Gemeentelijke regelgeving

VTH-beleidskader Rivierenland 2022-2025

Gemeente Buren · geldt sinds 28 december 2022

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Buren, heeft op 22 februari 2022 besloten:

1Het VTH-beleid Rivierenland 2022-2025 met bijlagen vast te stellen;

2Dat het VTH-beleid wordt vastgesteld voor de taken als bedoeld in artikel 7.2 lid 1 en 2 Besluit omgevingsrecht;

3Het Regionaal Uitvoeringskader voor de VTH-taken 2020-2024 en bijbehorende bijlagen in te trekken.

VTH- beleid Rivierenland 2022/2025

Een prettige,veilige enduurzame (fysieke) leefomgeving

De (fysieke) leefomgeving raakt ons allemaal. Inwoners, bedrijven, gemeente en partners hebben daarom een gezamenlijke verantwoordelijkheid in de zorg voor een prettige, veilige en duurzame leefomgeving. Voor onze bijdrage aan deze (fysieke) leefomgeving hebben wij als gemeente wettelijke instrumenten gekregen: een stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH).

In dit beleid geven wij aan hoe wij uitvoering geven aan onze wettelijke VTH-taken op het gebied van het omgevingsrecht. Het omgevingsrecht wordt gevormd door regels op het gebied van ruimte, bouwen, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Deze regels staan zowel in landelijke wetgeving als in lokale verordeningen en beleidsregels. Dit VTH-beleid ziet op die VTH-taken van het omgevingsrecht waarbij wij als gemeente als bevoegd gezag zijn aangewezen.

Tijdens de looptijd van dit beleid staan er meerdere wijzigingen in de regelgeving gepland die effect hebben op onze VTH-taken. Bijvoorbeeld de komst van de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen, dat als doel heeft de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. De grootste verandering brengt de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Met de Omgevingswet worden de nu bestaande wetten en regels samen- gevoegd tot één gebundelde nieuwe wet, die staat voor een goed even- wicht tussen het benutten en beschermen van de (fysieke) leefomgeving.

De Omgevingswet wijzigt niet onze taak tot het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht en de plicht tot handhaven. Wel brengt deze wet een verandering mee in de wijze waarop we de taken uitvoeren. De Omgevingswet gaat in de kern over ruimte geven, loslaten en vertrouwen, over een andere verdeling van verantwoordelijkheden tussen overheid en samenleving en van verzorging van, naar participeren in. Het vraagt dat inwoners en bedrijven verantwoordelijkheid nemen en dat de overheid dit stimuleert door goed met hen te communiceren en met hen gaat samen- werken in plaats van hen sec aan controle te onderwerpen. Ons beleid is dan ook gemaakt met het oog op de Omgevingswet en bevat de uitgangs- punten waarmee wij daaraan uitvoering willen geven.

Het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht en het handhaven van regels is voor ons geen doel op zich. We voeren deze taken uit voor een goede kwaliteit van de leefomgeving. Met dit VTH-beleid zijn we transparant over wat we met onze taken beogen, wat we daarbij belangrijk vinden, hoe we onze taken uitvoeren en welke keuzes we daarin maken.

VTH-beleid ter borging van kwaliteit

De wet geeft opdracht aan de gemeente om zorg te dragen voor een goede uitvoeringskwaliteit van VTH-taken in het omgevingsrecht. Landelijk zijn afspraken gemaakt over wat een goede taakinvulling is en hoe professionaliteit en kwaliteit kunnen worden geborgd. Deze afspraken zijn vastgelegd in de zogenoemde ‘kwaliteitscriteria’. De kwaliteitscriteria hebben deels betrekking op de organisatie van het werk en deels op de medewerkers die het werk uitvoeren. De kwaliteitscriteria die zijn gesteld aan de organisatie bevatten zogenoemde ‘procescriteria’: eisen die gelden voor de beleidscyclus. Door te voldoen aan de criteria ontstaat een sluitende beleidscyclus: de zogenoemde ‘BIG8’. De BIG8 omschrijft een proces van plannen, uitvoeren, evalueren en bijsturen. Oftewel: een proces dat in staat stelt tot leren en verbeteren om zo een steeds betere kwaliteit van het werk te bereiken. Het VTH-beleid is ‘het plan’ dat we maken voor de uitvoering van onze taken. Het inrichten van het gehele VTH-proces volgens de zeven onderdelen van de BIG8, stelt ons in staat om de kwaliteit van het werk te borgen en de doelen die we onszelf stellen te behalen.

