Gemeentelijke regelgeving

ENERGIESTRATEGIE GEMEENTE BRUMMEN

Gemeente Brummen · geldt sinds 21 december 2024

Aanhef

Kenmerk Z089095/D439326

DE RAAD VAN DE GEMEENTE BRUMMEN,

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 december 2024 met kenmerk D439315;

Gehoord het behandeladvies van het forum van 14 november 2024;

HEEFT BESLOTEN:

1Geen wijzigingen te geven voor de ter inzage legging van de concept Energiestrategie Gemeente Brummen (D439242) voor zes weken.

Energiestrategie Gemeente Brummen

Samenvatting

In deze energiestrategie geeft de gemeente Brummen antwoord op de vraag op welke wijze de doelstellingen Brummen energieneutraal 2030 en Brummen klimaatneutraal in 2050 een invulling krijgen. De strategie is de brug tussen de visie en de uitvoering. In de visie worden ambities en kaders op hoofdlijnen gesteld. In het uitvoeringsprogramma wordt doorgerekend welke mensen en middelen nodig zijn om de benodigde taken uit te voeren. De strategie geeft richting aan welke rol de gemeente heeft en welk soort activiteiten zinvol zijn om uit te voeren.

Inhoudsopgave

1 Inleiding 2 De ambitie en de opgave

2.1 Ambitie

2.2 Opgave

2.3 Sectoren en maatregelen

2.4 Besparingspotentie

2.5 Impact van de maatregelen

2.6 Uitkomsten interviewronde

3 Energiestrategie en gemeentelijk perspectief

3.1 Energiestrategie

3.2 Indicatoren bepalend voor de strategie

3.3 Verwerking

2 De ambitie en de opgave

2.1 Ambitie

Gemeente Brummen heeft de doelstellingen van het Gelders Energieakkoord in 2016 ondertekend. En daarmee ingestemd om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Klimaatneutraal betekent dat de energie die gebruikt wordt volledig duurzaam is. In deze energiestrategie is onderzocht wat een wenselijke doelstelling is tot 2030. De verschillende te onderzoeken scenario’s worden zichtbaar in Figuur 3.

Figuur 3 Scanerio's

2.2 Opgave

Concreet is de opgave de totale CO2-uitstoot in 2030, 2040 en 2050 in de volgorde van 55%, 60%2, 90% en 100% te verminderen. We hebben deze doelstellingen met bijbehorende CO2-vermindering in Figuur 4 in beeld gebracht. Ook geven we twee voorbeelden waar we aan kunnen denken als we het hebben over ‘1 kiloton CO2’.3

Figuur 5 is een weergave van de totale energievraag uitgesplitst naar de drie grootste sectoren: gebouwde omgeving, transport en industrie. 77% van de energievraag komt van de industrie (waarvan 97% afkomstig is van specifiek de papierindustrie). Verwarming van de gebouwde omgeving en het gebruik van brandstoffen voor auto- en vrachtverkeer zijn daarna de grootste energievragers. We merken op dat de gemeente geen rol heeft om CO2-uitstoot door de binnenvaart te beperken. De landbouw speelt als het gaat om energieverbruik een beperkte rol. Hier wordt nog eens bevestigd dat het energieverbruik van de papierindustrie maakt dat de verduurzamingsopgave in Brummen een heel ander karakter heeft dan een gemiddelde andere gemeente in Nederland.

Figuur 4 Landelijke en provinciale doelstellingen en CO2-vermindering (in kiloton). Door Brummen ondertekend middels VNG (Klimaatakkoord) en GEA.

Figuur 5 Totaal energieverbruik per sector gemeente Brummen (bron:Overmorgen, Energiemix 2022)

Dat laatste is ook zichtbaar in Figuur 6. Hier is weergegeven hoe de energievraag voor Brummen zich per sector verhoudt tot de omliggende gemeenten. Daarbij valt nog eens het grote verbruik van de papierindustrie op. De uitstoot van de sector industrie in Brummen is meer dan twee keer zo hoog als die van gemeente Apeldoorn. Tegelijkertijd is de uitstoot voor de gebouwde omgeving en de mobiliteit vergelijkbaar met de landelijke gemeenten Heerde en Voorst. Deze combinatie is uitzonderlijk in Gelderland.

