Aanhef
Raadsbesluit
Behorende bij raadsvoorstel met nummer: 130228/14
De raad van de gemeente Bronckhorst;
gelezen het voorstel van het college van b en w van 15 januari 2013;
gelet op de bespreking in de Commissievergadering van 13 februari 2013;
gelet op artikel 1.25 van de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en artikel 149 van de Gemeentewet;
besluit:
1De Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang gemeente Bronckhorst 2011 in te trekken en
2De Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang vast te stellen.
Hoofdstuk 1 Algemeen
Artikel 1 Begrippen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.het college: het college van burgemeester en wethouders
b.de wet: de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen
c.belanghebbende: de ouder/verzorger die voor zijn kind een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang aanvraagt
d.tegemoetkoming: bijdrage in de kosten van kinderopvang
Hoofdstuk 2 Doelgroep sociaal medisch
Artikel 2 Omschrijving doelgroep
1De belanghebbende die gebruik gaat maken van kinderopvang en op grond van de wet geen recht heeft op de kinderopvangtoeslag, maar wel een sociaal medische indicatie heeft, waaruit de noodzaak van de kinderopvang blijkt.
2De kinderopvang geldt voor het kind dat nog niet naar de peuterspeelzaal kan, of waarvoor de peuterspeelzaal geen optie is.
Artikel 3 Omvang, ingangsdatum, duur en hoogte tegemoetkoming
1De omvang van de kinderopvang is maximaal 2 dagen of 4 dagdelen per week.
2De ingangsdatum van de tegemoetkoming is de dag waarop de kinderopvang begint, maar niet eerder dan de datum van ontvangst van de aanvraag.
3De tegemoetkoming geldt tot en met 31 december van het jaar waarin de tegemoetkoming is toegekend.
4Voor de hoogte van de tegemoetkoming geldt de draagkrachtberekening bijzondere bijstand en is, rekening houdend met het bepaalde in lid 1, maximaal gelijk aan de kosten van de kinderopvang.
Hoofdstuk 3 Doelgroep doelgroepouders
Artikel 4 Omschrijving doelgroep
Onder deze doelgroep valt de belanghebbende die overeenkomstig het bepaalde in artikel 1.13 van de wet:
a.een uitkering in het kader van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Algemene nabestaandenwet ontvangt met gebruikmaking van
een voorziening gericht op arbeidsinschakeling;
b.minderjarigen die scholing of een opleiding volgen en een uitkering in het kader van de Wet werk en bijstand (kunnen) ontvangen.
Artikel 5 Omvang, ingangsdatum, duur en hoogte tegemoetkoming
1De omvang van de kinderopvang is gelijk aan het aantal uren waarop de kinderopvangtoeslag is vastgesteld.
2De ingangsdatum van de tegemoetkoming is de dag waarop de kinderopvang begint, maar niet eerder dan de datum van ontvangst van de aanvraag.
3De tegemoetkoming geldt tot en met 31 december van het jaar waarin de tegemoetkoming is toegekend.
4Rekening houdend met artikel 1.13 van de wet is de hoogte van de tegemoetkoming het verschil tussen de kosten van kinderopvang en kinderopvangtoeslag, zodanig dat het totaal van de kinderopvangtoeslag en de tegemoetkoming niet meer bedraagt dan de kosten van kinderopvang.
Hoofdstuk 4 Procedure
Artikel 6 Aanvraag
Rekening houdend met artikel 1.26 van de wet moet een aanvraag voor een
tegemoetkoming met een daarvoor vastgesteld formulier schriftelijk of digitaal via de website van de gemeente worden ingediend onder bijvoeging van de op het formulier gevraagde bewijsstukken.
Artikel 7 Toekenning
In het besluit tot toekenning van de tegemoetkoming staat in ieder geval:
a.tot welke doelgroep belanghebbende hoort
b.de naam en het burgerservicenummer van het kind waarvoor de tegemoetkoming geldt
c.de naam van de kinderopvangorganisatie
d.de periode, de omvang in uren en de hoogte van de tegemoetkoming
e de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 1.28, lid 1 tot en met 3 van de wet
f.de mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1.72, lid 1, onder c van de wet bij het niet nakomen van de inlichtingenplicht genoemd onder e.
Artikel 8 Betaling
1Het college betaalt de tegemoetkoming voor sociaal medische kinderopvang binnen 10 werkdagen na ontvangst van de factuur van de kinderopvangorganisatie.
2Het college betaalt de tegemoetkoming voor de doelgroepouders binnen 10 werkdagen na ontvangst van kopieën van de factuur van de kinderopvangorganisatie, de toekenningsbeschikking kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst en het bankafschrift, waarop de bijschrijving van de kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst staat.
3De betaling van de tegemoetkoming geschiedt door bijschrijving op de bankrekening van de belanghebbende.
4In afwijking van lid 3 kan het college bepalen dat de tegemoetkoming aan de kinderopvangorganisatie wordt betaald.
Artikel 9 Weigeren
Het college kan de tegemoetkoming in ieder geval weigeren als:
a.de belanghebbende de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 1.28 van de wet niet nakomt
b.de belanghebbende in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid
c.de kinderopvang niet plaatsvindt.
Artikel 10 Intrekken, wijzigen en terugvorderen
1Het college kan de tegemoetkoming in ieder geval intrekken, wijzigen en
terugvorderen:
a.op grond van feiten of omstandigheden waarvan het college bij de toekenning van de tegemoetkoming redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond van waarvan de tegemoetkoming lager zou zijn vastgesteld
b.als de vaststelling van de tegemoetkoming onjuist was en de belanghebbende dit wist of hoorde te weten
c.als de belanghebbende niet heeft voldaan aan de aan de tegemoetkoming verbonden verplichtingen
2De intrekking, wijziging en terugvordering werken terug tot en met het tijdstip waarop de tegemoetkoming is toegekend, tenzij bij de intrekking, wijziging en terugvordering anders is bepaald.
Hoofdstuk 5 Slotbepalingen
Artikel 11 Hardheidsclausule
1Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
2Het college beslist in de gevallen waarin deze verordening niet voorziet.
Artikel 12 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang.
Artikel 13 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking met terugwerkende kracht tot 1 januari 2013.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de raad van de gemeente Bronckhorst van 28 februari 2013.
De griffier, De voorzitter,
M. van der Leur H.A.J. Aalderink
Bijlage
TOELICHTING VERORDENING TEGEMOETKOMING KOSTEN KINDEROPVANG