Het GRP is een verplicht planinstrument volgens de Wet Milieubeheer (in de toekomst Omgevingswet).
In een verbreed GRP zijn de gemeentelijke watertaken m.b.t. de zorgplichten stedelijk afvalwater, grondwater en regenwater concreet uitgewerkt.
Gemengd rioolstelsel (GEM)
Rioolstelsel waarbij afvalwater en regenwater door één buizenstelsel worden ingezameld en afgevoerd.
Gescheiden rioolstelsel (GS)
Rioolstelsel waarbij afvalwater en regenwater door afzonderlijke buizenstelsels worden Ingezameld en afgevoerd. Het afvalwater wordt afgevoerd naar een AWZI, (een groot deel van) het regenwater wordt rechtstreeks afgevoerd naar het oppervlaktewater.
Groene berging
Verdiepte groenvoorziening voor de tijdelijke opvang van overtollig regenwater.
Groen dak
Begroeid dak, heeft niet alleen een beschermende functie, maar vangt ook fijn stof af, werkt verkoelend, vertraagt de waterafvoer en draagt positief bij aan vergroening van de stad.
Hemelwaterafvoer
Afvoer van hemelwater voordat het tot afstroming komt over het wegdek of via de riolering.
Hemelwatersysteem
Het geheel aan voorzieningen voor de gescheiden inzameling en transport van regenwater.
Hittestress
Het optreden van extreme hitte door een ongunstige combinatie van zonnestraling, temperatuur en bebouwing. Dit treedt meestal op in dicht bebouwde centra met een laag ventilatievermogen.
Hoofdrioolgemaal
Eindgemaal, meestal in beheer en eigendom van een waterbeheerder, via welke het afvalwater wordt getransporteerd naar een AWZI.
Huishoudelijk afvalwater
Afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden.
Hydraulische afvoercapaciteit
De capaciteit van een rioolstreng of rioleringssysteem om overtollig water af te voeren.
IBA
Systeem voor Individuele Behandeling van Afvalwater. Een voorbeeld hiervan is een verbeterde septic-tank.
Ingrijpmaatstaf
Grenstoestand van een rioleringsobject waarbij ingrijpen noodzakelijk is en maatregelen moeten worden opgesteld.
Infiltratievoorziening
Een waterdoorlatende ondergrondse voorziening die het regenwater opvangt en het langzaam laat wegzakken in de bodem.
Inspecteren
Het waarnemen, herkennen en beschrijven van de toestand van rioleringsobjecten.
Kapitaallasten
De langjarige kosten verband houdend met een nieuwe investering die niet direct is afbetaald.
Maaiveld
Veelgebruikte term om een hoogte aan te kunnen relateren. Meestal is bedoeld het straatniveau of de hoogte van een groenstrook.
Omgevingsgericht
Rekening houdend met de gewenste toekomstige inrichting van het openbare gebied.
Openbare riolering
Het gedeelte van de buitenriolering in eigendom en beheer bij de overheid (in de meeste gevallen is dit de gemeente).
Persleiding
Een leiding waardoor rioolwater met gebruikmaking van één of meerdere pompen onder overdruk wordt afgevoerd.
Randvoorziening
Vloeistofdichte voorziening als onderdeel van het rioolstelsel met als het doel het afvangen van vuil en/of bergen van overtollig afvalwater. Dergelijke voorzieningen worden toegepast ter verbetering van de waterkwaliteit.
Regenwaterriool
Riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van afstromend regenwater.
Regenwatersysteem Zie “RWA-systeem”.
Regenwateruitlaat
Voorziening bedoeld voor de directe lozing van regenwater op oppervlaktewater of groene berging.
Relinen
Het inbrengen van een verstevigende constructie ter versterking van de buis. Meestal in de vorm van een in te brengen flexibele kous die door hete lucht, of water en/of licht uithardt en de buis duurzaam herstelt.
Restlevensduur
Resterende levensduur van een riool, gebaseerd op de toestand van het riool (technische restlevensduur) of de leeftijd van het riool (theoretische restlevensduur).
Retentiebassin
Een ruimte al of niet overdekt, voor het tijdelijk opslaan van overtollig regenwater.
Riolering
Het geheel van riolen, rioolputten en bijbehorende voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater.
Rioleringsbeheer
Zorg voor het goed functioneren van het rioleringssysteem.
Rioolheffing
De belasting die bewoners en bedrijfsleven moeten betalen om gebruik te mogen maken van de riolering. De heffing kan uit een aansluitheffing en een afvoerheffing bestaan. De aansluitheffing wordt geheven wegens het hebben van een aansluiting op het gemeentelijk riool. De rioolafvoerheffing wordt geheven wegens het afvoeren van rioolwater afkomstig van de gebruiker van een onroerend goed.
Rioolgemaal
Bouwwerk met een inrichting voor het verpompen van afvalwater.
Riooloverstort
Voorziening die bij hevige of langdurige neerslag in werking treedt en het overtollige regenwater loost op een voorziening of direct op oppervlaktewater.
