Gemeentelijke regelgeving

BELEIDSPLAN “VERGUNNINGVERLENING, TOEZICHT & HANDHAVING 2024-2028” GEMEENTE BRUMMEN

Gemeente Brummen · geldt sinds 20 juni 2025

Aanhef

Kenmerk Z097276/D430413

DE RAAD VAN DE GEMEENTE BRUMMEN,

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21 mei 2024 met kenmerk D430208;

Gehoord het behandeladvies van het forum van 13 juni 2024;

HEEFT BESLOTEN:

1Het Beleidsplan “Vergunningverlening, Toezicht & Handhaving 2024-2028” (D430409) vast te stellen.

Inleiding

Voor u ligt het Vergunningen-, Toezicht- en Handhavingsbeleid 2024-2028 (hierna: VTH-beleidsplan) van de gemeente Brummen. In dit beleidsplan wordt beschreven hoe het VTH-team haar taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen het Omgevingsrecht en de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) gaat invullen. Het beleid is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en ter kennisname verstuurd naar de gemeenteraad en de provincie Gelderland. Voorliggend plan is exclusief de milieutaken. De gemeente Brummen is weliswaar het bevoegde gezag voor de milieutaken, maar deze taken zijn uitbesteed aan de omgevingsdienst.

Het doel van het beleidsplan is het zorgen voor een uniforme werkwijze en een integrale afweging van de beschikbare middelen. Daarnaast moet het beleidsplan zorgen voor transparantie over de wat en waarom bij de uitvoering van de VTH-taken. Ook is dit beleidsplan de belangrijkste basis voor het jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma en jaarverslag.

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb) zijn er veel ontwikkelingen geweest binnen het Omgevingsrecht. Dit zorgt voor een veranderde VTH-taken. Het beleidsplan is daarom een dynamisch document dat herzien en aangepast kan worden waar nodig.

De systematiek van de “BIG8”

Dit beleid volgt de systematiek van de “BIG 8”-cyclus uit het Omgevingsrecht. De verschillende stappen in de cyclus vormen samen het VTH-beleid en het uitvoeringsprogramma. Ook geven de stappen richting aan de systematiek van doorwerking en evaluatie.

In dit VTH-beleid wordt de BIG8- cyclus weergegeven aan de hand van de hoofdstukken. Op de volgende pagina worden de stappen van de BIG8-cyclus in een leeswijzer uitgewerkt.

¹ De gemeente heeft te maken met de Omgevingsdienst Veluwe (ODV)

Leeswijzer

Deze leeswijzer heeft als doel het duidelijk maken welk onderdeel van de BIG8-cyclus wij in welk hoofdstuk van dit VTH-beleid beschrijven. De onderstreepte, dikgedrukte woorden zijn de onderdelen van de BIG8-cyclus.

1Omgevingsanalyse & ontwikkelingen

Ten behoeve van de prioriteiten en doelen voor de komende beleidsperiode wordt beschreven in dit hoofdstuk:

-Omgevingsanalyse;

-Ontwikkelingen.

2Missie, visie & doelstellingen

In dit hoofdstuk wordt beschreven de missie en visie die richting gevend zijn voor de strategie op het gebied van VTH voor deze beleidsperiode.

Met de hoofddoelstellingen in hoofdstuk 2 wordt richting gegeven aan het programma voor de komende beleidsperiode.

Dit programma krijgt vorm in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s. Daar worden specifieke acties toegewezen voor dat jaar om de doelstellingen te behalen.

3Risicoanalyse en prioritering

-Hier wordt beschreven hoe de risicoanalyse is opgesteld en de prioritering is aangebracht.

-De risicoanalyse en prioritering geven vorm aan de werkwijze voor de VTH-taken.

4Strategieën en werkwijzen

-In dit hoofdstuk zijn de uitvoering strategieën beschreven die de basis zijn voor de uitvoering.

-De uitvoering van de Omgevingswet en Wkb zorgt op een aantal onderdelen voor veranderingen in de vergunningen en toezichtfase.

5Borging uitvoering

-In het uitvoeringsprogramma wordt de koppeling tussen de financiële en personele middelen en de uitvoering gemaakt.

-De geplande activiteiten en de daaraan gekoppelde doelen uit het uitvoeringsprogramma worden gemonitord.

6Evaluatie

-Hier wordt beschreven op welke manier de evaluatie van het uitvoeringsprogramma en beleid uitgevoerd wordt.

Bijlage IV: Uitvoeringstrategieën

Preventiestrategie

Voorkomen is beter dan genezen. Daarom worden zo veel mogelijk preventieve handhavingsinstrumenten gebruikt om het gedrag en de naleving van inwoners en ondernemers op een positieve manier te beïnvloeden. Om dit te realiseren worden een aantal uitgangspunten gehanteerd.

