Aanhef
Gemeente Brunssum
4. RISICOMANAGEMENT
4.1. Begripsbepaling
Voordat beleid ten aanzien van risicomanagement vastgesteld kan worden is het noodzakelijk de verschillende begrippen te definiëren. In dit hoofdstuk komen de verschillende begrippen met betrekking tot risico’s aan de orde en worden werkdefinities in het kader van deze nota en de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersingen in de programmabegroting uiteengezet.
4.1.1.Risico
Risico: de kans op het optreden van een gebeurtenis met een negatief gevolg voor de organisatie.
Uit de definitie van een risico volgt dat een goede omschrijving van een risico drie elementen bevat:
1) Een kans op het optreden van een gebeurtenis (p<1)
Het gaat hier dus om een mogelijke gebeurtenis. Als iets 100% zeker is, is het geen risico meer.
2) Negatief gevolg
De negatieve gevolgen van een risico kunnen zowel financieel als niet financieel van aard zijn. We richten ons echter hoofdzakelijk op het in kaart brengen van de financiële gevolgen die de gebeurtenissen met zich meebrengen. Risico’s die mogelijk leiden tot aantasting van het imago van de gemeente dan wel andere niet-financiële gevolgen te weeg kunnen brengen, krijgen een aantekening (dan wel worden benoemd maar niet gekwantificeerd).
3) Een betrokkene, voor wiens rekening de negatieve gevolgen komen
De betrokkene is hierbij de gemeente Brunssum als organisatie of, waar van toepassing, een specifieke afdeling.
Als de kans op een gebeurtenis 100% is, maar de omvang van het negatieve gevolg nog niet duidelijk is, dan spreken we van een onzekerheid. In dat geval moet deze onzekerheid op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) door middel van een voorziening worden afgedekt. Een voorziening is altijd gebaseerd op een berekening.
4.1.2.Risicomanagement
Risicomanagement: het continue en systematisch doorlopen van de organisatie op risico’s met het doel gevolgen te voorkomen en de kans erop te verkleinen.
Risicomanagement is een cyclisch proces dat bestaat uit de volgende stappen.
Toelichting van het schema
1Risico-identificatie: het in kaart brengen van de risico’s die samenhangen met de werkzaamheden en aandachtsgebieden (de pijlers van de programmabegroting), paragraaf 4.2.
2Risico-analyse: risico’s kwantificeren; inschatten kans en gevolg, paragraaf 4.3.
3Risicobeoordeling: alle risico’s naast elkaar zetten en prioriteren, paragraaf 4.4.
4Maatregelen ontwerpen: benoemen van beheersmaatregelen die helpen de individuele risico’s te reduceren; verlagen van de kans en/of verlagen van het gevolg, waarbij altijd een kosten-baten analyse moet worden gemaakt met het doel risico’s beheersbaar te houden, paragraaf 4.5
5Maatregelen uitvoeren: beheersmaatregelen uitvoeren teneinde risico’s te reduceren en hieraan verantwoordelijkheden koppelen, paragraaf 4.5.
6Evalueren en rapporteren: evalueren van (wijzigingen in) het risicoprofiel, evalueren van opgetreden risico’s en van de effectiviteit van genomen beheersmaatregelen, paragraaf 4.6.
Deze stappen dienen voor de gemeentelijke organisatie minimaal tweemaal per jaar te worden doorlopen. Voor projecten is het een dynamisch proces en zal de frequentie afhankelijk van de fase waarin een project zich bevindt in voorkomende gevallen 1 x per kwartaal zijn.
4.1.3.Risicoprofiel
Risicoprofiel: een overzicht van de risico eigenschappen van een project of dienst/pijler. Dit resulteert in een integraal risicoprofiel van de gemeentelijke organisatie.
4.2. Risico identificatie
Om de risico’s in kaart te brengen wordt minimaal eenmaal per half jaar een gemeente brede risico-inventarisatie uitgevoerd. Mogelijke voor- of nadelen op exploitatieposten worden hier niet als risico gedefinieerd.
4.3. Risico-analyse
Om risico’s te kwantificeren dienen zowel de kans als het gevolg te worden bepaald. Daartoe wordt gebruik gemaakt van referentiebeelden om te bepalen in welke klasse een risico zich bevindt.