Rioleringssysteem
Samenstel van riolen en rioolputten voor de inzameling en het transport van afvalwater.
Rioolwaterzuivering (RWZI)
Een inrichting (werk) waar het afvalwater wordt ontdaan (van een groot deel) van de verontreinigingen.
RWA-systeem
Rioolstelsel alleen bestemd voor de inzameling en het transport van regenwater.
Sanitatie
Geheel van sanitaire voorzieningen zoals waterleiding, riolering, sanitair e.d. en voorlichting over nut en noodzaak van hygiënische leefomstandigheden als preventieve maatregel tegen gezondheidsklachten/ziekten.
Stedelijk afvalwater
Huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater.
Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW)
Plan waarin alle deelsystemen van het stedelijk watersysteem, het functioneren, de beoordeling van het functioneren en eventuele maatregelen worden beschreven.
Transitie
Een geleidelijke ombuiging van een bestaande situatie naar een toekomstig gewenste situatie. Bijvoorbeeld de transitie van een lineaire economie naar een circulaire economie.
Vacuüm riolering
Rioleringssysteem dat het afvalwater transporteert d.m.v. drukverschil. Dit systeem is niet geschikt voor het transport van regenwater.
Verbeterd gemengd rioolstelsel (VGM)
Gemengd rioolstelsel met ter plaatse van één of meerdere lozingspunten een randvoorziening met als doel vuilemissiereductie.
Verbeterd gescheiden rioolstelsel (VGS)
Gescheiden rioolstelsel waarbij een deel van het (meest vervuilde) regenwater wordt ver pompt naar de AWZI of alternatieve locatie voor de behandeling van verontreinigd regenwater.
Verhard oppervlak
Het op de riolering aangesloten oppervlak dat tijdens neerslag regenwater afvoert naar het rioleringssysteem.
Vrijvervalriolering
Rioleringssysteem waarbij het transport van afvalwater plaatsvindt door middel van de zwaartekracht.
Vuilemissie
Het totaal aan vervuilende stoffen afkomstig uit het rioleringssysteem dat (in)direct via riooloverstortputten wordt geloosd op oppervlaktewater.
Vuilwaterriool
Riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater.
Vuilwatersysteem
Het geheel aan voorzieningen voor de gescheiden inzameling en transport van stedelijk afvalwater.
Waarschuwingsmaatstaf
Grenstoestand van een rioleringsobject waarbij de actuele toestand discutabel is en nader onderzoek benodigd.
Waterbeheerder
Openbaar lichaam belast met de zorg voor (het goed functioneren van) het watersysteem (meestal een waterschap).
Wadi
Een bovengrondse droogstaande groenvoorziening die het regenwater opvangt en langzaam laat wegzakken in de bodem
Waterpasserende/waterdoorlatende verharding
Verharding (meestal wegbestrating) die het regenwater laat passeren via grof materiaal in de voegen (waterpasserend) of via het poreuze materiaal (waterdoorlatend).
Water-op-straat
Het verschijnsel tijdens hevige of langdurige neerslag dat water uit de riolering op straat komt te staan of dat regenwater niet in de riolering kan stromen als gevolg van een onvoldoende of belemmerde afvoercapaciteit.
Wateroverlast
Het verschijnsel dat “water op straat” overgaat in wateroverlast in de vorm van ernstige hinder (langdurige onbereikbaarheid) of leidt tot waterschade (bijvoorbeeld water in de woning).
Zorgplicht stedelijk afvalwater
De gemeente draagt zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen.
Zorgplicht hemelwater
De gemeente draagt zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen.
Zorgplicht grondwater
De gemeente draagt zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort.
Bijlage B Wetgeving
A)EUROPEES
1Europese Kaderrichtlijn Water
B)NATIONAAL
1Waterwet (Ww)
2Wet Milieubeheer (Wm)
3Zorgplichten Afval-, Hemel-, en Grondwater
4Lozingen besluit Afvalwater (Wm)
5Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo)
6Wet Informatie Uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netten en Netwerken (Wibon)
7Basisregistratie Ondergrond (Bro)
8Wet op lijkbezorging en besluit op lijkbezorging (1991)
9Nationaal Waterplan 2016-2021
10Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) + addendum
11Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten
12Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie
13Omgevingswet
14Drinkwaterwet en drinkwaterbesluit
NADERE INFORMATIE?
Nadere informatie over waterbeleid kunt u vinden op:
•helpdeskwater.nl
•infomil.nl
•riool.net
•stowa.nl
•wetten.overheid.nl
•samenwerkenaanwater.nl
•ruimtelijkeadaptatie.nl
•omgevingswet.nl
Bijlage C Ontwikkelingen
Het gemeentelijke waterbeheer staat niet op zich, maar is continu in beweging door diverse uitdagingen en ontwikkelingen. De belangrijkste zijn onderstaand beschreven.
