Aanhef
Kenmerk Z121279 / D478121
DE RAAD VAN DE GEMEENTE BRUMMEN,
Gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders van 17 maart 2026 met kenmerk D478117;
Gehoord het behandeladvies van het forum van 09 april 2026;
Heeft besloten:
1De Gedragscode voor burgemeester en wethouders gemeente Brummen D478077 vast te stellen.
Voor burgemeester en wethouders
Gedragscode politieke ambtsdragers gemeente Brummen
Inleiding
Artikel 1. Algemene bepalingen
1Deze gedragscode, inclusief de bijlage “Procesafspraken handhaving integriteit”, geldt voor bestuurders, zijnde burgemeester en wethouders. Er is een afzonderlijke gedragscode voor raadsleden en steunfractieleden opgesteld.
2In gevallen waarin de code of de “Procesafspraken handhaving integriteit” niet eenduidig zijn, vindt bespreking plaats in het gemeenteraad, dan wel het presidium.
3De gedragscode is openbaar te vinden op www.overheid.nl.
4De burgemeester en wethouders ontvangen bij aantreden een exemplaar van de code.
Wettelijk kader
De Gemeentewet artikel 41c, tweede lid
De Gemeentewet artikel 69, tweede lid
Artikel 2. Het voorkomen van belangenverstrengeling
2.1 nevenfuncties
2.1.1
1De burgemeester levert de gemeentesecretaris de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden, bij aanvang van het ambt, dan wel binnen één maand na aanvaarding van de nevenfunctie en geeft hem de wijzigingen daarin door.
2De burgemeester meldt het voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie, anders dan uit hoofde van zijn burgemeestersambt, aan de raad.
3De informatie betreft in ieder geval:
-de omschrijving van de nevenfunctie,
-de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht,
-wat het (verwachte) tijdsbeslag is en
-wat de inkomsten daaruit zijn.
4De gemeentesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
2.1.2
1Wethouders leveren de gemeentesecretaris informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden, bij aanvang van het ambt, dan wel binnen één maand na aanvaarding van de nevenfunctie en geven hem de wijzigingen daarin door.
2Wethouders melden het voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie aan de raad.
3De informatie betreft in ieder geval:
-de omschrijving van de nevenfunctie,
-de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht,
-of het al dan niet een nevenfunctie uit hoofde van het ambt betreft,
-wat het (verwachte) tijdsbeslag is,
-of de nevenfunctie bezoldigd of onbezoldigd is, dan wel – voor zover die openbaar gemaakt moeten worden – wat de inkomsten daaruit zijn.
4De gemeentesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
2.2 Tussentijdse aanvaarding van een functie
1De burgemeester en wethouders handelen in de uitoefening van hun ambt niet zodanig dat zij vooruitlopen op een functie na aftreden.
2Een wethouder bespreekt het voornemen tot tussentijdse aanvaarding van een functie na aftreden met de burgemeester.
3Een burgemeester bespreekt de tussentijdse aanvaarding van een functie met de commissaris van de Koning.
2.3 Afspraken bij verboden handelingen en verboden overeenkomsten
1Onverenigbaarheid van functies: het zijn van een bestuurder sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikelen 36b en 68 Gemeentewet). Het hebben van deze functies leidt er uiteindelijk toe dat betrokkene zijn functie als bestuurder bij de gemeente neer moet leggen.
2Verder is bepaald dat bestuurders geen nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van het ambt. Burgemeesters hebben evenmin nevenfuncties die ongewenst zijn met het oog op de handhaving van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid of het vertrouwen daarin.
2Verboden overeenkomsten/handelingen: bestuurders mogen in geschillen, waar de gemeente(bestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend.
3Als de bestuurder het nodig acht ontheffing te vragen als bedoeld in artikelen 41c, eerste lid, en 69, eerste lid, artikel 15, eerste en tweede lid Gemeentewet, dan ondersteunt de gemeentesecretaris bij het aanvragen van de ontheffing.