Aan deze referentiebeelden zijn kans percentages gekoppeld. Bijvoorbeeld als een risico zich eenmaal in de tien jaar voordoet is de kans op optreden 10%. Wanneer een risico zich eenmaal per jaar kan voordoen wordt dit vastgesteld op 90% (bij 100% is het immers geen risico meer). Op basis van deze kansverdeling wordt een risicosimulatie uitgevoerd.
Kans
Voor de beoordeling van de kans worden de volgende vijf klassen met de volgende referentiebeelden gehanteerd.
Klasse
Referentiebeelden
Kwantitatief
1
< of 1 keer per 10 jaar
(10%)
Zeer laag
2
1keer per 5-10 jaar
(30%)
Laag
3
1keer per 2-5 jaar
(50%)
Middel
4
1keer per 1-2 jaar
(70%)
Hoog
5
1keer per jaar of >
(90%)
Zeer hoog
Geldgevolg
Hiervoor worden de volgende vijf klassen met bijbehorende klassenindeling gehanteerd.
Klasse
Geldgevolg
0
Geen geldgevolgen
1
x < € 50.000
(< 0,05% van begroting)
2
€ 50.000 < x > € 200.000
(0,05-0,2% van begroting)
3
€ 200.000 < x > € 500.000
(0,2-0,5% van begroting)
4
€ 500.000 < x > € 1.000.000
(0,5-1% van begroting)
5
x > € 1.000.000
(> 1% van begroting)
Voor elk risico dient het minimale en maximale gevolg in euro’s te worden weergegeven. Voor een aantal risico’s is het moeilijk om het geldgevolg in te schatten.
Hoe om te gaan met structurele risico's:
Voor risico’s met structurele gevolgen wordt ervan uit gegaan dat er binnen drie jaar nadat het risico zich gemanifesteerd heeft, bijgestuurd kan worden. In het eerste jaar telt een structureel risico voor 100% mee, in het tweede jaar voor 50% en het derde jaar voor 25%. Daarna moeten de gevolgen volledig zijn opgevangen binnen de exploitatie.
Als voorbeeld een structureel risico van € 750.000 vanaf het jaar 2022:
2022
2023
2024
2025
Totaal
Structureel nadeel
€ 750.000
€ 750.000
€ 750.000
€ 750.000
100%
50%
25%
0%
Risicobedrag
€ 750.000
€ 375.000
€ 187.500
€ 0
€ 1.312.500
Het geldgevolg van dit structurele risico is € 1.312.500
Risicoscore
De risicoscore wordt bepaald door van elk risico de bepaalde klassen van kans en gevolg te vermenigvuldigen volgens onderstaande formule.
Risicoscore = Kans (percentage) x geldgevolg
4.4. Risicobeoordeling
Met behulp van de risicoscore kunnen risico’s worden geprioriteerd en wordt inzichtelijk welke risico’s het meest belangrijk zijn om te worden gemanaged.
De prioritering op risicoscore alleen kan echter een vertekend beeld geven, aangezien een risico met een kans in klasse 5 en een geldgevolg in klasse 5 bovenaan de lijst komt te staan. Terwijl een risico met een kans in klasse 1 en een geldgevolg in kansklasse 5 wellicht een veel grotere impact heeft. Vergelijk een financieel gevolg van € 1.000.000 met een kansklasse 5 en € 25.000.000 met een klasse 1.
Het kwantificeren van risico’s geeft een betrouwbaarder beeld en verdient daarom aanbeveling. Bovendien is dit noodzakelijk voor het bepalen van de gewenste omvang van het weerstandsvermogen, de benodigde weerstandscapaciteit. Zie hoofdstuk 5.
Bij de inventarisatie van de risico’s kunnen circa 80% van de risico’s gekwantificeerd worden. Om de totale risico’s inzichtelijk te maken wordt de som van de gekwantificeerde (financieel vertaalde) risico’s aangevuld met 20% voor de niet financieel vertaalde risico’s. De som van de financieel vertaalde risico’s plus de 20% vormt de benodigde weerstandsbehoefte voor de komende jaren.
In bijlage 2 is een vergelijking opgenomen van weerstandsratio volgens de begroting 2021 en de weerstandsratio op basis van deze nota.
