Gemeentelijke regelgeving

Nota Verduurzamen Erfgoed 2023 Capelle aan den IJssel

Gemeente Capelle aan den IJssel · geldt sinds 31 januari 2024

Aanhef

Samenvatting

In 2009 hebben de gemeenten van het rijk meer verantwoordelijkheden gekregen over de monumentenzorg. Gemeentes zijn verantwoordelijk voor de monumentenzorg en moeten inzetten op het behoudt van het erfgoed. Binnen monumentenzorg zijn er drie verschillende types te onderscheiden; Rijks-, gemeentelijk monument en beschermd stads- of dorpsgezicht. Rijksmonumenten wordt extra beschermd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Vanuit de overheid is er in 2016 de monumentenwet komen te vervallen en is vervangen door de erfgoedwet. In de erfgoedwet zijn algemene regels opgenomen waarvan instandhouding van het erfgoed de voornaamste is. De gemeenten kregen hierbij de mogelijkheid een erfgoedverordening vast te stellen. Capelle aan den IJssel heeft hierdoor een erfgoedverordening vastgesteld in 2018 en herijkt in 2023, hierin staan regels over het gebruik en instandhouding van de monumenten. Ondanks dat de erfgoedverordening niet zo lang geleden in werking is getreden, zijn er wel verandering geweest. Duurzaamheid is een grotere rol gaan spelen. Vanaf 2020 zet de RCE sterker in op de mogelijkheid tot verduurzamen van rijksmonumenten.

Het besluit van de RCE om extra op verduurzamen in te zetten heeft als gevolg dat in de daaropvolgende jaren gemeentes ook overstag zijn gegaan. Monumenten bieden nu meer kans voor verduurzamingsmaatregelen. De gemeente Capelle gaat nog steeds uit van de erfgoedverordening en staat hierdoor beperkte maatregelen toe. Het is van belang dat er beleid opgesteld wordt gericht op het verduurzamen van erfgoed. Verduurzamen is belang- rijk voor de instandhouding. Monumenten moeten met de huidige normen mee gaan om aantrekkelijke gebouwen te blijven. Als dit niet het geval is zal de staat verslechteren en komt de instandhouding op termijn in gevaar. De gemeente moet mogelijkheden bieden voor het verduurzamen, het verduurzamen van monumenten stimuleren en daarvoor duidelijke regels hanteren. De nieuwe ontwikkelingen moeten opgenomen worden als een aanvulling op de erfgoedverordening 2023.

6. Regels verduurzaming

Artikel 1. Begripsbepalingen

•Beschermde stads- en dorpsgezichten: gebieden die door de ge- meente zijn aangewezen als beschermd stads- of dorpsgezicht op grond van de Monumentenverordening of door het Rijk zijn aangewezen op grond van de Erfgoedwet 2016;

•Dakbedekking: Materiaal die als beschermende laag op een plat of hellend dak wordt aangebracht zoals, dakpannen, riet, leisteen, hout en dakleer;

•Geïntegreerd ontwerp: opgaan in een geheel, tot een geheel gemaakt. De installatie die wordt geïnstalleerd is zodanig ontworpen dat de kleur of vorm is opgenomen in de uitstraling van het pand en/of de omgeving;

•Gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister;

•Na isoleren: Materiaal dat wordt aangebracht aan de binnen of buiten- gevel, hierdoor kan kou, warmte of geluid minder goed naar binnen of buiten komen. Na isoleren van niet of slecht geïsoleerde gevels verhoogt het comfort en bespaard energie;

•Omkeerbaar: teruggaan naar de oude situatie. Iets dat omkeerbaar is, wordt in zijn oude staat hersteld bij verwijdering van het later geplaatste;

•Openbare ruimte: De openbare ruimte is het geheel van alle voor publiek vrij toegankelijke ruimten zoals straten, pleinen, parken, parkeer- plaatsen, winkelcentra en vaarwater;

•Rijksmonument: monument of archeologisch monument dat is inge- schreven in het rijksmonumentenregister;

•Rijksmonumentenregister: register als bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet;

•Warmtepompen/ Luchtbehandelingskasten: Buiten huis geplaatste installaties die worden aangebracht voor het verwarmen en/of verkoelen, inclusief de bijhorende leidingen en bedradingen;

•Zonnepanelen/ zonnecollectoren: installaties die worden aangebracht voor het opwekken van zonne-energie op daken, inclusief de bijbehorende leidingen en bedrading.

