3 Algemene regels pgb
3.1 Voorwaarden pgb
3.1.1 Voldoende in staat de pgb-taken uit te voeren
De cliënt is op eigen kracht, dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger(s), voldoende in staat te achten tot een redelijke waardering van zijn belangen en de cliënt is in staat te achten de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren.
Dat wil zeggen dat de cliënt zelf begrijpt wat een pgb inhoudt, welke taken hieraan verbonden zijn en wat de financiële maar ook niet-financiële gevolgen zijn. Het beheren van een pgb is geen vrijblijvende taak. Met een pgb neemt een cliënt zelf de regie over zijn ondersteuning in handen. Bij cliënten die niet in staat zijn volledig de eigen regie te voeren, kan een vertegenwoordiger uit naam van de cliënt de regie voeren. Zie 3.2 Pgb-vertegenwoordiger.
Als de cliënt ondersteuning nodig heeft bij het invullen van formulieren, omdat de cliënt de formulieren (vanwege taal) niet in detail begrijpt, staat dit het zelfstandig uitvoeren van de pgb-taken in de weg. Dit is een reden om de verstrekking van een pgb te weigeren. ECLI:NL:CRVB:2021:2748
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de pgb-taken voor voorzieningen en voor diensten.
Pgb-taken voor voorzieningen
Bij een pgb voor een voorziening betekent dit dat cliënt in staat moet zijn om een voorziening aan te schaffen aan de hand van het gestelde Programma van Eisen in het besluit. Met deze voorziening moeten de belemmeringen in voldoende mate worden gecompenseerd voor de periode waarvoor het pgb verstrekt wordt. Indien van toepassing dient de cliënt ook het onderhoud, de reparaties en de verzekering van de voorziening goed te kunnen regelen.
Voor woningaanpassingen is het uitgangspunt dat een pgb alleen wordt verstrekt, als cliënt voldoet aan de volgende voorwaarden:
-het kunnen selecteren van een aannemer/uitvoerder;
-een opdracht kunnen verlenen aan een aannemer volgens het Programma van Eisen zoals vastgesteld in het besluit en de overige vereisten;
-in staat zijn om afspraken te maken over onderhoud en reparatie van de woningaanpassing, als hiervoor een pgb is verstrekt;
-het kunnen aansturen van de uitvoering rekening houdend met het Programma van Eisen;
-de oplevering kunnen controleren conform het Programma van Eisen.
Voor hulpmiddelen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen is het uitgangspunt dat een pgb alleen wordt verstrekt, indien cliënt voldoet aan de volgende voorwaarden:
-het kunnen selecteren van een leverancier;
-het in staat zijn om afspraken te maken over onderhoud en reparatie van het hulpmiddel, als hiervoor een pgb is verstrekt;
-een hulpmiddel kunnen kiezen om het beoogde resultaat mee te bereiken volgens het Programma van Eisen.
Pgb-taken voor diensten
Bij een pgb voor een dienst betekent dit dat de cliënt of diens vertegenwoordiger voldoet aan de tien voorwaarden van het ‘kader pgb-vaardigheid’. Dit kader is opgesteld door de VNG, het ministerie van VWS, Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en Per Saldo. Het uitgangspunt is dat een pgb alleen wordt verstrekt, indien cliënt aan deze voorwaarden voldoet. Hij beschikt dan over voldoende kennis en vaardigheden om het pgb te beheren en zijn belangen te behartigen. De tien voorwaarden betreffen:
1cliënt overziet zijn eigen situatie en heeft een duidelijk beeld van de hulpvraag (Rechtbank Amsterdam 4-8-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:4625);
2cliënt is op de hoogte van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb of weet die bij de desbetreffende instanties (online) te vinden;
3cliënt is in staat in een overzichtelijke pgb-administratie bij te houden, waardoor cliënt inzicht heeft in de bestedingen van het pgb;
4cliënt is voldoende vaardig om te communiceren met de gemeente, SVB en pgb-aanbieder;
5cliënt is in staat om zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een pgb-aanbieder te kiezen;
6cliënt is in staat om afspraken te maken en vast te leggen en om dit te verantwoorden aan verstrekkers van het pgb;
7cliënt kan beoordelen en beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is;
8cliënt kan de inzet van pgb-aanbieders coördineren, waardoor de zorg door kan gaan, ook bij verlof en ziekte;
9cliënt is in staat om als werk- of opdrachtgever de pgb-aanbieders aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren (CRvB 27-11-2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3761);
10cliënt heeft voldoende juridische kennis over het werk- of opdrachtgeverschap of weet deze kennis te vinden.
Beoordeling pgb-vaardigheid diensten
Bij de beoordeling van de pgb-vaardigheid voor diensten wordt onder meer gebruik gemaakt van de pgb-zelftest van Per Saldo. Cliënten vullen de zelftest in op de website van Per Saldo. Ze krijgen aan de hand van een aantal vragen inzicht in de vaardigheden die nodig zijn voor het beheren van een pgb. Ook krijgen ze inzicht in de mate waarin zij zelf al over deze vaardigheden beschikken. De resultaten van de test moeten worden gedeeld met de gemeente. Ze worden meegenomen in de besluitvorming op het verzoek tot pgb. De resultaten worden besproken in het “bewustkeuzegesprek” met de gemeente. Dit tweede gesprek met de gemeente vindt plaats na het keukentafelgesprek. Tijdens dit gesprek wordt ook het pgb-plan besproken dat door de cliënt of diens vertegenwoordiger is ingevuld. Als cliënt een vertegenwoordiger heeft moet deze altijd aanwezig zijn.