Klimaatverandering
Het veranderende klimaat leidt tot meer extreme weersomstandigheden. Het wordt natter, droger en warmer. Dit brengt grote uitdagingen met zich mee voor de hemelwater- en grondwaterzorg. Het (hemel)watersysteem en de afvalwaterketen moet de neerslag zo goed mogelijk kunnen verwerken. Het besef groeit dat dit niet meer uitsluitend met grotere rioolbuizen is op te vangen, maar dat een aanpak in samenhang met de (bovengrondse) openbare ruimte noodzakelijk is. We zullen in het kader van klimaatadaptatie een afweging moeten maken tussen het accepteren of beperken van schade door wateroverlast bij extreme buien. Deze aanpak richt zich op afstemming binnen de waterketen, in de openbare ruimte (klimaatadaptatie) en op particulier terrein. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) zijn doelstellingen opgenomen. Gemeenten en medeoverheden moeten vanaf 2020 klimaatadaptief beleid verankeren om in 2050 een klimaatbestendige leefomgeving te hebben.
Participatie en bewustzijn
De gemeenten kunnen de gebouwde omgeving niet alleen of in één keer klimaatbestendig en waterrobuust maken. Aangezien meer dan vijftig procent van de gebouwde omgeving in handen is van particulieren en bedrijven, ligt het voor de hand om gezamenlijk op te trekken. Ruimtelijke ontwikkelingen gebeuren zoveel mogelijk in samenhang met elkaar, waarbij niet alleen mogelijke problemen als wateroverlast worden opgelost, maar ook de leefomgeving van inwoners aantrekkelijker wordt, bijvoorbeeld door meer groen.
Hierbij is het van belang dat de gemeente of projectontwikkelaars inwoners en bedrijven informeert over welke werkzaamheden gedurende welke periode plaatshebben. Om dit tijdig te kunnen doen is het in kaart brengen van de kwaliteit van het huidige rioolsysteem belangrijk. Zo kan er worden ingespeeld op de Omgevingswet, waarin participatie wordt bevorderd door minder regels en meer speelruimte in de omgevingsvisie en omgevingsplannen. Hiermee wordt de integrale wijkgerichte aanpak voor burgers en bedrijven inzichtelijker en transparanter.
Uitputting energie en grondstoffen
Wereldwijd worden grondstoffen schaarser of raken deze zelfs helemaal uitgeput. Hierdoor wordt de noodzaak groter van een transitie van een lineaire naar een circulaire economie. Dit betekent onder meer dat de Nederlandse energiehuishouding duurzamer en minder afhankelijk van eindige fossiele brandstoffen moet worden. Afvalwater en reststromen worden daardoor steeds waardevoller. Onderdelen of reststoffen kunnen mogelijk als nieuwe grondstoffen worden gebruikt. Circulair ondernemen is niet alleen duurzaam en maatschappelijk verantwoord maar ook een interessante business case. Afvalwater en reststromen kunnen bijdragen aan het opwekken van energie en terugwinnen van waardevolle grondstoffen, zoals fosfaat, stikstof, kalium en bouwstenen voor bio-plastics. De huidige investeringsagenda van de kabinetsformatie is gericht op 100% energieneutraal en klimaatbestendig maatschappelijk vastgoed in 2040 en 100% hernieuwbare energie in 2050.
Energietransitie
De openbare ruimte verandert. Zo zal met de verandering naar een aardgasloze samenleving een nieuwe ondergrondse energie-infrastructuur ontstaan. Afvalwater wordt bovendien steeds meer leverancier van energie en grondstoffen. Met het ontkoppelen van gasleidingen en de (mogelijke) aanleg van ondergrondse warmwaterleidingen gaat de straat open. Dit biedt kansen om de onder- en bovengrondse infrastructuur kostenefficiënt te vernieuwen en samen meerwaarde te creëren (werk-met-werk maken). Wij erkennen deze efficiëntieslag, maar stellen hierin de randvoorwaarde dat kwaliteit van het huidige ondergronds systeem, zoals het rioleringsstelsel goed in kaart gebracht moet worden. Op deze manier kan er beter gestuurd worden op verbetering en vervanging van onderdelen en de kosten hiervan.
Biodiversiteit
De waterkwaliteit in Nederland is een zorgpunt. Deze verslechtert en is daarmee een bedreiging van de biodiversiteit. Tegelijkertijd wordt de waterzuivering steeds moeilijker en duurder. Vooral sloten, beken, grachten en kleine plassen staan onder druk. Samen zijn deze wateren goed voor een derde van het oppervlaktewater binnen Nederland.
Goede waterkwaliteit is cruciaal voor de biodiversiteit. Zo zijn vogels als de ijsvogel en insecten als libellen afhankelijk van schone wateren. Die zorgen voor voedsel en een verblijfplek. Voor de mens zijn biodiversiteit en schoon water ook van levensbelang; biodiversiteit vormt de basis van ons voedselsysteem, schoon water zorgt ervoor dat betaalbaar kraanwater hebben van hoge kwaliteit en dat we veilig kunnen zwemmen.
Een deel van de vervuiling komt door mest en bestrijdingsmiddelen. Dat komt in het water terecht, deels rechtstreeks en deels via het grondwater. Ook overstortingen vanuit riolering zijn een bron van vervuiling. Doordat hoosbuien steeds vaker voorkomen, komen overstortingen vaker voor.