4.5. Maatregelen ontwerpen en implementeren
Nadat de risico’s in kaart zijn gebracht dienen maatregelen te worden benoemd en geïmplementeerd. Het doel is de kans of het gevolg zodanig te beïnvloeden, dat de effecten van de risico’s wanneer die zich voordoen, door de organisatie kunnen worden gedragen.
Beheersmaatregel: elke maatregel gericht op het voorkomen of reduceren van een risico dan wel het beperken van de impact op de organisatie.
De organisatie zal hierbij altijd een afweging moeten maken tussen de kosten die een beheersmaatregel met zich meebrengt en het effect dat met de maatregel wordt bereikt. Voor een risico met een kleine kans en immense gevolgen, is het vaak moeilijk maatregelen te nemen. Wanneer het al mogelijk is, is het vermoedelijk onbetaalbaar. Een voorbeeld is een watersnoodramp. Voor risico’s met een groot gevolg en hoge kans van optreden, is verzekeren vaak geen optie vanwege de te hoge kosten die hiermee gemoeid zijn.
De beheersmaatregelen dienen evenals de risico’s te worden vastgelegd, toegewezen aan een verantwoordelijke (afdelingshoofd of projectleider) en periodiek te worden gemonitord.
Bruto risico: de omvang van het risico, exclusief het effect van de beheersmaatregel.
Netto risico (ook wel restrisico): omvang van het risico, inclusief het effect van (operationele) beheersmaatregelen.
Na het benoemen en uitvoeren van beheersmaatregelen wordt de risicomanagementcyclus (paragraaf 4.1.2) opnieuw doorlopen, waardoor de gemeente Brunssum de netto risico’s inzichtelijk heeft. Dit resulteert met andere woorden in een risicokaart waarin het netto risico wordt gepresenteerd op basis waarvan een doorvertaling naar het weerstandsvermogen wordt gemaakt.
4.6. Rapportage
In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en jaarrekening staat de actuele risicoparagraaf. Deze geeft een inventarisatie van de risico’s die van materiële betekenis zijn in relatie tot de financiële positie. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de vorige inventarisatie worden toegelicht.
Door periodiek risico’s en beheersmaatregelen te monitoren kan hierop tijdig worden ingespeeld. Door hierover bovendien tijdig te rapporteren, worden onaangename verrassingen voorkomen. Over de top 10 risico (lijst met risico’s die grote impact op de organisatie of beleid kan hebben) wordt meer gedetailleerd gerapporteerd en over de overige risico’s slechts op hoofdlijnen.
5. WEERSTANDSCAPACITEIT
5.1. Beschikbare weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit wordt in Brunssum bepaald door de Algemene Reserve. De Algemene Reserve bestaat sinds de Nota Reserves en Voorzieningen 2019, die door de Raad op 10 december 2019 is vastgesteld, uit de:
a) Algemene Reserve - weerstandsvermogen (incidenteel)
b) Algemene Reserve - vrij besteedbaar (incidenteel)
Deze middelen zijn 100% vrij beschikbaar en beïnvloeden de exploitatie niet.
Bij de begroting gaan we uit van de verwachte standen per 31 december van het begrotingsjaar. Bij de jaarrekening van de werkelijke stand per 31 december van het betreffende jaar. Tevens wordt een meerjarig verloop van de beschikbare weerstandscapaciteit opgenomen waarbij rekening wordt gehouden met reeds besloten onttrekkingen en stortingen aan de algemene reserve.
5.2. Benodigde weerstandscapaciteit
Het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit wordt uitgevoerd met behulp van een risicosimulatie (Monte Carlo methode). Op basis van de risicosimulatie kan worden berekend welk bedrag er benodigd is om de geïdentificeerde risico’s in financiële zin af te dekken. Hierbij wordt gerekend met een zekerheidspercentage van 90%. De uitkomst van de benodigde weerstandscapaciteit wordt vastgelegd in de paragraaf weerstand en risicobeersing.