6.1 Zonnepanelen en zonnecollectoren

Artikel 2. Vergunningplicht

1Het plaatsen van zonnepanelen en/of zonnecollectoren op rijks- en gemeentelijke monumenten is altijd vergunning verplicht;

2Het plaatsen van zonnepanelen en zonnecollectoren op gebouwen in een beschermd gezicht is alleen vergunning verplicht als deze zichtbaar zijn van de openbare ruimte;

Artikel 3. Plaatsing omkeerbaar

1Zonnepanelen en zonnecollectoren op het dakvlak van beschermde monumenten en op panden in beschermde gezichten moeten omkeerbaar worden geplaatst;

Artikel 4. Handhaving dakbedekking

1De bestaande dakbedekking moet gehandhaafd blijven;

Artikel 5. Rangschikking plaatsing

1Bij het plaatsen van zonnepanelen of zonnecollectoren is er een voorkeurs rangschikking, de rangschikking is onderstaand opgenomen. Er moet afgewogen worden of plaatsen op een hoger gerangschikte optie mogelijk is, indien niet mogelijk wordt er gekeken naar een lager gerangschikte optie;

•Plaatsing op niet monumentale bijgebouwen;

•Plaatsing uit het zicht vanaf de openbare ruimte;

•Plaatsing in het zicht vanaf de openbare ruimte;

Artikel 6. Plaatsing uit het zicht

1Zonnepanelen en zonnecollectoren, kunnen op beschermde monumenten en op panden in beschermde stads- en dorpsgezichten altijd worden geplaatst op een dakvlak dat niet vanaf de openbare ruimte zichtbaar is. Hier- voor geldt dat deze in een aangesloten vlak worden gelegd, zonder ruimte tussen de panelen Ook gelden hiervoor de voorwaarde zoals gesteld in het Besluit omgevingsrecht Bijlage II artikel 2 lid 6;

Artikel 7. Voorwaarde bij plaatsing in het zicht

1Als de zonnepanelen en zonnecollectoren in het zicht vanaf de openbare weg geplaatst worden, gelden de volgende kwalitatieve voorwaarde. Hierbij moet plaatsing voldoen aan de voorwaarde zoals opgenomen in het Besluit omgevingsrecht Bijlage II artikel 2 lid 6;

•De zonnepanelen of -collectoren worden in een aaneengesloten vlak gelegd, met een regelmatige rangschikking voldoende vrijgehouden van de dakranden (minimaal 0,5 meter) en hoekkepers en rekening houdend met de totale compositie van het dakvlak;

•De kleur van de panelen en profielen zijn gelijk aan de kleuren van de dakvlakken, zonder opvallende patronen of opvallende randen;

•Voor beschermde monumenten en voor panden in de beschermde stads- en dorpsgezichten is bij repeterende woonblokken en -rijen een uniforme plaatsing en kleur vereist;

•Maximaal 30% van het dak(vlak) kan worden bedekt, tenzij sprake is van een geïntegreerd ontwerp;

•Maximaliseren van de opbrengst (aantal panelen of keuze dakvlak) mag niet ten koste gaan van de beeldkwaliteit of monumentale waarden;

6.2 Warmtepompen en luchtbehandelingskasten

Artikel 8. Vergunningplicht

1Het plaatsen van warmtepompen en luchtbehandelingskasten op rijks- en gemeentelijke monumenten is altijd vergunning plichtig;

2Het plaatsen van warmtepompen en luchtbehandelingskasten op gebouwen in een beschermd stadsgezicht is alleen vergunning plichtig als deze zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte;

