Aanhef
Burgemeester en Wethouders van Bunschoten;
overwegende dat het gewenst is activiteiten te stimuleren die bijdragen aan het welzijn van de inwoners van en het toerisme in de gemeente Bunschoten
gelet op artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening Bunschoten 2022
besluiten vast te stellen de volgende subsidieregeling:
Nadere regel Eenmalige subsidies 2026
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a.Algemene subsidieverordening: de Algemene subsidieverordening Gemeente Bunschoten 2022;
b.Subsidieperiode: ieder kalenderjaar heeft vier subsidieperiodes die gelijk zijn aan de kwartalen van het jaar.
c.Virtuele of fysieke mediadrager: een mediadrager zoals een boek, pamflet, cd, dvd, blue-ray, usb-stick, internet.
d.Lokaal culturele creatie: een creatie of een reeks van bij elkaar behorende creaties met een duidelijke link naar de gemeente Bunschoten en die kan vallen onder de literatuur, wetenschap, muziek, kunst, fotografie, film of nieuwe media en daarbij overgebracht kan worden op een virtuele of fysieke mediadrager en die in een grotere algemeen verkrijgbare oplage verspreid kan worden.
e.Garantiesubsidie: een subsidie die bedoeld is om de financiële risico’s verbonden aan de verkoop van een lokaal culturele creatie te verkleinen en waarvan de definitieve hoogte op een later tijdstip wordt vastgesteld.
f.Eenmalige subsidie: een subsidie voor bijzondere incidentele projecten of activiteiten die niet behoren tot de reguliere bezigheden van de aanvrager
Artikel 2 Doelgroep
Subsidie op grond van deze regeling wordt uitsluitend verstrekt aan een vereniging of stichting of in bijzondere gevallen (een groep van) natuurlijke personen die activiteiten ontplooit op het gebied van jeugd, zorg, cultuur, kunst, erfgoed, inclusie, leefbaarheid en sociale samenhang en toerisme passend binnen het door de gemeenteraad geformuleerde welzijnsbeleid.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Subsidie op grond van deze regeling kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten:
1Het betreft (welzijns)activiteiten die plaatsvinden op het grondgebied van de gemeente Bunschoten en/of waaraan voornamelijk inwoners uit de gemeente Bunschoten deelnemen.
2De activiteiten zijn voor alle inwoners van de gemeente Bunschoten toegankelijk of de uitgaven zijn algemeen verkrijgbaar.
3De activiteiten worden voor zover dat binnen de (kwalitatieve) mogelijkheden ligt, zoveel mogelijk uitgevoerd door vrijwilligers.
4Dezelfde activiteiten worden niet al door een andere instelling in de gemeente Bunschoten in voldoende mate ondernomen.
5De activiteiten worden niet al voldoende gesubsidieerd door een ander overheidsorgaan.
Artikel 4 Weigeringsgronden
Onverminderd het bepaalde in artikel 9 van de Algemene Subsidieverordening, wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien:
1De activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd is begonnen voor de eerste dag van de subsidieperiode waarvoor subsidie wordt gevraagd.
2De aanvrager van de gemeente Bunschoten al een jaarlijkse subsidie ontvangt voor de activiteit, zoals genoemd in de geldende subsidiebeschikking of prestatieovereenkomst.
3De aanvrager voor dezelfde activiteit al tweemaal eerder een eenmalige subsidie heeft ontvangen
4De aanvrager de afgelopen 18 maanden (peildatum 1e dag van het kwartaal waarvoor subsidie wordt aangevraagd) al een eenmalige subsidie heeft ontvangen.
