Gemeentelijke regelgeving

Uitvoeringsprogramma vergunningen, toezicht en handhaving 2025

Gemeente Bronckhorst · geldt sinds 12 juni 2025

Aanhef

Samen bereiken we meer

Voorwoord

Dit is het Uitvoeringsprogramma VTH (vergunningen, toezicht en handhaving) 2025 van de gemeente Bronckhorst. Het uitvoeringsprogramma geeft inzicht in de werkwijze en de prioritering van de VTH-taken waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is. In dit programma is aangegeven welke doelen we stellen en welke activiteiten daartoe zullen worden uitgevoerd.

Met dit uitvoeringsprogramma anticiperen we op nieuw te ontwikkelen VTH-beleid, zodanig dat we gaan voldoen aan de vereisten uit het Omgevingsbesluit (voorheen de Wet VTH). Door betere afstemming en een integrale benadering zijn we beter in staat om te zorgen voor een mooie, prettige en leefbare leefomgeving. Wij zijn daarmee ook in staat om opgemerkte trends en ontwikkelingen in kaart te brengen, dit is belangrijke input bij beleidsontwikkeling. Onze werkzaamheden zijn gericht op het bevorderen van het naleefgedrag; anderzijds denken wij mee. Wij hebben namelijk een brede blik in een eventueel handhavingstraject, en kijken daarbij naar welke (on)mogelijke aanpak het meest passend is.

Dit uitvoeringsprogramma geeft op basis van onder andere de omgevingsvisie en de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO) concreet weer welke acties we uit gaan voeren en wat daarmee de beoogde resultaten zijn. Dit vooruitlopend op nieuw VTH-beleid. Dit mede omdat er vanuit het bureau IBT VTH van de provincie Gelderland is aangegeven dat ons beleid (2022-2027) en het daaruit gedestilleerde uitvoeringsprogramma (2023-2024) nog niet volledig voldoet aan de eisen van het Omgevingsbesluit.

Onze werkwijze kenmerkt zich door integrale benadering, uitgangspunt hierbij is ‘ja, mits’, maar ‘nee’ is ook een antwoord. Wij denken mee, en pakken door waar nodig.

Met dit uitvoeringsprogramma wordt voldaan aan de wettelijke verplichtingen die opgenomen zijn in het Omgevingsbesluit (Ob) en de Omgevingsregeling (Or). Het uitvoeringsprogramma wordt na vaststelling ter kennisname voorgelegd aan de gemeenteraad en toegestuurd aan de provincie Gelderland.

2. Ontwikkelingen

2.1. Wettelijke ontwikkelingen

2.1.1. Omgevingswet

Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Deze harmoniseert de verschillende regels over de (openbare) ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water en voegt deze samen tot één geheel. Het doel hiervan is om meer inzicht te hebben in de regelgeving en dat het voor inwoners eenvoudiger wordt om met de geldende regelgeving te werken en dat processen beter en sneller doorlopen kan worden. Daarbij moet het mogelijk worden om meer lokaal maatwerk te kunnen bieden voor de beoogde doelen in de fysieke leefomgeving.

De grote verandering van het (wet)systeem vraagt van ons en initiatiefnemers meer flexibiliteit, want of de praktijk werkt zoals de beoogde theorie het voorstelt moet nog blijken. Op dit moment lijkt de doelstelling van de nieuwe Omgevingswet niet te worden behaald, maar de toekomst zal dit verder uitwijzen.

We zijn nu bijna één jaar onderweg met de Omgevingswet. De eerste periode stond vooral in het teken van het afhandelen van initiatieven die nog waren ingediend onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). In het derde kwartaal van 2024 was te merken dat er minder aanvragen werden ontvangen, met name voor de activiteit bouwen. Initiatiefnemers moeten wennen aan het omgevingsloket en ook de complexiteit dat het combineren van verschillende regels tot één Omgevingswet met zich meebrengt.

2.1.2. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)

Per 1 januari 2024 is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) actief. De Wkb moet ervoor zorgen dat de bouwkwaliteit wordt verbeterd. De Wkb maakt dat de gemeente niet langer verantwoordelijk is voor het toetsen van de bouwtechnische eisen van een bouwwerk. De toets op de bouwplannen door de gemeente verandert naar een toets tijdens het bouwproces door de onafhankelijke kwaliteitsborger. De kwaliteitsborger wordt hiermee verantwoordelijk voor het proces. Om deze wijziging goed door te voeren heeft de wetgever gekozen om de verantwoordelijkheid gefaseerd te verschuiven.

De laagste risicoklasse is gevolgklasse 1, dit zijn bijvoorbeeld eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden, maar voor verbouwactiviteiten geldt de Wkb vooralsnog niet. Er volgt nog een landelijke evaluatie na drie jaar en op basis van deze uitkomsten wordt bepaald hoe er wordt om gegaan met de hogere risicoklassen, zoals bibliotheken of onderwijsgebouwen (gevolgklasse 2) en voetbalstadions of ziekenhuizen (gevolgklasse 3).

2.1.3. Wet goed verhuurderschap en Wet betaalbare huur

Op 1 juli 2023 is de Wet goed verhuurderschap in werking getreden. Deze wet maakt meer mogelijk om onwenselijke gedragingen van verhuurders tegen te gaan. Denk hierbij aan het tegengaan van woondiscriminatie, intimidatie, onredelijke servicekosten of het vragen van een onredelijke hoge borg. Er zijn daarnaast specifieke regels in de wet opgenomen om de huisvesting van arbeidsmigranten te kunnen verbeteren.

