Gemeentelijke regelgeving

Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Buren 2020

Gemeente Buren · geldt sinds 7 oktober 2020

Aanhef

De raad van de gemeente Buren;

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 mei 2020;

gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet;

B E S L U I T :

vast te stellen de:

VERORDENING OP HET BEHEER EN HET GEBRUIK VAN DE GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN GEMEENTE BUREN 2020

Inhoud

Index

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Artikel 2 Uitbreiding begrippen particulier of algemeen graf

Hoofdstuk 2 De begraafplaatsen

Artikel 3 Beheer begraafplaatsen

Artikel 4 Administratie

Artikel 5 Plattegrond

Artikel 6 Openstelling begraafplaatsen en ordemaatregelen

Artikel 7 Tijdstippen plechtigheden

Hoofdstuk 3 Indeling van de begraafplaatsen, onderscheid van graven en asbestemming

Artikel 8 Indeling begraafplaatsen

Artikel 9 Onderscheid en uitgifte graven

Artikel 10 Bijzetten; verstrooiing van as

Artikel 11 Capaciteit en formaat graven

Hoofdstuk 4 Vereisten voor begraving of bijzetting

Artikel 12 Over te leggen stukken

Artikel 13 Aanwijzing graf: controle bescheiden

Hoofdstuk 5 Verlenging en overdracht grafrechten

Artikel 14 Verlenging grafrechten

Artikel 15 Overgang grafrechten

Hoofdstuk 6 Wijziging van het graf, opgraving en ruiming

Artikel 16 Opgraving

Artikel 17 Ruiming

Hoofdstuk 7 Gedenktekens en grafbeplantingen

Artikel 18 Vergunning en onderhoud grafbedekking

Artikel 19 Schade grafbedekking

Artikel 20 Beplanting en losse voorwerpen

Hoofdstuk 8 Einde van de grafrechten

Artikel 21 Vervallen grafrechten

Hoofdstuk 9 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 22 Strafbepaling

Artikel 23 Onvoorziene situaties

Artikel 24 Overgangsbepaling

Artikel 25 Inwerkingtreding en citeertitel

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a begraafplaats(en):

de gemeentelijke begraafplaats “Beusichem", gelegen aan de Beneden Molenweg in Beusichem;

de gemeentelijke algemene oude begraafplaats "Buren", gelegen tussen de Julianalaan en De Dreef in Buren;

de gemeentelijke algemene nieuwe begraafplaats “Buren” gelegen aan de Blatensedijk in Buren;

de gemeentelijke begraafplaats "Eck en Wiel", gelegen aan de Vlissingsestraat, Verbrughweg in Eck en Wiel;

de gemeentelijke begraafplaats "Ingen", gelegen aan De Brenk in Ingen;

de gemeentelijke nieuwe begraafplaats "Lienden", gelegen aan de Haagsestraat in Lienden;

de gemeentelijke oude begraafplaats "Lienden", gelegen aan de Oudsmidsestraat in Lienden;

de gemeentelijke nieuwe begraafplaats "Maurik", gelegen aan de Homoetsestraat in Maurik;

de gemeentelijke oude begraafplaats "Maurik", gelegen aan de Tielsestraat in Maurik;

de gemeentelijke begraafplaats "Ravenswaaij", gelegen aan de Donkerstraat te Ravenswaaij;

de gemeentelijke begraafplaats "Zoelen", gelegen aan de Beemdsestraat te Zoelen;

de gemeentelijke begraafplaats “Zoelmond, gelegen aan de Donkerstraat in Zoelmond.

b graf: een zandgraf of grafkelder;

c grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere stoffelijke overschotten worden begraven of asbussen worden bijgezet;

d.asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

e.urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;

f.particulier graf: een graf of grafkelder waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechts­persoon het uitsluitend recht is verleend tot:

1het doen begraven en begraven houden van stoffelijke overschotten;