Cliënt mag ook iemand uit zijn sociaal netwerk of mantelzorger vragen aanwezig te zijn, of een onafhankelijk cliëntondersteuner. De gemeente mag besluiten het gesprek te voeren in de aanwezigheid van de toezichthouder Wmo.
Als iemand al langere tijd zonder aanmerkingen een pgb ontvangt en de daaraan verbonden taken uitvoert wordt dit meegenomen bij de (her)beoordeling van de pgb-vaardigheid. Dit wordt ook meegenomen in een eventuele afweging voor de beëindiging van het pgb omdat cliënt niet (meer) pgb-vaardig zou zijn. Voordat het college besluit een pgb te beëindigen, dient er en belangenafweging te worden gemaakt. (Rechtbank Limburg 30-6-2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:5728) Indien het besluit wordt herzien, dan wel ingetrokken, en het pgb wordt beëindigd, wordt een overgangsperiode van drie tot zes maanden gehanteerd. Hierna kan de maatwerkvoorziening in natura worden verstrekt.
3.1.2 Motivering dat een pgb gewenst is
De cliënt moet zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat hij de maatwerkvoorziening als pgb geleverd wenst te krijgen.
Dit betekent dat de keuze voor een pgb een weloverwogen keuze van de cliënt (en/of diens vertegenwoordiger) dient te zijn. Als een cliënt de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een pgb, moet de cliënt een gemotiveerd plan opstellen. Dit maakt onderdeel uit van het pgb-plan. De motivering wordt door het college gewogen en dient als basis voor het al dan niet toekennen van een pgb. De motivering wordt besproken in een gesprek, het “bewustkeuzegesprek”. Dit tweede gesprek met de gemeente vindt plaats na het keukentafelgesprek. Hierin wordt ook het pgb-plan besproken. De cliënt hoeft niet te motiveren waarom zorg in natura niet passend is; hij moet alleen motiveren waarom een pgb een passende vorm van ondersteuning is (EK 2013-2014, 33841, nr. G, p. 28). Wanneer de cliënt de onderbouwing in redelijkheid heeft beargumenteerd mag de gemeente de aanvraag voor een pgb niet weigeren. Het college kan een verzoek om een pgb niet afwijzen met als reden dat er een gecontracteerde aanbieder is die zorg in natura kan bieden (CRvB 10-10-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3102).
Als de cliënt het niet zelf kan motiveren en een vertegenwoordiger heeft, wordt de vraag gesteld waarom de cliënt een pgb wenst. Het pgb heeft namelijk vooral een rol in het in eigen handen nemen van de regie over de ondersteuning. Het kiezen voor een pgb dient altijd een bewuste en vrijwillige keuze van de cliënt te zijn. Zie 3.2 Pgb-vertegenwoordiger.
3.1.3 Veilig, doeltreffend en cliëntgericht (kwaliteit)
Naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt.
Naar het oordeel van het college moet gewaarborgd zijn dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, tijdig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt. Dit biedt het college de mogelijkheid ook de kwaliteit te beoordelen. De maatwerkvoorziening die met het pgb wordt ingekocht moet van goede kwaliteit te zijn.
Een maatwerkvoorziening die met een pgb wordt ingekocht moet vanzelfsprekend veilig zijn. De veiligheid is een belangrijk onderdeel van de kwaliteit. Voor diensten kan dat gekoppeld zijn aan bijv. het opleidingsniveau van de professionele ondersteuner. Bij hulpmiddelen kan veiligheid betrekking hebben op de bestedingsvrijheid van het pgb. Als het college een traplift in natura niet als veilige maatwerkvoorziening wordt aangemerkt, dan mag de budgethouder ook met een pgb geen traplift aanschaffen.
Onder doeltreffend wordt verstaan ‘waarmee het doel/resultaat wordt bereikt’. Dit zijn de doelen/resultaten die in de beschikking zijn opgenomen. Met het pgb moet ondersteuning worden ingekocht die efficiënt en effectief is om die doelen/resultaten te bereiken. Het college zal dit onderzoeken gedurende de budgetperiode of bij een verzoek om verlenging van de indicatie.
Het spreekt voor zich dat de ondersteuning gericht moet zijn op de cliënt, met zijn belangen en wensen als uitgangspunt. Dit uitgangspunt kan daarom ook te maken hebben met de samenwerking tussen cliënt en ondersteuner. Gaat het om derden die in dienst zijn bij een professionele organisatie of als ZZP-er werkzaam zijn, dan zijn kwaliteit en cliëntgerichtheid onderdeel van de professionele standaarden die gelden binnen de beroepsgroep.