Vitaliteit
Bij langdurige uitval van de water infrastructuur, bijvoorbeeld door een langdurige stroomstoring of een massale hack, kan maatschappelijke ontwrichting optreden. Dat kan leiden tot slachtoffers, grote (economische) schade en aantasting van vitale belangen (ziekenhuis, brandweer). Herstel van deze infrastructuur kan bovendien lang gaan duren. Voor de bevolking die van de waterketen afhankelijk is, zijn er geen reële alternatieven voorhanden.
Ten tijde van het opstellen van dit plan beoordeelt het Rijk de verschillende soorten van infrastructuur op hun vitaliteit. Voor drinkwater (winning en distributie) is dit al gebeurd. Drinkwaterbedrijven laten dit doorwerken in onder andere hun leveringsplannen. Het volledige proces van afvalwater wordt nog beoordeeld. Afhankelijk van de uitkomst heeft dit mogelijke consequenties voor de inrichting van de waterketen.
Omgevingswet
Een belangrijke ontwikkeling binnen de planperiode van dit Programma Water en Riolering is de komst van de Omgevingswet. Deze wordt naar verwachting per 1 juli 2023 van kracht. De Omgevingswet stelt, veel meer dan de traditionele ruimtelijke ordening, de fysieke omgeving centraal. Leefbaarheid en gezondheid spelen hiermee een meer nadrukkelijke rol in de belangenafweging tussen mobiliteit, water, groen, bebouwing etc. Met het in werking treden van de Omgevingswet in 2023 zal het PWR naar verwachting facultatief worden en opgaan in de omgevingsvisie, het omgevingsplan en programma’s.
In dit programma hebben we geanticipeerd op de komst van de Omgevingswet door rekening te houden met de beoogde opzet van de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en de bijbehorende uitvoeringsagenda.
Met de Omgevingswet ontstaat meer vrijheid in beleid (“ja mits” in plaats van “nee tenzij”). We staan hiermee voor de keuze om wat we willen juridisch goed te verankeren of te werken op vertrouwensbasis. In algemene zin houden we vast aan de bestaande koers en de bijbehorende beleidskaders. Dit betekent dat we overwegend inzetten op reguleren en bijsturen/loslaten op punten waar we vinden dat het doelmatiger kan. De beleidsregels gaan we opnemen in het omgevingsplan. Waar van toepassing is dit weergegeven in de licht oranje gekleurde kaders. Samen met de waterschapsverordening van het waterschap weet de gebruiker dan goed waar deze aan toe is bij een ruimtelijke ontwikkeling en bij het gebruik van de riolering.
Figuur 4: Overzicht Omgevingswet (Bron: gebaseerd op schema Gemeente Zwolle/BRO adviseurs)
Met de komst van de Omgevingswet worden regels vastgelegd in een Omgevingsplan. De kern van de Omgevingswet gaat over ruimte geven (loslaten en vertrouwen) en over een andere verdeling van verantwoordelijkheden tussen overheid en samenleving. De Omgevingswet beoogt meer ruimte te geven voor ideeën van initiatiefnemers. Het maakt niet uit of de gemeente, een bewoner, ondernemer, projectontwikkelaar of maatschappelijke organisatie het initiatief neemt. De Omgevingswet geeft meer ruimte om lokale afwegingen te maken en om de belangen van direct betrokkenen in die afwegingen te betrekken door middel van participatie. De wet zegt alleen dat er participatie moet plaatsvinden, maar schrijft bewust niet voor hoe dat moet. Dit geeft ons als gemeente de ruimte om een werkwijze te ontwikkelen die past binnen de lokale context. Met het in werking treden van de Omgevingswet in 2024 komt de verplichting tot het opstellen van een GRP te vervallen.
Bijlage D Visies
De omgevingsvisie is een – verplicht door de gemeenteraad op te stellen – integrale visie met strategische hoofdkeuzen van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn. Vanuit stedelijk waterbeheer komen hier doelstellingen voor de fysieke leefomgeving die gerelateerd zijn aan gezondheid en ruimtelijke kwaliteit in terecht. Vanuit gezondheid kan dit bijvoorbeeld zijn: het zoveel mogelijk voorkomen van contact met afvalwater. De gemeente kan bijvoorbeeld ook de doelmatige werking van de gemeentelijke riolering als voorwaarde opnemen in de omgevingsvisie. Daarnaast geeft de gemeente in de omgevingsvisie aan hoe zij haar taken invult en wat inwoners en bedrijven hierbij van de gemeente kan verwachten. Hier past de invulling van de gemeentelijke watertaken bij. Het waterschap geeft hierin advies.