2het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

3het doen verstrooien van as;

g.algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegen­heid wordt geboden tot het doen begraven van stoffelijk overschotten;

h.particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

1het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

2het doen verstrooien van as

i.stoffelijk overschot: stoffelijke resten van een overleden mens;

j.particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijkpersoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

k.particuliere gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om overledenen te gedenken;

l.verstrooiingsplaats: een plaats waar as wordt verstrooid;

m.grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf, gedenkplaats of verstrooiingsplaats;

n.beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats(en) of degene die hem vervangt;

o.rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitslui­tend recht is verleend op een particulier graf, een particulier urnengraf of een particuliere gedenkplaats, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;

p.belanghebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf of een algemeen urnengraf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;

q.herdenkingsmonument: een plaats waar ouders hun doodgeboren kind kunnen herdenken;

r.ontvangstruimte: aula, waar de familie voorafgaand of in aansluiting op de plechtigheid op de begraafplaats kan samenkomen.

Artikel 2 Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf

1Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaal­de wordt, voor zover van belang, onder 'particulier graf' mede verstaan: particulier urnengraf, particuliere urnennis en particuliere gedenkplaats.

Hoofdstuk 2. De begraafplaatsen

Artikel 3 Beheer begraafplaatsen

1Het beheer van de begraafplaatsen berust bij het college.

2Onder toezicht van het college worden een beheerder en zonodig een of meer daartoe hem vervan­gende personen belast met:

a.de administra­tie van de be­graafplaatsen;

b.het beheer en onderhoud van de begraaf­plaatsen;

c.het openen en sluiten van de graven voor een begra­ving, opgra­ving of ruiming c.q. bijzetting of ruiming van een asbus;

d.de verstrooiing van as.

Artikel 4 Administratie

1Het college is verantwoordelijk voor de ad­mini­stratie van de begraaf­plaatsen.

2De administratie bevat een register van alle op de begraaf­plaatsen begra­ven stoffelijke overschottenmet een nauw­keurige aanduiding van de plaats waar zij be­graven zijn, alsmede een register van bijgezet­te asbussen met de krachtens artikel 65, eerste lid, van de wet voorgeschre­ven gegevens. De in deze regis­ters opgenomen gegevens zijn openbaar en worden op verzoek verstrekt.

3De administratie bevat een register van alle rechthebbenden en belanghebbenden van de graven, met hun namen en adressen en zo moge­lijk aanteke­ning van hun relatie tot de overlede­ne. Dit register is niet open­baar.

4De rechthebbenden en belanghebbenden zijn verplicht de wijziging van hun adres aan het college door te geven.

5Van de in het tweede en derde lid bedoelde registers kan een ieder, doch van het in het derde lid bedoelde register alleen rechtheb­benden en belanghebbenden of hun rechtsopvolgers, een uittreksel verkrijgen.

Artikel 5 Plattegrond

In de informatiekasten op de begraafplaatsen bevindt zich een plattegrond, waarop de graven zijn aangeduid.

Artikel 6 Openstelling begraafplaatsen en ordemaatregelen

1De begraafplaatsen zijn van zonsopgang tot zonsondergang toeganke­lijk.

2In verband met werkzaamheden op een begraaf­plaats kan de beheer­der of degene die hem ver­vangt bezoekers de toegang tot (een deel van) de begraaf­plaats tijdelijk ontzeg­gen.

3Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.

4Bezoekers van de begraafplaatsen dienen zich ordente­lijk te gedra­gen en zonodig de aanwij­zin­gen van personeel op te volgen.

5Het is steenhouwers, hoveniers, fotografen en andere personen die werkzaam­heden op de be­graafplaats of aan grafbedekkingen ver­richten, verboden dit te doen zonder vooraf­gaande toestemming van de beheerder. Deze toestemming kan mondeling worden gegeven. Bij de uitvoering van werkzaam­he­den dienen zonodig de aanwij­zin­gen van de beheerder te worden gevolgd.

6Het is verboden met motorrijtuigen op de be­graafplaats te rijden, behalve met toestem­ming van de beheerder. Mo­tor­rij­tuigen waarvoor toestemming is verleend, mogen niet har­der rij­den dan 10 km per uur.

