Gemeentelijke regelgeving

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda houdende nadere regels omtrent maatschappelijke ondersteuning (Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Breda 2021)

Gemeente Breda · geldt sinds 1 januari 2021

Aanhef

Burgemeester en wethouders van Breda maken bekend dat het college op 1 december 2020 de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Breda 2021 heeft vastgesteld.

De nadere regels worden van kracht met ingang van 1 januari 2021.

Tegen het besluit tot vaststelling van de nadere regels is geen bezwaar of beroep mogelijk.

Burgemeester en wethouders van Breda,

gelet op de artikelen 3.4 derde lid, 5.4 derde lid, 5.5 vijfde lid, 6.5 vijfde lid, 6.6 derde lid en 6.7 vijfde en zesde lid van de verordening maatschappelijke ondersteuning Breda 2021

overwegende dat het gewenst is de tarieven, budgetperioden en bedragen die gelden in nadere regels vast te stellen ter uitvoering van deze verordening;

BESLUITEN:

De volgende nadere regels vast te stellen:

Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Breda 2021

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

1In deze Nadere regels wordt verstaan onder:

a.Verordening: Verordening maatschappelijke ondersteuning Breda 2021.

2Alle begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de daarop gebaseerde lagere regelgeving, de verordening en de Algemene Wet bestuursrecht (Awb).

HOOFSTUK 2 TARIEVEN, BUDGETPERIODEN EN BEDRAGEN

Artikel 2.1 Publicatie tarieven

Op de website www.breda.nl zijn de tarieven gepubliceerd die gelden voor:

a.Huishoudelijke ondersteuning;

b.Begeleiding en zinvolle daginvulling;

c.Kortdurend verblijf;

d.Beschermd wonen;

e.Hulpmiddelen.

Artikel 2.2 Budgetperiode hulpmiddelen

1De afschrijvingstermijn van:

a.een traplift wordt vastgesteld op acht jaar;

b.een rolstoel en een scootmobiel bedraagt maximaal zes jaar;

c.kindvoorzieningen in de vorm van douche- en toilethulpen bedraagt vijf jaar.

2De afschrijvingstermijn van overige hulpmiddelen wordt vastgesteld in het individuele toekenningsbesluit.

Artikel 2.3 Primaat verhuizen

Het bedrag als bedoeld in artikel 3.4, derde lid, van de verordening bedraagt € 8.000,00.

Artikel 2.4 Financiële tegemoetkoming primaat verhuizen

1De hoogte van de tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten bedraagt maximaal € 2.145,00.

Artikel 2.5 Financiële tegemoetkoming bezoekbaar maken van de woning

De maximale tegemoetkoming voor het bezoekbaar maken van de woning bedraagt € 1.500,00.

Artikel 2.6 Financiële tegemoetkoming sportvoorziening

1De hoogte van de tegemoetkoming voor een sportvoorziening bedraagt maximaal € 2.000,00. Daarnaast verstrekt het college een tegemoetkoming in de kosten van maximaal € 450,00 bestemd voor: eventuele aanpassingen, verzekering, onderhoud en reparaties.

2Het college kan aan de cliënt die drie jaar na de toekenning als bedoeld in het vorige lid nog steeds actief lid van een sportvereniging is, jaarlijks een tegemoetkoming verstrekken van € 200,00 bestemd voor de kosten van: aanpassingen, verzekering, onderhoud en reparatie van de sportvoorziening.

3Als de cliënt vanwege medische redenen binnen drie jaar opnieuw een tegemoetkoming voor een sportvoorziening aanvraagt, dan wordt de restwaarde van de eerder aangeschafte sportvoorziening op de nieuw te verstrekken tegemoetkoming in mindering gebracht.

Artikel 2.6 Financiële tegemoetkoming deelname maatschappelijk verkeer

1De hoogte van de tegemoetkoming voor het gebruik van een (eigen) auto bedraagt € 0,45 per kilometer op basis van de lokale vervoersbehoefte. Op dit bedrag wordt de ritbijdrage als bedoeld in artikel 7.4 van de verordening in mindering gebracht.

2De hoogte van de tegemoetkoming voor het gebruik van een reguliere taxi bedraagt € 2,20 per kilometer op basis van de lokale vervoersbehoefte. Op dit bedrag wordt de ritbijdrage als bedoeld in artikel 7.4 van de verordening in mindering gebracht waarbij een starttarief geldt van € 5,38.

3De hoogte van de tegemoetkoming voor het gebruik van een rolstoeltaxi bedraagt € 2,51 per kilometer op basis van de lokale vervoersbehoefte. Op dit bedrag wordt de ritbijdrage als bedoeld in artikel 7.4 van de verordening in mindering gebracht waarbij een starttarief geldt van € 8,65.

HOOFDSTUK 3 SLOTBEPALINGEN

Artikel 3.1 Citeertitel en inwerkingtreding

1Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2021 onder gelijktijdige intrekking van het Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning Breda 2018.

2Deze regeling wordt aangehaald als: Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Breda 2021.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.