Aanhef
De raad van de gemeente Bunnik,
gelezen het voorstel van het college van 7 november 2023.
gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats gemeente Bunnik
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaats Bunnik aan de Provincialeweg 63 te Bunnik;
b.graf: een zandgraf of grafkelder;
c.grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin één of meerdere overledenen
worden begraven of asbussen worden bijgezet. Grafkelders kunnen onderdeel zijn van een
bovengrondse muur of wand;
d.asbus: een bus ter berging van as van een overledene;
e.urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;
f.particulier graf: een graf waarvoor aan één natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is
verleend tot:
a.het doen begraven en begraven houden van één of meer overledenen;
b.het doen bijzetten en bijgezet houden van één of meer asbussen met of zonder urn;
g.algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het
doen begraven van overledenen;
h.particulier kindergraf: een graf waarvoor aan één natuurlijk persoon of rechtspersoon het
uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van levenloos geborenen,
alsmede van kinderen tot 12 jaar;
i.particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het
uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder
urnen;
j.particuliere urnennis: een nis waarvoor aan één natuurlijk persoon of rechtspersoon het
uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder
urnen;
k.gedenkteken: grafsteen, zerk of ander monument ter nagedachtenis van één of meer
overledenen, alsmede kettingen en hekwerken;
l.grafbeplanting: beplanting die door de rechthebbende of belanghebbende op een graf wordt
aangebracht;
m.grafbedekking: gedenkteken, afdekplaat, grafbeplanting en losse voorwerpen op een graf of
urnengraf;
n.beheerder: degene die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats of degene
die hem vervangt;
o.het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunnik;
p.rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend tot
het doen begraven of doen bijzetten in een particulier graf, een particulier kindergraf, een
particulier urnengraf of een particuliere urnennis;
q.belanghebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een
ruimte in een algemeen graf is verleend;
r.grafrecht: het uitsluitend recht op het begraven en begraven houden in een particulier graf,
particulier kindergraf of recht tot het doen bijzetten en bijgezet houden in een particulier urnengraf
of particuliere urnennis;
s.ruimen: het leegmaken van een graf, waarbij de stoffelijke resten van een overledene begraven
worden op een daarvoor bestemd gedeelte van de begraafplaats;
t.samenvoegen: het samenvoegen van stoffelijke resten uit één graf en deze onder in hetzelfde
graf herbegraven zodat er ruimte ontstaat voor een nieuwe begraving;
u.uitvoeringsbesluit of nadere regels: door het college vast te stellen regelgeving met betrekking
tot de uitvoering van het beheer van de begraafplaats, welke onlosmakelijk is verbonden aan
onderhavige beheersverordening. Het uitvoeringsbesluit kan los van de beheersverordening
worden aangepast;
Artikel 2. Voorwaarden
1Aan krachtens deze verordening te verlenen toestemmingen, vergunningen of ontheffingen
kunnen voorwaarden worden verbonden.
2Indien de in het eerste lid bedoelde voorwaarden niet worden nageleefd, kan het college besluiten
de toestemming, vergunning of ontheffing in te trekken.
3De houder van de toestemming, vergunning of ontheffing is verplicht deze op eerste vordering te
tonen aan hen, die belast zijn met het opsporen van overtredingen van deze verordening. Bij
weigering hiervan wordt de houder geacht zonder toestemming, vergunning of ontheffing te
hebben gehandeld.
Hoofdstuk 2 Beheer, bestemming en registratie
Artikel 3. Beheer
1Het beheer van de begraafplaats berust bij het college.
2Het college machtigt één of meer personen voor de volgende taken en werkzaamheden:
a.de administratie van de begraafplaats;
b.de dagelijkse leiding van de begraafplaats;
c.het onderhoud van de begraafplaats;
d.het laten delven of openen en sluiten van graven, urnengraven en urnennissen;
e.het naleven van de wettelijke voorschriften ten aanzien van het begraven van
f.overledenen en het plaatsen van asbussen.
Artikel 4. Register en plaats registratie
1Het college houdt een register bij van de begraven overledenen en de bezorgde as.
2Het register bevat van alle graven de rechthebbenden en belanghebbenden met hun namen en
adressen. In dit register worden tevens de naam, geboortedatum en de datum van overlijden
opgenomen van degene die is begraven of waarvan de as is bezorgd. Daarbij is vermeld de
grafaanduiding en de dag van de begraving of bijzetting.
