Gemeentelijke regelgeving

Opbreekregels Breda 2025

Gemeente Breda · geldt sinds 29 oktober 2025

Aanhef

Besluit van burgemeester en wethouders en de burgemeester van Breda tot vaststelling van de Opbreekregels Breda 2025

Burgemeester en wethouders en de burgemeester van Breda, ieder voor zover het hun eigen bevoegdheid betreft;

Gelet op artikel 25 van de EnWaTel-verordening Breda 2009;

Besluiten de volgende nadere regels vast te stellen:

Opbreekregels Breda 2025

4. Uitvoering werkzaamheden

4.6 Open- en Gesloten verhardingen

4.6.1 Open verhardingen:

Bij het door of namens vergunninghouder uit te voeren straatwerk moeten de vigerende Standaard RAW-bepalingen in acht worden genomen.

Het opbreken van verharding moet zorgvuldig geschieden, zodat geen bestratingsmateriaal onnodig wordt beschadigd en verloren gaat. Het materiaal moet binnen handbereik worden opgeslagen. Verlies, diefstal of beschadiging van bestratingsmateriaal is voor rekening van vergunninghouder tot het tijdstip waarop het herstel heeft plaatsgevonden.

Het namens de gemeente te vervangen (vooraf reeds beschadigd) bestratingsmateriaal wordt op kosten van en door de gemeente op het werk ter beschikking gesteld dan wel verrekend.

Ten behoeve van aansluitingen, afsluitingen en storingen mag de vergunninghouder zelf tijdelijke dichtstraten in combinatie met meldingsplicht vooraf en als dit niet mogelijk is zo spoedig mogelijk achteraf.

Op diverse plaatsen binnen de gemeente Breda komen hoogwaardige verhardingsconstructies of sierbestratingen voor. Deze worden na overleg met de toezichthouder van het werken door de gemeentelijke aannemer eruit gehaald en opnieuw aanbracht. Evenals de constructieopbouw. De kosten van alle hiermee verband houdende, door de gemeente te verrichten werkzaamheden komen voor rekening van vergunninghouder.

4.6.2 Gesloten verhardingen:

Als regel mag gesloten verharding niet worden opengebroken.

Indien een asfaltconstructie wordt verwijderd moeten de zijkanten tot de gewenste diepte op steenmaat worden ingezaagd. Het ondergraven van de asfaltverharding is niet toegestaan.

De vrijgekomen materialen dienen te worden onderscheiden:

a.Teer houdend; teer houdende vrijgekomen materialen dienen voor rekening van vergunninghouder te worden afgevoerd naar een erkend verwerkingsbedrijf. Er dient door de vergunninghouder zelf voor de benodigde afvalstroomnummer te worden gezorgd. De acceptatie- en verwerkingskosten komen in alle gevallen voor rekening van vergunninghouder.

b.Niet teer houdend; niet teer houdende materialen dienen voor rekening van vergunninghouder te worden afgevoerd naar een erkend verwerkingsbedrijf. De acceptatie- en verwerkingskosten komen in alle gevallen voor rekening van vergunninghouder.

Bij wegkruisingen onder gesloten verharding moeten de kabels-, leidingen-, buizen in een mantelbuis worden aangebracht, zodanig dat geen schade kan ontstaan aan het wegdek (zetting, oppersing en dergelijke), de naastgelegen bermen, trottoirs en fietspaden, alsmede aan de ondergrondse infrastructuur.

De mantelbuis moet een minimale dekking hebben van 0,75m en de buiseinden moeten als regel 0,75m buiten de kant van de verharding uitsteken.

Indien in uitzonderingsgevallen en onder nader te bepalen voorwaarden door de gemeente het openbreken van de gesloten verharding wordt toegestaan moeten door vergunninghouder tijdelijke voorzieningen worden getroffen. De sleuf dient door vergunninghouder te worden dicht gestraat met noodbestrating van betonstenen in blokverband in een ligging die geen gevaar oplevert. De bovenzijde van de stenen moeten gelijkliggen met het ingezaagde van het asfalt. Deze betonstenen moeten door de vergunninghouder voor diens rekening worden geleverd. Garantie is op sleuf en noodbestrating van toepassing tot aan definitief herstel.