In een omgevingsplan dienen decentrale overheden al hun regels over de leefomgeving bijeen te brengen in één gebiedsdekkende regeling. In het omgevingsplan worden bestemmingsplannen, bestaande verordeningen en eventuele nieuwe regels opgenomen. Voor stedelijk waterbeheer is dit het document waarin tenminste de bestaande algemene rijksregels met betrekking tot afvalwater (bruidsschat) en een eventueel bestaande (afval)waterverordening worden opgenomen. Het omgevingsplan zal ook een digitale kaart gaan bevatten die het werkingsgebied van de lozingsregels voor huishoudelijk afvalwater weergeeft (onderscheid gerioleerde en ongerioleerde gebieden). Gemeente en waterschap dienen de regels en kaarten goed op elkaar af te stemmen.
Aspecten uit de (concept) omgevingsvisies die relevant zijn voor het Programma Water en Riolering
Ontwerp Omgevingsvisie gemeente Bergen d.d. 3 juni 2021
Pagina 15
Uitvoeren speerpunten Duurzaam en bereikbaar pagina 55
Trends en ontwikkelingen pagina 56
Omgevingsvisie Uitgeest 2030, Mooi, gezond, duurzaam, juni 2019
Pagina 66: kernopgave D, Uitgeest duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig
D2 Naar een klimaatbestendig en waterrobuust Uitgeest
Voorontwerp omgevingsvisie gemeente Castricum
Pagina 13
Pagina 36
Pagina 41
Pagina 60
Pagina 61
Pagina 74
Voorontwerp Omgevingsvisie Heiloo 2040
Pagina 16
Pagina 36
Pagina 39
Pagina 44
Pagina 59/60
Pagina 68
Ambitiedocument Programma Klimaat 2021-2025, BUCH
Klimaatadaptatie
De gemeente Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo hebben elk eigen gemeentelijke ambities om klimaatverandering tegen te gaan en willen hier graag invulling aan geven op een manier die aansluit bij de lokale situatie. De afgelopen periode heeft de Rijksoverheid hier drie opdrachten aan toegevoegd: het Klimaatakkoord, het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie en het programma Nederland Circulair 2050. In programma Klimaat 2021-2025 werken de BUCH-gemeenten gezamenlijk aan al deze opdrachten met 5 pijlers;
Energietransitie, Duurzame mobiliteit, Klimaatadaptatie, Circulaire Economie en Duurzame bedrijfsvoering. Op het gebied van Klimaatadaptatie zijn inmiddels verkennende studies en inventarisaties gedaan. In 2021-2022 zullen deze verder worden uitgewerkt in een strategie.
Bijlage E Relevante onderdelen coalitie- / samenwerkingsakkoorden
Coalitieakkoord Bergen
PM
Sterk in samenwerken! Samenwerkingsakkoord Uitgeest 2022 –2026, mei 2022
Hoofdstuk 2: Participatie
Participatiedoelstelling.
Voor de komende vier jaar wordt ons uitgangspunt dat bij elk initiatief die (grote) impact heeft in de openbare ruimte vooraf wordt bepaald aan welke randvoorwaarden de participatie dient te voldoen. Het betrekken van onze inwoners bij beleidsbeslissingen en/of besluiten zien wij als een belangrijk goed. Participatie is van belang vanwege de kwaliteit van- en het draagvlak voor een te nemen besluit. Ook worden inwoners hierdoor meer betrokken bij besluiten en kunnen ze ook echt meedoen. Waar participatie niet het gewenste effect heeft, zowel voor inwoners als voor de gemeente heeft dit vaak te maken met onjuiste verwachtingen.
Het is dan ook van belang dat inwoners, ondernemers en andere participanten vooraf moeten weten in welke mate en waarover er mee geparticipeerd kan worden. Waar kan nog over geparticipeerd worden en welke ruimte zit er nog. Op deze wijze wordt bij de start van elk initiatief of project inzicht gegeven in de mate van invloed die participanten hebben ten aanzien van de participatie. Wij zien het participatiebeleid vooral als goede randvoorwaarden aan de voorkant schetsen, geen papieren tijger, maar vooral DOEN.
Uitvoering.
Bovenstaande leggen we neer in een handzame participatieleidraad waarbij het initiatief van Uitgeest Lokaal belangrijke input vormt. Ook willen wij experimenten en/of pilots in gaan inzetten zoals een inwonersforum. Dit wordt ook wel vaak burgerforum genoemd. In tegenstelling tot de meeste andere vormen van burgerparticipatie melden burgers zich niet zelf aan voor deelname, maar wordt men door steekproeftrek-king op toeval basis geselecteerd en benaderd. De groep komt dan een of meerdere dagen samen om over een beleidsissue of verdere invulling van een project te oordelen. Zij zullen hierbij ambtelijk worden ondersteund. De uitkomst kan zijn een concreet besluit of aanbevelingen in de vorm van een advies. Aan de voorkant stelt het college en/of de raad de kaders vast.
Jeugd- en Jongerenraad.
Wij willen nadrukkelijk ook de jeugd van Uitgeest betrekken bij de politiek. Wij willen daarom proberen onze Jeugd- en Jongerenraad nieuw leven in te blazen, en anders jongeren participatie op een andere wijze in te richten”.
Hoofdstuk 6: Duurzaamheid en klimaat
…
Klimaatadaptatie.
