Aanhef
De burgemeester van Breda;
Gelet op het bepaalde in:
-artikel 2 en artikel 3 van de Wet tijdelijk huisverbod;
-artikel 10:11 en artikel 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
Mandaat- en machtigingsbesluit Tijdelijk huisverbod Breda
Artikel 1 Mandaat
De hulpofficier van justitie mandaat tot ondertekening te verlenen voor het nemen van het besluit tot het opleggen van een huisverbod.
Artikel 2 Machtiging
De hulpofficier van justitie te machtigen om de volgende handelingen te verrichten:
-overleg te plegen met Veilig Thuis over het voornemen om een huisverbod op te leggen wegens kindermishandeling of een ernstig vermoeden daarvan;
-het mondeling aanzeggen van het huisverbod aan de uit huis te plaatsen persoon indien de situatie zo spoedeisend is dat het huisverbod niet tevoren op schrift gesteld kan worden;
-het mededelen van het huisverbod en de consequentie van niet naleven daarvan aan de huisgenoten van de uithuisgeplaatste en de betrokken instanties;
-het bestuur van de raad voor rechtsbijstand in kennis te stellen, die voor de uithuisgeplaatste een raadsman aanwijst, indien de uithuisgeplaatste geen raadsman heeft en desgevraagd rechtsbijstand wenst.
Artikel 3 Instemming
De hulpofficier van justitie stemt overeenkomstig artikel 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht in met het verleende mandaat en de machtiging.
Artikel 4 Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2023.
Artikel 5 Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaat- en machtigingsbesluit Wet tijdelijk huisverbod Breda.