Het definitief herstellen van de gesloten verharding wordt voor zover dat in de ‘’nadere regels herstraten en herstraat-vergoeding Breda’’ is geregeld door de gemeente verricht. De reparatieconstructie wordt van geval tot geval op maat bepaald door de gemeente. De kosten van alle hiermee verband houdende, door de gemeente te verrichten werkzaamheden komen voor rekening van vergunninghouder.

4.8 Groenvoorzieningen

4.8.1 Gazons:

Vinden er hierin werkzaamheden plaats, dan moeten de verwijdere zoden door en op kosten van de vergunninghouder worden afgevoerd. Na de werkzaamheden wordt door de vergunninghouder het tracé puinvrij gemaakt. In de eerstkomende groeiperiode van april tot en met oktober zal de sleuf door de gemeente worden ingezaaid met gras van overeenkomstig ras. De sleuf moet wel worden aangevuld tot dezelfde hoogte als het omliggende gazon.

De kosten van alle hiermee verband houdende, door de gemeente te verrichten werkzaamheden komen volgens de ‘’nadere regels herstraten en herstraat-vergoeding Breda’’ voor rekening van vergunninghouder.

4.8.2 Bermen:

Gras in bermen en overig landschappelijk gras moet gefreesd worden. Na het aanvullen van de sleuf zal door de gemeente opnieuw gras van zoveel mogelijk overeenkomstige rassen ingezaaid worden. De kosten van alle hiermee verband houdende, door de gemeente te verrichten werkzaamheden komen volgens de ‘’nadere regels herstraten en herstraat-vergoeding Breda’’ voor rekening van vergunninghouder.

4.8.3 Beplanting:

Beplanting mag niet worden opgenomen of verwijderd dan na instemming van de gemeente.

De verwijderde beplanting zal zo spoedig mogelijk weer door de gemeente worden teruggezet.

De kosten van alle hiermee verband houdende, door de gemeente te verrichten werkzaamheden komen volgens de ‘’nadere regels herstraten en herstraatvergoeding Breda’’ voor rekening van vergunninghouder.

4.8.4. Bomen:

Onder de kroonprojectie mag nooit machinaal gegraven worden. Indien een tracé buiten de wortelzone niet mogelijk is, moet in beginsel gebruik gemaakt worden van sleufloze technieken voor het aanbrengen van mantelbuizen. Deze mantelbuizen worden geplaatst op een diepte buiten de wortelzone.

Wortels met doorsnede van 5 cm of meer mogen nooit worden beschadigd of doorgesneden.

Wortels met een doorsnede van 2 cm tot 5 cm mogen alleen na goedkeuring van de gemeente worden beschadigd of doorgesneden. Na verkregen goedkeuring moeten wortels recht worden doorgezaagd.

Indien er binnen de wortelzone van bomen wordt gewerkt dient, indien de gemeente hierom verzoekt, een boom effectanalyse (BEA) te worden uitgevoerd. De BEA geeft inzicht in de te treffen maatregelen om de bomen duurzaam in de stad te houden. Een BEA dient uitgevoerd te worden door een onafhankelijk gespecialiseerd bureau. De kosten van de BEA zijn voor de vergunninghouder. De maatregelen en aanwijzingen zijn aangegeven volgens www.normeninstituutbomen.nl

Bij bomen dient en/of gemeente hierom verzoekt, een bomenwacht aangesteld te worden door de vergunninghouder. De kosten van de bomenwacht zijn voor de vergunninghouder.

Als regel mag er géén boom gerooid en/of beschadigd worden.

Indien in uitzonderingsgevallen en onder bepalen voorwaarden door de gemeente het rooien van bomen wordt toegestaan moeten door vergunninghouder tijdelijke voorzieningen worden getroffen. De kosten van alle hiermee verband houdende, door de gemeente te verrichten werkzaamheden komen volgens de ‘’nadere regels herstraten en herstraatvergoeding Breda’’ voor rekening van vergunninghouder.