Onderzoek heeft uitgewezen dat delen van Uitgeest te maken gaan krijgen met hittestress. Het groenbeleidsplan biedt mogelijkheden om de overlast van hittestress te beperken. Met andere woorden, we gaan door met het behoud en bijplanten van bomen. Bij nieuwe bouwlocaties zal rekening gehouden moeten worden met klimaatadaptatie.
…
Coalitieakkoord 2022-2026 gemeente Castricum mei 2022
2Klimaat en Groen
De collegepartijen willen op de al genomen maatregelen een tandje bijzetten. Ten eerste komen we met nieuwe maatregelen om bij te dragen aan de CO2-reductie doelstellingen uit het Klimaatakkoord voor 2050. Ten tweede willen we onze leefomgeving klimaatbestendig maken, zodat we ook in de toekomst voorbereid zijn op bijvoorbeeld korte, maar zeer heftige regenbuien of langere periodes van droogte. Ten derde werken we toe naar een circulaire economie. Daarnaast zijn duurzame bedrijfsvoering en duurzame mobiliteit (dit komt ook terug bij verkeer) onderdeel van het klimaatbeleid.
Wat willen we bereiken
De gemeente Castricum is een duurzame, klimaatbestendige gemeente nu en in de toekomst. De gemeente geeft in deze ontwikkeling zelf het goede voorbeeld.
Wat gaan we hiervoor doen
2.1 Woningen isoleren
•In de komende periode gaat 25% van de particuliere woningen (3.000) er minstens 2 labels op vooruit. De grootste winst is te behalen bij woningen met een laag label (F of G).
•We benutten de landelijke subsidie- en leningsmogelijkheden maximaal.
•We verhogen dit door inzet van revolverende fondsen uit eigen middelen. Alle inwoners van de gemeente krijgen zo de gelegenheid om hun woning te isoleren en kunnen de lening terugbetalen, omdat hun energielasten door het isoleren van de woning omlaag gaan. Hiertoe worden vastomlijnde kaders met criteria in een regeling vastgesteld.
•Voldoende energiecoaches om mensen te helpen met de verduurzaming van de woning.
•We overleggen met Kennemer Wonen over een versnelling van de isolatie van hun woningvoorraad.
2.2 Meer zonnepanelen
•We verdubbelen het aantal woningen met zonnepanelen van 3.000 naar 6.000.
•We sluiten aan bij het provinciaal project om zonnepanelen langs de A9 aan te leggen zonnestroken).
•We overleggen met schoolbesturen, sportverenigingen, bedrijven en gemeentelijk vastgoed om daken maximaal vol te leggen met panelen.
•We overleggen met beheerders van grote parkeerterreinen om zonnedaken aan te leggen.
2.3 Meer bomen en groen
•We verhogen de jaarlijkse netto aanplant van bomen van 185 naar 500 per jaar.
•We onderzoeken waar bestrate ruimte kan worden omgezet naar groen of naar open bestrating en waar bestrating kan worden voorzien van bomen.
2.4 Overige kansen
•We staan toe dat agrarische ondernemers op hun eigen erf één windmolen tot 15 meter hoogte kunnen plaatsen.
•Waar mogelijk stimuleren wij modulair, CO2-neutraal en fijnstof-arm bouwen.
•We zetten in op een warmtenet-project in Noord-End.
•We ontwikkelen een plan voor circulaire economie.
•De collegepartijen willen stappen zetten richting het verder terugdringen van het aantal kilo’s huishoudelijk restafval. We streven naar 30 kg huishoudelijk restafval per persoon/per jaar in 2025.
•De laadpaalinfrastructuur wordt uitgebreid waar nodig en mogelijk.
•We zetten in op verdere verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed en wagenpark, bedrijventerreinen, bij (sport)verenigingen en bij ondernemers.
Heiloo Natuurlijk! Collegeprogramma 2022-2026 juni 2022
3.1 Duurzaamheid
In Heiloo is de afgelopen jaren ingezet op klimaat, duurzame energie en groen. Heiloo wil een van de duurzaamste gemeenten worden van Nederland en streeft naar een klimaat neutrale energievoorziening in 2040 en het behoud van het groene karakter in en om het dorp. We gaan door met uitvoering van ingezette paden zoals het programma Klimaat, de RES 1.0. Verdere uitvoering van de RES 1.0 geschiedt met aandacht voor inpassing in de omgeving. Bij verduurzaming van de woningen is energielabel A het uitgangspunt.
Het Ambitiedocument Programma Klimaat inclusief plusambitie omvat een visie en uitvoeringsprogramma gericht op energietransitie, circulaire economie, klimaatadaptatie en duurzame mobiliteit en bedrijfsvoering. De RES 1.0 en Visie aardgasvrije wijken omvat een visie en uitvoeringsprogramma voor duurzame energieopwekking en -gebruik. De ambitie ligt hoog. Tegelijkertijd is de financiële dekking voor de vele initiatieven afhankelijk van Rijksbijdragen.