Artikel 9. Plaatsing omkeerbaar

1Warmtepompen en luchtbehandelingskasten op, aan of bij beschermde monumenten en panden in beschermde gezichten moeten omkeerbaar ge- plaatst worden;

Artikel 10. Handhaving bestaande materiaal

1Het bestaande onder- of achterliggende materiaal (gevel/dak) moet gehandhaafd blijven;

Artikel 11. Plaatsing uit het zicht

1Warmtepompen en luchtbehandelingskasten op, aan of bij een bescherm- de monumenten of panden in beschermd stads- of dorpsgezicht moeten altijd geplaatst worden op een positie die niet vanaf de openbare weg, vaarwater of groenaanleg zichtbaar is. Bij plaatsing uit het zicht wordt uitgegaan van ‘Criteria duurzame installaties.’:

Artikel 12. Plaatsing in het zicht

1Als warmtepompen en luchtbehandelingskasten niet uit het zicht vanaf de openbare ruimte kunnen worden geplaatst, kan alleen in het zicht worden geplaats door het afwijken van de regels;

6.3 Na isoleren

Artikel 13. Vergunningplicht

1Het isoleren van daken, gevels en/of vloeren van beschermde monumenten en panden in beschermde stads- of dorpsgezicht is vergunning plichtig;

2Het volledig vervangen van bestaand raamhout en/of historisch glas is vergunning plichtig. In alle andere gevallen van het na isoleren van ramen en kozijnen is het vergunning vrij;

Artikel 14. Handhaven bestaande materialen

1Bij het na isoleren van beschermde monumenten en panden in beschermde stads- of dorpsgezichten moeten de bestaande materialen zo veel mogelijk gehandhaafd worden. Het vervangen van materialen mag enkel als er geen andere mogelijkheid tot isoleren is;

Artikel 15. Verbeteren isolatiewaarde

1verbeteren van de isolatiewaarde van de gevel, voer, dak en/of raam van beschermde monumenten en panden in beschermd stads- en dorpsgezicht mag geen beschadiging van monumentale waarden veroorzaken voor de rest van de beschermde monumenten en panden in beschermde stads- en dorpsgezichten;

Artikel 16. Na isoleren van binnenuit

1Het na isoleren van beschermde monumenten en panden in beschermde stads- en dorpsgezichten mag van binnenuit als hiermee geen monumentale waarden worden aangetast. Het na isoleren is niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte;

Artikel 17. Na isoleren van de buitenkant

1Het na isoleren van beschermde monumenten en panden in beschermde stads- en dorpsgezichten mag niet van de buitenkant gebeuren. De zichtbare gevels en daken mogen geen veranderingen kennen. Het plaatsen van voorzet gevels is niet toegestaan;

Artikel 18. Na isoleren dak

1Voor het na isoleren van het dak van een monument of beschermd stads- gezicht worden de ‘verduurzamingsrichtlijnen voor monumenten’ van de stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg gebruikt alsuitgangspunt;

Artikel 19. Na isoleren gevel

1Het na isoleren van gevels bij een monument is altijd maatwerk. Voor het na isoleren moet altijd rekening gehouden worden met de gevolgen op het natuurlijk ventileren, zodat er geen rot of schimmelvorming kan ontstaan;

Artikel 20. Na isoleren raam

1Bij het na isoleren van ramen moeten alle relevante elementen van de raam- en kozijn constructie in stand gehouden worden, tenzij vervanging technisch noodzakelijk is;

2Bij het dichten van naden en kieren moet er aandacht besteed worden aan het natuurlijk ventileren om rot- en schimmelvorming te voorkomen;

3De bestaande detaillering en constructie van het raam en kozijn bepaalt de maximale dikte van het vervangend isolerend glas;

4Het plaatsen van een voorzetraam en/of glasfolies is toegestaan aan de binnenzijde van het pand;

Artikel 21. Na isoleren vloeren

1Isoleren vanuit de kruipruimte (indien mogelijk) heeft voorrang op het isoleren van de bovenzijde van de vloer;

2Bij vloeren met een monumentale waarde is isoleren aan de bovenzijde niet toegestaan;

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.