Onderdeel 1: Rapportage & evaluatie

De essentie van dit onderdeel is het analyseren van veranderingen en zaken die belangrijk zijn voor de uitvoering van VTH-taken. Een analyse over inzet, prestaties en resultaten is nodig: hoe goed hebben we het gedaan op onze beleidsdoelstellingen en prioriteiten? Die analyse hebben we uitgevoerd voordat we dit nieuwe beleid gingen maken. De wensen daaruit hebben we meegenomen in dit beleid. Daarnaast is ook een analyse nodig op zaken zoals: wat kenmerkt het gebied, welke bedrijven komen er in voor, hoe actueel is ons bestand daarover en welke problemen, risico’s en ontwikkelingen zien we? In het eerste hoofdstuk van dit beleid geven we dan ook weer wat wij zien in onze regio dat voor de komende beleidsperiode belangrijk is. Hoofdstuk 1 bevat daarmee onze omgevingsanalyse.

Onderdeel 2: Strategisch beleidskader

In het volgende onderdeel van de BIG8 vindt naar aanleiding van de analyse bijstelling plaats van de prioriteiten. Zo nodig worden ook de doelen en uitgangspunten bijgesteld, die richting geven aan de uitvoering van de VTH-taken. Daarom volgt in hoofdstuk 2 en 3 van dit beleid waar wij prioriteit aan geven, waarom wij onze taken uitvoeren en wat we daarbij belangrijk vinden. Oftewel: onze prioriteiten, doelen en uitgangspunten.

Onderdeel 3: Operationeel beleidskader

Het strategische kader bepaalt de richting. Maar deze moet voor de uitvoering nog worden door vertaald naar concrete strategieën en objectieve criteria voor toetsing: hoe behalen we onze doelen en voeren we onze uitgangs- punten en prioriteiten uit? Hierom wordt het derde onderdeel gevormd door de uitvoeringsstrategieën, wat in dit beleid is opgenomen als hoofdstuk 4.

Onderdeel 4: Planning & Control

Centraal in dit onderdeel van de 81 GB staat het plannen van het werk: (het programma) en het inrichten van de VTH-organisatie (de middelen zoals capaciteit en financiën) daartoe. Hier gaat het om het inrichten van de uitvoering. Hiertoe leggen wij wat we doen vast in een uitvoeringsprogramma en onze middelen ramen we in P&C-documenten (zoals begroting, resultaatrekening, etc.). Deze zaken maken geen onderdeel uit van dit beleid. De kaders voor de organisatie en de partners waarmee we samenwerken, staan wel in dit beleid als hoofdstuk 5.

Onderdeel 5: Voorbereiding

Voor dit onderdeel is het belangrijk dat het VTH-werk goed wordt voorbereid. Hiervoor is het handelen op basis van werkprocessen en protocollen nodig, waarin de uitvoeringsstrategieën goed zijn door vertaald. Deze instructies borgen een gelijke behandeling van inwoners en bedrijven volgens de uitgangspunten van het beleid. Deze instructies leggen we vast in ons workflow managementsysteem en maakt dus geen onderdeel uit van dit beleid.

Onderdeel 6: Uitvoeren

Dit onderdeel wordt gevormd door de daadwerkelijke uitvoering van VTH­ taken conform de instructies. De uitvoerende organisatie heeft hiervoor voldoende kwantitatieve en kwalitatieve voorzieningen en hulpmiddelen nodig. Deze zaken maken geen onderdeel uit van het beleid.

Onderdeel 7:Monitoren

Dit is het laatste onderdeel van de beleidscyclus waarbij monitoring plaats­ vindt op alle zaken die voor eventuele bijsturing relevant zijn. Hierbij wordt gekeken of de uitvoering de gewenste resultaten oplevert en hoe de voort­ gang is. Daarover vindt uiteindelijk rapportage plaats in het jaarverslag, wat geen onderdeel uitmaakt van dit beleid. De resultaten worden gebruikt om het programma (jaarlijks) en het beleid (4-jaarlijks) bij te sturen.