Figuur 6 Energieverbruik (in TJ) naar sector voor gemeente Brummen in vergelijking met andere Gelderse gemeenten uit de Stedendriehoek (CBS, energieverbruik gemeenten, 2021)

2.3 Sectoren en maatregelen

In het klimaatakkoord wordt gewerkt met verschillende sectoren. Per sector zijn door gemeenteactiviteiten te verrichten die bijdragen aan het terugbrengen van de CO2-uitstoot. De Raad van Openbaar Bestuur heeft onderzoek laten doen naar de uitvoerings- en investeringskosten voor decentrale overheden voor taken die zij uitvoeren als gevolg van klimaat- en energiebeleid. In het rapport4 worden 30 taken voor de gemeente onderscheiden (Figuur 7). Een groot deel van de taken zijn van toepassing op gemeente Brummen, maar niet allemaal. In Bijlage 2 worden de taken uitgebreider toegelicht.

G1.1

G1.2

Overkoepelend

Monitoren en herijken RES

Integraal programmeren

G2.1

G2.2

G2.3

G2.4

G2.5

Gebouwde omgeving

Aardgasvrije wijken collectieve oplossingen

Aardgasvrije wijken individuele oplossingen

Verzorgen gemeente brede communicatie

Verduurzamen eigen vastgoed

Actualiseren warmteprogramma

G2.6

G2.7

Oprichten publiek warmtebedrijf

Soorten bescherming

Mobiliteit

G3.1

G3.2

G3.3

G3.4

G3.5

Aanbesteden en contractmgt laadinfra

Opstellen regionaal programma emissieloos

Vormgeven zero-emissie zones

Handhaven zero- emissie zones

Extra aanpassen stedelijke infra

G3.6

G3.7

G3.8

G3.9

G3.10

Stimuleren deel concepten

Verduurzamen eigen mobiliteit

Klimaatneutraal en circulair inkopen GWW

Handhaven CO2-norm mobiliteit

Faciliteren zero-emissie doelgroepen vervoer

G4.1

G4.2

G4.3

G4.4

Industrie en landbouw

Handhaven energie besparings-plicht

Inpassen warmtenetten in infrastructuur

Versnellen vergunningen hernieuwbare energie

Ondersteunen glastuinbouw-bedrijven

Elektriciteit

G5.1

G5.2

Meewerken aan oplossen netcongestie

Stimuleren zon- en windprojecten

Ondersteunende processen

G6.1

G6.2

G6.3

G6.4

G6.5

HR

Facilitair en IV

Juridische zaken

Financiën en control

Implementatie- kosten

Figuur 7 Taken gemeente klimaat- en energiebeleid, Andersson Effers Felix en Improven (2024), pagina 24

2.4 Besparingspotentie

Om zicht te krijgen op het nut per taak per sector, is de verhouding van CO2-uitstoot per sector visueel uitgewerkt. In Figuur 8 zijn daarbij ook maatregelen met daarbij de maximaal te behalen CO2-reductie toegepast.

Figuur 8 Besparingsnoodzaak per scenario en per sector in 2030

Daarbij is onderscheid gemaakt in twee scenario’s. Een scenario inclusief papierindustrie (hoofdscenario 1) en een scenario exclusief papierindustrie (hoofdscenario 2). De maatregelen onder hoofdscenario 2 zijn ook toepasbaar onder hoofdscenario 1. Andersom niet. De papierindustrie draagt voor zo’n 3/4 deel bij aan de totale CO2-uitstoot van de gemeente. Deze CO2-uitstoot is voor het merendeel gerelateerd aan het gasverbruik in de papierindustrie. In de industrietak ligt een enorme maar ook complexe besparingsopgave (in technische zin). Daarnaast is de besparingsopgave vanuit gemeentelijk perspectief organisatorisch complex, omdat:

1Provincie is bevoegd gezag voor wat betreft vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) Energiebesparing en de transitie van fossiele brandstof naar een duurzaam alternatief bij bedrijven is een activiteit die door de omgevingsdienst wordt uitgevoerd. De omgevingsdienst krijgt hiertoe opdracht van de gemeenten en de provincie. Voor de zwaardere industrie (cluster 6) gaat op dat de bevoegdheid voor de VTH-taken niet bij de gemeente ligt. Deze rol ligt bij de Provincie Gelderland. Zij draagt daarom de verantwoordelijkheid toezicht te houden op de inspanningen die bijdragen aan CO2-reductie door de papierindustrie.