Voor elke ten onrechte gerooide en/of beschadigde boom, zal aan vergunninghouder een schadevergoeding per boom worden opgelegd, afhankelijk van de waarde van de betreffende boom, berekend volgens de vigerende Richtlijnen NVTB (Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen). De kosten van alle hiermee verband houdende werkzaamheden komen voor rekening van vergunninghouder.

4.13 Verkeersmaatregelen

4.13.1 Algemeen

Het op- en afrijden van de voor de uitvoering bestemde terrein(en) en wegen moet plaatsvinden via, door de gemeente vooraf goed te keuren dan wel door haar aan te wijzen, locatie(s) en wegen of opgenomen in het verkeersplan.

De gemeente is bevoegd, als de verkeersveiligheid en/of afwikkeling van het verkeer dit verreist, de werkzaamheden niet te laten aanvangen of te doen onderbreken of uit te stellen.

Ontsluiting van het werk mag alleen via categorie 1 of 2 wegen plaatsvinden.

Het verkeer binnen de werkgrenzen moet tijdens de werkzaamheden kunnen doorgaan. Hiervoor moeten tijdelijke verkeersmaatregelen worden toegepast conform CROW-publicatie 96-b.

In het geval de vergunninghouder de ter zake van het reinigen van wegdekken, zowel binnen als buiten het werkterrein, gegeven opdrachten van de gemeente niet nakomt en de gegeven voorschriften niet naleeft, zullen door de gemeente per geval maatregelen worden genomen om de verkeersveiligheid te waarborgen. De kosten van deze maatregelen zullen in rekening worden gebracht bij de vergunninghouder.

Openliggende sleuven en gaten moeten in bouwhekken worden afgezet na goedkeuring gemeente.

4.13.2 Verkeersmaatregelen

Afzetting van het werk, het plaatsen van inleidende bebording, alsmede het instellen van omleidingsroutes moeten door de vergunninghouder worden verzorgd. Onderhoud van de tijdelijke verkeersmaatregelen geschiedt door de vergunninghouder. De kosten voor het plaatsen en onderhouden van de verkeersmaatregelen komen voor rekening vergunninghouder.

Omleidingsroutes worden geplaatst als er continue werkzaamheden worden uitgevoerd of als de verkeerssituatie daarom vraagt.

Permanente RVV-bebording, welke conflicterend zijn met de tijdelijke bebording, moet de vergunninghouder terstond verwijderen/afdraaien c.q. afdekken.

Na het uit werking of in depot plaatsen van de tijdelijke verkeersmaatregelen moet de vergunninghouder de permanente RVV-bebording herplaatsen/terugdraaien c.q. de afdekking verwijderen.

4.13.3 Onderhoud verkeersmaatregelen

De vergunninghouder zorgt voor een dagelijkse en voldoende controle op de instandhouding van tijdelijke verkeersmaatregelen ook buiten de normale werktijden. Deze verplichting geldt ook voor in opdracht van de gemeente geplaatste verkeersvoorzieningen.

Geconstateerde gebreken binnen het werkgebied en aan de afzetting die buiten werktijd bij de storingsdienst van de gemeente worden gemeld, worden aan de vergunninghouder doorgegeven en indien noodzakelijk moeten deze binnen twee uur worden hersteld. Vindt herstel niet plaats binnen de gestelde tijd, dan worden de gebreken in opdracht van bovengenoemde dienst onmiddellijk hersteld. De kosten van alle hiermee verband houdende, door de gemeente te verrichten werkzaamheden komen voor rekening van vergunninghouder.

4.13.4 Bereikbaarheid

In het kader van de bereikbaarheid zijn de wegen van de gemeente Breda onderverdeeld per categorie en gelden verschillende voorwaarden voor de wegwerkzaamheden en omleidingsroutes.

