Aanhef
Resthout beheerst verbranden
Beleid van regio Rivierenland voor het verbranden van resthout in de open lucht.
Versie 3a
Inhoudsopgave
1AANLEIDING
1.1 Inleiding
1.2 Apv / Wet Milieubeheer
1.3 Doelstelling beleid
2WETGEVING
2.1 Inleiding
2.2 Wet milieubeheer
2.3 Algemene plaatselijke verordening (Apv)
2.4 Twee verschillende ontheffingen / verschillende voorschriften
3MILIEU
3.1 Inleiding
3.2 Schadelijke stoffen
4ALTERNATIEVEN VOOR HET VERBRANDEN VAN RESTHOUT
4.1 Inleiding
4.2 Fruittelers en boomkwekers
4.3 Onderhoud van karakteristieke landschapselementen en erfbeplanting
4.4 Particulieren
4.5 Boomziekten
5BELEIDSLIJN
5.1 Inleiding
5.2 Wetgeving
5.3 Milieu
5.4 Alternatieven
5.5 Handhaafbaarheid
5.6 Beleidslijn
5.7 Afstemming met de branche
6BELEIDSREGEL
6.1 Inleiding
6.2 Beleidsregel Resthout met beleid verbranden
7VOORSCHRIFTEN
7.1 Inleiding
7.2 Stookvoorschriften
Beleid van regio Rivierenland voor het verbranden van resthout in de open lucht.
juli 2007
Hoofdstuk 6 Beleidsregel
Artikel 1 Begripsbepalingen
1College : burgemeester en wethouders.
2Snoeihout : alle takken en bladeren die van bomen en struiken worden gehaald in het kader van duurzaam onderhoud.
3Gerooid hout : gerooide bomen, inclusief de stammen, stobben, stronken, takken en bladeren.
4Stookontheffing : een ontheffing op grond de Wet milieubeheer samen met een ontheffing op grond van de Apv zoals hierboven vernoemd.
Artikel 2 Gerooid hout
1Het college kan ontheffing verlenen voor het verbranden van gerooid hout met uitzondering van stamhout met een doorsnede van meer dan 25cm.
2Aan een ontheffing voor het verbranden van gerooid hout zijn voorschriften verbonden.
Artikel 3 Onderhoud van karakteristieke landschapselementen en erfbeplanting
1Het college kan ontheffing verlenen voor het verbranden van maximaal 30 m3 snoeihout dat ontstaat bij het onderhoud van karakteristieke landschapselementen en erfbeplanting;
2Een ontheffing als bedoeld in artikel 3, lid 1 wordt alleen verleend indien er geen hoogwaardigere verwerkingsmogelijkheid is, zoals opstapelen van houtwallen, versnipperen of verklepelen;
3Aan een ontheffing voor het verbranden van snoeihout zijn voorschriften verbonden.
Artikel 4 Boomziekten
1Het college kan ontheffing verlenen voor het verbranden van ziek hout;
2Een ontheffing wordt alleen verleend indien er sprake is van een besmettelijke boomziekte;
3Aan een ontheffing voor het verbranden van ziek hout zijn voorschriften verbonden.
Artikel 5 Andere gevallen
Het college verleent in principe geen ontheffing in andere gevallen dan bedoeld in artikel 2, artikel 3 en artikel 4 van deze Beleidsregel.
Artikel 6 Ontheffing
1Een aanvraag voor een ontheffing voor het verbranden van gerooid hout of snoeihout dat ontstaat bij het onderhoud van karakteristieke landschapselementen en erfbeplanting dient uiterlijk 8 weken voor de beoogde stookdatum schriftelijk bij het college te worden ingediend;
2Een aanvraag voor een ontheffing voor het verbranden van ziek hout moet minimaal 4 uur voor het aansteken van het vuur telefonisch bij de gemeente gemeld worden. Bij twijfel dient de betrokkene een verklaring van de Plantenziektekundige Dienst (Wageningen) in te dienen, waarmee wordt aangetoond dat het om een besmettelijke boomziekte gaat;
3Een ontheffing wordt, met uitzondering bij ziek hout, altijd schriftelijk verleend;
4Een ontheffing is voor maximaal twee aaneengesloten dagen per stookseizoen geldig;
5Een ontheffing is geldig voor één perceel of aaneengesloten percelen;
6Uiterlijk 24 uur voor aanvang van het stoken dient degene aan wie de ontheffing is verleend dit aan de gemeente te melden;
7Indien het door weersomstandigheden of andere redenen niet mogelijk is om op de aangegeven datum te stoken, blijft de ontheffing gedurende het stookseizoen van kracht. Van uitstel dient de gemeente in kennis te worden gesteld;
8Voor het stoken van een vuur binnen de bebouwde kom of in een bodembeschermings-gebied wordt geen ontheffing verleend.
9Een ontheffing zoals bedoeld in artikel 2 en artikel 3 van de beleidsregel is maximaal drie jaar (stookseizoenen) geldig;
Artikel 7 Slotbepaling
In gevallen waarin de notitie of dit besluit niet voorziet, beslist het college.
Artikel 8 Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking op 1 september 2007.
De aanvullende beleidsregel treedt in werking op 16 december 2010.