2Oplossingsrichtingen liggen buiten het organisatorisch instrumentarium van de gemeente Als we kijken naar de oplossingsrichtingen zijn er 3 technische oplossingsrichtingen voor de lange termijn:

-Groene waterstof als vervanging van aardgas;

-Duurzaam opgewekte elektriciteit als vervanging van aardgas;

-Afvang van CO2 en opslag in de bodem

Deze oplossingsrichtingen liggen niet binnen handbereik en verantwoordelijkheid van een gemeente. Dat betekent dat gemeente afhankelijk is van innovatieve ontwikkelingen en daaropvolgende (beleids)keuzes van het Rijk.

Deel-conclusie: Bovenstaande maakt duidelijk dat er geen wettelijke rol is voor de gemeente Brummen voor de verduurzaming van de papierindustrie. Daarom kiezen we ervoor om voor hoofdscenario 2 door te rekenen wat de besparingsopgave voor gemeente Brummen is zonder de papierindustrie.

Tegelijkertijd is de papierindustrie wel verweven met andere energievragers en de energie-infrastructuur in de gemeente. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van het warmtenet en de potentie van restwarmte afkomstig van deze papierindustrie. Hoewel gemeente geen wettelijk bevoegd gezag heeft rondom CO2-reductie van de papierindustrie, is zij wel een belangrijke gesprekspartner in het kader van de totale energie-infrastructuur in Brummen.

Nota Bene: het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) rekent de uitstoot van de papierindustrie wel toe aan het grondgebied van de gemeente Brummen. In de rapportages van het CBS zal daarom zichtbaar blijven welk aandeel van de uitstoot in de gemeente door de papierindustrie veroorzaakt wordt.

2.5 Impact van de maatregelen

Met de keuze om alleen de sectoren waar de gemeente een verantwoordelijkheid in rolneming heeft, is onderzocht in welke mate verschillende activiteiten bijdragen aan de reductie van CO2-uitstoot. In Figuur 8 is zichtbaar dat in het scenario zonder papierindustrie de CO2-uitstoot met ongeveer 10% gereduceerd is. Dat is de 11 Kiloton vermindering van CO2-uitstoot die zichtbaar is in Figuur 4. Zichtbaar is dat de reductie van uitstoot primair in de gebouwde omgeving en in de mobiliteit behaald dient te worden. Per sector is onderzocht welke maatregelen bijdragen aan de reductie van CO2-uitstoot. Deze maatregelen zijn zichtbaar in Figuur 9 en worden nader toegelicht in Bijlage 3. Onder Figuur 9 beschrijven we een aantal uitgangspunten die van belang zijn om de verschillende maatregelen beter te kunnen duiden.

Figuur 9 Besparingspotentieel per maatregel per sector

Uitgangspunten

2.5 uitkomsten interviewronde

Voorgaande maakt inzichtelijk wat kansrijke maatregelen aan impact hebben vanuit technische invalshoek. We hebben ook in beeld gebracht wat kansrijke maatregelen zijn op basis van maatschappelijke urgentie. Daarvoor hebben we stakeholders geïnterviewd om inzicht te krijgen in ambities, kansen en mogelijkheden voor energiebesparing en duurzame energieopwekking in gemeente Brummen. Een lijst met geïnterviewde personen is te vinden in Bijlage 4. Uit de interviewronde met stakeholders zijn de volgende zes concrete kansen naar voren gekomen:

Kansen

Toelichting

Verduurzaming papierindustrie door middel van Smart Energy Hub Eerbeek - Loenen

Gemeente speelt geen directe rol in verduurzaming van de papierindustrie (taak belegd bij Provincie Gelderland). Maar is wel gesprekspartner om de vrijkomende restwarmte zo optimaal mogelijk in te zetten.