Opdracht aan het college
•Geef hoge prioriteit aan de uitvoering van bestaande programma’s (klimaat, RES 1.0, circulaire economie en waar dat kan aardgasvrije wijken), inclusief voortzetting van de Plusambitie programma Klimaat na 2023;
•Geef ruimte aan innovatie en nieuwe experimentele ontwikkelingen;
•Betrek bij de uitvoering Heiloo Energie, Duurzaam Heiloo en andere organisaties die vanwege hun kennis en netwerk een belangrijke rol spelen;
•Zet maximaal in op de financierbaarheid van de plannen door beschikbare fondsen vanuit EU, het Rijk en provincie aan te boren en daardoor de kosten voor de gemeente en haar inwoners en ondernemers laag te houden;
•Faciliteer waar mogelijk dat inwoners subsidies en/of leningen kunnen verkrijgen vanuit het Nationaal Isolatieprogramma;
•Ga samen met inwoners, ondernemers, het Waterschap en agrariërs hittestress en hevige wateroverlast zoveel mogelijk voorkomen;
•Ontwikkel een plan om de geluidswal A9 langs Heiloo aan te leggen, waarbij naast geluidswering ook energieopwekking het doel is.
3.2 Groen
Heiloo is een groene gemeente en dat willen we graag zo houden, als je het vergelijkt metandere gemeentes is het een kostbaar en onderscheidend bezit. Groen verdient goed onderhoud en beheer. Er is veel kennis in het dorp aanwezig over groenbeheer, dat wil zeggen het groener maken en het groener houden. Onder meer over bijenlinten, slim maaien en herplaatsen van bomen.
We hebben nu te maken met ingrijpende ontwikkelingen rondom klimaatverandering, biodiversiteit en gebruik van de groene ruimte. Het is daarom essentieel dat Heiloo een groenbeleidsplan ontwikkelt waarmee we de komende jaren het groene karakter en de natuur van Heiloo kunnen behouden en waar dat kan versterken.
Opdracht aan het college
•Maak een groenbeleidsplan ter versterking van de biodiversiteit dat uitgaat van
•ecologisch groenbeheer, behoud van de natuur stimuleren van initiatieven van
•inwoners en beheer van de houtwallen;
•Plant meer bomen in Heiloo.
5.3 Participatie
Bij de bestuurlijke vernieuwing en een programma op hoofdlijnen hoort een participatieparagraaf om deze hoofdlijnen uit te werken. De inwoners van Heiloo vragen ook om een meer open en transparantere manier van werken en een luisterende houding. De inwoners willen meer meepraten, zeker wanneer het gaat om de inrichting van de eigen omgeving, wonen en duurzaamheid/energie. In de eigen buurt gaat de voorkeur uit naar meebeslissen. Bij het uitwerken van dit collegeprogramma is participatie daarom een wezenlijk onderdeel. We betrekken in een vroegtijdig stadium alle belanghebbenden (inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen) bij het proces, zowel bij de voorbereiding, uitwerking als bij de besluitvorming van een project of activiteit.
In 2022 is het participatiebeleid van Heiloo vastgesteld, dit is een actueel beleid waar het college invulling aan moet gaan geven, we sluiten daarbij niemand uit.
Opdracht aan het college
•Stel een klankbordgroep samen van mensen uit de samenleving die het college en de gemeenteraad positief-kritisch gaat volgen en van feedback voorziet;
•Betrek in een vroegtijdig stadium inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, verenigingen en bestuursorganen bij de voorbereiding en uitwerking van belangrijke vraagstukken;
•Nodig de inwoners van Heiloo uit om zelf onderwerpen te agenderen, dit kunnen grote of kleine onderwerpen zijn;
•Maak duidelijk of spreek af bij de onderwerpen welke positie op de participatie ladder wordt ingenomen.
Bijlage F Evaluatie
Evaluatie vigerende GRP’s BUCH (juli 2022)
Op hoofdlijnen staan we stil bij de afgelopen planperiode: wat ging goed, wat minder, wat leren we ervan.
Afkoppelen hemelwater tijdens de herinrichtingsprojecten: diverse projecten uitgevoerd, maar exacte aantal hectares afgekoppelde oppervlak is niet bekend.
De straat wordt bij herinrichtingsprojecten steeds meer klimaatadaptief ingericht. Er zijn met de regio Alkmaar stresstesten uitgevoerd, klimaatdialogen gehouden met stakeholders, en daarmee is een klimaatadaptatiestrategie uitvoeringsagenda regio Alkmaar opgesteld en in 2021 vastgesteld. Eind 2022 wordt voor de vier BUCH gemeentes het Klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen beleid & Uitvoeringsprogramma 2023-20XX afgerond. Er is een wateroverlastmeldingenkaart opgesteld op basis van de hevige buien van 18-20 juni 2021, met beeldmateriaal en kenmerken en categorieën.
Kwaliteitsgegevens van objecten zijn vastgelegd en beoordeeld. Het actueel houden van de gegevens is van essentieel belang. Werkzaamheden in de openbare ruimte zijn integraal afgestemd en opgepakt. Het vervangingsplan is bijgesteld aan de hand van inspecties.