Voorlichting/communicatie

De gemeente biedt initiatiefnemers de mogelijkheid om de haalbaarheid van hun plannen te toetsen in een vooroverleg en betrekt belanghebbenden via het Participatiekader bij planvorming. Op die manier wordt geprobeerd om onenigheid later in het proces te voorkomen. Een goede informatievoorziening zorgt bovendien voor een betere bekendheid met de geldende wet- en regelgeving. Inwoners worden verwezen naar regelgeving via het internet en de website van de gemeente Brummen. Daarnaast is er de mogelijkheid om contact op te nemen met de gemeente om vragen te stellen of om een afspraak te maken.

Oplossingsgericht

Door inwoners en bedrijven te informeren, adviseren en te betrekken wordt er draagvlak en begrip gecreëerd. Brummen denkt graag mee met haar inwoners en wilt informeel oplossen. Dit kan bijvoorbeeld door het hanteren van het uitgangspunt Bezoeken, Bellen, Brief.

Eigen verantwoordelijkheid inwoners en bedrijven

De verantwoordelijkheid voor naleving van regels ligt in eerste instantie bij inwoners en bedrijven zelf. Door bewustwording te vergroten, zal de betrokkenheid en het draagvlak voor (spontane) naleving van wet- en regelgeving meegroeien.

Vergunningenstrategie

“ja, mits …”

Maatschappelijke initiatieven moeten worden beoordeeld op mogelijkheden. Een aanvraag is vergunbaar, ‘mits’ aan wet- en regelgeving voldaan kan worden. Door integrale samenwerking tussen de ketenpartners wordt actief bijgedragen aan verschillende opgaven binnen de gemeente Brummen. De (hoogwaardige) kwaliteit van de omgeving blijft hiermee geborgd.

Duidelijke en transparante communicatie

De gemeente Brummen heeft ten allen tijden een open houding. Anderzijds zijn initiatiefnemers in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het (tijdig) indienen van een complete aanvraag en het creëren van draagvlak en acceptatie van de voorgenomen plannen bij belanghebbenden. Zo helder en duidelijk mogelijk moet uitgelegd worden hoe procedures lopen, welke verwachtingen er zijn, wat initiatiefnemers mogen verwachten en welk resultaat er bereikt zal worden.

Vergunningverlening Omgevingswet

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet komen de vergunningplichten voor de fysieke leefomgeving uit Hoofdstuk 5 van de Omgevingswet. In totaal zijn er 14 verschillende type activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is. Voordat een inwoner of ondernemer een vergunningaanvraag doet, kan via de Vergunningcheck worden gecontroleerd of er een omgevingsvergunning nodig is of dat er een melding gedaan moet worden. Als dit geen uitkomst biedt, kan er een afspraak worden gemaakt. Voorafgaand aan het indienen van een omgevingsvergunning kunnen bouwplannen worden getoetst aan het omgevingsplan en de Wel-standsnota. Omgevingsvergunningen kunnen vervolgens aangevraagd worden via het Omgevingsloket (OLO). De gemeente begeleidt initiatiefnemers in dit proces. Op de website van de gemeente wordt helder beschreven wat de procedure is voorafgaand aan het aanvragen van een omgevingsvergunning.

Behandeling aanvraag omgevingsvergunning

Vergunningaanvragen en meldingen met betrekking tot de Omgevingswet worden ontvangen vanuit het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Initiatiefnemers kunnen verschillende soorten verzoeken indienen via het DSO. Naast een vergunningaanvraag kan ook een vooroverleg of omgevingsoverleg worden aangevraagd. Na binnenkomst van de aanvraag volgt de standaard werkwijzen op hoofdlijnen, die per type vergunning kunnen verschillen. De processtappen zijn vastgelegd in JOIN. Het verloop van de afhandeling van vergunningaanvragen of meldingen wordt in dit systeem bijgehouden.

De reguliere procedure verandert niet onder de Omgevingswet. Een belangrijk verschil is dat na het verstrijken van de wettelijke termijn geen vergunning van rechtswege ontstaat. Indien de gemeente geen besluit neemt kan de aanvrager de gemeente in gebreke stellen. Het verplicht gelijktijdig aanvragen van onlosmakelijke activiteiten vervalt onder de Omgevingswet. In principe is dan voor alle aanvragen de standaardprocedure van 8 weken van toepassing.

In sommige gevallen kan de uitgebreide procedure van 6 maanden van toepassing zijn. Deze periode is eventueel te verlengen met 6 weken. Op diverse plaatsen in de Omgevingswet en in artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit staat wanneer de uitgebreide procedure geldt. In artikel 3.10 van de Algemene wet bestuursrecht staat dat het bevoegd gezag de uitgebreide procedure van toepassing mag verklaren. Dit mag echter niet bij een aanvraag om een omgevingsvergunning (artikel 16.62, lid 3, Omgevingswet). Er zijn 2 gevallen waarin het toch mag: In bepaalde gevallen bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevings-planactiviteit, of in geval de aanvrager heeft verzocht om of heeft ingestemd met het toepassen van de uitgebreide procedure.