Vertrek papierfabriek De Hoop

Het is nog onduidelijk wat er gebeurt met de elektrische aansluiting van De Hoop en het gecontracteerd vermogen wanneer papierfabriek De Hoop vertrekt.

Elektrificatie Schotpoort

Op middellange termijn (2030) hoopt Schotpoort 90% van de vrachtkilometers elektrisch uit te voeren. Er wordt gekeken naar een mogelijk laadplein aan de Coldenhovenseweg. Brummen Energie wil kijken naar mogelijkheden voor oplaadpunten bij zonnevelden.

Warmtenet Eerbeek

Het Warmtenet Eerbeek wordt gezien als één van de belangrijkste maatregelen in de energiestrategie Brummen. De ervaring is dat dit één van de meest complexe en intensieve trajecten is die op dit moment wordt doorlopen. Borging van lokaal eigendom is een belangrijke voorwaarde.

Zelflevering en opslag

Energiecoöperatie heeft behoefte stroom lokaal af te zetten. De gemeente is al afnemer, woningcorporatie Veluwonen onderzoekt dit momenteel. Het is ook mogelijk voor bedrijven lokaal stroom af te nemen.

Grootschalig zon en wind

Zon: Grootschalig zon wordt als minder omgevingsonvriendelijk ervaren dan wind.

Gemeente wil tot 2030 maximaal 100 hectare netto aan zonnevelden mogelijk maken:

Inmiddels 35 hectare gerealiseerd, 35 hectare zit in procedure en blijft ongeveer 30 hectare over om te ontwikkelen. Aandachtspunt is de ‘voorkeursvolgorde zon’ die door de provincie juridisch vastgelegd wordt in de provinciale verordeningen. Zon op landbouwgrond wordt hierbij nog nauwelijks toegestaan.

Wind: erfmolens zijn binnen de gemeente toegestaan. Grootschalige windturbines: vanuit natuurwetgeving Provincie Gelderland (wespendief) niet mogelijk tot 2024. |Met stilstandvoorziening van mei t/m augustus komt dit thema opnieuw op tafel.

Tabel 1 Kansen aangedragen door stakeholders

3 Energiestrategie en gemeentelijk perspectief

3.1 Energiestrategie

In Figuur 10 is de energiestrategie uitgewerkt voor de periode tot 2030, de periode 2030 – 2040 en de periode 2040 – 2050. Dat betekent dat de gemeente focus aanbrengt in haar taken voor de verschillende termijnen. Door op het juiste moment aan maatregelen te werken die op dat moment het meest kansrijk zijn, kan de gemeente de grootst mogelijke stappen maken in het reduceren van de CO2-uitstoot. En daarbij dus ook de beschikbare mankracht binnen de organisatie zo efficient mogelijk inzetten. We baseren ons hierbij op de uitgangspunten, maatschappelijke urgentie en de reductiebijdrage per activiteit. We onderbouwen dit in dit hoofdstuk.

In de periode tot 2030 kan de gemeente het best aan de slag met maatregelen die passen in de gebouwde omgeving (zoals het warmtenet, woningen isoleren naar label B en verduurzaming van maatschappelijk vastgoed), met het elektrificeren van vrachtvervoer (in het bijzonder de casus Schotpoort) en tot slot met het realiseren van het RES-bod. In de periode 2030 – 2040 volgen de maatregelen van het stimuleren van elektrische auto’s / laadpalen, alle gebouwen richting een hybride warmtepomp en het streven naar extra zonneparken. Op de lange termijn zijn de maatregelen windturbines en landbouw-biogas geagendeerd. In de volgende paragrafen wordt uiteengezet hoe we tot deze strategie zijn gekomen.