Artikel 5 Procedurebepalingen
1Op grond van artikel 6 lid 2 van de Algemene Subsidieverordening kunnen aanvragen om een subsidie op vier tijdstippen bij het college worden ingediend:
a.Voor een activiteit (die start) in het eerste kwartaal van het kalenderjaar moet een aanvraag voor 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar worden ingediend.
b.Voor een activiteit (die start) in het tweede kwartaal van het kalenderjaar moet een aanvraag voor 1 januari van het subsidiejaar worden ingediend.
c.Voor een activiteit (die start) in het derde kwartaal van het kalenderjaar moet een aanvraag voor 1 april van het subsidiejaar worden ingediend.
d.Voor een activiteit (die start) in het vierde kwartaal van het kalenderjaar moet een aanvraag voor 1 juli van het subsidiejaar worden ingediend.
2In verband met de voorbereiding van een activiteit, kan voor een kwartaal eerder dan in lid 1 genoemd, een aanvraag worden ingediend.
3In zeer uitzonderlijke gevallen (onvoorziene en onvermijdelijke activiteiten) kan het college van de genoemde data voor indiening van de aanvraag afwijken.
4Het college kan aan de subsidieverlening aanvullende verplichtingen opleggen.
Artikel 6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
1De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar ons oordeel noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteit (geen subsidie voor eten en drinken van deelnemers/bezoekers, geen subsidie voor buurtfeesten of buurtbarbecues).
2Voor de activiteit betalen de deelnemers/bezoekers een redelijke eigen bijdrage en/of de aanvrager neemt een deel van de kosten voor zijn rekening.
3Indien een tweede maal voor dezelfde activiteit een subsidie wordt gevraagd, kan naar ons oordeel, een lagere subsidie worden verleend dan de eerder door ons verleende subsidie voor dezelfde activiteit, dit ter stimulering voor het verkrijgen van andere bronnen van inkomsten om de activiteit te realiseren.
Artikel 7 Verdeling van het subsidieplafond
1Het beschikbare subsidiebedrag wordt evenredig verdeeld over de vier subsidieperiodes. Een eventueel restant van het beschikbare bedrag voor een subsidieperiode, wordt toegevoegd aan het beschikbare bedrag voor de volgende subsidieperiode, voor zover dit binnen hetzelfde kalenderjaar is.
2De hoogte van de subsidie is onder meer afhankelijk van de hoogte van de aangevraagde subsidies. Als de gevraagde subsidies hoger zijn dan het subsidieplafond, wordt bij de verdeling rekening gehouden met het belang van de activiteit voor het door de gemeenteraad vastgestelde beleid en de financiële noodzaak.
Artikel 8 Beslistermijn
Op grond van artikel 7 lid 2 van de Algemene Subsidieverordening maakt het college de beslissing op de aanvraag bekend binnen drie maanden vanaf de uiterste indieningstermijn voor het aanvragen van de subsidie.
Artikel 9 Verantwoording
1Op grond van artikel 11 Algemene subsidieverordening kan aan de subsidieontvanger worden gevraagd aan te tonen dat de activiteit heeft plaatsgevonden en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Hiervoor kan een standaardformulier worden vastgesteld.
2Indien aanspraak wordt gemaakt op een (garantie)subsidie voor een lokale culturele creatie dienen indien mogelijk twee (of een nader te bepalen aantal) exemplaren van de lokale culturele creatie in de vorm van een fysieke mediadrager te worden ingediend.
3Voor de vaststelling van een garantiesubsidie dient de aanvrager een financieel verslag over de verkoop van de lokaal culturele creatie in, waarin inzichtelijk wordt hoeveel uitgaven er voor de culturele creatie zijn gedaan en welke inkomsten er tegenover staan. Op basis van die gegevens zal de garantiesubsidie definitief worden vastgesteld.
Artikel 10 Slotbepalingen
1Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt voor het eerst van kracht voor aanvragen om een subsidie voor het 2e kwartaal van 2026.
2De regeling wordt aangehaald als: Nadere regel Eenmalige subsidies 2026.
3De Nadere Regel Eenmalige Subsidies 2016, wordt met ingang van 1 januari 2026 ingetrokken.