7Het is verboden:

a.met fietsen, bromfietsen of andere motor­rij­wielen op de be­graaf­plaats te rijden of deze met zich mee te voeren;

b.op de graven te lopen of te zitten en er ge­reed­schappen of andere niet tot de graven beho­rende voorwer­pen op te leggen;

c.een begraafplaats te verontreini­gen;

d.zonder toestem­ming of op­dracht van de aanvrager een uit­vaart te fotograferen, te fil­men, video-opnamen te maken of anderszins te registreren;

e.zonder toestem­ming of op­dracht van het college op de begraafplaatsen te fotograferen dan wel fil­m- of video-opnamen te maken;

f.bloemen of an­dere waren te koop aan te bie­den of hier­voor reclame te maken;

g.as te ver­strooien of andere vormen van lijk­be­zor­ging te bezigen anders dan na toestemming van de beheerder.

8De beheerder kan bezoekers of werklieden die zich niet aan de hiervoor bedoelde geboden en verboden houden de toegang tot de begraafplaats ontzeggen. Bij herhaalde overtredingen kan geduren­de een door het college te bepalen periode de toegang worden ontzegd.

Artikel 7 Tijdstippen plechtigheden

1Het begraven van stoffelijke overschotten, het bijzetten van asbus­sen en de verstrooi­ing van as in de aanwezig­heid van nabestaanden ge­schiedt op werk­dagen van maandag tot en met vrijdag tussen 9.00 en 16.00 uur en op zaterdag tussen 9.00 en 14.00 uur. Op andere dagen en tijdstippen kunnen - ter beoordeling van de beheerder - eveneens begrafe­nissen, bijzettin­gen of andere plechtigheden plaatsvinden.

2Het tijdstip van begraven of bezorgen van as en het gebruik van de ontvangstruimtes wordt telkens en voor elke plechtigheid afzonder­lijk door de beheerder, in overleg met de betrok­ken aanvra­ger, recht­hebbende of gebruiker, vastgesteld.

3Dodenherdenkingen en andere plechtigheden kun­nen geschie­den nadat deze ten minste een week tevoren bij de beheerder zijn ge­meld. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal geschie­den worden in het belang van de rust en de orde op de begraafplaats in overleg met de aanvrager door de beheerder vastge­steld.

Hoofdstuk 3. Indeling van de begraafplaatsen, onderscheid van de graven en asbestemming

Artikel 8 Indeling begraafplaatsen

1Graven worden uitgegeven aansluitend op de vastgestelde volgorde van uitgifte.

2Het is voor een rechthebbende mogelijk naast een bestaand particulier graf één naastliggend particulier graf te huren. Dit is alleen mogelijk in de grafvelden die zijn aangewezen voor particuliere graven voor overledenen > 12 jaar.

3Het is voor een rechthebbende mogelijk vooruitlopend op daadwerkelijk gebruik één graf te huren.

4Het college kan de indeling van de begraaf­plaatsen, de bestem­ming van de grafvel­den en het onder­scheid in graven nader vast stellen en wijzigen.

5Het college bepaalt welke graven tijdelijk niet mogen worden uitgegeven of gehuurd.

Artikel 9 Onderscheid en uitgifte graven

1Algemene graven worden uitgegeven voor een termijn van tien jaren. Deze termijn kan niet worden verlengd. Het stoffelijk overschot kan echter na afloop van deze termijn op verzoek van de belangheb­benden worden herbegraven in een particulier graf, mits ook van het bovenliggende graf de grafrust termijn van tien jaar is verstreken.

2Particuliere graven worden uitgegeven voor een ter­mijn van twintig en dertig jaren. Deze termijn wordt telkens met tien, twintig of dertig jaar verlengd op ver­zoek van de recht­heb­bende. De gemeente wijst rechthebbende tijdig op deze mogelijkheden, tegen het einde van de grafrechttermijn.