Beoordelingscriteria

De gemeente Brummen hanteert objectieve criteria van vergunningaanvragen en het afhandelen van meldingen. Deze criteria komen zowel uit wettelijke bepalingen, als uit lokale beleidsregels en verordeningen. Een aantal voorbeelden van de wettelijke bepalingen zijn de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit, Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Daarnaast zijn de Omgevingsregeling, het invoeringsbesluit met daarin de bruidsschat, het gemeentelijke omgevingsplan en de lokale verordeningen en beleid in het kader van de fysieke leefomgeving van belang binnen het proces van vergunningverlening. In deze bronnen zijn de beoordelingscriteria per vergunning te vinden.

Vergunningverlening APV en Bijzondere Wetten

Aanvragen voor vergunningen of meldingen in het kader van de APV of bijzondere wetten komen binnen via webformulieren op de website van de gemeente Brummen. Relevante wetten op dit gebied zijn bijvoorbeeld de Alcoholwet, Wet op kansspelen en de Huisvestingswet. De verschillende wetgeving zorgt voor een breed scala aan typen vergunningen.

Beoordelingscriteria

Elke aanvraag wordt volledig getoetst en zo nodig worden er voorschriften aan de vergunning verbonden. Bij de beoordeling van de vergunningen in het kader van de APV en Bijzondere Wetten zijn verschillende wetten en gemeentelijke regelingen van toepassing. De APV bevat bepalingen die dienen ter bescherming van zaken als de openbare orde, de veiligheid en het milieu. In de APV kunnen mogelijkheden worden gecreëerd tot het verlenen van vergunningen en ontheffingen. Ander relevant beleid is bijvoorbeeld het Evenementenbeleid gemeente Brummen 2019 en Beleidsregels Wet Bibob gemeente Brummen 2021. Belangrijke wetgeving is bijvoorbeeld de Alcoholwet, Wet op Kansspelen en de Huisvestingswet.

Toezichtstrategie

Het doel van de toezichtstrategie is om door middel van controle naleving van de wet- en regelgeving te bevorderen. De mate van toezicht wordt bepaald door de prioriteit die aan een onderwerp is toegekend. Daarnaast worden er een aantal uitgangspunten gehanteerd.

Ogen en oren

Toezichthouders en BAO’s ‘zien en voelen’ ze wat er zich afspeelt. Ook houden ze contact met de inwoners en ondernemers om problematiek signaleren. Uit het Moventum-onderzoek kwam naar voren dat een groot gedeelte van de ondervraagden geen contact heeft gehad met medewerkers van toezicht en handhaving. Inwoners en ondernemers willen graag begeleid worden, zowel in het voor- als in het na traject. Om de korte lijntjes tussen gemeente en inwoners/ondernemers te blijven waarborgen zou hier door de gemeente Brummen in geïnvesteerd kunnen worden.

Uitvoering controles

Toezicht is integraal. Toezichthouders signaleren en controleren met elkaar, vóór elkaar of ná elkaar. Ze hebben een integrale signaalfunctie: ze kijken breder dan alleen de aangevraagde activiteit. Ook wordt er themagericht/projectmatig toezicht uitgevoerd. Een goede naleving van regels door inwoners en ondernemers is van groot belang. Daarom wordt ingezet op preventie om hen te stimuleren zich uit eigen beweging aan de regels te houden. Wanneer dit niet gebeurt, is het noodzakelijk om in te grijpen.

Prioritair werken

Omdat toezichthouders niet overal tegelijk kunnen zijn, wordt een risicogestuurde aanpak gehanteerd. Aan de hand van een risicoanalyse (zie hoofdstuk 3) krijgt een activiteit een prioriteit, die bepaalt hoe het toezicht wordt uitgevoerd. De wet verplicht om voor bepaalde taken inzicht te geven in de prioriteitstelling met betrekking tot de uitvoering van activiteiten. Niet alle werkzaamheden zijn te plannen, voorbeelden hiervan zijn meldingen en calamiteiten. Beide zijn niet in de prioritering meegenomen. Bij calamiteiten wordt er altijd meteen actie ondernemen. De prioritering ten aanzien van structureel toezicht (gepland) is beschreven in de onderstaande tabel. Reactief toezicht (ongepland) vindt plaats op basis van meldingen en eigen waarneming.

Prioriteit = Hoog

Prioriteit = Midden

Prioriteit = Laag

Structureel toezicht

Toezicht door geplande oplever-, periodieke controles.

Toezicht door geplande projectmatige- of steekproefcontroles.

Geen gepland toezicht, alleen toezicht op het moment dat hier aanleiding voor is.

Als er vanuit bestuurlijke wensen of calamiteiten bepaalde thema’s, objecten en/of gebieden een hoge prioriteit krijgen en projectmatig opgepakt gaan worden, wordt dit uitgewerkt in het jaarverslag en het uitvoeringsprogramma. In het jaarverslag wordt opgenomen met welke (onvoorziene) ontwikkelingen het VTH-domein te maken heeft gekregen en in het uitvoeringsprogramma worden de werkwijze en de beschikbare middelen voor dit toezicht opgenomen.