VTH-beleid ter borging van uniformiteit

Voor de uitvoering van VTH-taken zijn wij als gemeente bevoegd gezag en daarmee verantwoordelijk. Een groot deel van de uitvoering van die taken hebben wij, net als de andere gemeenten uit de regio, belegd bij Omgevingsdienst Rivierenland. Daarom hebben de gemeenten in regio Rivierenland al bij de oprichting van de omgevingsdienst gekozen voor een gezamenlijk en uniform VTH-beleid dat een gelijke behandeling van inwoners en bedrijven borgde. Het vorige beleid legde dan ook vooral instrumenten en werkwijzen vast die in staat stelden op deze uniformiteit te sturen.

Maar wensen veranderen en het vorige beleid past daar niet meer bij.

Dit zien we bijvoorbeeld aan het maatwerk dat de gemeenten in de regio inmiddels van de omgevingsdienst vragen. Daarom is in de regio de behoefte ontstaan het anders te gaan doen: andere doelen, prioriteiten en uitgangspunten te stellen aan de uitvoering van VTH-taken.

We hebben in de regio gezamenlijk nagedacht over de wensen ten aanzien van de VTH-uitvoering. In dit beleid zijn die nieuwe wensen vastgelegd. Afgesproken is dit beleid in ieder geval vast te stellen voor de VTH-taken die door de omgevingsdienst worden uitgevoerd. Maar er is ook een sterke wens de systematiek uit dit beleid voor de overige VTH-taken die door de gemeenten zelf worden uitgevoerd vast te stellen. Zodat wederom uniformiteit in beleid voor onze inwoners en bedrijven is geborgd.

3. Doelen en uitgangspunten

Artikel

Taak

Met het uitvoeren van onze VTH-taken zorgen we samen met inwoners, bedrijven en partners voor een prettige, veilige en duurzame (fysieke) leefomgeving in regio Rivierenland.

Opvatting

Dit bereiken we door te gaan voor:

•Het bevorderen van en bijdragen aan een goede kwaliteit van de leefomgeving in onze regio door het stimuleren van inwoners en bedrijven in het nemen van eigen verantwoordelijkheid daartoe;

•Het meekijken en meedenken met onze inwoners en bedrijven in initiatieven en ontwikkelingen die bijdragen aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit;

•Het toezien op en bewegen tot naleving van regels die onze leefomgeving beschermen;

•Een kwalitatief goede uitvoering van onze wettelijke VTH-taken;

•Een betrouwbare en deskundige dienstverlening aan onze inwoners en bedrijven;

•Een constructieve samenwerking met onze partners.

Succesfactoren

Hiervoor moeten we ons richten op:

•Omgevingskwaliteit;

•Naleefgedrag;

•Uitvoeringskwaliteit;

•Dienstverlening;

•Een ‘ja, mits… ‘ werkhouding;

•Samenwerking.

Onze doelen en indicatoren

Onze succesfactoren zijn van essentieel belang om onze taak en de opvattingen daarbij te realiseren. Hoe beter we het op deze factoren doen, hoe meer we in onze taak slagen. Daarom willen we op deze succesfactoren een zo groot moge­ lijk effect bereiken (outcome). We stellen onszelf voor de komende beleidsperiode dan ook doelen op deze factoren.

De ontwikkelingen op het gebied van het Omgevingsrecht, zoals de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, gaan snel en kunnen de komende beleidsperiode veel van ons vragen. We willen daar flexibel op in kunnen (blijven) spelen. Daarom stellen we onszelf in dit beleid (slechts) strategische doelen. Met deze doelen geven we richting aan de jaarlijkse VTH -programma 's van onszelf en onze uitvoeringspartners.

Binnen de gemeente hebben diverse partijen een aandeel in de VTH-taakuitvoering. Per taakuitvoerder wordt in een programma daarom concreet gemaakt welke taken en activiteiten dat jaar worden uitgevoerd en hoe daarmee wordt bijgedragen aan het behalen van de beleidsdoelen. Daartoe worden meetbare doelen, indicatoren en normen gesteld in het programma. We analyseren jaarlijks het effect van de gekozen inzet en bekijken wat nodig is om het jaar erop nog meer effect te kunnen bereiken. We kunnen daarmee jaarlijks beter bijsturen op ontwikkelingen en op dat wat nodig is om de beleidsdoelen te realiseren. Op deze wijze maken we de taakuitvoering flexibeler en effectiever.