3Particuliere urnengraven en - nissen worden uitgegeven voor een ter­mijn van tien, twintig en dertig jaren. Deze termijn wordt telkens met tien, twintig of dertig jaar verlengd op ver­zoek van de recht­heb­bende. De gemeente wijst rechthebbende tijdig op deze mogelijkheden, tegen het einde van de grafrechttermijn.

4Het recht op een particulier graf geeft de rechtheb­bende het uitsluitend recht daarin te doen begraven en begraven te houden.

5Het in het eerste en tweede lid bedoel­de grafrecht wordt schrif­telijk gevestigd door middel van een grafak­te.

6Naast particuliere graven kan een naastliggend graf worden gereserveerd met een jaarlijks te verlengen termijn. Aan de rechthebbende wordt voor deze graven geen grafakte verstrekt.

7Bestaande graven met een uitsluitend recht die voorheen zijn uitgege­ven voor onbe­paalde tijd, blijven be­staan tot het moment dat de desbetreffende (gedeelte van de) begraaf­plaats wordt opgeheven.

Artikel 10 Bijzetten asbussen: verstrooiing van as

1Een asbus kan worden bijgezet in een particulier graf, een particulier urnengraf of een urnennis.

2Een asbus kan niet worden bijgezet in een alge­meen graf.

3Een asbus kan op een particulier graf slechts in een urn worden bij­gezet.

4Urnen op een graf of in een open nis dienen stevig aan de onder­grond te worden bevestigd.

5As kan worden verstrooid in een particulier g­raf en op de reeds aangewezen strooivelden gelegen op de begraafplaatsen in Eck en Wiel, Buren (Blatensedijk) en Zoelen. Op verzoek kan op de overige begraafplaatsen direct een strooiveld worden aangewezen, met uitzondering van de oude begraafplaatsen in Buren, Lienden en Maurik.

6Een asbus van biologisch afbreekbare materialen mag alleen worden aangeboden voor plaatsing in een zandgraf. Een biologisch afbreekbare asbus kan niet meer worden opgegraven en terug gegeven aan de rechthebbende.

Artikel 11 Capaciteit en formaat graven

1Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven:

a.algemene graven;

b.particuliere (kinder)graven;

c.particuliere grafkelders;

d.particuliere urnengraven;

e.particuliere urnennissen.

2Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel stoffelijke overschotten en hoeveel asbussen er kunnen worden bijgezet in de graven en hoeveel verstrooiingen van as er op of in de particuliere graven kunnen plaatsvinden. Het bepaalt tevens de afmetingen van de graven en de voor het plaatsen van een gedenkteken of beplanting beschikba­re afmetingen van een graf.

3Kindergraven worden uitgegeven voor kinderen < 1 jaar en voor kinderen ouder dan 1 jaar en jonger dan 12 jaar.

4De oude grafgedeelten op alle begraafplaatsen zijn gesloten voor hergebruik door schudden, totdat herinrichting heeft plaatsgevonden en de grafafmeting voldoet aan de huidige maatvoering

5Een grafrecht voor onbepaalde tijd vervalt, wanneer dit graf op verzoek van de rechthebbende wordt geschud.

Hoofdstuk 4. Vereisten voor begraving of bijzetting

Artikel 12 Over te leggen stukken

1Degene die een stoffelijk overschot wil doen begraven of as wil bezorgen, geeft daartoe op­dracht door middel van een door de be­heerder vast te stellen formu­lier.

2Degene die een stoffelijke overschot wil doen begraven of een asbus wil doen bijzet­ten of gebruik wil maken van de ontvangstruimten, of zijn gemach­tigde, geeft daarvan uiterlijk 3 werkdagen of 72 uur voorafgaand aan de dag of het tijdstip waarop de begraving of bijzetting zal plaats­vinden, schriftelijk kennis aan de be­heerder. Daarbij wordt aangege­ven ten aanzien van welke van de in artikel 9, 10 en 11 bedoel­de typen graven men een graf­recht wil vestigen.