4Op overtreding van de incompatibiliteitenregeling staat uiteindelijk de sanctie van ontslag.
2.4 Relatie gemeente en oud-bestuurders
1Het college sluit de burgemeester en wethouders gedurende een jaar na aftreden uit van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente.
2De uitsluiting geldt niet bij aanvaarding van een dienstbetrekking bij de gemeente waar hij burgemeester, dan wel wethouder was. Voor werving, selectie en indiensttreding bij de gemeente zijn de voor het ambtelijk personeel geldende regels ter zake van overeenkomstige toepassing.
3Burgemeester en wethouders vragen meerdere offertes aan als bij een offerteaanvraag ook oud-bestuurders en bevriende relaties zijn betrokken.
4Burgemeester en wethouders stellen een afwegingskader op voor selectie en benoemingen van externen en informeren de raad regelmatig over de toepassing in de praktijk.
2.5 Benoemingen na aftreding
1Het college draagt de burgemeester en wethouders niet eerder dan een jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij.
2Onder verbonden partij wordt verstaan hetgeen hieronder wordt verstaan in het “Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten”.
2.6 Onthouden aan beraadslaging en stemming
1Bestuurders onthouden zich van deelname aan de beraadslaging en stemming als er sprake is van een situatie in strijd met artikel 58, artikel 28 Gemeentewet.
2Als bestuurders ingevolge het eerste lid niet deelnemen aan de beraadslaging en stemmen, melden zij dit voorafgaand aan de behandeling van het agendapunt aan de voorzitter en vermelden zij op welke wijze de besluitvorming hun in het bijzonder aangaat. Bestuurders beïnvloeden de besluitvorming in dat geval ook niet op andere manieren.
2.4 Het melden van financiële belangen
1Bestuurders doen bij de gemeentesecretaris opgaaf van hun relevante en significante financiële belangen (zoals aandelen, opties en derivaten) in ondernemingen waarmee de gemeente zakendoet of waarin de gemeente een belang heeft.
2De informatie betreft in ieder geval:
a.een omschrijving van het belang (aard en omvang);
b.de organisatie waarin het financiële belang bestaat;
c.de aanvangsdatum van het financiële belang.
3De gemeentesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.”
Wettelijk kader
De Gemeentewet artikel 28
De Gemeentewet artikel 36b
De Gemeentewet artikel 41a, b, c
De Gemeentewet artikel 46
De Gemeentewet artikel 47
De Gemeentewet artikel 58
De Gemeentewet artikel 65
De Gemeentewet artikel 67
De Gemeentewet artikel 68
De Gemeentewet artikel 69
Artikel 3. Informatie
3.1 Geheimhoudingsplicht
1Bestuurders die beschikking krijgen over gegevens waarvan zij het geheime karakter kennen of waarvan zij redelijkerwijs kunnen vermoeden dat ze onder geheimhouding zullen gaan vallen, zijn verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hen tot mededeling verplicht.
2De burgemeester en wethouders zorgen ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie waarover hij beschikt veilig wordt bewaard.
3.2 Gebruik niet openbare informatie
De burgemeester en wethouders maken niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet openbare informatie.
Wettelijk kader
De Gemeentewet artikel 25
De Gemeentewet artikel 55
De Gemeentewet artikel 86
De Gemeentewet artikel 169
De Gemeentewet artikel 180
Algemene wet bestuursrecht, artikel 2:5
Wet openbaarheid van bestuur, artikel 10
Wetboek van Strafrecht, artikel 272
Artikel 4. Geschenken en uitnodigingen
4.1 Geschenken en kortingen
1Burgemeester en wethouders accepteren en bieden geen geschenken, faciliteiten en diensten aan als de onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed.
2Een bestuurder kan, tenzij het eerste lid van toepassing is, incidentele geschenken die een geschatte waarde van € 50 of minder vertegenwoordigen, behouden.
3Geschenken die de burgemeester en wethouders uit hoofde van hun ambt ontvangen en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, indien zij niet worden teruggestuurd, geregistreerd en eigendom van de gemeente.