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving van de algemene regels en verhuurvergunningen bij private verhuurders en verhuurbemiddelaars. Voor woningcorporaties ligt deze verantwoordelijkheid bij de Autoriteit Woningcorporaties. We zoeken niet proactief naar overtredingen, maar hebben een meldpunt opgezet en zullen hier in 2025 actief mee aan de slag gaan. We hanteren een piepsysteem en gebruiken informatie die we verkrijgen uit onze BRP-controles. Dit wordt steviger verankerd in het nieuwe beleid.

2.2. Maatschappelijke ontwikkelingen

2.2.1. Samenwerking bij taken zorg en veiligheid

Goede samenwerking tussen alle betrokken instanties is belangrijk voor een effectieve aanpak van zorg- en veiligheidskwesties. De gemeente neemt, in samenwerking met de politie en zorgverleners, regelmatig bestuurlijke maatregelen om onveilige situaties te beëindigen of te voorkomen. Een voorbeeld hiervan is een tijdelijk huisverbod (Wet tijdelijk huisverbod).

2.2.2. Participatieve samenleving

Wij vinden het belangrijk dat ideeën en plannen voor de leefomgeving zorgvuldig worden ontwikkeld. Het betrekken van belanghebbenden, waaronder omwonenden, is daar een belangrijk onderdeel van. Een goed participatieproces, een traject waaraan belanghebbenden deelnemen, ondersteunt bij het komen tot een beter plan. Dat komt doordat vragen en eventuele zorgen van belanghebbenden kunnen worden weggenomen of omgezet in creatieve oplossingen. En misschien is zelfs samenwerking mogelijk of kunnen ook andere problemen gelijktijdig worden aangepakt.

Vaak krijgen initiatieven breder steun als belanghebbenden vroeg zijn betrokken. Een initiatief met draagvlak, dat trouwens niet hoeft te betekenen dat iedereen het er mee eens is, draagt bij aan minder bezwaren achteraf.

Door de gemeente Bronckhorst wordt participatie gestimuleerd met het programma Samen maken we Bronckhorst. Dit is een stappenplan dat initiatiefnemers kunnen gebruiken om een goed participatietraject op te zetten. In gesprekken met initiatiefnemers wijzen we hen op dit kader en wat het voor hen betekent.

2.2.3. Complexere vraagstukken fysiek domein vragen om goede samenwerking

Maatschappelijke opgaven op gebied van woningbouw, duurzaamheid, netcongestie en stikstofdoelstellingen zijn steeds meer decentraal belegd. Deze opgaven worden integraal aangevlogen. Een goede samenwerking met de Omgevingsdienst Achterhoek (milieu), de VNOG (Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland), GGD/GHOR, de Provincie en het Waterschap is daarom enorm belangrijk. In voorkomende casuïstiek weten we elkaar goed te vinden, zowel bij vergunningverlening als bij toezicht en handhaving.

3. Vergunningen, Toezicht & Handhaving

3.2 Inzet capaciteit: prioriteit bepaalt volgorde en intensiteit

3.2.1 Externe meldingen

Er worden controles uitgevoerd bij het vermoeden van illegale situaties waar een melding van een inwoner aan ten grondslag ligt. Wanneer een overtreding wordt geconstateerd, treden wij handhavend op. Anonieme klachten en meldingen nemen we niet in behandeling, tenzij de inhoud van de melding hiertoe een aanleiding geeft. Hierbij moet gedacht worden aan brandveiligheid, asbest of mensenhandel en uitbuiting. Vaak komen dergelijke signalen binnen via de politie van het kanaal Meld Misdaad Anoniem (MMA-meldingen). We trekken in veel van deze gevallen op met ketenpartners.

3.2.2 De Omgevingswet

Met de komst van de Omgevingswet zijn onze werkzaamheden veranderd. Er ligt nu meer verantwoordelijkheid bij de inwoner. Burgerparticipatie is nu nog belangrijker; het in gesprek gaan met elkaar. Wij kunnen ook voortvarender optreden, het is niet meer verplicht om na te gaan of een overtreding te legaliseren is. Deze verantwoordelijkheid ligt bij de overtreder en niet enkel bij het bevoegd gezag. Daar gaan we onze werkwijze op aanpassen.

We hebben een nieuw workflow managementsysteem (Rx.Mission) dat ons helpt om te standaardiseren en te uniformeren. Ook lukt het steeds beter om casuïstiek integraal te benaderen. De samenwerking met vergunningverlening is belangrijk, alleen zo kunnen we dezelfde boodschap vanaf het begin brengen en het beleid uniform tot het einde uitdragen.

3.4 Middelen

3.4.1 Capaciteit

De capaciteit die beschikbaar is voor de uitvoering van de hierboven genoemde projecten en acties is geborgd in de begroting.

3.4.2 Financiën

Voor de VTH-taken is financiële dekking georganiseerd middels de programma begroting van 2025-2028. In dit uitvoeringsprogramma gaan wij uit van de personele capaciteit en overige middelen die daarin zijn vastgelegd.

De externe inzet van bijvoorbeeld de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA), de GGD Noord- en Oost-Gelderland en de Veiligheidsregio Noord en Oost Gelderland (VNOG) afdeling Risicobeheersing, laten wij in het financiële gedeelte buiten beschouwing. Bij de uitvoering van het werk wordt intensief met de eerdergenoemde partijen samen gewerkt.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.