3De rechthebbenden en belanghebbenden zijn verplicht de wijziging van hun adres aan het
college door te geven. Indien aanschrijvingen en andere ingevolge deze verordening vereiste
mededelingen verzonden zijn aan het door de rechthebbende of belanghebbende laatstelijk
opgegeven adres, kan deze zich nimmer op het niet ontvangen daarvan beroepen.
4Van het in het eerste lid bedoelde register kunnen uitsluitend rechthebbenden en
belanghebbenden een kopie van het uittreksel ten aanzien van hun grafplaats en leges
verkrijgen.
Hoofdstuk 3 Openstelling, orde en rust op de begraafplaats
Artikel 5. Openstelling begraafplaats
1De begraafplaats is voor eenieder dagelijks toegankelijk gedurende door het college bij nadere
regels vast te stellen tijden.
2Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats kan de toegang tijdelijk worden gesloten,
of kan een gedeelte van een begraafplaats tijdelijk worden afgesloten.
3Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor het publiek geopend is, zich
daarop te bevinden.
Artikel 6. Ordemaatregelen
1Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de
begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid
te houden aan de aanwijzingen van of namens de beheerder.
2De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden van
de begraafplaats (laten) verwijderen.
Artikel 7. Verboden
1Het is verboden op de begraafplaats:
a.goederen ter verkoop aan te bieden;
b.op enige wijze reclame te maken voor handel of bedrijf;
c.op graven te lopen of de begraafplaats te verontreinigen;
d.de graven, de gedenktekens, de beplanting, de gebouwen en de paden te bekladden, te
beschadigen of op enigerlei andere wijze te verontreinigen;
e.dieren los te laten lopen, met uitzondering van hond ter (blinde) geleide of een
hulp/assistentiehond;
f.dieren te begraven of bij te zetten;
g.zich toegang tot de begraafplaats te verschaffen anders dan via de daarvoor bestemde
ingangen;
h.iets te doen of na te laten dat in strijd is met de eerbied van de nagedachtenis van de
overledene;
i.(brom)fietsen of rij- of voertuigen, met uitzondering van invaliden-, kinder- en
wandelwagens, mee te nemen dan wel te rijden anders dan ter gelegenheid van een
begrafenis, ter bezorging van as of tot het vervoeren van materialen bestemd voor op de
begraafplaats te verrichten werkzaamheden;
j.met motorrijtuigen sneller dan 5 km per uur te rijden.
2Het college kan ontheffing verlenen van de verboden zoals genoemd in lid 1.
3De beheerder is bevoegd personen die zich niet houden aan het bepaalde in lid 1 en 2 van dit
artikel de toegang tot de begraafplaats te ontzeggen.
Artikel 8. Plechtigheden
1Het is verboden zonder toestemming van het college herdenkingen, onthullingen van
gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats te houden.
2De toestemming voor de in het eerste lid bedoelde plechtigheden moet uiterlijk zes werkdagen
voor de beoogde datum van de plechtigheid worden aangevraagd bij de beheerder. Datum en uur
van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de
aanvrager door de beheerder vastgesteld.
3Het college kan de toestemming weigeren op grond van vrees voor verstoring van de openbare
orde op de begraafplaats.
4Deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het tweede lid zijn verplicht zich in het belang van de
orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.
Hoofdstuk 4 Indeling begraafplaats en uitgifte van graven
Artikel 9. Soorten graven
1Op de begraafplaats kunnen worden uitgegeven:
a.particuliere graven;
b.particuliere kindergraven;
c.particuliere urnennissen;
d.particuliere urnengraven.
2Op de begraafplaats kan het gebruik worden verleend voor:
a.algemene graven.
3Asbussen mogen in de particuliere graven geplaatst worden na toestemming van de
rechthebbende.
4Het college stelt in een uitvoeringsbesluit nadere regels vast betreffende het aantal overledenen
en asbussen, met of zonder urn, dat in particuliere graven kan worden begraven en bijgezet en
het aantal overledenen dat in een algemeen graf kan worden begraven. Tevens bepaalt het
college de afmetingen en uitgifteduur van de particuliere en algemene graven. De uitgifteduur kan
niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de Lijkbezorging.
Artikel 10. Volgorde van uitgifte
1De particuliere graven, particuliere urnengraven en particuliere urnennissen worden in
samenspraak met de beheerder en de aanvrager uitgegeven.
2Algemene graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven.
Artikel 11. Categorieën
1Het college kan bij een uitvoeringsbesluit de algemene en particuliere graven onderverdelen in
categorieën. Hij bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.