In de beleidsperiode dragen we bij aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit door vanuit een 'ja, mits-houding' uitvoering te geven aan de regels die ter bescherming en benutting van de omgevingskwaliteit zijn gesteld.

Hiervoor analyseren we onder andere:

0De mate van actualiteit van het vergunningenbestand.

0De projecten en activiteiten die zijn uitgevoerd en wat deze voor de omgevingskwaliteit in onze regio betekenen (op onderwerpen zoals archeologie, bodem, energie, stikstof, ondermijning, etc.).

0Hoe we met advisering en uitgevoerde activiteiten hebben bijgedragen aan het beschermen van de lokale omgevingswaarden (zoals in RO-procedures, bij intake- en/of omgevingstafels, projecten op natuurwaarden, etc.).

0De trends in vergunningsprocedures per beleidsveld.

0De beleidsvelden waarin we (veel) overtredingen zien, de effecten die deze overtredingen hebben op de omgeving en in welke mate herstel mogelijk is.

0De beleidsvelden waarin we meldingen, klachten en verzoeken ontvangen.

0De bedoelde werking van lokale regels: zijn de gestelde regels uitvoerbaar en dienen zij het doel waarvoor zij zijn opgesteld.

Binnen de beleidsperiode realiseren we met onze VTH-dienstverlening een positieve klantbeleving.

Hiervoor analyseren we onder andere:

0De mate van tevredenheid van de klant over de doorlopen V, T of H-procedure en de wijze van communiceren daarover.

0De mate waarin de klant 'meedenken en meekijken' ervaart bij de V, T of H- procedure.

0De klachten die worden ontvangen over de uitvoering door medewerkers.

Binnen de beleidsperiode is de uitvoeringskwaliteit verbeterd en geborgd door volledig te werken naar de bedoeling van de landelijke kwaliteitscriteria en de uitvoering bij te sturen op grond van de jaarlijkse analyses.

Hiervoor analyseren we onder andere:

•De werking van de landelijke handhavingsstrategie in onze uitvoering.

•De mate waarin de uitvoering voldoet aan de kwaliteitscriteria en de bedoelde werking ervan (objectief).

•De mate waarin de uitvoering voldoet aan de verwachtingen (subjectief).

•De verbetermogelijkheden die volgen uit evaluatie en visitatie.

•De mate waarin we slagen de doelen te bereiken (zowel de beleidsdoelstellingen als de jaarlijkse programmadoelen).

•De doorlooptijden (waarbij we in ieder geval binnen de wettelijke termijnen blijven en dus aanspraken op dwangsommen voorkomen).

•De lering die we kunnen trekken uit gegronde bezwaar- en beroepsprocedures en de verbeteracties die we daarop kunnen inzetten.

•De mate waarin en oorzaken waardoor vergunning(voorschriften) worden overtreden.

Binnen de beleidsperiode verbeteren we de verbinding en samenwerking met onze partners zodat we meer effect weten te realiseren met het uitvoeren van VTH-taken.

Hiervoor analyseren we onder andere:

•De werkafspraken die we met onze partners hebben gemaakt, de samenwerking die daarmee tot stand komt en de wijze waarop we de samenwerking gezamenlijk nog effectiever kunnen maken.

•De mate waarin we samenwerken met onze partners in de uitvoering van onze VTH-taken (zoals bij onderlinge advisering, gezamenlijke controles en gemeenschappelijke projecten).

Aan het einde van de beleidsperiode hebben we bijgedragen aan een positieve tendens in het naleefgedrag van onze inwoners en bedrijven.

Hiervoor analyseren we onder andere:

•De preventieve werking die uitgaat van onze activiteiten (zoals voorlichtingsactiviteiten, de zichtbaarheid van toezicht, de informatie die wordt verstrekt, etc.).

•De trends die we zien bij het toepassen van de landelijke handhavingsstrategie (zoals de aard van overtredingen, gedrag van overtreders of de samenwerking met het strafrecht).

•De tendens die we zien in overtredingen per beleidsveld.