3Indien de burgemeester verlof heeft verleend om het stoffelijke overschot binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgev­ing aan de beheerder­­­ zo tijdig mogelijk worden gedaan.

4Bij de in het tweede en derde lid bedoelde kennisgeving dient het verlof tot begra­ving van de ambtenaar van de burgerlijke stand of een ander wettelijk daarmee gelijkgesteld document te worden overgelegd.

5Indien het stoffelijke overschot binnen 36 uur na het overlijden wordt begraven dient behalve het in het vierde lid bedoelde verlof of document ook het in het derde lid bedoelde verlof van de burgemeester te worden overge­legd.

6Indien de begraving of de bijzetting in een bestaand particulier graf zal plaatsvin­den, dient een machti­ging daartoe aan de beheerder te worden overge­legd. De machtiging moet zijn ondertekend door de recht­hebben­de. Indien de rechthebbende is overleden en in het graf dient te worden begraven of zijn asbus dient te worden bezorgd, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan. De ondertekenaar van deze machtiging wordt beschouwd als de nieuwe rechthebbende.

Artikel 13 Aanwijzgingen graf; controle bescheiden

1De aanwijzing van de plaats van het graf ge­schiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 8, in overleg met de aan­vrager, door de beheerder.

2Tot de begraving of bijzetting wordt niet over­gegaan dan nadat:

a.de beheerder heeft geconsta­teerd dat aan de in de arti­kelen 12 en 14 opgenomen ver­eisten is vol­daan, en

b.alleen bij be­graving van een stoffelijke overschot, de beheerder­ de identiteit van het stoffelijke overschot heeft vastge­steld door vergelijking van het op de kist of een ander lijkom­hulsel vermel­de registratienum­mer met dat op een bijge­voegd document dat tevens de namen, overlij­dens- en ge­boortedata van de overledene dan wel de geslachtsnaam van de doodgebo­rene bevat.

Hoofdstuk 5. Verlenging en overgang grafrechten

Artikel 14 Verlenging grafrechten

1Begraving in een particulier graf waarvan de uitgif­tetermijn binnen 10 jaar af­loopt, kan alleen plaatsvin­den onder gelijktij­dige verlen­ging van de uitgifte­termijn met minimaal 10 jaar in aansluiting op de grafrechttermijn.

2De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechtheb­bende en indien deze is overleden, door een van de in artikel 15, twee­de lid, bedoelde personen.

Artikel 15 Wijziging van het graf, opgraving en ruiming

1Een grafrecht kan worden overgedragen door overlegging aan de beheer­der van een door de rechthebbende en de betrok­ken rechts­opvolger getekend bewijs van over­dracht. Over­dracht is slechts mogelijk op naam van één (rechts)persoon.

2In geval van overlijden van de rechthebbende kan het grafrecht van een graf, waarin de rechthebbende niet wordt bijgezet, worden overgeschre­ven, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen 12 maanden na het overlijden van de recht­hebben­de of gebruiker. Indien de rechthebbende is overleden en in het graf dient te worden begraven of zijn asbus dient te worden bezorgd, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand aan de begraving of bijzetting te worden gedaan.

3Indien de in het vorige lid bedoelde over­schrijving niet binnen de termijn van 12 maanden is gedaan, kan het college het grafrecht ver­vallen verklaren.

4Na het verstrijken van de in de vorige leden bedoelde termijn kan het grafrecht alsnog op naam van een nieuwe rechthebbende worden gesteld, tenzij het grafrecht betrekking heeft op een graf dat inmid­dels is geruimd.

5Een rechthebbende kan afstand doen van graf­rechten, zonder aan­spraak te kunnen maken op enige vergoeding.

Hoofdstuk 6. Wijziging van het graf, opgraving en ruiming

Artikel 16 Opgraving

1Bij de opgraving van stoffelijke overschotten zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de be­heerder met deze werkzaamheden zijn belast.