2Het college kan een verzamelgraf inrichten conform nader door hem te bepalen voorwaarden.
Artikel 12. Termijnen graven
1Particuliere graven worden uitgegeven voor een termijn die in het uitvoeringsbesluit is
vastgesteld. De uitgiftetermijn van het grafrecht begint te lopen op de datum waarop het
particuliere graf of de reservering is uitgegeven.
2Algemene graven worden ter beschikking gesteld voor een gebruikstermijn die in het
uitvoeringsbesluit is vastgesteld.. Een stoffelijk overschot kan na afloop van de gebruikstermijn,
op schriftelijk verzoek en op kosten van de belanghebbende volgens de bepalingen van deze
verordening in een particulier graf worden herbegraven of worden gecremeerd.
3Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke
minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de
uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk
is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de
rechthebbende, of indien deze is overleden, door één van de in artikel 13,lid 1, bedoelde
personen.
4De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele
jaren.
5Het grafrecht op een particulier graf kan slechts aan één rechthebbende worden verleend.
6Het grafrecht geeft de rechthebbende zeggenschap over wie in dat graf wordt begraven en
begraven wordt gehouden, onder de voorwaarden en de beperkingen van deze verordening.
7Het grafrecht wordt door het college schriftelijk bevestigd aan de rechthebbende middels een
grafakte. Het gebruiksrecht van een algemeen graf wordt aan de belanghebbenden bevestigd
middels een bevestigingsbrief.
8Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende te allen tijde
schriftelijk verklaren afstand doen van het grafrecht. Van de ontvangst van zodanige verklaring
doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.
Artikel 13. Overschrijving van verleende rechten
1Het grafrecht op een particulier graf kan worden overgedragen door overlegging aan de
beheerder van een door de rechthebbende en de betrokken rechtsopvolger getekend bewijs van
overdracht. Deze rechtsopvolger is een natuurlijk persoon of rechtspersoon.
2Het gebruiksrecht van een algemeen graf kan overgedragen worden op een andere
belanghebbende door overlegging aan de beheerder van een door de belanghebbende en de
betrokken opvolger getekend bewijs van overdracht. Deze opvolger is een natuurlijk persoon of
rechtspersoon.
3Na het overlijden van de rechthebbende kan het grafrecht van een particulier graf worden
overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon, mits de aanvraag hiertoe
wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden
rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met de stoffelijke resten
in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te
worden gedaan.
4Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet
wordt gedaan binnen één jaar, is het college bevoegd het grafrecht vervallen te verklaren.
5Na het verstrijken van de in het derde lid genoemde termijn kan het college het grafrecht alsnog
op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een
particulier graf dat inmiddels is geruimd.
Hoofdstuk 5 Voorschriften voor lijkbezorging
Artikel 14. Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf
1Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan
uiterlijk drie werkdagen voorafgaande aan de dag waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing
zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag en zondag gelden voor de
toepassing van deze bepaling niet als werkdag.
2Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om de overledene binnen 36 uur na het
overlijden te begraven, moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden
gedaan.
3De zich op een particulier graf bevindende grafbedekking of voorwerpen moeten door een
steenhouwer uiterlijk twee werkdagen voorafgaand het openen van het graf worden verwijderd in
opdracht van de rechthebbende.
4Het openen en sluiten van een particulier graf mag alleen uitsluitend in opdracht van een in leven
zijnde rechthebbende worden uitgevoerd. In geval van een overleden rechthebbende dient het
grafrecht eerst overgeschreven te zijn aan een nieuwe rechthebbende.
5Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van
een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het
personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder.
6In bijzondere gevallen kan het college van dit artikel ontheffing verlenen.
Artikel 15. Over te leggen stukken
1Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven is overgelegd aan
de beheerder. De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.
2Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een
machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende
of, indien deze is overleden, door een van de andere personen genoemd in artikel 13, derde lid.
Artikel 16. Tijden van begraven en asbezorging
1De tijden van het begraven en het bezorgen van de as worden door het college in het
uitvoeringsbesluit bepaald.
2Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.
3Het begraven buiten de in lid 1 genoemde tijden is slechts mogelijk met ontheffing van de
burgemeester. In dat geval wordt de tijd van begraven aangemerkt als een buitengewoon uur.
4De tijdstippen als in het vorige lid bedoeld, worden in overleg bepaald met de beheerder.