•De mate waarin gevolg wordt gegeven aan ingezette handhavingsprocedures.

•De trends in klachten, meldingen, verzoeken, noodzakelijk spoedeisende bestuursdwang en recidive.

•Of lokale regelgeving leidt tot onduidelijkheid of (te) weinig draagvlak kent, wat zich kan uiten in een veelvoud aan overtredingen of overtredingen die altijd tot legalisatie leiden.

Onze uitgangspunten

Om onze doelen te bereiken hanteren we de volgende uitgangspunten:

Algemeen

•We gaan uit van een eigen verantwoordelijkheid van onze inwoners en bedrijven. We werken daarom samen vanuit vertrouwen en handelen daarnaar door met elkaar, zoveel mogelijk aan de voorkant, het gesprek aan te gaan.

•We bieden inwoners en bedrijven in eerste instantie de mogelijkheid om zelf met een oplossing te komen, waarbij we aanbieden mee te denken en te adviseren.

•De bedoeling achter de regels staat bij ons voorop.

•We handelen daadkrachtig, deskundig en proactief.

•We zijn benaderbaar en betrouwbaar voor onze inwoners, bedrijven en partners.

•We communiceren begrijpelijk, transparant en vlot.

•We bewaken een gelijke behandeling en gelijke procedures.

•We kijken integraal en samen met onze partners naar alle betrokken belangen. We informeren elkaar tijdig over relevante ontwikkelingen en zoeken elkaar actief op.

Vergunningen

•We stimuleren initiatiefnemers in overleg te gaan met belanghebbenden en om bij het initiatief rekening te houden met de overige betrokken belangen.

•We beoordelen initiatieven integraal en vanuit mogelijkheden:

'ja, mits'. Hiervoor informeren en betrekken we onze samenwerkingspartners zo vroeg mogelijk bij deze beoordeling.

•De diepgang van beoordeling is afhankelijk van de wettelijke kaders, de risico's van de activiteit (risico gestuurd) en de prioriteit die daaraan is gegeven.

•We zijn transparant over de vergunningsprocedure, houden initiatiefnemer proactief op de hoogte van de voortgang, en zijn duidelijk over wat we van initiatiefnemer verwachten.

•Besluiten nemen we tijdig, deskundig, we wegen daartoe alle betrokken belangen en zijn open over de gemaakte afwegingen.

Toezicht

•We beschermen de omgevingskwaliteit door preventief en proactief optreden in gezamenlijkheid met onze samenwerkingspartners. We zijn daarvoor zichtbaar en toegankelijk.

•We laten risico. prioriteit en (naleef)gedrag van invloed zijn op controlefrequentie.

•We informeren niet alleen over de geldende regels. maar leggen ook het waarom van deze regels uit om de bewustwording bij betrokkenen te bevorderen en adviseren over de te nemen maatregelen.

•We kijken samen met betrokkenen naar een oplossing en leggen uit waarom we al dan niet over gaan tot handhaving. We leggen ook uit waar we van zijn en waarvan niet.

•Als er ruimte toe is. bieden we bij overtredingen eerst informeel de mogelijkheid deze te herstellen. Bij overtredingen met acuut gevaar of andere spoedeisende belangen. wordt direct opgetreden. We leggen de keuze daartoe aan betrokkenen uit.

Handhaving

•We bekijken overtredingen vanuit mogelijke ( legalisatie) oplossingen: 'ja, mits'.

•Als legalisatie geen mogelijkheid is, zetten we op constructieve, en waar mogelijk informele. manier in op beëindigen en beëindigd houden van de overtreding. We gaan daartoe in gesprek met betrokkenen en onze samenwerkingspartners.

•Een bestuurlijke sanctie is aan de orde als een informele oplossing niet vlot wordt bereikt en/of betrokkenen niet bereid zijn tot medewerking.

•Wanneer we bestuurlijke sancties inzetten, leggen we dit uit aan betrokkenen zodat de regels en de bedoeling erachter worden begrepen. Ter bevordering van een gelijke behandeling hanteren we de Landelijke Handhavingsstrategie en vaste procedures. De keuze in inzet is afhankelijk van de concrete feiten en omstandigheden van het geval.

•We verifiëren bij betrokkenen of helder is welke maatregelen er getroffen moeten worden en binnen welke termijn.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.