Ten behoeve van de nood- en hulpdiensten gelden de volgende aanvullende voorwaarden:

1De minimale doorrijbreedte voor hulpvoertuigen bedraagt minimaal 3,50 meter en moet altijd gewaarborgd zijn,

2De minimale doorrijhoogte bedraagt 4.20 meter,

3Brandkranen moeten minimaal met 1 meter worden vrijgehouden en worden opgenomen in voetpaden;

4Brandkranen moeten zichtbaar blijven,

5Aansluitingen voor droge blusleidingen moeten worden vrijgehouden,

6Toegangen tot belendende percelen mogen niet worden geblokkeerd,

7Gewone uitgangen en nooduitgangen van o.a. bioscopen, ziekenhuizen, cafés ect. moeten worden vrijgehouden; de vrije doorgang dient te allen tijde te zijn gegarandeerd over de volle breedte van de uitgangen en nooduitgangen (minimaal 2 meter afstand),

8De tijdsduur van de werken/afzettingen moeten worden aangegeven,

9Ten behoeve van de bevoorrading van bedrijven dienen afdoende maatregelen getroffen te worden om dit te garanderen.

Tijdens de uitvoering van de werken mag het verkeer niet worden gestremd en zo weinig mogelijk worden gehinderd, een en andere ter beoordeling van de gemeente.

Bereikbaarheid voor de hulpverleningsinstanties (voorschriften brandweer, politie en GHOR).

In verband met de bereikbaarheid voor hulpverleningsvoertuigen gelden de volgende eisen:

1Direct na gereedkomen van het grondwerk moet een zodanige verhardingslaag aangebracht worden dat de weg bereden kan worden door hulpverleningsvoertuigen,

2De maximale afstand van een mogelijke opstelplaats voor redvoertuigen tot elke plaats in de gevel van een gebouw mag ten hoogste 18 meter bedragen. Deze opstelplaats moet te allen tijde bereikbaar zijn voor redvoertuigen,

3De opstelplaats moet een obstakel-vrije ruimte omvatten van 5,5 bij 10 meter en een stempeldruk van 1MN/m2 te kunnen weerstaan.

De kosten van alle hiermee verband houdende, door de gemeente te verrichten werkzaamheden komen voor rekening van vergunninghouder.

De vergunninghouder draagt zorg voor de bereikbaarheid van woningen, winkels, openbare gebouwen en dergelijke voor (mindervalide) voetgangers. In overleg met de betrokkenen kan de mate van bereikbaarheid nader inhoud worden gegeven. De vergunninghouder houdt het gemotoriseerde bestemmingsverkeer naar woningen, winkels, bedrijven, bouwwerken, landerijen enzovoorts in overleg met de betrokkenen zoveel mogelijk in stand. Indien met de betrokkenen geen overeenstemming kan worden bereikt over de beperking van de bereikbaarheid, treedt de vergunninghouder tijdig in overleg met de gemeente. Verder draagt vergunninghouder zorg voor een doorgang voor het fietsverkeer en de voetgangers.

Vergunninghouder moet inzake tijdelijke verkeersmaatregelen, volledige afsluiting van wegen- en verkeersomleidingen als regel tenminste drie weken voor het begin van het werk de gemeente en de lokale nood- en hulpdiensten van dit voornemen in kennis stellen, ook bij werkzaamheden met een spoedeisend karakter moet de gemeente op de hoogte zijn van alle verkeersafzettingen.

Gedurende de tijd, liggende tussen een half uur na zonsondergang en een half uur vóór zonsopgang, moeten de opgebroken gedeelten bestratingen en dergelijke en andere in verband met de uit te voeren werken aanwezige, voor het verkeer gevaarlijke obstakels, op duidelijke wijze zijn aangegeven. De verlichting moet zijn volgens de desbetreffende voorschriften.

De Opbreekregels Breda 2011 worden ingetrokken.

Deze nadere regels treden in werking op de dag na bekendmaking.

Deze nadere regels worden aangehaald als: Opbreekregels Breda 2025.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.