Toezicht op de Omgevingswet

Toezicht op omgevingsplanactiviteiten.

Dit gebeurt door controles te waarborgen dat o.a. een ruimtelijke basiskwaliteit van de omgeving wordt bereikt. Bij vergunningen voor omgevingsplan-activiteiten wordt gecontroleerd op de vergunningvoorschriften tijdens oplevercontroles. Als er sprake is van een gevolgklasse 2 en 3 wordt deze controle gelijk met het toezicht op bouwactiviteiten uitgevoerd. Daarnaast is toezicht op basis van meldingen en eigen waarneming altijd mogelijk.

Toezicht op bouwactiviteiten

Er wordt geen toezicht gehouden op vergunningvrije bouwactiviteiten. De kwaliteitsborger houdt toezicht voor alle bouwactiviteiten in gevolgklassen 1-3 Wkb. Wel wordt er toezicht gehouden op de gevolgen van alle bouwactiviteit en de gevolgen voor de omgeving. De vergunningen voor bouwwerkzaamheden worden tijdens de bouw gecontroleerd op basis van landelijke toezichtprotocollen per bouwcategorie en de daarin opgenomen controlepunten per bouwfase tijdens oplevercontroles.

Toezicht op sloopactiviteiten

Het toezicht op de fysieke sloop is een taak waarvoor de gemeente nog steeds verantwoordelijk is. Dit betreft met name een controle op het daadwerkelijk slopen van het pand en de administratieve verwerking van gegevens in de gemeentelijk systemen. Daarnaast is toezicht op basis van meldingen en eigen waarneming altijd mogelijk.

Toezicht op tijdelijke vergunningen

Een tijdelijke vergunning wordt na afloop van de instandhoudingtermijn gecontroleerd zowel wat betreft een omgevingsplanactiviteit als een bouwactiviteit.

Toezicht op de activiteiten brandveilig gebruik

Voor een omgevingsvergunning brandveilig gebruik wordt een oplevercontrole uitgevoerd. Ook vindt een oplevercontrole op locatie plaats. Voor de overige meldingen brandveilig gebruik wordt alleen bij hoog geprioriteerde activiteiten een oplevercontrole uitgevoerd. Hierbij ondersteund ook de preventiedeskundige van de veiligheidsregio (VNOG).

Toezicht Wkb

Met de Wkb is het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw geïntroduceerd. De rol van de gemeente als bevoegd gezag verandert gedeeltelijk door het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw. De bouwtechnische toets en het toezicht tijdens de bouw worden in het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw deels uitgevoerd door een marktpartij en niet meer automatisch door de gemeente. De gemeente behoudt haar handhavende taak en haar taak voor de planologische beoordeling, welstandstoets en toetsing van de omgevingsveiligheid. Ook blijft de gemeente verantwoordelijk voor (toezicht op) welstand, monumenten, bestaande bouw (minimumeisen bestaande bouw en gebruikseisen) en de bouwwerken die niet onder de Wkb vallen.

Bouwwerken die onder het stelsel van kwaliteitsborging vallen

Onder de Wkb vallen voorlopig de bouwwerken binnen de gevolgklasse 1 (artikel 2.17 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)). Afhankelijk van de toekomstige evaluatie door de minister kan dit systeem in de toekomst veranderen.

Taken gemeente

Enkele taken blijven bij de gemeente:

-Hoofdstuk 3 Bbl (Bestaande bouw)

-Hoofdstuk 6 Bbl (Gebruik van bouwwerken)

-Hoofdstuk 7 Bbl (Bouw- en sloopwerkzaamheden)

-Toezicht en handhaving bouwregelgeving

De kwaliteitsborger heeft hier geen rol in. Daarnaast blijft het bevoegd gezag verantwoordelijk voor het toezicht en handhaving op de naleving van de bouwregelgeving in al zijn facetten. Ook behoudt de gemeente haar rol als toezichthouder en handhaver en is verantwoordelijk voor de naleving van de bouwregelgeving.

Werkproces Wkb

Door de komst van de Wkb verandert ook het werkproces voor de gevolgklasse 1 bouwwerken. Zie hieronder en op de volgende pagina de schematische weergaves.

Schema 1: beknopte schematische weergave proces Wkb met termijnen. Bron: VNG

Schema 2: proces Wkb

Schema 3: Proces Wkb met DSO. Bron: VNG

Toezicht APV/Bijzondere Wetten

Toezicht op evenementen

De aard en omvang van het evenement bepaalt de wijze en intensiteit van het toezicht. In geval de impact van het evenement zodanig is wordt de toezichthouder geïnformeerd over de aanvraag. Wanneer de vergunning wordt verleend, wordt er ter plaatse toezicht gehouden. De aard en omvang van het evenement bepaalt de wijze en intensiteit van het toezicht. Tijdens deze controle kijken we, samen met de organisator, of alles conform de vergunning is uitgevoerd. Ten aanzien van kleinere evenementen wordt geen structureel toezicht gehouden.

