Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels voor tijdelijk wonen in bijgebouwen gemeente Bunnik 2025

Gemeente Bunnik · geldt sinds 30 december 2025

Aanhef

Burgemeester en wethouders van de gemeente Bunnik;

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

besluiten de volgende beleidsregels vast te stellen:

Beleidsregels voor tijdelijk wonen in bijgebouwen gemeente Bunnik 2025

Tekst

Inleiding

Bij de vaststelling van de Visie op Wonen 2024-2027 is een motie aangenomen om te onderzoeken of vermindering van de woningnood en/of het stimuleren van doorstroming kan worden gerealiseerd door beleidsregels van de gemeente Houten over te nemen betreffende het tijdelijk wonen in bijgebouwen. Met deze regels wordt het mogelijk om een omgevingsvergunning te verlenen voor de tijdelijke bewoning (maximaal 10 jaar) van een bijgebouw.

Deze beleidsregels gelden niet voor het landelijk gebied. De omgevingsverordening Provincie Utrecht sluit het landelijk gebied uit.

Deze beleidsregels zijn bedoeld voor bewoning zonder (verwachte) zorgvraag. Bij een verwachte zorgvraag binnen 10 jaar ligt een aanvraag voor pre-mantelzorgwoning meer voor de hand.

Doel van de beleidsregels

Het doel van deze beleidsregels is om tijdelijke bewoning van een bijgebouw door familieleden onder voorwaarden mogelijk te maken. Als het makkelijker wordt om woningzoekenden tijdelijk huisvesting te bieden, kan dat de druk op de woningmarkt tijdelijk verlichten. Deze beleidsregels moeten daarbij een helder toetsingskader bieden om vergunningaanvragen te kunnen beoordelen.

Wettelijk kader

•Titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;

•Artikel 5.1 van de Omgevingswet i.r.t. artikel 5.18 en artikel 5.21 van de Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving.

•Artikel 9.3 van de Omgevingsverordening provincie Utrecht op basis waarvan het landelijk gebied is uitgesloten van deze beleidsregels.

Beleidsregels

1Begripsbepalingen

2Wijze van meten

Bij toepassing van deze beleidsregels wordt de maatvoering gehanteerd, zoals in het vigerend planologische regime, het omgevingsplan gemeente Bunnik, is beschreven.

3Procedure omgevingsvergunning

1Voor de tijdelijke huisvesting in een bijgebouw is een omgevingsvergunning vereist omdat er wordt afgeweken van het omgevingsplan, zoals bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet.

2Het verlenen van een vergunning is geen verplichting, maar een discretionaire bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. Hierbij wordt getoetst of de activiteit bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zoals bepaald in artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl.

3Vergunningaanvragen om af te wijken van het omgevingsplan, in het kader van het tijdelijk wonen in bijgebouwen, worden op basis van onderstaand toetsingskader beoordeeld.

4Het is aan te raden om voorafgaand aan de vergunningaanvraag een vooroverleg in te dienen om vroegtijdig duidelijkheid te krijgen over haalbaarheid, voorwaarden en mogelijke knelpunten van het plan.

5Aan de beoordeling van een vergunningaanvraag zijn leges verbonden conform hoofdstuk 2 (Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag) en/of hoofdstuk 3 (Omgevingsvergunning) van de geldende Legesverordening gemeente Bunnik.

6De verwijderplicht na afloop van de vergunning wordt als voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning op basis van artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht.

4Toetsingskader

Onderstaande regels beschrijven ons kader om te kunnen afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van een tijdelijke extra woning in een bijgebouw. Er kan medewerking worden verleend aan het tijdelijk wonen in bijgebouwen indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan.

4.1 Toetsingskader tijdelijk wonen in bijgebouwen

4.1.1 Bewoners

1De tijdelijke huisvesting wordt bewoond door maximaal 2 personen, van wie ten minste één persoon een eerste- of tweedegraads familierelatie heeft met de bewoners van de hoofdwoning. In geval van mensen met een aantoonbare sterke sociale relatie met de hoofdbewoners, kan het college hier beargumenteerd van afwijken.