Hoofdstuk 6 Gedenktekens en grafbedekkingen
Artikel 17. Vergunning gedenkteken
1Voor het hebben van een gedenkteken is een schriftelijke vergunning nodig van het college.
2De rechthebbende van een particulier graf en de belanghebbende van een algemeen graf vraagt
de vergunning voor het hebben van een gedenkteken aan.
3Het is verboden om zonder vergunning van het college een gedenkteken, een plaat ter afsluiting
van een urnennis te plaatsen of een urn op een graf te doen plaatsen.
4Omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van het
gedenkteken en de wijze van aanbrengen stelt het college in het uitvoeringsbesluit nadere regels
vast.
5Het college kan de vergunning weigeren indien:
a.niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere regels in het uitvoeringsbesluit;
b.het gedenkteken afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;
c.de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;
d.de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is
e.de begraafrechten en of grafrechten niet zijn voldaan.
Artikel 18. Grafbeplanting
1Het aanbrengen van beplantingen buiten de afmetingen van het graf is niet toegestaan.
2Grafbeplanting die buiten het graf, zonder toestemming of anders dan aangewezen is
aangebracht of onvoldoende wordt onderhouden kan op last van het college door de beheerder
worden verwijderd. Dit vindt niet plaats dan nadat rechthebbende of belanghebbende behoorlijk
per brief, via het mededelingenbord op de begraafplaats of via een aanwijzing bij het graf is
opgeroepen en gelegenheid is geboden voor aanpassing. Bij verwijdering van de beplanting is
geen recht op schadevergoeding.
3Beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert kan door de beheerder worden
verwijderd zonder voorafgaande kennisgeving en zonder dat aanspraak kan worden gedaan op
een schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij
verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd.
Artikel 19. Verwijdering grafbedekking
1Het college kan besluiten de grafbedekking na het verstrijken van de graftermijn van het grafrecht
te doen verwijderen. Het college kan de beheerder machtigen tot uitoefening van deze
bevoegdheid.
2Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt tenminste één jaar voorafgaande aan
het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende of aan
de belanghebbende bekendgemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of
belanghebbende niet bekend is, wordt het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking
gedurende tenminste één jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden
verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang op het
publicatiebord van de begraafplaats bekendgemaakt.
Artikel 20. Onderhoud door de rechthebbende of de belanghebbende
1Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking
geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of de belanghebbende.
2De rechthebbende of de belanghebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te
onderhouden, schoon te houden of te herstellen.
3Het college kan de rechthebbende of belanghebbende per aanschrijving verplichten een
beschadiging aan de grafbedekking te herstellen indien de beschadiging zodanig is dat deze naar
het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de
beschadiging van de grafbedekking gevaar op kan leveren voor derden.
4Indien de rechthebbende of belanghebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden
of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de
gehele grafbedekking doen verwijderen, zonder dat hij tot enige vergoeding verplicht is.
5De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende of de belanghebbende per brief is
opgeroepen om te worden ingelicht over de toestand van de grafbedekking. De oproeping
geschiedt door mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats en bij het graf als het
adres van de rechthebbende of de gebruiker niet bekend is.
Artikel 21. Onderhoud door gemeente
1Het college voorziet in het algemene onderhoud en het schoonhouden van de begraafplaats.
Dit betekent dat het college voorziet in:
a.periodiek onderhoud aan begroeiing en bomen;
b.periodiek onderhoud aan de paden;
c.het graf aanvullen met grond na verzakking;
d.onderhoud aan de urnenmuur;
e.schoonhouden van de begraafplaats.
Artikel 22. Aansprakelijkheid
1Zolang het graf niet geruimd mag worden, blijft de rechthebbende of belanghebbende het
eigendom houden van het gedenkteken, de beplantingen en andere voorwerpen op het graf. Al
hetgeen op het graf geplaatst is, wordt geacht voor rekening en risico van de rechthebbende of
de belanghebbende te zijn aangebracht.
2Indien door een ondeugdelijk (geworden) constructie naar het oordeel van de beheerder een
gevaarlijke situatie is ontstaan, kan de beheerder direct maatregelen treffen.
3Schade aan de zich op het graf bevindende voorwerpen of beplanting en eventuele gevolgschade
door derden is voor rekening en risico van de rechthebbende of de belanghebbende en deze
dient de daaraan toegebrachte schade, door welke omstandigheid ook, op eerste aanschrijven te
(doen) herstellen.
4Indien binnen drie maanden na de dag van aanschrijving geen herstel of vernieuwing heeft
plaatsgevonden, is het college bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de beschadigde
voorwerpen of beplanting zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.