Toezicht Wet Goed Verhuurderschap

Ook vanuit de Wet Goed Verhuurderschap ligt er een wettelijke taak bij het VTH-team. De gemeente Brummen is sinds 1 januari 2024 verplicht een meldpunt te hebben rondom Goed Verhuurderschap. Dit kan zien op bijvoorbeeld klachten rond arbeidsmigranten in de particuliere verhuur. In geval van klachten moeten toezichthouders ter plaatse gaan kijken wat er werkelijk aan de hand is. Afhankelijk van de melding en de ernst van de situatie, zullen er acties vanuit de toezichthouders, juristen of zelfs de politie worden verwacht. De gemeente Brummen heeft op de website een (digitaal) meldpunt opgesteld.

Handhavingsstrategie

De handhavingsstrategie is bepalend voor de wijze waarop de gemeente optreedt bij geconstateerde overtredingen. Het opleggen en uitvoeren van sancties draagt eveneens bij aan preventie bij anderen en zorgt ervoor dat regels beter worden nageleefd. De handhavingsstrategie van het huidige VTH-beleidsplan van de gemeente Brummen sluit aan bij de LHS. Nu de Omgevingswet definitief in werking is getreden wordt er in dit VTH-beleidsplan aangesloten bij de nieuwe LHSO.

Algemene sanctiestrategie

Aan de LHSO kunnen een aantal uitgangspunten en beginselen worden ontleend die centraal staan bij de handhaving van het omgevingsrecht. Zo draagt handhaving door de overheid van bij aan het bereiken van de doelen van de Omgevingswet: duurzame ontwikkeling, bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Daarnaast moet er maatwerk worden geleverd. De concrete feiten en omstandigheden zijn hierbij bepalend. Op basis hiervan kan worden bepaald welke aanpak het beste is en welke handhavingsmaatregelen hierbij het best aansluiten. Handhaving komt pas aan de orde in die gevallen dat in het (informele) voortraject niet tot de gewenste oplossing wordt gekomen en er geen bereidheid tot medewerken is. Overgaan tot handhaving moet worden gezien als een sluitstuk in geval er geen minnelijke oplossing mogelijk is.

Passende interventie

Om tot een passende interventie te komen zijn twee hoofdvragen leidend. Is herstel mogelijk? Centrale doelstelling van het omgevingsrecht is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Dit betekent dat bij de handhaving van het omgevingsrecht herstel van de rechtmatige toestand altijd het eerste doel moet zijn.

Is het antwoord op de eerste vraag ‘ja’, dan is in elk geval bestuursrechtelijk optreden aangewezen en is de vervolgvraag: welke bestuursrechtelijke interventie is in dit geval het meest geschikt? Het antwoord op deze vraag hangt af van de omstandigheden van het geval, zoals de aard en ernst van de overtreding, kenmerken van de overtreder en de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd of ontstaan.

Om te komen tot een geschikte bestuursrechtelijke interventie hanteert de LHSO een vijfstappenplan met een interventiematrix. Zie hiervoor hoofdstuk 4 van de LHSO, opgenomen in bijlage V.

Geprioriteerd werken

In verband met een beperkte capaciteit en het aantal handhavingstaken wordt er een evenwichtig handhavingsbeleid gevoerd. Capaciteit wordt ingezet op zaken met een hoge prioriteit. Deze prioritering heeft als op basis een risicoanalyse. Externe motiveringen en/of beleidsmatige keuzes kunnen deze prioritering veranderen.

Bestuursrechtelijke instrumenten

De gemeente Brummen zet zich in voor een informele afhandeling met korte lijntjes richting haar inwoners en ondernemers. Bestuursrechtelijke maatregelen komen pas in beeld wanneer deze informele aanpak geen resultaat heeft. De relevante bestuursrechtelijke instrumenten zijn o.a. de last onder dwangsom, de last onder bestuursdwang, spoedeisende bestuursdwang en de bestuurlijke boete.

Strafrechtelijke instrumenten

Als er sprake is van een strafbaar feit, kan een proces-verbaal worden opgemaakt van de overtreding door een boa of door de politie. Het Openbaar Ministerie kan strafvervolging instellen. Daarnaast zijn er bestuurlijke strafsancties, te weten de bestuurlijke boete en de bestuurlijke strafbeschikking.

Leidraad dwangsombedragen en begunstigingstermijnen

Zoals eerder beschreven wordt t.a.v. handhaving de LHSO toegepast. De LSHO wordt ondersteunt door de Leidraad dwangsombedragen en begunstigingstermijnen, versie 2023. Deze leidraad helpt bij het motiveren van de begunstigingstermijn en de evenredigheid van de hoogte van de last onder dwangsom. De leidraad benoemt veel voorkomende overtredingen en bijhorende standaard begunstigingstermijnen en dwangsombedragen.