8. REIKWIJDTE, TAKEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN
8.1. Actoren
Met betrekking tot risicomanagement kunnen binnen de gemeentelijke organisatie de volgende actoren worden onderscheiden, die zorg moeten dragen voor de verschillende onderdelen van het risicomanagementproces:
-de gemeenteraad;
-het college van burgemeester en wethouders;
-het managementteam onder voorzitterschap van de algemeen directeur/gemeentesecretaris (MT);
-de beleidsmedewerker, projectleider, budgetbeheerder
-de coördinator risicomanagement.
8.2. Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden
De taken die met risicomanagement verbonden zijn, hangen samen met de doelstellingen en gewenste resultaten. De doelstellingen zijn in het kort de volgende: het opstellen van risicomanagementbeleid, het opstellen van een risicoprofiel, het benoemen en uitvoeren van beheersmaatregelen, het bepalen van het weerstandsvermogen van de gemeente en het inbedden van risicomanagement in de bestaande organisatiestructuren.
In deze paragraaf zullen per betrokken actor de activiteiten en de bevoegdheden geduid worden die in het kader van risicomanagement uitgevoerd moeten worden. De actoren kunnen in twee groepen worden onderverdeeld, een groep die verantwoordelijk is voor de risico’s en de inhoud van het risicomanagement (de lijn = programma-coördinatoren/budgethouder en/of projectleider) en de coördinator risicomanagement die verantwoordelijk is voor de coördinatie en het proces. Gewaakt dient te worden voor het fenomeen dat het management van de verschillende organisatieonderdelen en/of projecten de verantwoordelijkheid voor het signaleren, inventariseren en beheersen van risico’s bij de coördinator van het proces leggen. De lijn is verantwoordelijk voor de inhoud, de coördinator voor het proces.
8.2.1.De gemeenteraad
De gemeenteraad stelt de begroting en de programmarekening, waarvan onder meer de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing deel uit maakt, vast. De raad geeft daarmee de grenzen aan waarbinnen het weerstandsvermogen van de gemeente Brunssum moet blijven. De raad is daarmee bevoegd te oordelen over de verhouding tussen alle gezamenlijke risico’s en de vermogenspositie van de gemeente. De raad is in eerste instantie dus niet verantwoordelijk voor de individuele risico.
8.2.2.Het College van Burgemeester en Wethouders
Het college is eindverantwoordelijk voor de bedrijfsvoering van de gemeente Brunssum en daarmee voor het beleid en de hieruit voorvloeiende of daarmee samenhangende risico’s. Tweemaal per jaar wordt de paragraaf weerstandsvermongen en risicobeheersing opgesteld op basis van de systematiek beschreven in dit beleid. Daarnaast dient het college ervoor te zorgen dat de doelstellingen van risicomanagement worden bereikt. Het college dient bij elk voorstel de belangrijkste risico’s inzichtelijk te hebben en hierover te rapporteren aan de raad, zodat de raad is geïnformeerd over de risico’s die het bereiken van het doel van nieuw beleid in de weg kan staan. Het college heeft op basis van haar actieve informatieplicht de verantwoordelijkheid om de raad hierover te informeren.
8.2.3.Managementteam /Directie
In het MT en Directie wordt het gemeentelijke risicoprofiel vastgesteld en bepaald hoe vaak de verschillende organisatieonderdelen moeten rapporteren. Men bespreekt in ieder geval minimaal twee keer per jaar op basis van de begroting en de jaarrekening het gemeentelijk risicoprofiel. Hierbij wordt aangehaakt bij de reguliere P&C-cyclus.
In het bijzonder bespreekt en bepaalt het MT de top 10 risico’s. Voor risico’s met een geldgevolg vanaf klasse 5 geldt tevens een meldingsplicht aan college, aangezien dergelijke risico’s ernstige gevolgen voor de bedrijfsvoering kunnen hebben. Het MT/directie dient daarnaast ook die risico’s te bespreken die wellicht geen top 10 risico’s zijn, maar die wel consequenties hebben voor de gemeente, zoals bijvoorbeeld risico’s met gevolgen voor het imago van de gemeente. De directeur/gemeentesecretaris is eindverantwoordelijk voor alle acties van het managementteam op het gebied van risicomanagement.
Taken van het MT/directie:
-afdelings- en projectprofielen (laten) opstellen, beoordelen en monitoren;
-bespreken grote en politieke risico’s;
-2 maal per jaar rapporteren aan het college van B&W over belangrijkste risico’s (o.a. top 10 risico’s) via een collegevoorstel.