2Er wordt een persoonsgebonden omgevingsvergunning afgegeven aan een bewoner van de hoofdwoning om tijdelijk af te wijken van het toegestane aantal woningen op het perceel.

4.1.2 Gebouw

1De tijdelijke huisvesting mag alleen worden gebruikt om te wonen. Er zijn geen nevenactiviteiten of andere activiteiten toegestaan in directe relatie tot de tijdelijke huisvesting.

2Om voor de toekomst duidelijk te houden dat het een tijdelijke situatie betreft zal in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) een aantekening worden opgenomen dat het om een ‘tijdelijke woning’ gaat.

3De gebruiksoppervlakte (verblijfsgebied) van het betreffende bijgebouw mag niet meer dan 50 m2 bedragen.

4Ontsluiting naar de tijdelijke huisvesting mag alleen via de bestaande ontsluiting van de hoofdwoning.

5Er hoeft niet te worden voldaan aan het geldende parkeerbeleid, behalve als de parkeerdruk in de straat hoog (85% bezetting) is. Het college kan hier gemotiveerd van afwijken. Bij twijfel ligt de bewijslast bij de aanvrager.

6Het plaatsen en gebruiken van de huisvesting mag niet leiden tot een onevenredige verslechtering van het woon- en leefklimaat ter plaatse en van de gebruiksmogelijkheden van de belendende percelen, dit in het kader van milieuzonering en evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

7Er dient participatie plaats te vinden conform de gemeentelijke leidraad voor participatie en communicatie. In ieder geval de aangrenzende percelen (ook indien het perceel slechts een hoekje grenst) moeten geraadpleegd worden.

8De bebouwingsmogelijkheden van het perceel nemen niet toe. Het tijdelijk wijzigen van het gebruik naar ‘Wonen’ kan alleen in vergunningvrije bijgebouwen of bijgebouwen die direct in het bestemmingsplan of omgevingsplan passen.

9De tijdelijke huisvesting wordt uitsluitend toegestaan op gronden met de functie “Wonen” in het omgevingsplan, maar mag buiten het bouwvlak geplaatst worden.

10Het tijdelijk bouwwerk moet voldoen aan de eisen voor een woning volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

11Er kan slechts één vergunning afgegeven worden voor óf het tijdelijk wonen in een bijgebouw óf een pré-mantelzorgwoning (zie hiervoor Beleidsregels voor pré-mantelzorgwoningen gemeente Bunnik 2025). Het is niet mogelijk voor allebei een vergunning te krijgen.

4.1.3 Werkingsduur

1Er kan een vergunning van maximaal 5 jaar worden afgegeven, met eenmaal een optie voor een verlenging van maximaal 5 jaar. Daarna mag het object niet meer worden gebruikt als zelfstandige woonruimte conform deze beleidsregels.

2De vergunning vervalt zodra de bewoner van de hoofdwoning aan wie de vergunning is verleend overlijdt, verhuist of geen gebruik meer maakt van de woning.

3Na afloop van de tijdelijke omgevingsvergunning of in de gevallen genoemd in artikel 4.1.3, lid 2, dient de tijdelijke huisvesting in het bijgebouw binnen drie maanden te worden beëindigd. Het toegekende huisnummer wordt ingetrokken.

5Toezicht tijdelijke huisvesting

Het college zal toezicht houden op de naleving en handhaving van deze beleidsregels.

6Evaluatie

Deze beleidsregels zullen uiterlijk 2 jaar na het inwerkingtreden worden geëvalueerd. De beleidsregels zullen eerder dan 2 jaar na het inwerkingtreden worden geëvalueerd op het moment dat er vijf omgevingsvergunningen zijn afgegeven voor het tijdelijk wonen in bijgebouwen.

7Slotbepalingen

Deze beleidsregels zijn vastgesteld bij besluit van 9 december 2025.

Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.

De citeertitel van deze beleidsregels is Beleidsregels voor tijdelijk wonen in bijgebouwen gemeente Bunnik 2025.

Aldus besloten op 16 december 2025.

Burgemeester en wethouders van de gemeente Bunnik,

de secretaris de burgemeester,

Dhr. M.J. van der Jagt Dhr. R. van Bennekom

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.