Afwegingsruimte

Als er in een concreet geval over wordt gegaan tot handhaving, spelen verschillende aspecten mee in de beslissing om al dan niet handhavend op te treden. Deze aspecten zijn bijvoorbeeld; duur en aard overtreding; persoonlijke omstandigheden; gevolgen voor derden; precedentwerking; gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel.

Gedoogstrategie

Uitgangspunt bij het opstellen van wetten en regels is dat deze regels worden nageleefd. Omdat in het kader van het opstellen van deze regels en de handhaving daarvan niet alle situaties op voorhand kunnen worden voorzien, kan het in sommige situaties voorkomen dat niet tot handhaving wordt overgegaan.

In beginsel handhaven

Voor de gemeente is het uitgangspunt om wel op te treden, en het gedogen van overtredingen is daarom een uitzondering. Gedogen wordt zoveel mogelijk beperkt in omvang en/of tijd.

Uitzonderlijke situaties

We gedogen alleen in uitzonderlijke situaties. Dit is bijvoorbeeld wanneer handhaving zou leiden tot onbillijkheid, of als het belang dat beschermd moet worden beter gediend is met gedogen. Dit is ook als handhaven in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, gelijkheidsbeginsel of het vertrouwensbeginsel. Een andere situatie is dat er concreet zicht is op legalisatie.

Zorgvuldige belangenafweging

Om bovenstaande te realiseren moet er altijd een zorgvuldige afweging worden gemaakt tussen het belang van handhaving en het belang van gedogen.

Gemotiveerd en gecontroleerd

Als er toch wordt besloten om te gedogen, dan moet dit goed worden gemotiveerd en er moet controle plaatsvinden om te voorkomen dat er misbruik wordt gemaakt van deze uitzondering. De gedoogbeschikking zelf moet duidelijke en concrete voorschriften bevatten en voldoen aan de vereisten (voor het nemen) van een besluit.

Bijlage V Richtlijn dwangsombedragen en begunstigingstermijnen

Richtlijn voor het stellen van dwangsommen

In de onderstaande tabel zijn voor de meest voorkomende overtredingen de hoogte van de dwangsom, de maximale dwangsombedragen en de lengte van de (begunstigings)termijnen opgenomen. De tabel geeft een richtlijn en is niet uitputtend bedoeld. Voor overtredingen niet in deze tabel opgenomen wordt de hoogte van de dwangsom en de termijn per specifieke situatie nader bepaald. Afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval kan gemotiveerd worden afgeweken van de in de tabel genoemde waarden.

Aan de tabel kunnen dan ook geen rechten worden ontleend. Oftewel de gemeente kan in een concreet geval niet rechtens worden gehouden op grond van de tabellen een bepaalde dwangsom hoogte te bepalen. Anders zou dit kunnen leiden tot berekend gedrag bij eventuele overtreders.

Dwangsom en modaliteit

De dwangsom dient voldoende prikkelend te werken om de overtreding te (laten) beëindigen. De dwangsombedragen dienen in redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom.

Het opleggen van een last onder dwangsom geschiedt in verschillende wettelijk voorgeschreven vormen (modaliteiten). Deze modaliteiten zijn vastgelegd in artikel 5:32b, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht: een bedrag ineens; een bedrag per tijdseenheid dat de last niet is uitgevoerd dan wel per overtreding van de last. Het bestuursorgaan komt beleidsvrijheid toe bij de keuze voor een van deze modaliteiten.

Begunstigingstermijn

Een last onder dwangsom omvat naast de te nemen herstelmaatregelen ook een termijn, waarbinnen de overtreder de door het bestuursorgaan opgelegde lastgeving kan uitvoeren zonder dat deze het dwangsombedrag verbeurt. Deze begunstigingstermijn moet redelijk zijn en mag in principe niet wezenlijk langer worden gesteld dan noodzakelijk om de overtreding te kunnen opheffen.

Vaststelling hoogte dwangsom volgens de interventiematrix LHSO

De vaststelling van de hoogte van de dwangsom wordt mede bepaald door de gepositioneerde bevinding in de interventiematrix volgens de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht. Er zijn drie bevindingen te onderscheiden:

1De bevinding is gepositioneerd in de lichte segmenten van de interventiematrix (A1, A2, A3, B1, B2 en C1). In die situatie wordt de dwangsom per tijdseenheid of per overtreding vastgesteld op (plusminus) één vijfde van het maximumbedrag; het te stellen maximum wordt bepaald aan de hand van de in de tabel opgenomen maximumbedragen.

Een voorbeeld ter illustratie: op basis van de tabel is een maximumbedrag van € 5.000 bepaald voor een overtreding die binnen de lichte segmenten van de interventiematrix valt. De modaliteit is ‘per week’ omschreven. De dwangsom wordt in dat geval vastgesteld op € 5.000 / 5 = ± € 1.000 per week met een maximum van € 5.000.