8.2.4.Beleidsmedewerker, projectleider, budgetbeheerder
Deze zijn elk inhoudelijk verantwoordelijk voor een producten en processen (incl. bijbehorende budgetten) naar het management tijdig beleids- en/of financiële voorstellen te doen om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. Zij inventariseren de risico’s, beoordelen in scenario’s wat positieve en negatieve gevolgen kunnen zijn en doen voorstellen om deze gevolgen te beheersen. Tijdens de uitvoering monitoren zij of risico’s inderdaad effectueren, stellen zo nodig vooraf of tussentijds beheersmaatregelen in werking en monitoren het effect. Zij zorgen voor voldoende dossiervorming zodat op de juiste en volledige wijze verantwoording kan worden afgelegd.
Taken van de Beleidsmedewerker, projectleider, budgetbeheerder:
-risicoprofiel project opstellen en monitoren;
-scope, planning en budget bewaken;
-rapporteren aan het MT en het college van B&W over (belangrijkste) risico’s.
8.2.5.Coördinator risicomanagement
Risicomanagement is vanuit de integrale benadering een taak van het management van de verschillende pijlers van de organisatie. Maar om risicomanagement effectief uit te voeren wordt binnen de organisatie een coördinator risicomanagement benoemd die toeziet op de gemaakte afspraken en die de verschillende medewerkers kan ondersteunen bij hun taken op het gebied van risicomanagement. Hij/zij kan voorts een oordeel vellen over het risicoprofiel en het managementteam/directie adviseren waar het profiel aangescherpt dient te worden. De functie van coördinator risicomanagement (alsook de achtervang) wordt bij de gemeente Brunssum ondergebracht bij de afdeling Financiën en Control /functie financieel beleidsmedewerker.
Activiteiten coördinator risicomanagement
De belangrijkste taken die de risicomanagementcoördinator zal vervullen zijn:
-In kwalitatieve zin vinger aan de pols houden als het gaat om het definiëren en beoordelen van risico’s. Overzicht houden over het totale risicoprofiel van de gemeente en hierover het MT adviseren.
-Bewaken van de onderlinge samenhang van risico’s en beheersmaatregelen en daarop laten bijsturen om de beheerskosten zo laag mogelijk te houden. Op basis van een eerste ruwe inventarisatie bezien in welke mate de gevonden risico’s kunnen worden gemanaged. Dit gebeurt in samenspraak tussen de risicomanagementcoördinator en het afdelingshoofd/de projectleider om te bepalen welke maatregelen genomen kunnen worden om risico’s te voorkomen. Dat kunnen beheersmaatregelen zijn, veiligheidsmaatregelen of bijvoorbeeld het creëren van reserves.
-Constateren waar in de organisatie risicomanagement gebrekkig verloopt, helpen de problemen op te lossen en/of in het MT aan de orde stellen.
-Faciliteren van de organisatie om op een uniforme wijze risico’s te identificeren en te beoordelen. De risicomanagementcoördinator voegt periodiek de risicoprofielen van alle afdelingen en projecten samen en toetst de risico- inventarisatie op basis van de ter beschikking staande middelen op volledigheid, juistheid en realiteitsgehalte.
Ten slotte is de risicomanagementcoördinator centraal aanspreekpunt in de organisatie op het gebied van risicomanagement. De risicomanagementcoördinator is dus ook voor de organisatie een informatiebron op het gebied van risicomanagement en zal ondersteunen waar nodig.
Bijlage 1: Weerstandscapaciteit volgens BBV en Provincie
Besluit Begroting Verantwoording (BBV)
De beschikbare weerstandscapaciteit is in het BBV (artikel 11.1) omschreven als de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Onderscheid kan worden gemaakt tussen middelen die incidenteel kunnen worden vrijgemaakt en middelen die structureel kunnen worden ingezet om tegenvallers op te vangen. Wanneer beheersmaatregelen niet mogelijk zijn of wanneer er sprake is van een restrisico, wordt in beginsel de incidentele weerstandscapaciteit aangesproken. Wanneer sprake is van structurele tegenvallers zonder dat daar meevallers tegenover staan, dan zal in beginsel wederom de incidentele weerstandscapaciteit worden ingezet.