Figuur 10 Energiestrategie Brummen 2030 - 2050

3.2 Indicatoren bepalend voor de strategie

De strategie voor 2030, 2040 en 2050 is bepaald aan de hand van twee indicatoren:

-Technische haalbaarheid;

-Maatschappelijk verstandig.

2. Wat is maatschappelijk verstandig?

3.3 Verwerking

In het uitvoeringsprogramma dat uit deze energiestrategie volgt, worden concrete activiteiten en projecten voor de korte termijn (2025 – 2028) uitgewerkt. Hier brengen we per taak in beeld welke randvoorwaarden nodig zijn voor het effectief uitvoeren van een taak. Ook is in de uitvoeringsagenda de taakstelling en omvang van taken (Figuur 10) doorgerekend. Dit doen we aan de hand van het genoemde rapport Taken gemeente klimaat- en energiebeleid, Andersson Elffers Felix en Improven (2024). Zo wordt inzichtelijk wat de uitvoering van de energiestrategie op korte termijn kost aan middelen en capaciteit.

Bijlage 1: Toelichting op de aanpak

1. Inhoudelijk spoor

In dit spoor hebben we ons met name verdiept in gegevens en beleid dat de gemeente al beschikbaar heeft.

Het is het vertrekpunt van de energiestrategie. Het gaat concreet om de volgende documenten:

-Koersdocument Duurzame Energie (2016-2018) (Bron: Gemeente, 2016);

-Rapportage Koersdocument Duurzame Energie 2019 (Bron: Gemeente, 2019);

-Cijfers CBS;

-Energiemix Brummen (Bron: Overmorgen, 2018 en 2023);

-RES en voortgangsrapportage;

-Transitievisie Warmte;

-Uitnodigingskader windmolens en zonnevelden;

-Huidig uitvoeringsprogramma Programma Klimaat & Duurzaamheid;

-Provincie Gelderland (2024) Eindrapportage Smart Energy Hub Eerbeek – Loenen;

-Bronnenonderzoek;

-Coalitieakkoord;

-Routekaart wonen.

Met de energiemix heeft de gemeente een goed beeld van de huidige energievraag, het energiegebruik en de verdeling hiervan over verschillende sectoren en doelgroepen. Van daaruit zijn we een scenario-studie gaan uitvoeren. De scenario-studie is een met name technische analyse om kansen en mogelijkheden in beeld te brengen voor energiebesparing en duurzame energieopwekking binnen de gemeente Brummen. De uitkomst van de scenario-studie is te vinden in hoofdstuk 4.

We hebben een analyse gedaan van de belangrijkste bestaande kaders en beleid binnen de gemeente. De belangrijkste aandachtspunten uit vastgestelde duurzaamheidsbeleid geven weer waar de gemeente staat. We hebben ze geordend naar ‘energietransitie’, ‘warmtetransitie’ en ‘rolneming’.

Energietransitie

Met energietransitie bedoelen we de overgang van energiegebruik uit fossiele brandstoffen, zoals aardgas, naar volledig duurzame energie uit zon, wind, lucht, water, bodem en biomassa⁶.

-Brummen heeft de ambitie om als gemeente energieneutraal te zijn in 2030

* Uit de scenariostudie blijkt dat deze ambitie niet realiseerbaar is. Met het vaststellen van deze energiestrategie en uitvoeringsagenda wordt de ambitie herijkt en gestoeld op de Gelderse doelstellingen uit het Gelders Energieakkoord.

-De regionale doelstelling vanuit de RES bedraagt: 1 TWh voor de gemeenten in de Cleantech Regio. In de RES zijn geen concrete afspraken gemakt over de bijdrage van gemeenten. Elke gemeente draagt naar vermogen bij aan het RES-bod.

-De strategie is om in zetten op een combinatie van bronnen: energiebesparing, zon op dak en grondgebonden energie opwek, zoals zonnevelden, windmolens en andere innovatieve opwekvormen.

-Vanuit de RES zijn er de volgende taken voor de gemeente:

a.Stimuleren energiebesparing;

b.Stimuleren kleinschalig zon op dak & ‘geen-spijt’ locaties;

c.Goede voorbeeld geven;

d.Locatiekeuze en voorwaarden grootschalige opwek inclusief participatie;

e.Integrale lokale besluitvorming over alle ruimtelijke opgaven.