2De bevinding is gepositioneerd in de middensegmenten van de interventiematrix (A4, B3, B4, C2, D1 en D2). In die situatie wordt dezelfde werkwijze gehanteerd als onder punt 1, echter zal een hoger maximumbedrag worden bepaald aan de hand van de in de tabel opgenomen maximumbedragen.

3De bevinding is gepositioneerd in de zware segmenten van de interventiematrix (C3, C4, D3 en D4). In die situatie wordt ook dezelfde werkwijze als hiervoor gehanteerd, maar zal in ieder geval het hoogst genoemde maximumbedrag uit de tabel worden toegepast.

Dwangsomtabellen

Omschrijving

Overtreding

Hoogte dwangsom

Maximum

Begunstigingstermijn

ILLEGALE BOUW

Bouwen / uitbreiden zonder vergunning (met Bouwstop)

Tussen € 1.000,- en € 10.000,- per overtreding (max. 1 per dag)

Tussen € 5.000,- en € 50.000,-

Per direct

Zonder vergunning volledig gerealiseerd (moet afbreken)

Tussen € 1.000,- en € 10.000,- per week

Tussen € 5.000,- en € 100.000,-

Tussen 2 en 12 weken

In strijd met stillegging bouw of sloop bouwwerk

Tussen € 1.000,- en € 10.000,- per overtreding (max. 1 per dag)

Tussen € 5.000,- en € 50.000,-

Per direct

AFWIJKEN VAN DE VERGUNNING

Constructief van aard

Tussen € 1.000,- en € 10.000,- per week

Tussen € 5.000,- en € 50.000,-

Tussen 2 en 12 weken

Niet constructief van aard

Tussen € 500,- en € 5.000,- per week

Tussen € 2.500,- en € 25.000,-

Tussen 2 en 12 weken

(BESTAANDE) BOUW

Niet voldoen aan regels Bouwregelgeving (beschikking kan zowel aan gebruiker als eigenaar)

Tussen € 500,- en € 10.000,- per week

Tussen € 5.000,- en € 100.000,-

In principe tussen 2 en 12 weken; bij plan van aanpak is maatwerk mogelijk

SLOPEN (ook ASBEST)

Slopen zonder vergunning of melding asbest (met sloopstop)

Tussen € 1.000,- en € 10.000,- per overtreding (max. 1 per uur)

Tussen € 5.000,- en € 50.000,-

Per direct

Slopen zonder vergunning of melding (met sloopstop)

Tussen € 1.000,- en € 10.000,- per overtreding (max. 1 per uur)

Tussen € 5.000,- en € 50.000,-

Per direct

Slopen in afwijking van vergunning (met sloopstop)

Tussen € 1.000,- en € 10.000,- per overtreding (max. 1 per uur)

Tussen € 5.000,- en € 50.000,-

Per direct

Niet voldoen aan sloopregels Bouwregelgeving (met sloopstop)

Tussen € 1.000,- en € 10.000,- per overtreding (max. 1 per dag)

Tussen € 5.000,- en € 50.000,-

Per direct

TIJDELIJKE VERGUNNING

Illegaal gebruik: beschikking richten op beëindigen en beëindigd te houden

Tussen € 2.000,- en € 10.000,- per week

Tussen € 10.000,- en € 50.000,-

Tussen 2 en 12 weken

MONUMENTEN

Verandering aan, op, in of bij een monument of beschermd dorpsgezicht zonder of in afwijking omgevingsvergunning

Tussen € 1.000,- en € 10.000,- per week

Tussen € 5.000,- en € 50.000,-

Tussen 2 en 12 weken

TIJDELIJKE BOUWVERGUNNINGEN

Termijn overschrijden: Niet legaliseerbaar, dan behandelen als situatie zonder vergunning

STRIJDIG GEBRUIK (Omgevingsplan)

Illegaal bedrijfsactiviteiten

Tussen € 2.000,- en € 20.000,- per week of per overtreding (max. 1 per dag of week)

Tussen € 10.000,- en € 100.000,-

Tussen 2 en 12 weken

Opslag grond

Tussen € 1.000,- en € 5.000,- per week / overtreding (max. 1 per of week)

Tussen € 5.000,- en € 25.000,-

Tussen 2 en 12 weken

Gebruik perceel in strijd met bestemming

Tussen € 1.000,- en € 5.000,- per week / overtreding (max 1 per dag of week)

Tussen € 5.000,- en € 25.000,-

Tussen 2 en 12 weken

Illegale bewoning

Tussen € 2.000,- en € 20.000,- per week / overtreding (max. 1 per week)

Tussen € 10.000,- en € 100.000,-

Maximaal 6 maanden

AANLEGGEN ZONDER VERGUNNING

Illegaal aangelegd

Tussen € 1.000,- en € 5.000,- per week / overtreding (max. 1 per week)

Tussen € 5.000,- en € 25.000,-

Tussen 2 en 12 weken

Ophogen / aanleggen grond/perceel (met stilleggen)

Tussen € 1.000,- en € 5.000,- per overtreding (max. 1 per dag)

Tussen € 5.000,- en € 25.000,-

Tussen 2 en 12 weken

APV

Bescherming groenvoorziening

Tussen € 200,- en € 1.000,- per week

Tussen € 1.000,- en € 5.000,-

Tussen 2 en 8 weken

Parkeren van caravans, aanhangwagens e.d.

