Artikel 1 Begripsbepalingen.
antennedrager: antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne;
antenne-installatie: installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie;
basisstation: samenstelsel van antenne, antennedrager en apparatuurkast
GSM: Global System for Mobile communication
UMTS: Universal Mobile Telecommunications System
LTE: Long Term Evolution
Artikel 2 Randvoorwaarden en uitgangspunten.
De gemeenteraad verleent in principe medewerking aan verzoeken om de (voorbereiding van) herziening van bestemmingsvoorschriften voor vergunningplichtige antennedragers bij GSM-, UMTS- en LTE-basisstations indien wordt voldaan aan de volgende uitgangspunten:
1Verzoeker heeft – ter voldoening aan het uitgangspunt dat het aantal masten, ter beperking van negatieve ruimtelijke- en landschappelijke effecten, tot een minimum beperkt blijft – afdoende met een schriftelijke rapportage aangetoond/onderbouwd dàt en waaròm de plaatsing van de gewenste antenne(s)/ apparatuur niet mogelijk is op achtereenvolgens:
a.een bestaande andere antennedrager;
b.een bestaand gebouw of ander bouwwerk;
c.een bestaande infrastructurele voorziening
in de omgeving.
2De afstand tussen de nieuwe antennedrager en een woning in de omgeving bedraagt tenminste 100 meter. Afwijking is mogelijk als – en voorzover – de eigenaar en/of bewoner(s) van de woning(en) binnen deze zone kenbaar heeft/hebben gemaakt, dat hij/zij geen bezwaar heeft/hebben tegen de aanwezigheid van de nieuwe antennedrager op kortere afstand.
3Verzoeker heeft zich schriftelijk akkoord verklaard met medegebruik van de antennedrager door andere exploitanten van het GSM-, UMTS-, en/of LTE-netwerk (site-sharing). De hoogte van de antennedrager is op dat medegebruik afgestemd.
4De negatieve ruimtelijke- en landschappelijke effecten van antenne(drager)s worden zoveel mogelijk beperkt door plaatsing op een locatie met overwegend afschermende opgaande beplanting, bij voorkeur centraal in een groot/groter bosgebied. Slechts indien dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders aantoonbaar niet mogelijk, redelijk of wenselijk is, dan is gestreefd naar plaatsing bij bestaande infrastructurele voorzieningen en bouwwerken.
5Bij plaatsing in een bos worden bestaande houtopstanden zoveel mogelijk gehandhaafd. Datzelfde geldt voor de (aanleg van een) toegangsweg. Verzoeker heeft zich bereid verklaard tot het, overeenkomstig nadere eisen van burgemeester en wethouders, voor zijn rekening compenseren van eventueel noodzakelijk te kappen houtopstanden.
6De verzoeker om herziening van het bestemmingsplan voor een antennedrager heeft, mede op basis van een door hem te leveren risico-analyse, gegarandeerd dat door plaatsing van de antennedrager voor de gemeente geen financiële schade ex artikel 6.1. lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening optreedt.
Artikel 3 Hardheidsclausule (artikel 4:84 Awb).
In bijzondere gevallen kan de gemeenteraad gemotiveerd afwijken van bovenvermelde beleidsregels.
Artikel 4 Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Bronckhorst op 29 maart 2012.
de griffier, de voorzitter,
G.J. Mugge H.A.J. Aalderink
Bijlage
Toelichting Beleidsregels GSM-UMTS-LTE- antennes