-De RES-regio heeft veel potentie voor de productie van biogas.

Warmtetransitie

De warmtetransitie is onderdeel van de energietransitie. De warmtetransitie gaat specifiek over de overgang van het verwarmen van gebouwen met aardgas naar duurzame warmte en elektriciteit.

-De Transitievisie Warmte heeft de volgende uitgangspunten:

a.De warmtetransitie is voor iedereen betaalbaar;

b.We creëren een zorgvuldig proces en gaan voor betrouwbare alternatieven;

c.De inwoners en ondernemers van onze gemeente gaan het doen

d.We gaan voor een win-win situatie

-De Transitievisie Warmte houdt 2050 als einddatum aan. Er zijn twee potentiële startwijken: buurtinitiatief Wilhelminapark & Warmtenet Eerbeek.

-De papierfabrieken in Eerbeek en Loenen bieden kansen voor restwarmte (o.a. productieproces en industriewater) voor de gemeenten Brummen en Apeldoorn.

-Brummen staat open voor innovatieve oplossingen zoals waterkracht, waterstof, warmtewinning uit oppervlakte- en afvalwater, geothermie en energieopslag (valt ook onder energietransitie).

Rolneming

-Gemeente wil een stevig faciliterende rol spelen bij initiatieven die de ambitie ondersteunen. Ze ziet zichzelf als een voorbeeldige overheid en een verbindende overheid. Duurzaamheid is eengrondhouding.

-De verbindende rol kan bestaan uit het aanjagen, ondersteunen en mogelijk maken van bestaande en innovatieve technologie. Regionale samenwerking met kennispartners, innovatie-labs en producenten is belangrijk.

2. Het inwinnen van advies bij maatschappelijke partners

Het inwinnen van advies heeft plaatsgevonden op verschillende momenten. We zijn begonnen met een startbijeenkomst met de projectgroep. Daar hebben we een gezamenlijk beeld gevormd van de opgave en uitgangspunten van de energiestrategie. Daarna is een stakeholdersanalyse uitgevoerd, waarin we belangrijke spelers hebben gesproken over kansen en mogelijkheden van CO2-besparing in de gemeente.

Vervolgens is na elke inhoudelijke verdiepingsslag een overleg geweest met de projectgroep. We hebben samen nagedacht over bijvoorbeeld de invulling van de scenario’s en welke impact dit heeft op de doelstelling. En er is gekeken naar de rolneming van de gemeente en mate van invloed die zij kan uitoefenen.

De uitkomsten van deze onderdelen zijn opgenomen in deze energiestrategie en uitvoeringsprogramma. Tijdelijke ontwerpen zijn besproken met de projectgroep. En opmerkingen zijn verwerkt tot dit eindresultaat.

3. Bestuurlijke inbreng

Aan de start van het traject is de wethouder bevraagd op bestuurlijke verwachtingen en aandachtspunten. Ook is met de wethouder het te lopen (bestuurlijke) proces besproken. De scenario-studie is gepresenteerd aan de gemeenteraad in een informatieve sessie. Tijdens deze sessie hebben we opgehaald wat de belangrijke maatregelen zijn voor de energiestrategie en wat de rol van de gemeente is op de verschillende maatregelen. Tot slot is met oplevering van de energiestrategie en uitvoeringsprogramma een presentatie gegeven aan college en gemeenteraad.

Figuur 12 Aanpak om tot de energiestrategie te komen

Bijlage 2: Toelichting taken

1. Overkoepelende taken

Overkoepelende taken zijn taken met betrekking op meer dan één pijler. Zo raakt integraal programmeren in elk geval de pijlers gebouwde omgeving en elektriciteit, en vaak ook de andere pijlers. Voor gemeenten zien we twee taken:

-G1.1 Monitoren en herijken van de regionale energiestrategie (RES);

-G1.2 Integraal programmeren.