Gemeentelijk toezichtskader 2020 van de provincies
Volgens het Gemeentelijk toezichtskader 2020 van de provincies kan, naast de Algemene reserve, de weerstandscapaciteit bestaan uit:
1) Post onvoorzien
2) Stille reserves
3) Onbenutte belastingcapaciteit
4) Begrotingsruimte
Ad 1). Onvoorzien (incidenteel)
De post onvoorzien betreft een, op grond van het BBV, verplichte raming die hiervoor in de begroting is opgenomen. In Brunssum is jaarlijks een post onvoorzien opgenomen van € 75.000 opgenomen. Gezien de relatief geringe hoogte van dit bedrag wordt deze niet toegerekend aan de weerstandscapaciteit.
Ad 2). Stille reserves (incidenteel)
Diverse bezittingen van de gemeente vertegenwoordigen een waarde die niet of slechts voor een klein deel op de balans voorkomt. Denk bijvoorbeeld aan aandelenbezit (bijvoorbeeld BNG, WML en Enexis), waarvan slechts de nominale waarde geactiveerd is. Het verschil tussen de werkelijke waarde (in het economisch verkeer) en de waarde waarvoor het activum op de balans staat wordt stille reserves genoemd. De provincie neemt deze reserves alleen mee bij de berekening van de weerstandscapaciteit als de actuele marktwaarde reëel is onderbouwd, bijvoorbeeld door een officiële taxatie. Voorts mag de stille reserve geen gebruiksnut meer hebben voor de gemeente en moet deze op korte termijn beschikbaar kunnen komen. Gezien deze voorwaarden neemt niet elke gemeente deze stille reserves mee bij het bepalen van het weerstandsvermogen. Ook Brunssum doet dit niet.
Ad 3) De onbenutte belastingcapaciteit geeft een indicatie van de mogelijkheden, die een gemeente heeft om haar inkomsten via extra belastingopbrengsten te verhogen. Twee belangrijke inkomstenbronnen van de gemeente Brunssum zijn de afvalstoffenheffing en rioolheffing. Deze mogen maximaal 100% kostendekkend zijn, hetgeen in Brunssum het geval is. Dit betekent dat hierin geen onbenutte capaciteit aanwezig is.
Alleen de heffingen, zoals toeristenbelasting, precariobelasting en OZB kunnen verhoogd worden ten gunste van de exploitatie. Voor de OZB gold tot 2020 een maximale verhoging, die landelijk wordt vastgesteld. Dit gebeurde via de zgn. macronorm. Vanaf 2020 wordt de macronorm vervangen door een benchmark van de gemeentelijke woonlasten waarin naast de ozb ook de riool- en afvalstoffenheffing worden vergeleken.
Bij de begroting en in de jaarrekening wordt het landelijk verplichte kengetal belastingcapaciteit opgenomen. Dit is een inschatting van de ruimte ten opzichte van het landelijk gemiddelde tarief van het voorafgaande jaar. Brunssum heeft geen onbenutte belastingcapaciteit en dit wordt dus niet meegenomen voor het bepalen van de weerstandscapaciteit.
Ad 4) begrotingsruimte
Als de begroting en de meerjarenraming structureel sluit met een positief saldo, is er sprake van begrotingsruimte die kan worden ingezet voor het opvangen van structurele financiële tegenvallers. Daarmee is deze begrotingsruimte aan te merken als structurele weerstandscapaciteit. Brunssum heeft meestal beperkte begrotingsruimte en deze wordt daarom niet betrokken bij het bepalen van de weerstandscapaciteit.
In het verleden werden ook sommige bestemmingsreserves meegeteld bij de weerstandscapaciteit. Als gevolg van het Gemeentelijk toezichtskader 2020 van de provincies mag dit vanaf de begroting 2020 niet meer.
Bijlage 2: Vergelijking weerstandsratio begroting 2021 met de ratio op basis van deze nota.
VERLOOP WEERSTANDSVERMOGEN VOOR DE JAREN 2021 T/M 2024 BEGROTING 2021
VERLOOP WEERSTANDSVERMOGEN VOOR DE JAREN 2021 T/M 2024 O.B.V. DEZE NOTA