5De gemeente is niet verantwoordelijk voor de voorwerpen, welke zich op of bij de graven
bevinden. Evenmin kan zij aansprakelijk worden gesteld voor schade aan deze voorwerpen,
diefstal of het zoekraken daarvan, tenzij aan de zijde van de gemeente opzet of grove schuld
aanwezig is.
Hoofdstuk 7 Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen
Artikel 23. Vervallen grafrecht
1Het grafrecht vervalt:
a.door het verlopen van de termijn waarvoor het recht is verleend;
b.indien de rechthebbende schriftelijk afstand doet van het recht, per de datum van
ontvangst van de verklaring als genoemd in artikel 12, achtste lid;
c.indien de begraafplaats wordt opgeheven of aan zijn bestemming wordt onttrokken.
2Het college kan de grafrechten vervallen verklaren:
a.indien de betaling van de grafrechten ten behoeve van de vestiging of een verlenging van
het grafrecht -ondanks een aanmaning- niet binnen drie maanden na aanvang van die
termijn is geschied;
b.indien de rechthebbende -ondanks een aanmaning- in verzuim blijft een op grond van
deze verordening op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt;
c.indien de rechthebbende van een particulier graf is overleden en het recht niet binnen de
in artikel 13, derde lid gestelde termijn is overgeschreven.
3Het vervallen van het grafrecht geeft geen recht op terugbetaling van (een deel van) de betaalde
rechten.
Artikel 24. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as
1Het voornemen om een graf te ruimen wordt tenminste één jaar voorafgaande aan het tijdstip
waarop het graf geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het algemeen
graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende
of belanghebbende niet bekend is, maakt de beheerder het voornemen tot ruiming van het graf
ten minste één jaar voorafgaande aan het tijdstip van de ruiming door middel van een bij het graf
te plaatsen bordje en op het publicatiebord bij de ingang van de begraafplaats bekend.
2De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige stoffelijke
resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met
stoffelijke resten worden geconfronteerd.
3De bij de ruiming van het graf nog aanwezige stoffelijke resten worden begraven in een algemeen
verzamelgraf en de as wordt verstrooid op de begraafplaats.
4De rechthebbende van een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de
stoffelijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen
dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. Datzelfde geldt voor het
elders bijzetten van een asbus, of om de as te doen verstrooien.
5Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de
in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de
overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of herbegraving in een
particulier graf op de begraafplaats of op een begraafplaats elders.
6De rechthebbende van een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder een
aanvraag indienen de asbus op te halen.
7Indien op de dag waarop het graf geruimd wordt de grafbedekking en zich daarop bevindende
voorwerpen niet zijn verwijderd, is het college bevoegd tot verwijdering en vernietiging daarvan
zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.
8Het opgraven van stoffelijke resten en het ruimen van graven is slechts toegestaan indien daarbij
geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast. De
beheerder zal voor deze werkzaamheden de begraafplaats tijdelijk geheel of gedeeltelijk sluiten.
Hoofdstuk 8 Historische graven
Artikel 25. Lijst
1Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de
grafbedekking een bijzondere en waardevolle kwaliteit heeft.
2Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in
aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.
3Het college beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de
in het eerste lid bedoelde lijst staan.
Hoofdstuk 9 Overige bepalingen
Artikel 26. Klachten
1Voor de afhandeling van klachten omtrent feitelijke handelingen of nalatigheid betreffende de
begraafplaats is de in de gemeente geldende klachtenprocedure van toepassing.
Artikel 27. Overgangsbepaling
Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond
van de ‘Beheersverordening begraafplaats Bunnik 2012’ is ingediend en voor het tijdstip van
inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, is de ‘Beheersverordening
begraafplaats Bunnik 2012’ van toepassing.
Artikel 28. Strafbepaling
1Overtreding van de bij of krachtens deze verordening bepaalde ge- of verboden wordt, voor zover
niet reeds bij of krachtens de wet strafbaar gesteld, gestraft met een geldboete van de eerste
categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van het gerechtelijk vonnis.
2De in het eerste lid genoemde strafbare feiten worden beschouwd als overtredingen.
Artikel 29. Inwerkingtreding
1De ‘beheersverordening begraafplaats Bunnik 2012’, vastgesteld op 15 november 2012, wordt
ingetrokken.
2Deze verordening treedt inwerking op de dag na bekendmaking.
Artikel 30. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats gemeente
Bunnik.