4De gemeentesecretaris legt een register aan van de geschenken met een geschatte hogere waarde dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
5Geschenken worden niet op het woon- of huisadres ontvangen.
4.2 Excursies en reizen
1De burgemeester en wethouders accepteren lunches/diners, excursies, evenementen, recepties en andere uitnodigingen alleen als dat behoort tot de uitoefening van het ambt, en de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel.
2Bij twijfel legt de bestuurder de uitnodiging ter bespreking voor aan het college van burgemeester en wethouders.
3Uitnodigingen voor evenementen met een geschatte waarde van meer dan €50 worden gemeld aan de gemeentesecretaris en opgenomen in het register van geschenken, indien deze niet vergoed worden door de gemeente Brummen.
4De burgemeester en wethouders leggen het voornemen tot een buitenlandse dienstreis of een uitnodiging daartoe voor aan het college en de raad. De bestuurder geeft daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan.
Wettelijk kader
De Gemeentewet 41a
De Gemeentewet 65
Artikel 5. Gebruik van voorzieningen van de gemeente
5.1 Inrichting organisatie
1Het college van burgemeester en wethouders richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente.
2De burgemeester en de wethouders verantwoorden zich over hun gebruik van de voorzieningen volgens de in het eerste lid vastgestelde regels en procedures.
5.2 Buitenlandse dienstreizen
1Een bestuurder meldt het voornemen tot een buitenlandse dienstreis of een uitnodiging daartoe aan het college van burgemeester en wethouders. Hij geeft daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan.
2De burgemeester, dan wel de wethouder meldt daarbij tevens als hij voornemens is om de buitenlandse dienstreis voor privédoeleinden te verlengen. De extra kosten van de verlenging komen daarbij volledig voor eigen rekening.
3Het college van burgemeester en wethouders betrekt alle aspecten in de besluitvorming en informeert de gemeenteraad zo spoedig mogelijk over het genomen besluit.
5.3 Verantwoording buitenlandse dienstreis
1Een bestuurder legt verantwoording af over afgelegde buitenlandse dienstreizen. Hij maakt in ieder geval openbaar wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse dienstreis is geweest en wat daarvan de kosten waren voor de gemeente.
2De gemeentesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
5.4 Uitsluiting buitenlandse dienstreizen
Voor de toepassing van de artikelen 5.2 en 5.3 wordt onder buitenlandse dienstreis niet verstaan een dienstreis naar een Europese instelling of een dienstreis naar een buurgemeente in het buitenland.
5.5 Onkostenvergoedingen en declaraties.
1De burgemeester en wethouders houden zich aan de regels die gelden voor onkostenvergoedingen en declaraties.
2Een burgemeester of wethouder declareert geen kosten die al op andere wijze worden vergoed.
5.6 Gebruik voorzieningen gemeente
1Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente ten eigen bate of ten bate van derden is niet toelaatbaar, tenzij dit wettelijk of volgens interne regels is toegestaan.
2Een bestuurder houdt zich aan de regels voor het gebruik van interne voorzieningen van algemene aard, zoals ruimten, computerapparatuur met toebehoren, tablet en dergelijke.
Wettelijk kader
Regeling rechtspositie Burgemeester en wethouder gemeente Brummen 2019
Artikel 6. Uitvoering gedragscode
6.1 Onduidelijkheden
De gemeenteraad bevordert de eenduidige interpretatie van de gedragscode. In geval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorziet de gemeenteraad daarin.
6.2. Meldingen en vermoedens van integriteitsschendingen
Voor de werkwijzen rondom meldingen in dit kader wordt verwezen naar de bijlage “Procesafspraken handhaving integriteit” van de gemeente Brummen.
Artikel 7. Inwerkingtreding en citeerregel
1Deze gedragscode vervangt alle voorgaande door de gemeenteraad vastgestelde gedragscodes.
2Deze gedragscode treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking.
3Deze gedragscode wordt aangehaald als “Gedragscode voor burgemeester en wethouders gemeente Brummen”.