Tussen 200,- en € 1.000,- per constatering (max. 1 per dag)

Tussen € 1.000,- en € 5.000,-

Tussen direct en 3 dagen

Uitzicht belemmerende voertuigen

Tussen € 200,- en € 1.000,- per constatering (max. 1 per dag)

Tussen 1.000,- en € 5.000,-

Tussen direct en 3 dagen

Handelingen zonder vergunning / melding

Tussen € 200,- en € 1.0000,- per constatering (max. 1 per dag)

Tussen € 1.000,- en € 5.000,-

Per direct

Niet naleven vergunningvoorschrift

Tussen € 200,- en € 1.000,- per constatering (max. 1 per dag)

Tussen € 1.000,- en € 5.000,-

Tussen 1 dag en 3 weken

Niet naleven APV-voorschrift

Tussen € 200,- en € 1.000,- per constatering (max. 1 per dag)

Tussen € 1.000,- en € 5.000,-

Tussen 1 dag en 3 weken

Niet naleven sluitingstijd horeca

Tussen € 1.000,- en € 5.000,- per constatering (max. 1 per uur)

Tussen € 5.000,- en € 25.000,-

Per direct

Kappen, knotten of kandelaberen zonder vergunning

Tussen € 200,- en € 2.000,- per boom

Tussen € 1.000,- en € 10.000,-

Per direct

Herplantplicht

Tussen € 200,- en € 1.000,- per boom, per week

Tussen €1.000,- en € 5.000,- per boom

Afstemmen op plantseizoen

Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

Tussen € 500,- en € 5.000,- per week

Tussen € 2.500,- en € 25.000,-

Tussen 2 en 12 weken

Kansspelautomaten en/of speelgelegenheid aanwezig zonder vergunning

Tussen € 1.000,- en € 5.000,- per overtreding (max. 1 per dag)

Tussen € 5.000,- en € 25.000,-

Tussen direct en 1 dag

Standplaats innemen zonder vergunning

Tussen € 200,- en € 1.000,- per overtreding (max. 1 per dag)

Tussen € 1.000,- en € 5.000,-

1dag

Voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie

Tussen € 100,- en € 500,- per overtreding (max. 1 per dag)

Tussen € 500,- en € 2.500,-

1week

Reclame(bord zonder vergunning

Tussen € 100,- en € 500,- per overtreding (max. 1 per dag)

Tussen € 500,- en € 2.500,-

1dag

Verbranden afval

Tussen € 200,- en € 1.000,- per overtreding (max. 1 per uur)

Tussen € 1.000,- en € 5.000,-

Direct

Evenement zonder of in afwijking van vergunning; klein evenement (tot 50 personen)

Tussen € 200,- en € 1.000,- per overtreding (max. 1 per dag)

Tussen € 1.000,- en € 5.000,-

Direct

Evenement zonder of in afwijking van evenementenmelding; (>100 personen)

Tussen € 200,- en € 1.000,- per overtreding (max. 1 per dag)

Tussen € 1.000,- en € 10.000,-

Direct

Evenement zonder of in afwijking van vergunning (>100 personen)

Tussen € 1.000,- en € 10.000,- per overtreding (max. 1 per dag)

Tussen €5.000,- en € 50.000,-

Per direct

MILIEU (APV)

Afvalstoffen op/in de bodem brengen

Tussen € 100,- en € 1.000,- per overtreding (max. 1 per dag)

Tussen € 500,- en € 5.000,-

Tussen 2 en 8 weken

Opslag niet conform voorschriften

Tussen € 100,- en € 1.000,- per overtreding (max. 1 per dag)

Tussen € 500,- en € 5.000,-

Tussen 2 en 8 weken

BRANDVEILIG GEBRUIK

Geen melding / omgevingsvergunning brandveilig gebruik

Tussen € 500,- en € 3.000,- per week

Tussen € 2.500,- en € 15.000,-

Tussen 4 en 12 weken

Niet naleven voorschrift brandveilig gebruik

Tussen € 500,- en € 5.000,- per constatering (max. 1 per week

Tussen € 5.000,- en € 25.000,-

Tussen 2 en 8 weken

Ontbreken voorzieningen of niet volgens eisen Voorschriften van toepassing zijnde wetgeving

Tussen € 1.000,- en € 5.000,- per constatering (max. 1 per week)

Tussen € 5.000,- en € 25.000,-

Tussen 2 en 12 weken

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.