Artikel 17 Ruiming

1Graven worden niet eerder geruimd of gereed gemaakt voor hergebruik (geschud) dan na afloop van twintig jaren na het begraven van het laatste stoffelijk overschot.

2Indien bij ruiming of schudden blijkt, dat er teveel stoffelijke resten in het graf aanwezig zijn, wordt het graf gesloten voor een termijn van minimaal tien jaar.

3Rechthebbenden kunnen een particulier graf laten ruimen door schudden ten behoeve van hergebruik van graf op verzoek van de rechthebbende; in dat geval vindt ruiming van het graf plaats door het zorgvuldig bijeen garen van alle beenderen, die onder de bodem van het graf ingegraven worden. Na ruiming zal een nieuw grafrecht worden afgesloten.

4Bij de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de be­heerder met deze werkzaamheden zijn belast.

Hoofdstuk 7. Gedenktekens en grafbeplantingen

Artikel 18 Vergunning en onderhoud grafbedekking

1Het is verboden om zonder vergunning van het college grafstenen, zerken of andere ge­denk­tekens te plaatsen, alsmede heesters of andere beplan­tingen op graven aan te bren­gen. Voor het aanvragen van de vergunning worden op verzoek door de beheerder­ formulieren verstrekt.

2Voor de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetin­gen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen kan het college nadere regels vast­stellen. De regels kunnen per begraafplaats en per ge­deelte van de begraafplaats ver­schillen.

3Een vergunning kan worden geweigerd indien:

a.de duurzaamheid van de gebruik­te materialen onvoldoende of de fundering en con­structie onvol­doende stevig en vei­lig wordt ge­acht;

b.de grafbedek­king naar het oordeel van de behee­rder ern­stig afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;

c.de tekst of afbeelding op het gedenkteken naar het oor­deel van de beheerder aan­stootge­vend of kwet­send kan zijn;

d.het karakter van de begraafplaats of een gedeelte daarvan, hiervoor niet geschikt is.

e.niet voldaan wordt aan de in het vorige lid bedoelde nadere regels.

4Het (doen) plaatsen of aanbrengen van gedenkte­kens of van beplan­tin­gen op gra­ven geschiedt door de rechtheb­bende of belanghebbende.

5Alle kosten voor het plaatsen of aanbrengen, herstellen of vernieu­wen van gedenk­tekens of van beplantingen op graven komen voor rekening van de rechthebbende of belanghebbende.

6De rechthebbende of belanghebbende is verplicht de grafbedekking naar het oordeel van de beheerder goed te onderhouden.

7Op algemene graven kan slechts een grafbedek­king worden aange­bracht, indien het graf vol is. Indien op verzoek van de belanghebbende voortijdig een grafbedekking is aangebracht, dan heeft de beheerder het recht deze grafbedekking ten behoeve van de tweede bijzetting te verwijderen, zonder verrekening van eventuele beschadigingen.

8Het college is bevoegd een grafbedekking voor haar rekening en risico tijdelijk weg te nemen, indien dit voor het beheer van de begraafplaats noodzakelijk is. Het wegnemen van een grafbedekking voor een begraving of bijzetting geschiedt voor rekening en risico van de rechthebbende.

Artikel 19 Schade grafbedekking

1De in artikel 18 bedoelde grafmonumenten, be­plantin­gen of andere grafbedekking, alsmede grafkelders, worden ge­acht voor rekening en risico van de recht­heb­bende of belanghebbende te zijn aangebracht. Schade als gevolg van brand, vanda­lisme, vorst, storm, bliksem, water­overlast en andere van buiten komende oorza­ken, of ontstaan door het wegha­len en terugplaatsen van een gedenkte­ken ten behoeve van een bijzet­ting, en eventuele gevolg­schade voor derden, is voor rekening van de recht­heb­bende of belanghebbende.

2De rechthebbende of belanghebbende is verplicht de - door welke om­standig­he­den ook - aan grafbedek­king toege­brachte schade op eerste aanschrij­ven te herstel­len, indien de beschadi­ging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de be­graafplaats scha­adt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar oplevert voor derden.