De gemeente heeft dienstverlening richting haar bewoners en de bedrijven hoog in het vaandel staan. Om deze dienstverlening tastbaar te maken stelt de gemeente servicenormen op en bewaakt de resultaten.
Er is een calamiteitenplan in de maak met de gemeentes van de regio Alkmaar, HHNK en de Veiligheidsregio NHN.
Bewoners zijn intensief betrokken bij de planvorming. Als gebruiker van de openbare ruimte kunnen ze een belangrijke bijdrage leveren om de kwaliteit van projecten te waarborgen. De gemeente gaat na hoe ze haar loketfunctie gaat invullen en of aanpassingen van de huidige aanpak noodzakelijk zijn.
We blijven de bewoners actief voorlichten over en betrekken bij het oplossen van waterproblemen: Op basis van de hevige buien van 18-20 juni 2021 hebben we een wateroverlastmeldingenkaart opgesteld, met beeldmateriaal en kenmerken en categorieën. Daarvoor hebben we speciaal bij de inwoners informatie en beeldmateriaal opgehaald. In de persoonlijke communicatie en in de media hebben we oplossingen aangedragen om wateroverlast te verminderen.
Voorlichting vooral tijdens bewonersavonden voor herinrichtingsprojecten. Sinds 2021 via de Watzr campagne, initiatief van HHNK, PWN en de gemeenten in het Noorderkwartier om bewoners in beweging te krijgen tegen de gevolgen van klimaatverandering. De ambitie is dat elk huishouden minstens één concrete maatregel neemt.
De werkelijke rioolheffing is lager gebleven dan de GRP’s o.a. door aanpassing van de financiële uitgangspunten (zoals de rekenrente).
In Uitgeest is aquathermie onderzocht, maar dit bleek financieel nog niet haalbaar.
Werkelijke rioolheffingen BUCH en HAL 2015-2022
Conclusie
Reinigen en inspecteren van vrijvervalriolering: tegenwoordig elke 10 jaar, maar er is een ontwikkelde strategie dat risicovolle riolen eerder aan de beurt komen, terwijl andere later kunnen op basis van de daadwerkelijk aangetroffen vervuiling. Nieuwe riolen hoeven mogelijk langere tijd geen aandacht, bijvoorbeeld 20 jaar. De vraag is wat al deze afwegingen aan besparingen en risico’s opleveren.
De integrale opgaven (programmeren) vragen veel tijd. De benodigde inzet van mensen als de einde van de levensduur van rioleringsobjecten nadert tussen 2030-2040 is een aandachtspunt. Ook vanwege de benodigde participatie.
Het lijkt mogelijk om de standaardleeftijd van riolering te wijzigen van 60 jaar naar 75 jaar. Maar dit vraagt ook een andere kijk van andere vakdisciplines. Kortom de integrale planning blijkt lastig: het ene object langer laten functioneren, beïnvloedt de aanpak van andere onderdelen binnen de openbare ruimte.
Bijlage G Overzicht voorzieningen
Vrijvervalriolering
Bergen
Heiloo
Castricum
Uitgeest
Gemengde riolering
km
56
76
123
20
Vuilwater riolering
km
103
34
38
26
Hemelwaterriolering (incl. DIT-riool)
km
95
39
51
28
Drainage
km
33
7
42
2
Drukriolering / persleidingen
km
43
14
42
6
Hoofdgemalen
stuks
33
20
14
8
Drukriolering (pompunits)
stuks
209
64
185
44
IBA’s klasse II / III
stuks
40
4
0
11
Externe overstorten
stuks
17
13
14
13
Aantal kolken
stuks
11800
7400
21600
5800
Bijlage H Afvalwaterakkoorden
-AWA Bergen 2016
-AWA Uitgeest
-AWA Castricum
-AWA Heiloo
Bijlage J Basisveiligheidsniveau Klimaatbestendige nieuwbouw 3.0, MRA/NH
Het rapport, ‘Klimaat bestendige nieuwbouw, Basisveiligheidsniveau Klimaatbestendige nieuwbouw 3.0’, Metropoolregio Amsterdam, juni 2021 is in te zien via:
https://www.metropoolregioamsterdam.nl/wp-content/uploads/2021/09/Basisveiligheidsniveau-Klimaatbestendige-nieuwbouw-3.0.pdf
Bijlage K Kostendekking
Zie de rapportages:
•Kostendekkingsplan gemeente Bergen, werkorganisatie BUCH, Arcadis, …. maart 2023
•Kostendekkingsplan gemeente Uitgeest, werkorganisatie BUCH, Arcadis, …. maart 2023
•Kostendekkingsplan gemeente Castricum, werkorganisatie BUCH, Arcadis, …. maart 2023
•Kostendekkingsplan gemeente Heiloo, werkorganisatie BUCH, Arcadis, …. maart 2023
voor een toelichting op de kostendekkingsplannen. Dit biedt het inzicht hoe de activiteiten uit het PWR worden gefinancierd.