2. Gebouwde omgeving

Gemeenten hebben een grote rol in de pijler gebouwde omgeving, waar ze het voortouw nemen bij het verduurzamen (aardgasvrij maken) van woningen en andere gebouwen (utiliteitsbouw). In totaal onderscheiden we zeven taken:

-G2.1 Wijkgericht aardgasvrij maken met collectieve oplossingen; I, II

-G2.2 Wijkgericht aardgasvrij maken met individuele oplossingen;

-G2.3 Verzorgen van gemeentebrede communicatie;

-G2.4 Verduurzamen eigen vastgoed; III

-G2.5 Actualiseren van het warmteprogramma;

-G2.6 Oprichten van een publiek warmtebedrijf; IV

-G2.7 Soortenbescherming. V

3. Mobiliteit

Gemeenten hebben uiteenlopende taken rond mobiliteit. Een deel daarvan voeren ze regionaal uit. De kosten daarvan rekenen we terug naar individuele gemeenten. We onderscheiden tien taken:

-G3.1 Aanbesteden en contractmanagement voeren op laadinfrastructuur; VI

-G3.2 Opstellen en herijken van een regionaal programma gericht op emissieloze mobiliteit;

-G3.3 Vormgeven zero-emissiezones;

-G3.4 Handhaven zero-emissiezones; VII

-G3.5 Extra aanpassingen aan stedelijke infrastructuur gericht op emissieloze mobiliteit;

-G3.6 Stimuleren deelconcepten; IX

-G3.7 Verduurzamen eigen mobiliteit; X

-G3.8 Klimaatneutraal en circulair inkopen van Grond- Weg- en Waterwerken (GWW); XI

-G3.9 Handhaven CO2-norm mobiliteit;

-G3.10 Faciliteren zero-emissie doelgroepenvervoer. XII

Taken G3.3 en G3.4 gelden alleen voor de 31 gemeenten die deze taak moeten uitvoeren. Deze taak geldt niet voor gemeente Brummen.

4. Industrie en landbouw

Gemeenten zijn in sommige gevallen het bevoegd gezag voor toezicht op de industrie. De kosten daarvan rekenen we toe aan de gemeenten, ook als de uitvoering bij omgevingsdiensten plaatsvindt. Daarnaast kan de warmte van industrie een bron zijn voor warmtenetten. Zoals hierboven beschreven, categoriseren we glastuinbouw bij industrie. We onderscheiden vier taken:

-G4.1 Handhaven energiebesparingsplicht;

-G4.2 Inpassen warmtenetten in infrastructuur; XIII

-G4.3 Versnellen vergunningverlening hernieuwbare energie;

-G4.4 Ondersteunen glastuinbouwbedrijven.

Taak G4.4 geldt alleen voor gemeenten waar glastuinbouw voorkomt en daarom niet voor gemeente Brummen.

5. Elektriciteit

De pijler elektriciteit omvat activiteiten rond zonneweides en windmolenparken op land. Het stimuleren van zonneweides is iets anders dan het stimuleren van zonnepanelen op daken van bewoners. Dat valt onder taken G2.1, G2.2 en G2.3. In de praktijk bleek een categorisering in twee grote taken het meest herkenbaar voor respondenten:

-G5.1 Meewerken aan oplossen netcongestie;

-G5.2 Stimuleren zon- en windprojecten.

6. Ondersteunende processen

De ondersteunende processen omvatten de PIOFACH-voorwaarden om de bovenstaande taken in het primair proces te kunnen uitvoeren. We groeperen deze processen in vijf categorieën:

-- G6.1 HR (personeelszaken);

-- G6.2 Faciliteit en Informatievoorziening.

Er waren nu geen signalen dat het nodig was om substantiële uitvoeringskosten te ramen voor andere vormen van duurzame energieopwekking.

-G6.3 Juridische zaken;

-G6.4 Financiën en control;

-G6.5 Implementatiekosten.

Bijlagen

Bijlage 1: Toelichting op de aanpak

Bijlage 2: Toelichting taken

Bijlage 3: Toelichting maatregelen

Bijlage 4: Gesprekspartners interviewronde

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.