3Indien binnen twee maanden na de dag van aan­schrijving geen herstel of vernieuwing heeft plaatsgevonden, is het college bevoegd tot verwijde­ring en vernietiging van de gedenkte­kens of beplantin­gen over te gaan, waarbij geldt dat zij voor deze handeling niet aanspra­kelijk kan worden gesteld, onverlet het recht van het colle­ge tot herstel of vernieuwing op kosten van de rechthebbende of gebruiker over te gaan.

4Dit artikel is mede van toepassing op vanwege het college voor reke­ning van de rechthebbende of gebruiker aangebrachte gedenk­tekens of be­plan­tingen.

Artikel 20 Beplanting en losse voorwerpen

1Op en rond een particulier graf mogen winterharde gewas­sen en meerja­rige plan­ten worden aange­bracht, mits deze in volle was­dom niet hoger dan 80 cm worden en de afmetin­gen van het graf niet wor­den overschreden.

2Op en rond een algemeen graf en een strooiveld mogen geen gewas­sen, planten of andere materialen worden aange­bracht.

3Het is toegestaan om op of bij een graf losse bloemen te leggen of bloemen in steekva­zen te plaatsen.

4Het is niet toegestaan om op een graf losse voorwerpen van glas en andere breekbare materialen te plaatsen, evenals lichte voorwerpen die gemakkelijk weg kunnen waaien.

5Verwelkte bloemen, verwaarloosde planten en losse voorwerpen kunnen door de beheerder worden verwijderd.

Hoofdstuk 8. Einde van de grafrechten

Artikel 21 Vervallen grafrechten

1De grafrechten vervallen:

a.door het verlo­pen van de ter­mijn;

b.indien de rech­thebbende af­stand doet van het recht;

c.indien de be­graafplaats wordt opgehe­ven.

2Het college kan de grafrechten vervallen ver­klaren:

a.indien de beta­ling van het gebruiks­recht en de onder­hou­dskosten ten behoeve van de vesti­ging of een verlenging van het graf­recht niet bin­nen drie maan­den na aanvang van die termijn is geschied;

b.indien de rech­thebbende -on­danks een aanma­ning - in verzuim blijft een op grond van deze veror­dening op hem rustende ver­plichting na te komen of daar­mee in strijd handelt;

c.indien de rech­thebbende van een graf is overle­den en het recht niet binnen één jaar is overgeschre­ven.

3In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, en in het tweede lid, vindt geen terugbeta­ling plaats van een deel van de kosten van het grafrecht, betaalde onderhouds­bijdragen of eventuele andere kosten.

4Het eventueel op het graf aanwezige gedenkteken of beplanting vervalt na afloop van het grafrecht of graftermijn van een algemeen graf aan de beheerder van de begraafplaats, tenzij de rechthebbende of belanghebbende anders aangeeft. De beheerder bewaart de grafbedekking nog 13 weken na afloop van het grafrecht/graftermijn op de graflocatie. Na deze termijn kan geen aanspraak op deze voor­wer­pen worden gedaan. Deze materialen zullen voor hergebruik worden aangeboden.

Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 22 Strafbepaling

1Hij die handelt in strijd met artikel 6, derde, vijfde, zesde en zeven­de lid, en artikel 12, zevende en achtste lid, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

2Overtreding van artikel 6, derde, vijfde, zesde en zevende lid, en artikel 12, zevende en achtste lid, van de verordening kan worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 23 Onvoorziene situaties

In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of indien verschil van mening bestaat over de uitleg van haar bepalingen, beslist het college.

Artikel 24 Overgangsbepaling

1Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de 'Beheersver­ordening gemeente­lijke begraafplaatsen gemeente Buren 2018, vastgesteld op 19 juni 2018, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

2Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de 'Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Buren' is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

Artikel 25 Inwerkingtreding en citeertitel

1Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2020.

2De 'Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Buren 2018' wordt ingetrokken met ingang van de in het eerste lid genoemde datum.

3Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Buren 2020’.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.